Woensdag 23/09/2020

'Ik ben een acrobaat zonder vangnet'

Tori Amos kijkt aan tegen haar vijftigste verjaardag. Zou ze daarom steeds vaker een blik over haar schouder werpen? Gold Dust is alleszins haar derde retrospectieve op zes jaar tijd. 'Mijn grootste verwezenlijking in twintig jaar? Ik heb sommige songs zien opgroeien, van meisjes tot sterke vrouwen.'

Precies twintig jaar geleden debuteerde Tori Amos met de grensverleggende plaat Little Earthquakes. Tenminste, als je haar huiveringwekkend valse start met Y Kant Tori Read uit 1988 vergeet: een wanstaltige synthgroep met hardrock-ambities, die snel naar de vergeetput werd geleid. Om haar échte jubileum te vieren, maakt Amos met haar nieuwste langspeler Gold Dust een balans op van de voorbije twee decennia.

Oude, soms zelfs wat vergeten, songs krijgen een nieuw jasje aangemeten door het Nederlandse Metropole Orchestra. Dit is het grootste pop- en jazzorkest ter wereld, dat in het verleden ook al de ruggengraat vormde van Antony & The Johnsons, Al Jarreau of John Cale. Soms borduurt het orkest voort op de bestaande arrangementen van Amos' jarenlange rechterhand John Philip Shenale, terwijl andere songs een radicalere transformatie ondergingen. "Soms hebben 'mijn meisjes' meer tijd nodig om tot volle wasdom te komen", legt de zingende pianiste uit.

Morgen staat ze in het Paleis voor Schone Kunsten, voor een behoorlijk unieke show die slechts vijf keer zal worden opgevoerd. "Zo'n 56-koppig orkest is een bijzonder wezen", zegt Amos. "Ik noem het geen monster, hoor. Eerder een creatuur, dat spreekt uit één stem. En daar moet ik een waardevol gesprek mee zien aan te knopen."

Is het zo moeilijk als het klinkt?

Tori Amos: "(lacht) Wat dacht je zelf?"

Je speelt al piano sinds je twee jaar oud bent. Muziek is dus zowat je moedertaal. Ik denk dus niet dat mijn idee er toedoet.

"Geloof me: het viel me veel zwaarder dan ik aanvankelijk gedacht had na Night Hunters. Op die plaat speelde ik al eens samen met het orkest. En toen was de magie instant tastbaar. Maar nu we de hort wilden optrekken, merkte ik pas hoe belangrijk precisie en staalharde discipline is. Spelen met zo'n groot orkest voelt aan alsof je tegen driehonderd kilometer per uur over de sporen dendert. Als ik struikel en van die snelheidstrein beland, raak ik er nooit meer op. Die trein blijft razen, hè. Dat is het wonderlijke gevaar van een mega-orkest."

Je werd op je elfde van een prestigieus conservatorium gegooid, omdat je je weigerde te plooien naar de strenge regels. Geeft een klassiek orkest je geen onaangenaam Terug Naar School-gevoel?

"Nee! Dit is veel spannender. Weet je: ik speel al 47 jaar piano, waarin ik heb geleerd om ongeïnteresseerde gasten in hotellobby's te overtuigen, om een publiek te entertainen door in homobars te spelen, en ik weet wat het is om grote arena's te vullen. Hoe geweldig dus dat ik tot op vandaag uitgedaagd word om op de tippen van mijn tenen te blijven lopen."

Wat bepaalde de songkeuze voor deze plaat? Heel wat hits en singles moesten het afleggen voor onbekender werk op Gold Dust.

"Sommige songs, zoals 'Winter' of 'Silent All These Years' bleken gewoon beter bestand tegen een groots arrangement dan andere. Van sommige liedjes mag je nu eenmaal niet verwachten dat ze de handschoen kunnen opnemen tegen 56 mensen die tegelijk op hun instrumenten rammen (lacht). 'Cruel' had bijvoorbeeld nooit kunnen werken met een gigantisch orkest. En ook 'Me and a Gun' of 'Cornflake Girl' (allebei van 'Little Earthquakes', GVA) weigerden een orkestrale lezing. Maar andere songs, die in de studio niet direct werkten, zullen de shows wel halen: 'Shattered Sea' kreeg bijvoorbeeld pas nu de juiste vorm."

Je meeste platen vertellen een verhaal. Is dit de uitzondering op de regel? Met de beste wil ter wereld bespeur ik geen rode draad.

"Eén rode draad? Dat moet 'groei' zijn. Deze plaat overspant generaties. 'Precious Things' is een mooi voorbeeld: het meisje van toen is een vrouw geworden."

Veranderen al je songs doorheen de jaren?

"De meeste hebben een eigen aura gekregen, met ouder te worden. Ze reisden jarenlang de wereldbol rond, en werden onderweg een deel van het levensverhaal van fans, van mensen die zich optrokken aan de tekst."

Nu je er zelf over begint: je fans zijn vaak gekneusde zielen.

"Maar het zijn géén kneusjes. Integendeel: ik heb vaak ijzersterke vrouwen ontmoet in de coulissen. Zelfs ooit een rechter, die zich schaamde omdat ze verstrikt was geraakt in een vernederende relatie en haar verhaal aan niemand kwijt kon. Vaak willen fans even hun hart luchten, of me bedanken omdat de pijn die ik beschreef hen door hun eigen lijden trok."

Zijn er songs die jou vandaag niets meer doen?

"(aarzelt) Niet alle songs reisden even elegant door de tijd. Maar gelukkig doen de meeste 'meisjes' dat wél: 'Cloud on my Tongue' schreef ik in '93 maar toen kende ik haar nog niet voldoende. She always felt like the one that got away. Maar twintig jaar later is onze relatie heel hecht geworden. Ze kreeg eindelijk de juiste vorm en kleur dankzij het grote orkest."

Ik geloof niet dat alle songs zo'n happy end kennen.

"Ik moet toegeven dat een handvol andere liedjes minder waardig ouder werden. De songs die ik daarom al jaren uit mijn set weer, wil ik alleen liever niet bij naam noemen. Dat ligt misschien gevoelig bij mijn publiek. Als je sommige songs jarenlang niet speelt, vormen mensen ook spontaan een fanclub voor dat nummer (lacht)."

Je bent effectief een van de weinige popsterren die zich naar de verzoeken van het publiek plooit. En die de setlist na elk concert drastisch durft omgooien. Dat lijkt me nu onmogelijk met zo'n groot orkest.

"Helaas is dat zo. Maar om die reden las ik een aantal solomomenten in. Ik wil niet dat het een sleur wordt. Al denk ik niet dat deze aanpak me gauw zal vervelen: als je met een gigantisch orkest speelt, voel je je net een acrobaat op de trapeze. Eén zonder vangnet."

Tijdens ons vorige gesprek hield je een vurig pleidooi voor meer respect voor vrouwelijke componisten, dirigenten en arrangeurs. Die worden volgens jou nog steeds stiefmoederlijk behandeld. Was het geen mooi statement geweest als ook jouw medewerkers op deze plaat vrouwen waren geweest?

"Ik begrijp waarom je zo'n strikvraag wil stellen. Maar je moet weten dat John Philip Shenale (arrangeur) en Jules Buckley (dirigent) de job kregen omdat ze geniaal zijn. Ik bekijk deze situatie dus anders dan jij. Op z'n zestigste is John Philip Shenale op het hoogtepunt van zijn magische kunnen. Waarom zou ik hem dan niet opnieuw vragen? Bovendien ben ik behoorlijk trouw aan mijn crew. Mijn technicus Marcel werkt al eeuwen voor me, en John arrangeert al sinds Under The Pink voor mij. Ik voel me veilig in deze kleine, vertrouwde denktank."

Iets anders. Joe Jackson vertelde onlangs dat hij jouw cover van Real Man de beste vond die hij ooit gehoord heeft.

"Wat een genereuze uitspraak."

Ben je zelf al eens omvergeblazen door iemand die een van jouw songs coverde?

"Het klinkt beschamend, maar ik heb daar eigenlijk nauwelijks weet van. Daarvoor moet je het wereldwijde web gaan afspeuren, en ik heb daar niets verloren. Ik ben eerder old school: sluit mij maar op in een stoffige bibliotheek.

Ik speel vaak en graag covers. Dankzij mijn conservatoriumverleden valt me dat niet zo moeilijk: die opleiding gaf me een analytische geest. Andermans songs deconstrueer ik helemaal, en ik geef ze een nieuw inzicht en aangezicht. In die songs verander ik meestal ook zelf van gedaante: ik ben afwisselend een vrouw, een meisje, een engel en een kreng (lacht)."

In je eigen songs klinkt zelden pure onschuld door. Behalve in 'Winter' misschien. Op Gold Dust valt dat eens te meer op. Ik kan alleen niet verklaren waarom.

"Fijn dat je die onschuld voelt. Toen ik die song schreef, speelden voortdurend beelden van mijn kindertijd in mijn hoofd: idyllische momenten in de sneeuw. Of ik zag mezelf vallen van de schommel terwijl mijn opa toekeek. Vreemd genoeg speelde een soortgelijke film voor mijn ogen toen ik die song onder handen nam met het Metropole Orkest. Maar dit keer zag ik mijn eigen dochter in de hoofdrol, terwijl ze uitgleed over een bevroren plas. En ik zag Mark (Tori's man) haar troosten. Het is een van de weinige songs die pril, ontroerend gezinsgeluk in zich draagt."

Mag ik iets vragen over The Light Princess? Of is die musical inmiddels een taboeonderwerp geworden?

"Waarom zou dat?"

Wordt die voorstelling niet geplaagd door tegenslagen? Vorige week noemde je het zelfs met enig gevoel voor drama een 'prachtige nachtmerrie'.

"Ach, ik werd fout geciteerd. Het is een moeilijke klus, maar heus geen lijdensweg. In oktober houden we met The National Theatre zelfs een eerste doorloop. En normaal gezien krijg je begin volgend jaar goed nieuws te horen. Nu ja, ik hou mijn hart vast. Ik werk intussen vijf jaar, zeg maar vijfduizend jaar, aan dit theaterstuk, op basis van een Schots sprookje. Als dit stuk nooit het podium haalt, zou ik er het hart van in zijn. Maar ik zal er alles aan doen om dat te voorkomen. Om in de sfeer van de angstdromen te blijven: dit soort nachtmerries houden me wakker."

Gold Dust is zopas verschenen bij DeutscheGrammophon/Universal. Tori Amos speelt op 2/10 in het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234