Dinsdag 29/09/2020

'Ik ben een adolescent gebleven'

Met de mooie, mysterieuze film Io e Te, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van de Italiaanse schrijver Niccolo Ammaniti, is de bij leven al legendarische cineast Bernardo Bertolucci weer helemaal terug. Zijn vorige film dateert van bijna tien jaar geleden, en het was meer dan dertig jaar geleden dat de maestro nog eens in eigen land en in zijn eigen taal gedraaid had.

De Italiaanse filmmaker Bernardo Bertolucci, die in 1940 in Parma geboren werd, kwam zijn nieuwste film Io e Te zelf voorstellen op het Filmfestival van Rotterdam. In een rolstoel. Zo had hij de film trouwens ook gedraaid. "Als mensen me vragen waarom het bijna tien jaar geleden is dat ik nog een film gemaakt heb, stel ik als wedervraag of ze geïnteresseerd zijn in het verhaal van mijn rug", grijnst de regisseur.

Zijn gevoel voor humor én het zichtbare plezier waarmee hij over zijn en andere films praat, zijn in ieder geval intact gebleven. "Drie rugoperaties: dát is de verklaring voor mijn lange 'vakantie'. Eerst was er de hernia, daarna de stenose, enzovoort. Het enige voordeel was dat ik eindelijk tijd had om alle boeken te lezen die ik nog niet gelezen had. Maar in feite heb ik jaren verloren door te vechten tegen mijn situatie. Ik wou absoluut opnieuw kunnen gaan en staan. Daar kroop al mijn energie in. Het was pas toen ik mijn toestand accepteerde, dat alles veranderde. Ik realiseerde me toen dat ik ook vanuit mijn rolstoel een film kon regisseren. Waarom had ik dat niet eerder kunnen bedenken? Komt er nu nog een andere film? Neen, niet één: ik wil er nog twee, drie of meer maken. Natuurlijk moet ik ook wel de beperkingen aanvaarden. Een film draaien op veel verschillende locaties zit er niet meer in."

In Io e Te/Jij en Ik verstopt de veertienjarige Lorenzo (rol van nieuwkomer Jacopo Olmo Antinori) zich in de kelder van het appartementsgebouw in Rome waar hij met zijn ouders woont. Die denken dat hij met de klas op skivakantie is. Lorenzo wil gewoon een tijdje alleen zijn, met zijn muziek en zijn boeken. Maar plotseling duikt daar ook zijn halfzuster op, de drugsverslaafde Olivia (rol van Tea Falco). Hoewel ze er geen van beiden zin in hebben, zullen ze noodgedwongen toch een tijdje samen moeten doorbrengen. En in die verborgen intimiteit leren ze niet alleen zichzelf en elkaar, maar ook hun ouders beter kennen.

Er zijn ook enkele buitenscènes, maar toch is dit een echte huis clos-film geworden.

Bernardo Bertolucci: "Veel mensen houden niet van films die zich op één locatie afspelen, maar ik voel me comfortabel in zo'n huis clos. Een dergelijke setting wordt als het ware de huid van de film. Met mijn camera registreer ik dan wat daar onder zit. Het is natuurlijk ook zo dat ik nu (wijst op zijn rolstoel, JT) niet meer in staat ben om een film als The Last Emperor te draaien. Maar Io e Te heb ik kunnen maken op een plaats die makkelijk bereikbaar is. De filmset lag op anderhalve minuut afstand van waar ik woon. Vlak bij de binnenplaats die je in de film ziet, is een groot atelier van de beroemde schilder Sandro Chia, en daar hebben we de kelder nagebouwd."

Lorenzo fantaseert dat hij en zijn

moeder de enige overlevenden zijn van een mondiale catastrofe. De mensheid kan dus alleen gered

worden door seks te hebben met zijn moeder. Het oedipuscomplex duikt wel vaker op in uw films.

"Omdat ik een slachtoffer ben van Freud (lacht). Ik ben 36 jaar in therapie geweest. Drie keer per week. Freud had het over eindige en oneindige analyse. Ik behoorde tot de tweede categorie. Ik kan moeilijk afscheid nemen, ook in het gewone leven. Waarom het zo lang geduurd heeft? Omdat ik me niet genezen voelde. Ik werd zo'n beetje het speeltje van de Società Psicoanalitica Italiana. Ze hebben me zelfs een prijs gegeven, de Premio Cesare Musatti, genoemd naar de beroemdste Italiaanse psychiater, over wie verteld wordt dat hij Freud zelf nog ontmoet heeft."

In de film gaat ook Lorenzo naar een psychiater. Die zit, net als u, in een

rolstoel? Grapje?

"Ja (lacht). Ik ben inmiddels zelf zo'n beetje psychiater geworden. Mijn training heeft in ieder geval lang genoeg geduurd."

In uw laatste films, zoals Stealing Beauty, The Dreamers en nu

opnieuw in Io e Te, spelen jongeren een belangrijke rol.

"Bij jonge mensen kun je nog de frisheid zien en de onschuld. Dat is op zichzelf een grote kwaliteit. Met The Dreamers wou ik een film maken over 1968. In mijn herinnering was dat zo'n rijke periode, boordevol dromen over de toekomst. Iedereen wilde de wereld veranderen, en dat leek toen ook mogelijk. Ik hou ook van die beroemde uitspraak van Jean Cocteau, namelijk 'Le cinéma, c'est la mort au travail'. Wanneer het shot begint, zijn de mensen verschillend dan wanneer het eindigt. Ze zijn veranderd. Cocteau had het over de dood, maar in feite zie je de tijd aan het werk. En dat zie je veel beter bij jongeren. Jacopo Olmo Antinori, de jongen die Lorenzo speelt, heb ik als het ware ouder zien worden voor de camera. Dat was erg mooi. Zelf ben ik ook een voorbeeld van 'arrested development'. Een deel van mij is altijd een adolescent gebleven. Welk deel? Het deel van mij dat films maakt (lacht). Ik vind dat op zich geen kwaliteit. Het is gewoon een 'state of mind'."

Hoe zat het met uw eigen

jeugddromen.

"Ik wilde dichter worden, maar ik heb uiteindelijk beslist om filmmaker te zijn omdat er thuis al een betere dichter was, mijn vader. Ik kon hem niet verslaan. Ik was 21 toen ik mijn eerste dichtbundel publiceerde, en in hetzelfde jaar heb ik mijn eerste film gedraaid. Dat was La commare secca, naar een verhaal van Pier Paolo Pasolini, en die werd vertoond op het Festival van Venetië. Dat was het moment waarop de Italiaanse journalisten en critici op me begonnen te schieten. Een boek én een film: dat vonden ze blijkbaar te veel. Ik heb toen gezegd dat die eerste dichtbundel eigenlijk twee boeken in één was, namelijk mijn eerste én mijn laatste. Ik heb geen andere dichtbundel meer gepubliceerd."

Het boek Io e Te eindigt met een korte, tragische epiloog. Waarom hebt u die niet bewaard?

"Dat heb ik niet alleen gedaan. Zoals je op de generiek kunt zien, staat Niccolo Ammaniti behalve als auteur ook genoteerd als coscenarist. We hebben dat dus samen beslist, terwijl ik de film aan het draaien was. De opnamen gebeurden in chronologische volgorde. Twee, drie weken vóór het einde, heb ik tegen Niccolo gezegd dat ik het slot niet kon draaien zoals het gescheven stond. Ik wilde me niet volledig onderwerpen aan het originele verhaal. Toen ik Io e Te aan het draaien was, voelde ik een sterk optimisme. Omdat ik aan het werk was, ook al zat ik in een rolstoel. En omdat ik toen optimistisch was, wilde ik dat de film óók optimistisch zou zijn (lacht). Ik kijk graag naar de gezichten als het publiek de bioscoop verlaat. Het zijn nu glimlachende gezichten."

De film eindigt met een close-up van Lorenzo. Hij kijkt in de camera, dus naar het publiek. En hij glimlacht.

En dan bevriest het beeld.

"Op de een of andere manier kijkt Lorenzo naar zichzelf. Dat shot is ook een beetje een hommage aan François Truffaut en het einde van Les 400 coups. Daarin komt Jean-Pierre Léaud aangelopen en bevriest vervolgens het beeld, precies zoals ik nu bij Lorenzo gedaan heb. Ik kom uit een fase van de filmgeschiedenis waar het ons toegelaten was om te citeren (lacht)."

Nog even over Last Tango: actrice Maria Schneider heeft u de boterscène nooit vergeven. Ze zei dat Brando en u haar gemanipuleerd hebben.

"Ja, dat is misschien wel waar. Toen ik haar dood vernam, was ik echt bedroefd omdat ik haar geen vergiffenis had kunnen vragen. Bij die boterscène hebben we haar niet verteld wat er ging gebeuren, omdat ik toen haar reactie wou als jong meisje, niet als actrice. Bij een film doe je soms dingen waarvan je je pas achteraf realiseert dat het in feite manipulatie was."

Io e Teloopt vanaf woensdag in de Belgische bioscopen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234