Donderdag 12/12/2019

'Ik ben een man van kleine happen. En na een tijd heb je toch een oeuvre'

INTERVIEW. Hij is de grootmeester van het verhaal op de vierkante centimeter. A.L. Snijders blijft maar furore maken met zijn Zeer Korte Verhalen. Op bezoek bij een praatgrage einzelgänger, verschanst in de Nederlandse Achterhoek. 'Literatuur is een leugen. Maar verder ben ik heel betrouwbaar.'

"Je komt in een verhaal van me", zegt A.L. Snijders me op het perron. Nauwelijks heb ik voet aan de grond gezet in het station van Zutphen of ik ben al een onderwerp. Zo gaat dat bij de 78-jarige Snijders. Alles wat hem van pas komt, accapareert hij om er een Zeer Kort Verhaal (ZKV) van te maken. Een genre waarvan hij zowel de bedenker als de behoeder is. Merkwaardige handpalmverhalen zijn het, aaibaar en tegendraads, vol manteltjes van ironie. Wekelijks stuurt hij er minstens drie de wereld in via radio en krant, en ze doen het ook uitstekend op de podia.

Met vaste hand dirigeert de rijzige A.L. Snijders me naar zijn Volkswagen-busje. Door de Gelderse natuurweelde rijden we naar zijn boerderij in de buurtschap Klein Dochteren, ver van de bewoonde wereld. "Ik ben een transseksueel van stad naar platteland", oppert de man die Amsterdam ontvluchtte en in 1971 in de Achterhoek strandde met zijn vijf kinderen ("en nog een heleboel aanloopkinderen").

Aan de passagierszijde hangt een ijzerdraad, met daaraan een plastic bekertje met verfrommelde theezakjes. Op het dashboard wemelt het van zonne- en andere brillen. Intussen draait Snijders een kraantje open. Een weldadig kraantje is het, boordevol spraakwater. Want de koning van het kleinschalige schrijven, in 2010 bekroond met de prestigieuze Constantijn Huijgens-oeuvreprijs, staat bekend als een praatvaar. Net als Gerard Reve is Snijders tuk op nutteloze uitweidingen en het Zinloze Feit.

Zijn geest is als een wenteltrap zonder einde. De ex-leraar Nederlands bezit bovendien een onovertroffen didactisch talent. Verbaasd kijk ik naar de fraaie bospartijen die als toneelattributen lijken opgesteld. "Dat is een coulisselandschap", weet Snijders. Achter het stuur onderhoudt hij me over het belastbare inkomen van Herman Brusselmans ("goh, die man is rijk"). En aan zijn huis wijst hij naar 's dochters vintage Citroën CX, die hier overwintert om in Amsterdam geen parkeergeld te hoeven betalen.

Voortdurend is Snijders bezig de werkelijkheid op heterdaad te betrappen - op een anomalie, op een bijzonderheid, op schoonheid en verval. Munitie voor een volgend ZKV. Niets ontgaat zijn goedmoedige, vorsende blik, verscholen achter de indrukwekkendste laaghangende wenkbrauwen die ik ooit zag en die zich als rolluiken over zijn ogen draperen.

Miniatuurschilder

Snijders een laatbloeier noemen, is een understatement voor een auteur die pas tegen zijn zestigste echt uit de coulissen trad met columnbundels als De taal is een hond of ZKV-verzamelingen als Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk en Een handige dromer. "Alles is vanzelf gegaan", benadrukt hij aan tafel, waar zijn echtgenote - aangesproken met de letter Y - een schaal met zandkoekjes en bokkenpootjes heeft gepositioneerd.

"Mijn leven is een raar leven voor een schrijver. Hoe moet een schrijversleven eruitzien? Je moet op je twintigste een roman publiceren van het kaliber De avonden, en dat vormt dan het ankerpunt. Ik ben zo'n beetje begonnen aan het einde van mijn leven. Ik zat als leraar in de wereld van de literatuur, ik las veel maar schreef niet. Nu beschouw ik mezelf toch vooral als een broodschrijver. Ik vind het eervol. Ik verdien eerlijk geld met de ZKV's en de andere korte stukken."

"De meester van het eenharig penseel", zo omschrijft zijn vriend Tommy Wieringa A.L. Snijders. Maar evengoed kun je zeggen dat Snijders met nét veel verfborstels op de vierkante centimeter werkt. Hij propt hopen gedachtesprongen en thema's in één miniem verhaal. "Tommy bedoelt dat ik een miniatuurschilder ben, een man van de kleine oppervlakte", denkt Snijders, die het hele gesprek lang een beige regenjasje draagt. "Maar jij vindt het tegendeel? Nou, dat mag... Het lukt bijna vanzelf om diverse gebeurtenissen samen te brengen, als in een collage."

Toch, bekent Snijders, is het schrijven van een Zeer Kort Verhaal steeds vaker een beproeving. "Vooral voor de stukjes op de radio ben ik een deadlinewerker. Het neemt rare vormen aan. Met het neerschrijven zelf heb ik geen grote moeite, wel met het onderwerp. Ik ben heel zenuwachtig, heb dan een erg naar gevoel in mijn maag. Ik zit te mieren met mezelf. Maar als ik het onderwerp beet heb, dan valt negentig procent van de ellende van me af. Toch laat ik het expres lopen tot dicht bij de deadline, zodat ik echt voort moet maken om het af te krijgen."

Volgt een bevlogen exposé over hoe hij, bladerend in het tijdschrift Raster op zoek naar een onderwerp, van alles in de centrifuge gooit: de zin 'het Winchestergeweer staat klaar' van dichter Habakuk De Balker, een exposé over nuttige poëzie van Bianca Stigter ("de dochter van K. Schippers") en de slogan van een houthandel langs het spoor in Amsterdam: "'De mooiste bomen uit het bos vind je als hout bij Jongevos.' Hup, het moet er allemaal in!"

De schrijver kijkt guitig als een betrapte schooljongen. Hij praat gretig over het metier. "En dan staat het vaak in één keer op papier en verander ik niks meer. Maar als ik eens een stuk op voorhand maak, zit ik er steeds verder aan te morrelen." Weer schiet er Snijders iets voor de geest, alsof hij een injectie heeft gekregen. "Het gaat in wezen allemaal om smaak", zegt hij stellig. "Ooit had ik een geweldige lerares Nederlands, juffrouw Van Erp. Die huldigde het standpunt dat in een goed boek alles precies op zijn plaats stond. Je kon er geen woord meer aan veranderen. Ik denk volstrekt het tegendeel. Tijdens het schrijven is alles heel momentaan. Ik zie later almaar nieuwe mogelijkheden en dingen die ik wil herroepen. Dat doe ik door thema's in volgende stukjes opnieuw op te nemen."

Publieke figuur

Toch bevatten zijn dagbladstukken (gebundeld in Heimelijke vreugde I en II) nauwgezette taalinstructies, in brieven gericht aan de hoofdredacteur. Dat is de leraar Nederlands in hem (eerst in Amsterdam en later bij een politieschool) die op de loer blijft liggen. Maar Snijders is ook een vat vol tegenstellingen, zijn verhalen zitten "vol onverenigbare meningen", zoals recensente Marleen Nagtegaal het eens schreef in Tzum. "Je zou bijna denken (...): maak nu eens een punt. Dat is juist waarom het werk van A.L. Snijders boeit: punten maakt hij voortdurend en nooit."

Daar gaat hij prat op. Ook in het dagelijkse leven is Snijders een windhaantje, bekent hij. "Dat maakt me thuis vaak tot mikpunt van spot. In theoretisch kankeren ben ik heel bedreven. Zo zie ik Herman Brusselmans op tv vertellen dat hij zo goed kan beffen. En dat is scandaleux, want er zitten ook dames aan tafel. En iedereen lacht zich rot. Zijn succes met die ongein irriteert me. Dus ga ik hardop lullige dingen zeggen over Brusselmans. Tot ik samen met hem moet optreden in Rotterdam. Ook daar weer: een zaal vol meisjes die alleen voor hem komen, hij mag twee keer optreden en de anderen - waaronder ik - slechts één keer. Mijn wrok cumuleert, ik vind Brusselmans een ontzettende klootzak. En dan ontmoet ik Brusselmans en meteen denk ik: wat een ontzettend aardige man! Zo is het al honderdmaal gebeurd. Onbespied vind ik mensen geweldige eikels. Maar als ik ze ontmoet, vind ik ze prachtig. Mijn mening kan snel omslaan."

Deskundig gekweekte vooroordelen ombuigen en open en bloot van mening veranderen, men neemt het hem niet altijd in dank af. "Sommige mensen vinden dat maar niks. Van zo'n man mag je niets geloven, zeggen ze. Maar in het dagelijkse leven ben ik helemaal niet onbetrouwbaar. Ik ben zelfs een beetje saai, ik hou me aan mijn woord. Literatuur is een leugen, dat natuurlijk wel (lacht)."

Dat Snijders ooit zo'n lezerswaardering te beurt zou vallen, had hij nooit durven te dromen. "Die Constantijn Huijgens-prijs, daar denk ik nog elke dag met verbazing aan. Ik wist eerst niet eens wat het voorstelde. Tot ik de erelijst bekeek. Wie staan daar niet allemaal op? Simon Vestdijk en Willem Elsschot, dat soort mensen! En ik stond daar tussen. Elsschot is een van mijn helden. Dat zijn dochter pas op school ontdekte dat haar vader schrijver was, dat is toch prachtig?"

De Huijgens-prijs heeft Snijders niet verlamd, integendeel. Het bracht hem bekendheid en gesmaakte televisieoptredens bij Matthijs van Nieuwkerk. Een publieke figuur zijn kost hem geen centje moeite. "Ik vind dat helemaal niet lastig. Schrijver Jaap Scholten - ooit even een schoonzoon van me - wordt weleens uitgenodigd voor een voorgesprek bij De wereld draait door. Maar omdat hij te aarzelend is, nemen ze hem nooit. Je moet natuurlijk wel voor amusement kunnen zorgen. Zorg dat je de lollige jongen bent of wat controverse veroorzaakt, dan nemen ze je sneller. En zeggen dat je goed kunt beffen voor 2 miljoen mensen - waar of niet - is ook prima natuurlijk (grinnikt)."

Brieven schrijven

Maar hoe is het nu precies gelopen met dat rare schrijverschap van hem? Snijders wil het nog wel een keer vertellen. "Ik heb altijd wel geschreven maar nooit gepubliceerd. Er was een groot opkijken naar de literatuur, ik zat er als leraar middenin. Toch nam ik nooit initiatief naar de uitgeverswereld of stuurde ik iets op naar een tijdschrift."

Is het dan vanzelf gekomen? Ja en neen. Al op jonge leeftijd was Snijders - pseudoniem van Peter Müller - een ijverig brievenschrijver. "Die brieven stuurde ik rond aan familie en vrienden. Je moet weten: we hebben een atheïstische afdeling in onze familie, mijn vader en grootvader zijn altijd atheïsten geweest - arbeiders in de bouw, stukadoors, metselaars, timmerlui en lassers. Allemaal anarchisten en sociaaldemocraten. Bij elke familiebijeenkomst en verjaardag was er ruzie. Politieke ruzie. Maar van mijn moederskant waren ze katholiek en schatrijk. Mijn neefjes gingen naar een roomse kostschool. En ik schreef die jongens brieven. Zo is het begonnen, zo had ik de smaak te pakken. Vervolgens schreef ik aan iederéén brieven.

"En toen liet iemand zo'n exemplaar lezen aan Jan Vrijman van Het Parool, die een vaste plaats had op de voorpagina. En hij zei tegen zijn hoofdredacteur: 'Die man moeten we hebben.' Zo ging het, ja. Maar na twee jaar was er een nieuwe hoofdredacteur en moest de boel op de schop. Gelukkig was ik toen al een beetje bekend als columnist en verkaste ik naar een andere krant."

De brieventraditie doet denken aan Gerard Reve en ook aan geestverwant en korteverhalenschrijver Lodewijk Henri Wiener. "Het mooie aan brieven is dat je veel ongelijksoortigs kunt samenbrengen en verschillende registers bespelen, met grote spontaniteit. En toen kwam uitgever Thomas Rap langs, las mijn stukjes en vroeg me of ik er een boek van wilde maken."

Cosmetica

A.L. Snijders is nog in andere opzichten een unicum in de literaire wereld, die tegenwoordig bol staat van de transfers, een voetballiga waardig. Voor al zijn boeken bleef Snijders rotsvast onder dak bij twee dezelfde uitgevers: Thomas Rap en de kleine regionale uitgever Afdh. En daar komt niet meteen verandering in. "Waarom? Oh, gewoon uit fatsoen. Vergeet niet dat de mensen van Afdh een uitgeverij hebben opgericht om mij uit te geven. Op een dag werd ik opgebeld door journalist Paul Abels. Hij zei: 'Die ZKV's van jou, die wil ik uitbrengen.' En ik vroeg: 'Ben je dan uitgever?' En hij zei: 'Nee, maar dat ga ik nu worden.' En toen zei ik: 'Oké.' Ik stond buiten met de telefoon (wijst), ja, daar, aan het hekje. Diezelfde dag belde er ook een grote uitgeverij op, een dame van Atlas Contact. Zij meldde: 'Wij willen jouw ZKV's uitgeven.' Ik antwoordde: 'Godverdomme, die heb ik een paar uur geleden aan iemand anders gegeven.'

"Veel mensen vinden het raar, dat uitgeversgedrag van mij. De enen prijzen me: 'Wat fatsoenlijk van je dat je bij zo'n kleine uitgever blijft!' Anderen zeggen: 'Je bent volkomen gek, je hebt een grote uitgever nodig en een betere distributie.' Kan zijn. Maar ik zou het echt heel naar vinden om weg te gaan bij Afdh. Toch heb je tegenwoordig zo veel rücksichtsloze auteurs, die lopen in een oogwenk van de ene naar de andere uitgever. Ook mijn vriend Tommy is zo."

Snijders vertelt nog iets bijzonders over het uitgeversvak, de zoveelste anekdote die aantoont dat alles hem zomaar komt aanwaaien. "Wist je dat de Amerikaanse korteverhalenschrijfster Lydia Davis Nederlands is gaan leren om mij te kunnen vertalen? Davis was een keer in Nederland en vroeg aan haar redacteur bij Atlas Contact of die korteverhalenschrijvers kende met ongeveer hetzelfde profiel als zijzelf. 'Je moet bij Snijders zijn', zei die. Nadat ze mijn boeken met het woordenboek in de hand had doorgeploegd, was ze zo enthousiast dat ze volop Nederlands is gaan leren. Nu is ze serieus bezig aan een boek met vertalingen van mijn ZKV's, dat dit najaar in de Verenigde Staten moet verschijnen. En L.H. Wiener helpt haar bij het idioom en de verwijzingen naar Nederlandse toestanden."

Toch betwijfelt A.L. Snijders of het korte verhaal echt hoger op de literaire ladder aan het klimmen is. Nochtans stelde hij vorig jaar zelf een gesmaakte bloemlezing samen voor de leesbevorderingsactie Nederland Leest. "Nou ja, er zijn tegenwoordig meer initiatieven, zoals de J.M.A. Biesheuvelprijs en de Week van het Korte Verhaal. En er is dat meisje uit Vlaanderen - hoe heet ze ook alweer, o ja, Annelies Verbeke - die zich samen met Sanneke van Hassel kranig voor het korte verhaal inzet. Maar zet dat veel zoden aan de dijk? Het behoudt toch vooral iets cosmetisch.

"Kijk eens naar Amerika, daar ligt het helemaal anders. Schrijvers als Raymond Carver of Lydia Davis worden er enorm op handen gedragen. Het moderne korte verhaal is er als het ware uitgevonden, even abstractie gemaakt van Anton Tsjechov of Guy De Maupassant. En bij ons? Nu neemt de Libris Literatuurprijs tegenwoordig zelfs geen korte verhalen meer in aanmerking. En zie wat de betreurde D. Hooijer destijds overkwam toen ze de Libris kreeg voor haar verhalenbundel Sleur is een roofdier. Haar uitgever Van Oorschot drukte meteen duizenden boeken bij. Vervolgens werden er nauwelijks van verkocht. Dat is zo geheimzinnig! Korteverhalenauteurs verkopen slechts als ze er ook een roman bij schrijven."

Snijders heeft nooit een roman gepubliceerd, hij bleef het korte genre hondstrouw. Het deert hem niet - of hij doet alsof, met die eeuwige mengeling van schalksheid en sérieux: "Er gaat ontzettend veel tijd zitten in een roman. Ik kan het ook niet. Ik verlies het overzicht en heb te weinig geduld. Met die ZKV's ben ik gewoon sneller klaar (lacht). Zo kan ik veel meer tijd aan mijn gezin en vrouw schenken. Ooit las ik in een dikke roman de opdracht: 'Voor Lucy, in dankbaarheid, dat zij mij heeft moeten missen.' Welja, zeg. Dat betekent dus dat die man in het meest catastrofale geval kantoorbediende was en 's avonds die roman moest schrijven. Dan heeft zijn vrouw hem nooit gezien. Dat wil ik niet. Ik ben de man van de kleine happen. En na een tijd heb je toch een oeuvre."

Snijders hamert er graag op: "Ik zou niet zomaar het leven van een echte schrijver willen leiden." Maar wanneer zijn vrouw hem aanmaant zelfgebakken broodjes te serveren en er een royaal bord charcuterie op tafel verschijnt, relativeert hij zijn eigen tegendraadsheid. "De échte schrijver bestaat niet", zegt hij, terwijl hij een rosbiefsnede met veel zout besprenkelt. "Ze zijn zo divers als het hele leven. Ik bedoel daarmee dat ik met een schuin oog naar de literaire wereld kijk. Die afstand breekt me weleens op. Zo pleegde ik voor vijf verschillende kranten columns, en dat liep altijd uit op een ontslag. Het was zogezegd nooit persoonlijk. Dan was er geen geld meer of kwamen er nieuwe hoofdredacteurs en nieuwe bezems. Maar toen ik tegenover andere medewerkers werd afgewogen, gebruikten ze vaak het argument dat ik me nooit op de redactie liet zien."

Het hoort bij hem, de zijlijn van de literatuur, zegt hij. Het feit dat hij hier woont, in de Achterhoek, versterkt dat outsiderschap. "Toch ben ik geen kluizenaar. Misschien heb ik minder zicht op de kleine weetjes, maar ik volg wel alles. Maar anderzijds: hoe kun je in Nederland spreken van afstand? Iedereen kan in één dag van de provincie naar de Randstad rijden en 's avonds weer terug zijn. In anderhalf uur sta ik op de Dam. Zo'n klein landje hebben we. Dat heeft Gerard Reve ooit geniaal getypeerd. 'De Nederlandse literatuur kan niets voorstellen', schreef hij. 'Ze is als een meisje dat van huis wegloopt en daar spijt van krijgt. Bij de grens leent ze van iedereen een paar tientjes en is ze voor het avondeten weer thuis.' Meesterlijk, vind je niet? Dat 'tientje' staat symbool voor die kneuterigheid. En grote cultuur ontstaat pas in landen waar je 's avonds nooit meer op tijd thuis kunt zijn."

Er zit een vinnige, polemische ondertoon in sommige Snijders-teksten, maar zijn kwaadheid zakt snel weg en wordt vervolgens oversaust met milde ironie. Neem nu de Nederlandse politiek, een terugkerend thema voor deze zelfverklaarde sociaaldemocraat. "Die politiek vind ik zo afschuwelijk en tegelijk zo onontkoombaar", briest hij. "Het is ook soms verschrikkelijk kinderachtig. Maar wat me verbaast, is dat Nederlanders niets meer kunnen relativeren. Je merkt dat het wantrouwen tegen asielzoekers op het platteland veel groter is dan in de stad. Opstanden aan de asielzoekerscentra krijg je vooral in de kleine plaatsen. Daar is er een koekoekseenzang, iedereen huilt maar mee.

"In Amsterdam had je dit weekend een Pegida-demonstratie, maar daar was wel een tegenbetoging. Of de samenleving polariseert? Wilders is alvast een veel grotere smeerlap dan Dewinter bij jullie. De PVV is niet eens een partij, dat is een eenmansgedoe, iedereen die hem tegenspreekt, wordt eruit gegooid. Toch wordt de essentie niet door ruzie aangetast. Wilders blijft aan de zijkant en is toch de grootste partij in de polls."

Zorgen

"Of ik bang ben? Nee, maar mijn vrouw wel. En dat heeft een effect op mij. Toch heb je het not in my backyard-syndroom ook bij de natuur. Neem nu de windmolens. We zijn allemaal voorstander van dit type energie. Maar we kijken er wel liever niet op. Dat is geen hypocrisie. Je ontdekt van jezelf dat je die molens zo ontzettend lelijk vindt en merkt dat ze altijd maar geluid maken en de vogels erdoor doodgeslagen worden. Hoe raak je daar uit? Ik weet het niet. Zelf heb ik ooit olie in de grond laten lopen, uit onbenulligheid, door een gat, omdat ik dacht dat het geen kwaad kon. Dat is een misdaad nu! Er is een eeuwig spanningsveld tussen natuur en de mens. Het is één en al strijd."

De namiddag vouwt zich dicht. De wolkenluchten krijgen donkerder tinten en gaan sneller ruimen. Snijders wordt minder praatlustig. Bijna op afroep doorbreken zijn twee dwergpapegaaien snerpend de langere stiltes tussen vraag en antwoord.

Ik vraag hem hoe hij de toekomst ziet. Voor het eerst trekt er iets zorgelijks over zijn gezicht, worden de rimpelfronsen gekerfder. Ooit was hij er trots op dat het leven zich zomaar aandiende. "Ik ben volstrekt ambitieloos, mijn hele leven al. Nooit of te nimmer heb ik iets gepland of denk ik aan morgen. Door niks te doen, is alles gebeurd", liet hij zich ooit ontvallen in de Volkskrant.

"Ja, dat is nog allemaal volstrekt waar", knikt Snijders. "Maar toch is er iets veranderd. Door de ouderdom. Ik ben niet meer zo onbezonnen. Ik had het - heel naïeve - idee dat ik gewoon ongehinderd door zou kunnen gaan. En dan, bam!, dood. Nu ontdek ik dat het een proces is, die aftakeling. Twee jaar geleden is er glaucoom vastgesteld aan mijn linkeroog. Vroeger werd je daar blind van. Nu kunnen ze ontzettend veel. Ik ben naar een ziekenhuis in Deventer gegaan, waar ze erg goed zijn met oogchirurgie. De arts gaf me druppels tegen de te hoge oogboldruk. Maar een tijdje geleden werd het weer erger, en daarom is het nu ook gelaserd. Soms maak ik me zorgen. Dus heb ik nu nog maar één plan: dat alles bij het oude blijft. Weet je, ik heb die ogen gewoon hard nodig."

Voor ik weer het VW-busje in stap en Snijders me naar het station brengt, frommelt zijn vrouw nog wat mondvoorraad en een flesje appelsap in mijn tas, "voor de lange terugweg". De ochtend erna floept het beloofde ZKV de mailbox binnen.

---

Het werk van A.L. Snijders verschijnt bij Thomas Rap en Afdh Uitgevers. Zijn recentste boek is De libelleman. Wie graag op de Graslijst staat en dagelijks een ZKV van Snijders wil ontvangen, kan zich aanmelden bij Afdh Uitgevers, www.afdh.nl.

De Week van het Korte Verhaal loopt van 14 t/m 21 februari, zie www.weekvanhetkorteverhaal.nl, met talloze activiteiten. In Gent is er het festival Kort! in de Cultuurkapel op 18 februari, met onder meer Kira Wuck, Frederik Willem Daem, Maartje Wortel, Rob van Essen en L.H. Wiener, zie www.limerick.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234