Woensdag 21/10/2020

'Ik ben een beter mens geworden' Het afscheid van Bill Clinton

Na al zijn problemen scoort Bill Clinton een verrassende 57 procent in een populariteitstest; dat is het hoogste cijfer dat naoorlogse president in zijn laatste jaar kon voorleggen. Na acht jaar als president van de Verenigde Staten praat Clinton onverbloemd over zijn successen, zijn mislukkingen en de verbeten politieke strijd die hem heeft getekend. 'Wat mij is overkomen, was waarschijnlijk slecht voor Amerika en voor ons systeem, maar voor mij persoonlijk was het een goede zaak.'

Harold Evans / Foto Elliot Erwitt/Magnum

Toen president Clinton in oktober de staat Florida bezocht, leken de goden hem weinig gunstig gezind. Het Midden-Oosten stond op springen, het eindrapport over de Whitewater-affaire lag klaar en in Miami regende het pijpenstelen. De agenten van de Secret Service, zo nat dat hun holsters door hun kleren heen te zien waren, bibberden en dampten terwijl de president zich onvervaard van de ene speech naar de andere haastte om geld voor Hillary's campagne in te zamelen. 's Middags, op de terugweg naar de luchthaven, liet het reizende perskorps zijn cynisme voor één keer varen en bad het voor de leider van de vrije wereld: hij leek immers vastberaden om niet alleen zijn leven maar ook het hunne op het spel te zetten.

De luchthaven was overstroomd en gesloten, maar Clinton liet zich optimistisch door bliksem en mist naar Air Force One rijden. Hoewel een klein kind kon voorspellen dat zijn vliegtuig geen toelating zou krijgen om op te stijgen, zat de president een uur te leviteren voor hij het opgaf en zijn gastheren in de volgende stopplaats, Jupiter, opbelde: "Ik lijk wel behekst", zei hij. "Elke keer dat ik naar Jupiter wil komen, gaat het mis. Vorige keer een spierscheuring, nu dit. Ik was echt graag gekomen." En hij meende het.

De vloek bleef hem die avond achtervolgen. In Coral Gables zat hij in het Biltmore Hotel, drijvend op een grijs moeras, stipt om vijf voor negen klaar om het eerste debat tussen Gore en Bush op de buis te volgen. Tot de kabeltelevisie uitviel. In plaats van Al en George toonden alle televisieschermen van het hotel grijze sneeuw. De presidentiële machinerie schoot onmiddellijk in werking, en Clinton ging bij nacht en ontij op zoek naar een satellietschotel.

Ik had hem op de heenreis in Air Force One geïnterviewd en stond op de lijst voor een tweede gesprek tijdens de terugreis. Toen we die eerste dinsdag van oktober Andrews Air Force Base verlieten, viel het me op dat hij op weg naar het vliegtuig lichtjes hinkte. We hoopten allemaal dat zijn avonturen in het onweer - met als bonus een rondje natte golf op woensdagochtend - zijn tempo zouden vertragen. Maar in Jacksonville verdrongen duizenden mensen zich in een gigantisch, met vlaggen versierd auditorium, liet een zwart koor de halleluja's schallen en steeg het gejuich van de menigte tot een oorverdovend niveau toen de president zijn entree maakte. Hij straalde. Hij sprak ernstig over de staatsschuld en over de farmaceutische bedrijven die "zoals jullie allemaal weten" de bejaarden stroopten. Daarna ging hij nog een halfuurtje handen schudden, opgepept door het geschreeuw. Hij hinkte niet meer. Het publiek was gemengd: mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden, alle rassen en achtergronden. Toen hij de volgende dag aan de universiteit van Princeton een lezing hield over het progressivisme in de Amerikaanse geschiedenis, was de reactie even enthousiast. Studenten en professoren schreeuwden zich hees.

De cijfers liegen er niet om. Normaal daalt de populariteit van een president in zijn laatste jaar, maar zelfs na al zijn problemen scoort Clinton een verrassende 57 procent, het hoogste cijfer van alle presidenten na de Tweede Wereldoorlog.

In het vliegtuig terug naar Washington vroeg ik hem om met de nodige afstand terug te kijken op zijn acht stormachtige jaren als president: de economische bloei, de afzettingsprocedure in de Monica Lewinsky-affaire, de confrontatie met Newt Gingrich, de beslissing om in Kosovo in te grijpen. Hij zat vastgeriemd in zijn stoel, kauwde op een sigaar en genoot zichtbaar na van de ontvangst die hij had gekregen. "Ik hou van Florida. De mensen zijn goed voor mij geweest..."

Clintons band met de Amerikanen is instinctief, maar tijdens ons gesprek ontdekte ik hoe hard hij werkt om voeling te hebben met het volk. Toen hij in 1993 zijn intrek nam in het Witte Huis, zorgde hij meteen voor een privé-postcode en nodigde hij vrienden en kennissen van vroeger, uit Arkansas, Georgetown, Oxford en Yale, uit om hem te schrijven - brieven die normaal nooit door de filters van het Witte Huis zouden geraken. Acht jaar lang kreeg hij regelmatig post van een honderdtal correspondenten: een onderwijzer, een gehandicapte Vietnam-veteraan, een 'soccer mum', een gezin met een zoon die aan kanker leed, een studievriend uit het zuiden die Republikein en zakenman was geworden, een nederige programmeur in de ingewanden van het Pentagon... Bill Clinton: "Zij hebben mij verankerd."

Is uw denken veranderd sinds u 1993 in Washington aankwam?

Clinton: "Ik weet niet of het presidentschap mijn filosofie heeft veranderd, maar het heeft wel bepaalde overtuigingen versterkt. Ten eerste zal ik het Witte Huis met nog meer idealisme verlaten dan toen ik aankwam, in de zin dat ik nog sterker geloof in het vermogen van ons systeem en ons volk om problemen op te lossen of op z'n minst te verbeteren. Ten tweede begrijp ik beter dan vroeger hoe je verandering aanpakt. Toen ik nog gouverneur was, dacht ik dat ik bijna alles kon weten wat ik moest weten. Het terrein was kleiner en we konden sneller manoeuvreren. Als president heb ik dan weer ingrijpender kunnen werken, ook dankzij een groep van erg begaafde mensen in het kabinet en het Witte Huis.

"Ik kon erg goed samenwerken met Bob Rubin, mijn eerste Secretary of Treasury. In januari 1995 waarschuwde hij me dat we de Mexicaanse peso moesten redden, of dat er een financiële crisis zou komen. Uit de peilingen bleek dat de publieke opinie vijf tegen één tegen een reddingsoperatie was. Als het fout liep, zou het ons de verkiezing van 1996 kosten. Maar ik vertrouwde Bob en we deden het - en de Mexicanen betaalden ons zelfs te vroeg terug.

"Ik weet nu beter hoe je in een grote maatschappij een logge bureaucratie in beweging moet brengen. Dat is nodig. Een leider moet communiceren, argumenteren en mensen motiveren, maar hij moet ook intern een systematisch proces hebben waarin iedereen samenwerkt.

"Wat mij ook is opgevallen, is het feit dat je als president eindeloos nieuwsgierig moet zijn. Je hoeft geen genie te zijn, maar je moet intellectueel wakker zijn en openstaan voor nieuwe ideeën. Ik heb mijn best gedaan om te zorgen dat ik niet geïsoleerd raakte. Je moet voortdurend op je hoede zijn voor de inertie van de bureaucratie. Routine is gevaarlijk, wat echter niet betekent dat de conventionele manieren om dingen te doen altijd verkeerd zijn. Als president heb je goede voelhorens nodig. Toen ik hier arriveerde, was ik van plan om alles anders te doen. Het heeft me twee jaar gekost om het juiste evenwicht te vinden, maar daarna zaten we op de juiste koers."

Tijdens uw eedaflegging in 1993 sprak u over het mysterie van de Amerikaanse vernieuwing. Hoe zou u de vernieuwing van de voorbije acht jaar verklaren? In welke mate is ze te danken aan het leiderschap, aan het Congres, aan de bedrijven, of aan de belastingverminderingen onder Reagan?

"Ik weet niet of dat allemaal zo sterk heeft meegespeeld. De belastingverminderingen van Reagan waren belangrijk om het land uit de recessie te halen, zodat de economie tegen 1984 weer goed draaide. Maar ze waren te drastisch, de regering liet de rentevoeten te hoog oplopen, en dat trok het land weer naar omlaag. Na zijn herverkiezing, in 1984, had hij onmiddellijk meer moeten doen om het deficit weg te werken. Hoe langer het duurde, hoe moeilijker het werd. Maar Reagan heeft niet alles verkeerd gedaan. Zijn optreden tegen Libië was correct, net als zijn opening naar Gorbatsjov. We weten nu dat de wapenwedloop weinig te maken heeft gehad met de val van de Sovjet-Unie, maar een deel ervan was noodzakelijk."

Maar hoe verklaart u een economische bloei van acht jaar?

"We hebben erg veel te danken aan de herstructurering van de Amerikaanse bedrijven en industrie in de jaren tachtig. De werknemers zijn productiever geworden en hechten meer belang aan de rentabiliteit op lange termijn van hun bedrijven, die essentieel is voor hun werkzekerheid, hun lonen en hun sociale voordelen. We hebben weinig inflatoire looneisen gehad. Bovendien moet je de informatica enorm veel krediet geven. Die sector vertegenwoordigt ongeveer 8 procent van de werkgelegenheid maar is goed voor 30 procent van onze groei. Ons uitvoerbeleid heeft ook een grote rol gespeeld in het herstel, en op dat vlak verdienen Reagan en Bush eveneens krediet. We hebben allemaal een consequent beleid gevoerd om Amerika economisch te engageren in de rest van de wereld."

En de regering?

"Om te beginnen hebben we een goed economisch beleid gevoerd. We hebben het begrotingstekort verkleind en dan helemaal weggewerkt. We hebben een degelijk sociaal beleid gevoerd, om het land weer te verenigen. Het aantal steuntrekkers is met de helft verminderd, de misdaad is teruggedrongen, we hebben het onderwijs verbeterd. Het hele land heeft gevoeld dat we vooruitgingen. Ik ben altijd optimistisch gebleven, hoe moeilijk het soms ook ging, en ik het geprobeerd die positieve houding door te geven."

Maar wie mag met de eer gaan strijken?

"Dat zullen we nooit weten."

Het blijft dus een mysterie. Zelfs kleine veranderingen kunnen enorme gevolgen hebben.

"Kleinigheden zijn belangrijk. Maar de economie was goed, de mix was goed. Ik ben er eerlijk gezegd tevreden over."

Er zou in de Amerikaanse politiek een trend gegroeid zijn om via het gerecht te bereiken wat politiek niet lukt. De Republikeinen hebben op die manier geprobeerd u aan de kant te zetten toen ze u in de verkiezingen niet konden verslaan. Wat vindt u daarvan?

"Ze zullen het niet zo gauw opnieuw proberen. De hele afzettingsprocedure was een politieke zaak. De Republikeinen raakten er bijna tegen wil en dank in verzeild. Eerst wilden ze niet eens stemmen. Daarna beweerden ze dat ze hun fractieleiders niet in verlegenheid konden brengen. Hun kiezers waren tegen, maar ze moesten de bevelen van de partijleiding volgen.

"Als het Amerikaanse publiek zelfs maar de helft zou weten van wat er gebeurd is, zou de opinie nog veel meer voor ons zijn dan nu het geval is. De Republikeinen gedroegen zich alsof ze gewoon Richard Nixon wilden wreken, alsof het geen enkel belang had wat er in Watergate was gebeurd. Dit land heeft geen georganiseerde linkse pers, en we hebben geen netwerk van talkshows zoals zij. Bovendien hebben de Democraten nog geen establishment in Washington zoals dat van de Republikeinen, die vinden dat zij het recht hebben om te regeren en dat alle middelen geoorloofd zijn om aan de macht te komen.

"Er is hier een ongewone coalitie aan het werk. In 1991 had je in de nationale politieke pers nog mensen die vonden dat ze geen macht hadden als ze niet in een verkiezing mensen konden uitschakelen. De Republikeinen hebben die journalisten voor hun kar gespannen.

"Ik vind het verbazend dat mensen op zo'n manier aan politiek doen, dat ze denken dat anderen kapotmaken een legitieme manier is om een land te leiden. De Republikeinen zijn daarbij de grote schuldigen, maar de Democraten hebben evenmin schone handen. De politieke pers speelt stokebrand: over een schandaal schrijven is gemakkelijker dan analyseren hoe het precies zit met de ziekteverzekering...

"Een van de redenen waarom ik persoonlijk goed kon opschieten met Newt Gingrich (de gewezen Republikeinse fractieleider in het Congres, red.) is dat hij nooit komedie speelde. Onder vier ogen was hij altijd open tegenover mij en Erskine Bowles (Clintons vroegere stafchef, red.). Nadat we hen in 1998 hadden verslagen, belde hij Erskine op. "Ik weet dat het de eerste keer sinds 1822 is dat de partij van de president in het zesde jaar van het presidentschap zetels wint, maar we gaan hem toch afzetten." En toen Erskine vroeg waarom, antwoordde hij: "Omdat we het kunnen."

'Omdat we het kunnen?'

"Dat is wat hij zei. Toen Erskine vroeg of dat niet schijnheilig was, antwoordde Gingrich: "Natuurlijk, maar we doen het en we kunnen het. En als puntje bij paaltje komt, zullen onze mensen doen wat wij zeggen."

En dat was juist.

"Precies. Gingrich zei ook - ik zal het nooit vergeten -: 'Zeventig procent van de mensen is tegen de afzettingsprocedure. We hebben er in de tussentijdse verkiezingen voor betaald, maar tegen 2000 houden de kiezers zich weer met andere dingen bezig en zal het onze kandidaten geen kwaad meer doen. En dus kunnen we er nu mee doorgaan'."

Jefferson zei dat als hij moest kiezen tussen een regering zonder kranten en kranten zonder een regering, hij het tweede zou nemen. Maar later bedacht hij zich.

"(lacht) Dat was nadat hij president was geworden.

Hoe gaat u om met een kwetsende, irriterende roddelpers? Door het allemaal gewoon te negeren?

"Je mag niet veralgemenen. Sommige journalisten hebben leugens geschreven over de afzettingsprocedure, om redenen die niets te maken hadden met het ontdekken van de waarheid. Maar dezelfde televisiezenders en kranten hebben vaak eerlijk verslag uitgebracht over wat ik elke dag voor het Amerikaanse volk probeerde te doen, over de essentie van de problemen. Ze zijn niet over de hele lijn unfair geweest.

"Mijn houding? Ik ben ervan uitgegaan dat ik zo weinig mogelijk tijd aan de afzettingsprocedure zou besteden. Alle intellectuele, fysieke en emotionele energie die ik in die zaak stopte, zou ten koste gaan van het Amerikaanse volk. Ik wist dat het mij allemaal veel schade toebracht. Ik weet ook dat ik mijn tegenstanders munitie heb gegeven, maar niet genoeg om 52 miljoen dollar en zes jaar neponderzoek te rechtvaardigen."

Toch heeft het volledige Opperste Gerechtshof beslist dat een president tijdens zijn ambtstermijn in een burgerlijk proces kan worden vervolgd.

"Dat was een buitengewoon naïeve beslissing, omdat ze een president compleet kwetsbaar maakt. Iedereen kan een valse klacht indienen, de president financieel ruïneren en het onderzoeksproces misbruiken. In mijn geval is dat allemaal gebeurd. Het Opperste Gerechtshof heeft een heel principiële houding gevolgd, zonder rekening te houden met de gang van zaken in de echte wereld.

"Het is jammer dat het huidige Opperste Gerechtshof uitsluitend uit beroepsrechters is samengesteld. Dat is tot op zekere hoogte ook de schuld van de Democraten. We hebben het benoemingsproces zo moeilijk gemaakt en zo sterk gepolitiseerd, dat iemand als Hugo Black, William Douglas of Earl Warren, allemaal mensen die geen achtergrond als rechter hadden, vandaag geen enkele kans zouden maken. Toch zijn mensen die ervaring hebben in het gewone leven vaak de beste rechters. Als in dit Hof iemand had gezeteld die de Amerikaanse politiek, die sinds de jaren zeventig buitengewoon agressief geworden is, aan den lijve had meegemaakt, hadden ze die beslissing misschien niet genomen."

Waarom is de Amerikaanse politiek zo giftig? Iedereen herinnert zich hoeveel vijandigheid Franklin D. Roosevelt uitlokte. Tijdens zijn campagne in 1936 zei hij tijdens een speech in Madison Square Garden: 'Ze haten mij allemaal en ik verwelkom hun haat.'

"Het is dezelfde haat die zich tegen Hillary en mij heeft gekeerd. Amerika heeft een goed georganiseerde en buitengewoon venijnige rechterzijde. Richard Mellon Scalfe heeft die machine voor een groot stuk gefinancierd. Hij heeft indertijd in Arkansas The American Spectator 2,3 miljoen dollar gegeven om mij het vuur aan de schenen te leggen. Veel van die journalisten hadden nauwe banden met de onderzoekscommissies van het Congres en met de bijzondere aanklagers. Na Reagans verkiezing werden ze goede maatjes met het Republikeinse establishment in Washington. Op die manier hebben ze geloofwaardigheid gewonnen bij de ernstige pers, die trouwens dol is op schandaalverhalen. Dat mechanisme heeft wantoestanden mogelijk gemaakt."

En toch werd u herverkozen.

"Je zou dus kunnen denken dat hun tactiek niet heeft gewerkt. Maar ze werkt wel, want ze hebben weer eens 10 procent van de mensen ervan overtuigd dat wij allemaal slecht en corrupt zijn. En ze hebben op z'n minst de voldoening dat ze mij financieel hebben geruïneerd. Maar daar mag ik niet over klagen, dat hoort bij het werk."

Wat zou u zeggen als Chelsea op een mooie dag komt vertellen dat ze in de politiek wil?

"Als ze het echt wilde, zou ik haar aanmoedigen. Maar je moet het echt willen. Toen Hillary, die dertig jaar lang mensen heeft geholpen zonder iets in ruil te vragen, nadacht over haar beslissing, zei ik: "Als je wil opkomen, moet je klaar zijn om te verliezen." Ik heb zelf twee campagnes verloren. Je moet kunnen verliezen, en je moet méér willen dan alleen maar dat ambt. Dan moet je jezelf afvragen of je de prijs wil betalen om te winnen, of je bereid bent om keihard te werken en klappen te incasseren. Als Chelsea op al die vragen ja zou kunnen zeggen, zou ik haar steunen."

Bent u anders gaan denken over uw voorgangers, nu u hebt moeten proberen uw waarden te verzoenen met de noodzaak om dingen te realiseren?

"Ik heb meer waardering voor wat andere presidenten hebben gedaan, zeker wanneer ze in moeilijke omstandigheden veel hebben gepresteerd, in tegenstelling tot presidenten die op de steun van het Congres en van de pers konden rekenen. En ik besef nu ook dat presidenten een belangrijke rol kunnen spelen door dingen te verhinderen."

Zoals?

"Eisenhowers afkeer van Joe McCarthy (die in de jaren vijftig op vermeende Amerikaanse communisten joeg, red.). Hij had kordater kunnen zijn, maar hij heeft McCarthy niet aangemoedigd of gelegitimeerd, wat hij als Republikein had kunnen doen."

Toch heeft men Eisenhower verweten dat hij generaal George Marshall niet tegen McCarthy heeft verdedigd.

"Dat had hij moeten doen, ja. Maar waar het om gaat, is dat je zowel een plus als een min kunt zien. John Kennedy krijgt krediet omdat hij de Cubaanse rakettencrisis ontzenuwde. Maar hij verdient ook krediet om wat hij niet heeft gedaan: hij heeft Cuba niet aangevallen. Hij had Castro kunnen bombarderen en Chroesjtsjov had waarschijnlijk geen kernwapens gelanceerd."

Een ander voorbeeld?

"Een van onze belangrijkste prestaties is dat we de revolutie van de Republikeinen onder leiding van Newt Gingrich hebben afgeslagen. In feite ging het om een coalitie van rechtse ideologen en machtige economische belangen die het land een ruk naar rechts wilde geven, de ongelijkheid van de inkomens drastisch wilde vergroten en de federale regering als factor van eenheid wilde ondermijnen. De Republikeinen wilden hun greep op dit land consolideren. Maar we hebben hen verslagen toen ze de overheid trachtten te verlammen en hun budget wilden opleggen. Daarna kwam de afzettingsprocedure. Hun derde poging was de gigantische belastingvermindering van 1999, die dit jaar een verlengstuk heeft gekregen. Als Bush nu wint, zullen ze het misschien opnieuw proberen."

Laten we het even over de rassenverhoudingen hebben. Persoonlijk bent u een voorbeeld van tolerantie, maar hoe kunt u dat institutionaliseren? U had een rapport over de rassenkwestie beloofd.

"De commissie die ik heb aangesteld, heeft een rapport afgeleverd. Misschien schrijf ik er ooit nog een boekje over. Moreel gezag is belangrijk, maar we hebben nu ook voor het eerst een overheidsdienst, het White House Office for One America, dat alle initiatieven van de federale regering, de staten, de plaatselijke overheden en de etnische en godsdienstige gemeenschappen coördineert.

"Het staat buiten kijf dat de integratie toeneemt. Maar het is ook duidelijk dat we diep in ons binnenste allemaal duistere zones hebben, en dat vooroordelen uit de hand kunnen lopen. We hebben in de voorbije jaren veel haatmisdrijven gekend, maar anderzijds is meer dan twee derde van de Amerikaanse bevolking, over de partijgrenzen heen, voorstander van een wetgeving tegen haatmisdrijven. Dat is een goed teken. We hebben geen keuze, het moet beter."

Welke ambities hebt u niet kunnen verwezenlijken? De sociale zekerheid is nog altijd in gevaar...

"Als ik mijn zin had kunnen doen, was er een akkoord gekomen over de sociale zekerheid én waarschijnlijk ook over de ziekteverzekering. Maar zowel bij de Republikeinen als bij de Democraten waren er krachten die mij tegenwerkten. Twee jaar geleden was ik ervan overtuigd dat het op z'n minst met de ziekteverzekering en waarschijnlijk ook met de sociale zekerheid zou lukken. Maar we hebben toch goed werk geleverd: de ziekteverzekering is voor de volgende zevenentwintig jaar gefinancierd. De sociale zekerheid heeft nog geld voor zevenendertig jaar, wat niet genoeg is. Daar is nog werk aan de winkel."

Had u graag meer vooruitgang geboekt in de gezondheidszorg?

"Het aantal mensen zonder ziekteverzekering is gedaald. De bewering van George Bush dat we niets hebben gedaan is nonsens. Er zijn twee domeinen waarop ik graag meer had gepresteerd. Om te beginnen het milieu en de energie. Energiebesparing heeft enorme mogelijkheden, die we nog maar net beginnen aan te boren. Ik denk dat we binnenkort veel meer alternatieve energieën en motoren zullen gebruiken. Ik wilde ook dat ik mijn eigen partij en het land beter had kunnen overtuigen van het nut van meer vrije handel.

"In de strijd tegen de vuurwapens hadden we ook meer kunnen doen. We hebben een ommekeer van de publieke opinie teweeggebracht door in te gaan tegen de National Rifle Association, voor het eerst sinds Lyndon Johnson een wetgeving op het wapenbezit kon invoeren, in de nasleep van de moord op Robert Kennedy. Ze vonden Johnson indertijd een verrader. Mij en Al Gore vinden ze ook verraders. En wat de NRA nog het meest dwarszit, is het feit dat we allebei blank zijn, uit het zuiden komen en als kind hebben gejaagd. Ik begrijp dat, maar ik vind het absurd dat iemand zonder vergunning een handwapen kan kopen. Het is even absurd dat we de technologie bezitten om wapens te vergrendelen, zodat kinderen ze niet kunnen gebruiken, maar dat we die niet verplicht maken. We hebben een verbod op automatische wapens, maar dat wordt omzeild door munitieclips met grote capaciteit te importeren en de wapens te verbouwen. Ik wilde dat we meer hadden kunnen doen. Een grote meerderheid in dit land is voor een strengere wapenwet, maar de leiders van de Republikeinen willen er niet over praten."

Naar verluidt hebt u er ook spijt van dat u de slachting in Rwanda niet hebt kunnen beletten. U hebt geaarzeld om in Bosnië in te grijpen. In Sierra Leone hebt u de Britten de kastanjes uit het vuur laten halen. Maar in Kosovo was u wel kordaat. Door welke principes hebt u zich laten leiden: moralisme of machtsevenwicht?

"Je moet met verscheidene factoren rekening houden. Ten eerste de mate waarin de belangen van Amerika op het spel staan. Ten tweede de aard van het probleem: hoeveel onschuldige mensen zullen sterven? Hoe zal de wereld of de regio eruitzien wanneer het afgelopen is? Ten derde: kun je er iets aan doen? Wat zal het de Verenigde Staten kosten, in termen van mensenlevens en geld? En ten vierde, het multinationale mechanisme: wat doen onze bondgenoten?

"De Britten hebben in Sierra Leone ingegrepen om hun eigen mensen te beschermen. Ze hadden er geen probleem mee om het voortouw te nemen. Maar ik vond dat we een verantwoordelijkheid hadden, en dus hebben we hard gewerkt om Afrikaanse VN-troepen op te leiden en in te zetten, en om logistieke steun te leveren. We hebben hetzelfde gedaan in Oost-Timor, toen de Australiërs en anderen bereid waren om de leiding te nemen. Maar wanneer wij in Kosovo niets hadden gedaan, was er niets gebeurd. Hetzelfde met Bosnië: het heeft mij tweeëneenhalf jaar gekost om een internationale coalitie tot stand te brengen, en uiteindelijk is iedereen pas wakker geschrokken na de gruwelen van Srebrenica. Rwanda was iets anders, dat was een slachting, geen oorlog. Wij en de VN waren letterlijk niet klaar om iets te doen aan een moordpartij van die omvang. Het was in honderd dagen afgelopen. Nu hebben de Verenigde Staten zich veel sterker in Afrika geëngageerd dan ooit voordien, en ik denk niet dat de VN een tweede Rwanda zouden laten gebeuren. Maar je kunt niet elke oorlog tegenhouden.

"Een van de ideeën die ik bij het Pentagon heb aangekaart - maar de generaals waren tegen en ik wilde ze niet dwingen - was de vorming van speciale vredesbrigades. Die militairen zouden een speciale opleiding krijgen en twee keer vrijwilliger zijn: een keer om in het leger te gaan en een keer voor vredesopdrachten. De generaals vonden het geen goed idee omdat het de coherentie van de eenheden zou verstoren. Ik denk dat we in de toekomst moeten proberen de hervorming van het leger te versnellen, om het aan te passen aan de behoeften van de eenentwintigste eeuw."

Wat was uw moeilijkste beslissing als opperbevelhebber?

"Dat is een lastige vraag. Twee zaken waren buitengewoon moeilijk: Bosnië, en beslissen wanneer we Saddam Hoessein wel zouden bombarderen en wanneer niet."

U hebt bombardementen bevolen toen de hoorzittingen van de impeachment zouden beginnen. Toen werd u ervan beschuldigd dat u het scenario van de film Wag The Dog in de praktijk bracht: een oorlog beginnen om de aandacht af te leiden van binnenlandse problemen.

"Als ik niets had gedaan, zouden dezelfde mensen geklaagd hebben dat ik verlamd was en niet langer in staat om de belangen van het land te verdedigen."

Wat gaat u doen wanneer u geen president meer bent?

"Daar heb ik al veel over nagedacht. In onze geschiedenis zijn er slechts twee ex-presidenten die achteraf een openbare rol hebben gespeeld. De eerste was John Quincy, die nog acht keer in het Congres werd verkozen, de tweede Jimmy Carter. Carter heeft zijn prestige gebruikt om te blijven ijveren voor de mensenrechten, voor het toezicht op verkiezingen en democratische processen. Een ex-president moet macht ruilen voor invloed. Hij moet kiezen voor een kleiner aantal dingen die óók belangrijk zijn, en hij moet ervoor zorgen dat hij zijn opvolger niet voor de voeten loopt. Amerika kan maar één president tegelijk hebben. Ik hoop natuurlijk vurig dat Al Gore verkozen wordt, maar of hij het nu wordt of Bush, de volgende president moet de kans krijgen om het land te leiden. Hij moet een goede start kunnen nemen."

Toen president Eisenhower vertrok, waarschuwde hij in zijn afscheidsrede voor het gevaar van het militair-industriële complex voor de democratie. Zou u het Amerikaanse volk ook willen waarschuwen, ongeacht uw opvolger?

"Ik vraag me af of één toespraak wel genoeg zou zijn. Mijn grootste zorg - van de vele - is dat ons systeem zou blijven openstaan voor verandering. We krijgen de vergrijzing van Amerika, de klimaatverandering, een probleem dat het Congres nog altijd niet onder ogen wil zien. Het volk loopt voorop op het systeem, en dat is zorgwekkend. Er zullen altijd gevestigde belangen zijn die het land conservatief willen houden, maar de wereld verandert tegenwoordig zo snel. We moeten beseffen dat we steeds meer afhankelijk zijn van de wereld. We moeten daar iets mee doen. We moeten meer aandacht hebben voor de wereldproblemen.

"Het blijft moeilijk om het Amerikaanse volk bewust te maken van onze wederzijdse afhankelijkheid, onze verantwoordelijkheden tegenover de VN en de handhaving van de wereldvrede, dat soort dingen. De Republikeinen hebben daar geen belangstelling voor. Als we onze invloed en onze waarden willen beschermen, moeten we meer samenwerken. En kijk maar hoeveel moeite het mij heeft gekost om er tegenover een Republikeins Congres voor te zorgen dat wij onze minimale verplichtingen tegenover de Verenigde Naties naleefden. De Republikeinen zijn ronduit gekant tegen een algemeen verbod op kernproeven. Ze willen nog altijd een antiraketsysteem uitbouwen, zelfs als dat alle wapenverdragen opblaast. Die houding is niet consequent met de wereld waarin wij leven."

Bent u ook niet bang voor de toekomst van een antifederaal Opperste Gerechtshof dat meer nationale initiatieven zou afwijzen dan sinds de tijd van Franklin D. Roosevelt?

"We hebben nu een erg conservatief hof. De meeste mensen begrijpen dat het lot van de abortuswetgeving afhangt van de presidentsverkiezingen. Veel minder mensen begrijpen dat de toekomstige benoemingen de antinationale trend kunnen omkeren of in de hand werken. Dit hof heeft zelfs de wet tegen geweld tegenover vrouwen gesaboteerd. Het huidige debat over de macht van de federale regering is in feite de moderne incarnatie van een debat dat zo oud is als de Verenigde Staten zelf. De staten moeten een grote mate van autonomie krijgen - ik ben zelf twaalf jaar gouverneur geweest. Maar zaken die centraal zijn voor de identiteit van de natie moeten nationaal worden beslist."

U leest veel. Welke boeken hebben u beïnvloed?

"Ik lees veel detectives, maar ik hou ook van geschiedenis, van biografieën en boeken over godsdienst. Welke boeken mij hebben beïnvloed, weet ik niet. Sinds ik hier ben, heb ik honderden boeken gelezen, onder meer veel biografieën van presidenten. Verschillende generaties Amerikanen hebben onze natie een nieuwe definitie gegeven. Abraham Lincoln heeft dat gedaan. Garry Wills heeft een prachtig boek geschreven over The Gettysburg Address, waarin hij stelt dat Lincoln de grondwet toen opnieuw geïnterpreteerd heeft, dichter bij de betekenis van de woorden dan bij de feiten zoals ze bestonden in de tijd dat ze werd geschreven. Daarna is het een poos stil geweest, tot Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson de natie opnieuw definieerden. Franklin D. Roosevelt en Truman hebben het nog een keer gedaan, zowel voor ons eigen volk als voor de wereld. En ik heb gevoel dat het nu opnieuw gebeurt. Ik heb altijd de parallellen aangevoeld tussen onze tijd en de overgang van landbouw naar industrie, van een landelijke naar een stedelijke maatschappij, omstreeks de eeuwwende. Daarna kwam de integratie van Amerika in de wereld, de ontwikkeling van een middenklasse en van een sociaal vangnet, in de jaren van Roosevelt en Truman."

Bent u tijdens uw ambt spiritueler geworden?

"Ik denk dat dat bij iedereen gebeurt. Het is zowat elke president overkomen. De ongewone omstandigheden waarin ik heb moeten werken, hebben ertoe bijgedragen. Het klinkt verschrikkelijk en bijna ongelooflijk, maar ik denk dat het voor mij als mens goed is geweest dat ik mijn illusies heb verloren en in het openbaar klappen heb gekregen. Als zoiets je niet verwoest, maakt het een beter mens van je. Je piekert minder over je imago, je denkt meer aan de essentie. Je gaat nadenken over je leven, wat trouwens iets is dat mensen altijd zouden moeten doen.

"Eigenlijk moet ik mijn vijanden bedanken voor wat ze mij hebben geschonken. Ik heb geen façade meer op te houden. Ik kan mij concentreren op wat mijn leven écht is, de dingen waar ik van hou en waar ik om geef, de mensen die belangrijk voor me zijn, de zaken waar ik voor vecht. Ik mag dus niet klagen. Wat mij is overkomen, was waarschijnlijk slecht voor Amerika en voor ons systeem, maar voor mij persoonlijk was het een goede zaak. Nelson Mandela heeft me daarmee geholpen. Hij is een goede vriend en we hebben veel gepraat."

Ook tijdens de afzettingsprocedure?

"De hele tijd. Hij was erg loyaal. Hij is zelfs naar hier gekomen. Toen het Congres hem de gouden medaille schonk, is hij een dag vroeger gekomen om mij tegen de aanvallen te verdedigen. Hij heeft mij geholpen om ermee te leven. Dat zal ik nooit vergeten."

Was zijn advies praktisch of spiritueel?

"Allebei. Als je zijn autobiografie leest, begrijp je dat. Zijn raad kwam er in essentie op neer dat ze je alleen kunnen kapotmaken als je ze er de toelating voor geeft."

Door bitter te worden...

"Niet bitter worden, geen wrok koesteren, gewoon loslaten en verder doen. Dan kun je het aan."

Het is verbazend dat Mandela niet verbitterd is, na wat ze hem hebben aangedaan.

"Ik heb hem gevraagd: haat je hen niet? Hij zei dat hij ze lang had gehaat, tot hij besefte dat ze hem al te veel hadden afgenomen. 'Ze hebben mij fysiek en emotioneel mishandeld. Ik heb mijn kinderen niet zien opgroeien. Ze hebben me van mijn vrouw gescheiden, wat me uiteindelijk mijn huwelijk heeft gekost. Maar toen besefte ik dat ze me alles konden afnemen, behalve mijn geest en mijn hart. En ik besloot dat ik die niet zou afstaan. Dat is wat je moet doen: beslissen wat je wel en niet wil opgeven. Ze hebben je al zoveel afgepakt, geef ze niet meer. Waarom zou je? Niemand kan je verplichten.' Die woorden hebben mij geholpen. Toen heb ik me voorgenomen dat ik elke dag zou opstaan en mijn werk zou doen en het Amerikaanse volk zijn conclusies zou laten trekken. En dat heb ik gedaan."

© Talk

Vertaling: Bart Holsters

'Nelson Mandela heeft mij tegen de aanvallen verdedigd. Hij heeft me geholpen om ermee te leven. Dat zal ik nooit vergeten'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234