Donderdag 05/08/2021

'Ik ben een realist met romantische trekjes'

Gesprek met Michel Houellebecq aan de vooravond van de Prix Goncourt

l Anna Luyten, Saskia de Coster, Jos Geysels en Wouter Deprez viseren Houellebecq op 'Uitgelezen: Enfants terribles', op 8 november om 20 uur in de Balzaal van de Gentse Vooruit.

Van lethargisch tot alert, van aimabel tot koppig, van banaal tot spits: in één uur ondergaat jojo Michel Houellebecq talloze stemmingswisselingen. Naar aanleiding van zijn alweer ongenadige, anti-utopische onheilsprofetie La possibilité d'une île lokte hij de Nederlandstalige pers naar een goed verschanst hotel in de Franse Vogezen. Houellebecq (°1956) speelde er zijn sjofele, onberekenbare zelf. 'Ach, de persoon van de schrijver is totaal onbelangrijk. Het enige wat telt, is wat er uiteindelijk op papier staat.' Door Dirk LEYMAN

Michel Houellebecq

La possibilité d'une île

Fayard, Parijs, 485 p., 24,90 euro.

Mogelijkheid van een eiland

Vertaald door Martin De Haan

De Arbeiderspers, Amsterdam, 21,95 euro.

Verschijnt op 21 november.

'Ik ben uitgeput", zegt Michel Houellebecq plots. Het is alsof hij aan de alarmbel trekt. We zijn amper veertig minuten aan het praten en ik heb aandachtig geluisterd naar zijn eentonige, af en toe nauwelijks hoorbare gemompel. Lange, weifelende stiltes wisselen af met korte vlagen van mededeelzaamheid, terwijl hij ingetogen aan de ene na de andere sigaret lurkt. Beteuterd en tegelijk beschuldigend kijkt hij me aan, alsof mijn vragen hem op de rand van een zenuwinzinking brengen. Ik ben de vijfde interviewer die hij die dag in het kuurhotel La Clairière voor de kiezen krijgt. Het gelaat van de negenenveertigjarige Franse schrijver is asgrauw, zijn dunne haarklissen lijken al weken verstoken van shampoo en in zijn vissenogen dobbert een gelige laag onversneden alcohol. Op het salontafeltje prijkt een door Houellebecq in spoedtempo half geledigde fles graanjenever. Het gaat om een keelsmerende attentie van een Nederlandse confrater, die vlak voor mij woorden kwam rapen. Helaas heeft de substantie op Houellebecq een averechts effect, zo mag ik proefondervindelijk vaststellen. Zachtjes kreunend strekt de auteur zich uit op de sofa, ontdoet zich van zijn goedkope stapschoenen, legt zijn hand vertwijfeld op zijn voorhoofd en sluit de ogen. Pas vijf minuten later ontwaakt hij uit zijn hazenslaapje, terwijl ik mij intussen onledig houd met het strelen van Clément, zijn rossig gevlekte corgi welsh, al jarenlang Houellebecqs onafscheidelijke kompaan. ("Veel eerlijker en betrouwbaarder dan een mens", verzekert hij telkens weer. "En aaibaarder dan zijn baasje", denk ik er bij.) Als ik dat aaldunne mannetje in zijn verfomfaaide Monoprix-kleren daar zo schijnbaar weerloos zie liggen, moet ik onwillekeurig denken aan het label dat hij van Les Inrockuptibles onlangs meekreeg: Houellebecq, "c'est un clochard un peu calculé". Is dit een defensieve pose of een échte aandrang van immense vermoeidheid? Valt de auteur ook in slaap tijdens zijn zo vaak beschreven partouzes? Eén ding is zeker: Monsieur Houellebecq laat zich niet in de kaarten kijken, en al zeker niet als je hem te dicht op de huid komt. Houellebecq, daarnet nog aimabel, kan op slag ontieglijk dwars en koppig zijn. Dat weet hij, want hij heeft het vaker gezegd: "Koppigheid is misschien wel mijn belangrijkste kwaliteit."

De Franse sterschrijver heeft er lang over getwijfeld of hij de Europese pers wel te woord zou staan, zo kort na het verschijnen van La possibilité d'une île, de langverwachte opvolger van Platform (2002), zijn hoogst controversiële doorlichting van het mondiale seksuele toerisme. De druk van de uitgevers en van het publiek werd hem te groot, iedereen trok hem aan de mouw en toch ook: "Na al die eenzaamheid, na al dat geploeter wil je weleens iemand spreken. Maar ach, dat valt dan ook snel weer tegen." Houellebecq is in wezen wars van het Franse literaire wereldje: "Ik heb niet het gevoel dat ik in Parijs nog veel te zoeken heb, kom er ook bijna nooit meer. De Fransen hebben wat moeite met me, allicht omdat ik er niet meer woon. Ik ben een verloren zoon, een lastige zoon. En hun literaire smaak is twijfelachtig, ze hebben geen zicht meer op hun eigen cultuur. In het buitenland snappen ze mijn boeken veel beter, misschien ook omdat men blij is dat er eindelijk weer eens iets uit Frankrijk komt dat de moeite waard is (schuin lachje)." De schrijver, die zich afwisselend in het Ierse Cork of in de binnenlanden van Spaans Andalusië ophoudt (waar hij La possibilité d'une île grotendeels heeft geschreven), onderhoudt een ambigue relatie met het medium interview: "Een schrijver is eigenlijk niet gemaakt om te spreken, hij moet doen waar hij het beste in is: schrijven", zegt hij diep zuchtend.

Met zijn nieuwe opus La possibilité d'une île slaagde Houellebecq er moeiteloos in om de Franse 'rentrée littéraire' opnieuw naar zijn hand te zetten. In een door zijn kersverse uitgever Fayard subtiel georchestreerde mediacampagne werd de spanningsboog maanden van tevoren strak gehouden. Intussen overtreffen de verkoopcijfers de stoutste verwachtingen en is de kritiek in hoge mate overstag gegaan. Niettemin is de aangekondigde polemiek over zijn sympathie voor de Raël-sekte en zijn sneren rond de Palestijnse kwestie uitgebleven: alles went, ook de vuurpijlen van homo provocatus Houellebecq. De hamvraag is nu of Houellebecq eindelijk ook de belangwekkendste Franse literatuurprijs op zijn conto zal krijgen. Nadat hij met Platform pijnlijk naast de Prix Goncourt greep, lijken de kaarten voor editie 2005 beter geschud. De eminente leden van de Goncourt-jury brachten vorige week hun lijstje gegadigden tot vier terug. Houellebecq moet het in de laatste stemming opnemen tegen de jonge Olivier Adam en zowaar twee Belgische auteurs: Jean-Philippe Toussaint en François Weyergans. Houellebecq bekijkt het prijzencircus met gegniffel: "Ik maak me geen illusies: de Goncourt-jury is meestal conservatief. Maar eerlijk: ik verdien de prijs. Het zou in ieder geval een zorg minder zijn. De vorige keer heeft François Nourissier (lid van de Goncourt-jury en vriend van Houellebecq, DL) zich heel sterk gemaakt voor mijn boek, misschien dat het nu dus wel lukt. Dan hoor ik er echt bij, huhu. En ook mijn uitgever Raphaël Sorin kan hem best gebruiken. Nog nooit kreeg Fayard een Prix Goncourt."

Misschien speelt het in zijn nadeel dat het verrassingseffect enigszins is weggeëbd. La possibilité d'une île brengt immers een gedurfde, gitzwarte synthese van Platform en Elementaire deeltjes, waarin genetische manipulatie, de teloorgang van de jeugd, angst voor de nakende ouderdom en sciencefiction in een vreemde bedding samenvloeien. Af en toe is alles zelfs behoorlijk overtrokken en uitvergroot. "Dat is een van mijn geliefde werkwijzen", benadrukt Houellebecq. "Je moet scherpe contrasten maken om alles er goed in te peperen. In sciencefictionromans, en ik durf de mijne er ook een te noemen, is dat procédé schering en inslag." Niet het minst rekent Houellebecq vlijmscherp en klinisch af met het zelfbedrog van de liefde. Leven als koppel is zich overgeven aan "een eenzaamheid met twee en is een hel met onderlinge toestemming", zo staat er. "Hoewel ik zeker ook mededogen in het boek heb gestopt", beweert hij stellig. "Wie zal zeggen of samenleven met een geliefde de norm blijft? Goed mogelijk dat binnen honderden jaren zo'n situatie volkomen achterhaald is en we geprogrammeerd zijn om aan onszelf genoeg te hebben. We zitten in een overgangsfase."

Hoofdpersonage Daniël 1 is een gevierde, maar tegelijk sterk gedesillusioneerde komiek, die aan de lopende band politiek twijfelachtige meningen ventileert en menige Franse coryfee de mantel uitveegt. Hij verlaat Isabelle, die fysieke verouderingsverschijnselen vertoont en daardoor haar seksuele aantrekkingskracht verliest, voor de jongere, bloedgeile Esther, werkzaam voor het softpornotijdschrift Hot Vidéo. Als deze relatie stukloopt, zoekt Daniël 1 - op zijn retour - zijn heil bij de sekte van de Elohimieten, die een ongebreideld lichamelijk hedonisme prediken en genetische manipulatie tot heilsleer verheffen. De autobiografische teksten van Daniël1 worden twee eeuwen later becommentarieerd door de haarfijn geprogrammeerde, gevoelloze klonen Daniël 24 en 25, die zich verwonderen over Daniëls 'menselijke' getuigenis. Is de persoon van de komiek niet vooral een handig masker waarachter Michel Houellebecq zichzelf verbergt? "Eigenlijk heb ik geen vermomming nodig om mijn zeg te doen, maar het is waar dat de komiek veel mogelijkheden biedt, dat je er verschillende richtingen mee uitkan. Het is aangenaam om de lezer op het verkeerde been te zetten. Maar in feite zijn alle Daniëls, zowel Daniël 1 als Daniël 2 en 25, afsplitsingen van mezelf. De ene periode ben ik sereen, kalm en duldzaam, het andere moment weer scherp, verbitterd en ongeduldig. Die eigenschappen vind je ook in dit boek terug. In Elementaire deeltjes deed ik hetzelfde met Bruno en Michel, ook daar stopte ik elementen van mezelf in, maar telkens op een ander, vervormd plan." Zoals steeds hult Houellebecq zich gretig in dubbelzinnigheden. Want zijn komiek, zijdelings eveneens geïnspireerd op lolbroek Louis de Funès, is in wezen ook een diep tragisch personage. Wat betekent trouwens het steeds terugkerende beeld van de krijger in de arena? "Een komiek moet het elke avond weer waarmaken, moet elke avond opnieuw mensen aan het lachen brengen. Dat is vreselijk én uiterst moedig. Er komt een moment waarop dat niet meer lukt, wanneer de mensen uitgekeken zijn op je kunstjes." Vreest Houellebecq dat hem als schrijver ooit eenzelfde lot te wachten staat? Er volgt een ijzige stilte, dan toch, met een monkellachje: "Neen, ik zal ervoor zorgen dat het publiek zich aan mij aanpast, dat ze mij blijven lezen." Voorlopig hoeft hij zich daarover nog geen zorgen te maken. Ondanks de soms afgemeten stijl, leest La possibilité d'une île als een volwaardige pageturner (een aantal stroeve, langdradige sciencefictionpassages niet te na gesproken). Kan hij zelf precies inschatten hoe hij zijn lezers kan behagen? Houellebecq knabbelt op de filter van zijn sigaret en heft hautain het hoofd: "Daar ben ik eigenlijk amper mee bezig. Hoewel. Stijl is het allerbelangrijkste, de manier waarop je iets neerschrijft. Ik ben in zekere zin een realist, een realist met romantische trekjes. Ik combineer altijd diverse registers: wetenschap, sociologie, dingen die ik in tijdschriften lees, wetenswaardigheden die ik ergens oppik. Ik neem mijn tijd om dingen uit te zoeken. Ik heb veel gelezen over klonen, over sektes. Ja, ik doe echt mijn best. En ik probeer al die kennis te integreren. Daarom is La possibilité d'une île mijn beste boek tot nu toe, daar ben ik zeker van. Dat merk ik als ik eruit voorlees."

Eigenlijk is Houellebecq onophoudelijk in de weer met het ontmantelen van illusies. De liefde legt er het bijltje bij neer, de ouderdom ondergraaft al onze verlangens, de menselijke soort wordt weggevaagd in een apocalyptisch nucleair visioen. Wie La possibilité d'une île binnentreedt, kan alle hoop laten varen. Waarom wilde hij de anti-utopie tot het extreme doorvoeren? En zou je niet gaan vermoeden dat hij een roeping als maatschappelijk geëngageerd auteur voelt? Houellebecq kijkt besmuikt, bijna betrapt, en is dit keer razendsnel met zijn antwoord: "Dat zie ik niet. Ik heb andere ambities, ik wil niets in beweging zetten, ik wil dat mijn boeken kloppen. Ik registreer en denk er het mijne van. Wat ik schrijf, is helemaal niet zo extreem, het is misschien wel veel nabijer dan we denken. En bovendien: ik heb niet zo veel opinies. Men dicht er mij vaak toe, maar dat is uit gemakzucht." Regelmatig refereert Houellebecq aan Balzac, met wie hij veel op heeft en zelfs al vergeleken is. In zekere zin moet je denken aan Verloren illusies van Balzac, waarin het hoofdpersonage ook elke keer weer tegen de klippen op loopt en alles verliest. "Balzac is veel rijker als observator dan ikzelf. Hij wou alle lagen van de maatschappij doorlichten, terwijl ik mij vooral bezighoudt met de moraal van de middenklasse, van de gemiddelde Europeaan. Verloren illusies is als technische roman heel geslaagd, bien sûr."

Is onbekommerd geluk eigenlijk nog wel mogelijk in zijn mensbeeld? "Het hangt ervan af hoe je omgaat met hoop. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen verwachtingen van het leven. Er is veel zelfbedrog, vergeet dat niet." En hoe zit het met zijn persoonlijk geluk? Kan hijzelf gelukkig zijn? Met intreurige blik kijkt hij me aan, bijna verschrikt als een hertenjong. Met zijn vingers draait hij frenetiek een paar krullen in zijn haar en zegt dan: "Misschien. Voor even. Steeds tijdelijk. Ik was gelukkig toen dit boek afgewerkt was, maar het effect is aan het wegebben." Is geld dan een motief om te schrijven? Deze handelaar in pessimisme is tenslotte voor een recordbedrag van uitgever gewisseld en beheert daarbovenop zelf zijn lucratieve verhaalrechten in Duitsland, waar hij ontzettend goed verkoopt. "Ach", pareert hij de vraag, "ik heb niet veel nodig, ik heb niet zoveel wensen. Ja, misschien ben ik wel snel tevreden." En hoe ziet hij zijn eigen aftakeling? Houellebecq antwoordt wéér half ontwijkend: "Vanaf een bepaald moment gaat het bergaf, zeker, altijd sneller dan je hoopt of vermoedt. Jeugd, schoonheid en kracht is een soort drievuldigheid, zeker voor vrouwen, en als die er niet meer is, tja... dan valt de sterfelijkheid je om de nek, wil je die bestrijden of wil je ervoor vluchten. Terwijl het verlangen er nog is, maar het vaak ook gefrustreerd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar Daniël 1 wanneer hij Esther ontmoet. Zij drukt hem volop met de neus op zijn eigen sterfelijkheid, hij weet dat hij haar zal kwijtraken, ze is te levendig voor hem... Enfin, misschien leef ik lang genoeg om mee te maken dat klonen echt mogelijk wordt, dat zou een redding zijn. Maar zelfmoord vind ik laf. Klonen is een manier om de sterfelijkheid teweer te gaan. Bof, we zullen zien, ik ben ervan overtuigd dat het echt niet lang meer zal duren. "

Klonen en genetische manipulatie, het is al langer de alfa en omega van Houellebecq, maar in La possibilité d'une île wordt genetische manipulatie zowaar tot een eschatologie, tot een cultus, die op termijn alle andere godsdiensten van de kaart zal vegen. De Elohimieten, die synoniem staan voor de bestaande sekte van de Raëlianen, veroveren de wereld. Het is bepaald opmerkelijk hoe coulant Houellebecq is voor deze beweging, waarin hij in het Zwitserse Crans-Montana zelfs geïnitieerd werd. Wat fascineerde hem bij de Raëlianen en waarom is hij zo geporteerd voor deze sekte die er toch wel hoogst twijfelachtige premissen op nahoudt over buitenaardse inmenging en de toekomst van de planeet? Houellebecq lijkt niet opgezet met de teneur van mijn vraag: "Men kan hen maar beter niet onderschatten. Ik heb er bij wijze van research een tijd doorgebracht en heb gemerkt dat het er vol intelligente mensen loopt. Ze zijn heel ruimdenkend, ook niet op geld belust of zo, en hun denkbeelden zijn op maat van onze huidige behoeften gesneden. Wat me intrigeert, is hun visie op sterfelijkheid en het feit dat ze daar een vorm van verzet tegen plegen. Hun plannen om een mens te klonen zijn minder utopisch dan je zou denken. En als je ziet hoe de grote monotheïstische godsdiensten instorten... binnenkort blijft er van de meeste niet meer over dan wat franje, wat esthetiek." Gelooft hij dan echt dat de Raëlianen in het gat zullen springen? Schoorvoetend: "Dat zeg ik niet, maar waarom zouden zij niet evengoed tot een godsdienst kunnen uitgroeien? Et en tout cas, zij voeren een interessanter debat dan het christendom en de islam." Houellebecq hult zich in een rookwolk van stilzwijgen en wordt met de minuut indolenter. Hij buigt zich over naar Clément en pulkt met trage bewegingen wat asse uit diens pels.

Toch wil ik nog weten wat hij vindt van het biografische gedruis dat in september rond hem los is gebarsten. Vier zopas verschenen boeken spitten in de ziel van Houellebecq en vooral Denis Démompion schreef met Houellebecq non autorisé. Enquête sur un phénomène een licht kwaadaardig portret. Wat klopt er van alle aantijgingen over vervalste geboortedata, schuilnamen en de onbetrouwbare trekken die hem worden toegedicht? "Demompion is een nulliteit. Hij wou eerst dat ik zijn manuscript corrigeerde en nalas. Maar dan hoefde het plots niet meer. Hij doet maar, j'en ai marre, het boek staat vol verzinsels." Heimelijk lijkt hij niettemin verguld met alle mystificatie. Op zijn website kun je lezen dat het Houellebecq allemaal toch iets meer raakt dan hij wil toegeven. Daar zet hij een paar puntjes op de i en werkt hij nu aan een autobiografie 'in progress', vaak geschreven tegen de vroege ochtend, zijn favoriete schrijfmoment. "Weet je", zegt Houellebecq, "ik heb veel liever wetenschappelijke aandacht voor mijn werk. Mijn persoon is onbelangrijk."

Ik bedank de uitgeputte schrijver, die na zijn tukje bezorgd vraagt: "Denk dat je er wat mee kan, met wat ik gezegd heb? Excusez moi, mais je suis fatigué, si fatigué..." Ik knik geruststellend. Hij richt zich houterig op, met een immer waterige oogopslag. "The tears of a clo(w)n(e)", neurie ik, als Houellebecq zich ten slotte, met de jeneverfles tegen de flanken gedrukt, naar zijn veilige hotelkamer begeeft.

DIRK LEYMAN

'De Fransen hebben wat moeite met me. Ik ben een verloren zoon. En hun literaire smaak is twijfelachtig. In het buitenland snappen ze mijn boeken veel beter'

'Wat ik schrijf, is helemaal niet zo extreem, het is misschien wel veel nabijer dan we denken. En bovendien: ik heb niet zo veel opinies'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234