Dinsdag 26/01/2021

'Ik ben een bouwvakker. Elk woord is een baksteen'

Ooit werd ze omhelsd als feministisch boegbeeld en vernieuwend Surinaamse schrijfster. Nu leidt Astrid Roemer (69) een solitair en zwervend bestaan, op de vlucht voor haar angsten. Morgen krijgt ze voor haar oeuvre de P.C. Hooft-prijs. Profiel van een weerbarstig iemand.

Verbazing en onbegrip, dat borrelde bij nogal wat literaire waarnemers op toen in december 2015 bekend raakte dat de P.C. Hooft-prijs was toegekend aan de 69-jarige Astrid Roemer. Tien jaar lang viel nauwelijks een teken van leven van de zwarte Surinaamse auteur te vernemen. Je kon haast stellen dat ze was toegetreden tot het aanzwellende gild van vergeten schrijvers. Na publicatie van haar memoires Zolang ik leef ben ik niet dood (2004) had Roemer zelfs geen uitgever meer. Op een kleine poëtische bibliofiele uitgave (125 exemplaren) in 2012 na bleef het ijselijk stil. Ooit werd zij "een literaire vulkaan" genoemd. Nu leek Roemer voorgoed uitgedoofd.

Toch viel haar plots deze fameuze onderscheiding te beurt. De P.C. Hooft-prijs is na de Prijs der Nederlandse Letteren immers de belangrijkste oeuvrebekroning die een Nederlandse auteur kan ontvangen, goed voor 60.000 euro. Paste Roemers envergure wel in het rijtje illustere winnaars voor het genre verhalend proza zoals A.F.Th. van der Heijden, Charlotte Mutsaers, J.M.A. Biesheuvel of Cees Nooteboom? En had de prijs niet eerder naar Arnon Grunberg, P.F. Thomése, Maarten 't Hart, Margriet de Moor of vooral Jeroen Brouwers moeten gaan? Was er sprake van "een troostprijs van de diversiteit", zoals her en der vilein werd geopperd?

Wensdenken

Vooral publicist, criticus en invloedrijke stem Onno Blom liet luid gemor opklinken. In de TROS-Nieuwsshow stelde hij zonder verpinken dat de bekroning "politiek" geïnspireerd was. "Ze willen aandacht hebben voor Suriname, de Caraïbische gebiedsdelen, literatuur over de grenzen. Ze hebben een politieke beslissing genomen." Want haalde Roemer werkelijk het niveau van bijvoorbeeld haar landgenoten wijlen Tip Marugg of Frank Martinus Arion?

Ook Jeroen Vullings, redacteur bij Vrij Nederland, trad Blom in de uitzending grotendeels bij: "Het heeft iets van een ideologische bekroning, met maatschappelijk wensdenken heeft het te maken." In Vrij Nederland voegde hij toe: "We mogen toch wel iets afleiden uit het feit dat haar werk niet meer leverbaar is." Al liet Vullings ook uitdrukkelijk zijn waardering blijken voor "Roemers geëngageerde werk", "de vele romans en toneelstukken waaruit haar onlosmakelijke betrokkenheid met haar geboorteland (...) spreekt", als "chroniqueur van het verloederde, ontwrichte Suriname. (...)".

Precies zoals de P.C. Hooft-jury haar vanwege "haar literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname", "een geschiedenis die voor velen in Nederland nog tamelijk onbekend is, buiten de steekwoorden 'slavernij' en 'Decembermoorden'." Volgens het juryrapport zijn haar romans "scherpe en relevante interventies in het publieke debat'', waarin "politiek engagement en literair experiment" hand in hand gaan. Maar dan wél tussen de jaren 70 en 90.

De schrijfster zelf reageerde pas onlangs uitgebreider in Trouw op haar bekroning en stelde klip-en-klaar: "De prijs heb ik niet gekregen omdat ik daar geboren ben of omdat ik zwart ben. Die prijs is puur en alleen vanwege mijn werk." En ze voegde eraan toe: "Zo'n prijs is een acceptatie van wat ik doe en ben. Het is troostend." Roemer droeg de prijs op aan Nederlandstalige collega-auteurs uit het Caraïbische gebied met wie ze zich verwant voelt, auteurs "die het zeer moeilijk hadden, zoals Bea Vianen, Edgar Cairo, Anil Ramdas en Frank Martinus Arion". Over hen zei ze: "Edgar is doodgegaan, Anil is doodgegaan, Bea is geestelijk doodgegaan, ze moeten mij met rust laten, verdorie."

Maar waarom strandde het ooit zo invloedrijke boegbeeld van de Surinaamse literatuur na eenzame omzwervingen uiteindelijk in een Gents klooster en hotelkamers, waar ze zich als het ware oplost in haar schrijverschap? Roemer werd geboren in Paramaribo op 27 april 1947. Al op jonge leeftijd ontwikkelde ze een sterke poëtische drang en koesterde ze een uitgesproken anti-autoritaire instelling.

Op haar 19de verhuisde Roemer naar Nederland, om al snel naar Suriname terug te keren. Ze ging er aan de slag als onderwijzeres. Maar toen ze weigerde met haar leerlingen Sinterklaas te vieren in aanwezigheid van Zwarte Piet, wenkte het ontslag. Ze keerde terug naar Nederland en ging later als vrijwillige balling nog een paar keer heen en weer. Haar emigrantenschap én buitenstaanderspositie voedden mede haar schrijverschap vol metaforen omtrent bloed, aarde en vrouwelijkheid. "In haar oeuvre klinkt de stem van een vrouw die zich fysiek en mentaal ontworteld weet", noteerde Annemarié van Niekerk onlangs in Trouw.

Seksuele ambiguïteit

In 1970 debuteerde Roemer als dichteres - met weinig succes - via de bundel Sasa: mijn actuele zijn bij de lesbische uitgeverij Furie. Het was voor haar een statement, in een tijdsgewricht waarin lesbische relaties nog dagelijks bevochten moesten worden. Roemer verzette zich "tegen het feit dat het niet mag, tegen alle drogredenen, het wantrouwen, de walging, hoe mensen hun eigen toestanden projecteren op jou omdat je van een vrouw houdt en toegeeft dat je daar een gelukkige en volwaardige relatie mee kunt hebben, daar zal ik strijd tegen blijven voeren. Altijd", fulmineerde ze in 1985 tegen Elly de Waard in Vrij Nederland.

Toch is er vaak gespeculeerd over haar seksuele geaardheid. Roemer was ook jarenlang de minnares van een diplomaat. "Mijn liefde voor of tot vrouwen heeft niks met een eventuele haat jegens mannen te maken", benadrukte ze meermaals. En ze ziet veel seksuele ambiguïteit. Jongeren, zei ze, "zijn aan het loslaten dat hun leven bepaald wordt door wat zich onder de gordel afspeelt. Het is belangrijker wie je vanbinnen bent."

Roemers manifeste ontheemding vond een plek in de roman Neem mij terug, Suriname (1974). Alleen al de titel lijkt een hartenkreet. Ze herschreef hem later tot Nergens ergens ('83). Met de novelle Waarom zou je huilen, mijn lieve, lieve... (1976) schetst Roemer de perikelen van een arme man die zich verheugt over zijn Lotto-winst, tot hij moet vaststellen dat de ratten zijn biljet aan flinters hebben geknaagd.

Pas met haar 'fragmentarische' biografie Over de gekte van een vrouw (1982) vol particulier taalgebruik zal de Surinaamse een breder publiek bereiken. "Lyrisch, rijk aan beelden en symbolen, associatief 'zoals de verhaallijn van een droom' (Alice Walker) is haar proza, waarin een gebarsten identiteit weer vorm krijgt", aldus Arjan Peters in de Volkskrant.

Wervelingen

"Ik ben slechts te vinden in de lichte materie van mijn romans en verhalen, onder andere in de witregels, de constructie, de omvang, de wervelingen, het ritme en de beeldspraak", schrijft ze in haar pas verschenen dagboek Liefde in tijden van gebrek (2016). Lichte materie kun je het drieluik Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde ('97) en Was getekend ('98) nochtans bezwaarlijk noemen, want Roemer had enige aanleg voor pedante ondoorgrondelijkheid. Het is deze complexe trilogie die haar in extremis de P.C. Hooft-prijs opleverde. "In de vuilnishopen van de slavernij, het kolonialisme en de moderne tijd heb ik gezocht naar niet-afbreekbare resten om mijn authenticiteit als Surinaams-Nederlandse vrouw opnieuw te beleven", aldus Roemer. Vooral de 'Decembermoorden' in '82 (waarbij vijftien critici van president Desi Bouterse uit hun bed werden gelicht en vermoord) en de wandaden van de dictator tekenden het land.

Het werd angstwekkend stil rond Roemer, die zich als een heremiet van de boze buitenwereld afkeerde. Rondzwervend cultiveerde ze haar solitaire bestaan, in het gezelschap van "haar Perzische kat Steffie, laptop, rugzak en zichzelf". Het was de Surinaamse documentairemaakster Cindy Kerseborn die Roemer weer op het spoor kwam en via omzwervingen langs Den Haag, Edinburgh en het eiland Skye ten slotte lokaliseerde in een Gents klooster. Daar zit ze soms uren stil, zo getuigt ze, "zodat mijn brein de kans [krijgt] om de correlaties die ik heb gelegd in wat ik heb gezien, gehoord, geroken enzovoorts, aan mij te tonen".

Publieksprooi

Maar, zo blijkt pijnlijk uit haar pas verschenen warrige dagboek Liefde in tijden van gebrek (ondertitel Memoires van een thuisloze), Roemer blijkt ook behept met om zich heen grijpende paranoia en slaat wild om zich heen. Ze voelt zich bedreigd door dieven, geliefden, leugenaars én administratieve instanties die identiteitsfraude zouden plegen. Pijnlijk om te lezen hoe ze zich in haar memoires verweert tegenover wie hulp aanbiedt. Arjan Peters sprak in de Volkskrant zelfs van "een oeverloze klaagzang over iedereen die haar zou bestelen en intimideren". Ze noemt zich "een publieksprooi van professionele kwaadaardigheid".

Roemer heeft plannen voor nog twee à drie romans, als haar de tijd is vergund, zeker nadat Mai Spijkers van Prometheus haar een royaal uitgeverscontract aanbood voor oud en nieuw werk. Misschien zal de kracht van de woorden de P.C. Hooft-prijswinnares uit het moeras halen, zoals steeds? Of zoals ze in MO-magazine stelde: "Ik wil de betekenis van woorden als licht en duister telkens weer afpellen. Ik ben een bouwvakker. Elk woord is een baksteen. Ik weeg het, ik kijk ernaar, ik pas en meet en pas als een zin mij bevalt, schrijf ik hem in. Er is de inspiratie, er is de passie. Maar ik berijd de passie en ik heb de teugels stevig in handen. Want ik weet dat taal gevaarlijk kan zijn."

Astrid Roemer, Liefde in tijden van gebrek - Memoires van een thuisloze, Prometheus, 340 p., 24,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234