Dinsdag 22/10/2019

Mindfulness

‘Ik ben echt bang voor de toekomst’: wat gaat er om in het hoofd van pubers?

‘Mama, ik wil een boek over filosofie’, zegt mijn dochter van 14. ‘Ik vind het leven ingewikkeld en wil weten hoe het moet.’ Jezus, dacht ik, wat gaat er eigenlijk allemaal om in een puberhoofd? Ik vroeg het aan de leerlingen van het Xaveriuscollege in Borgerhout en het Sint-Michielscollege in Brasschaat, die mindfulness als keuzevak volgen in de hoop beter te kunnen slapen, minder te panikeren en rust te vinden in hun hoofd.

De druk van de prestatiecultuur, informatiestress, beelden van perfecte levens op Instagram, aanslagen, lockdowns, de nakende verantwoordelijkheid voor de redding van het milieu, de inrichting van een nieuwe samenleving mét migranten en transgenders, willekeurige relatievormen, de strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zwarte zondagen... Begin er maar eens aan, ik zou al depressief worden bij de gedachte. Zij niet. Helemaal niet.

Greet (17): ‘De moord op Julie Van Espen’

“Ik val soms moeilijk in slaap. Dan is er niets dat mijn gedachten kan stoppen. Vooral de nachten voor de examens gebeurt dat, als ik weer eens zo veel moet doen dat ik het niet georganiseerd krijg. Of als er iets gruwelijks is gebeurd, zoals laatst met Julie Van Espen. Die plek aan het Albertkanaal ligt op 9 kilometer van mijn huis, elk weekend rijd ik erlangs. Het is zo dichtbij. Ik vraag me nu voortdurend af of je mensen wel ooit echt kunt vertrouwen. Ik vind het zo verschrikkelijk dat het slachtoffer weer een vrouw is: als meisje loop je nog steeds meer gevaar dan als jongen. Als mijn zus of ik uitgaan, zegt mijn moeder altijd: ‘Zorg dat er straks iemand met je mee terugrijdt.’ Terwijl mijn broers altijd alleen naar huis komen.

“Dat ik nu voortdurend aan die moord denk, komt ook wel omdat elk negatief nieuwsbericht meteen op Instagram wordt gedeeld. Daar word ik niet rustiger van. Toen mijn mama jong was, was er ook van alles aan de hand – de Koude Oorlog en zure regen – maar toen werd je daar niet 24 uur op 24 met je neus op geduwd. Nu ja, misschien is het ook wel goed dat we er nu zo mee bezig zijn. Het is ook een manier om het snel te verwerken.”

Elke (16): ‘Bang van macht’

“Ik ben een piekeraar. Ik heb graag controle, en als ik het gevoel krijg dat ik de grip op mijn leven begin te verliezen, denk ik heel snel: ‘Help, help!’ Empathisch vermogen is goed, zeggen ze, maar het zorgt ook voor problemen, want ik trek me dingen aan waaraan ik helemaal niets kan doen. Zoals wat Julie Van Espen is overkomen: ik loop me daar zo over op te jutten. Ik ben nu aan een brief begonnen naar de overheid.

“Ik was al heel erg bezig met de strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar nu dit is gebeurd, krijg ik het gevoel dat de maatschappij die ongelijkheid gewoon toelaat. We leven in de 21ste eeuw, het kán toch niet dat die gelijkheid er nog steeds niet is? Mensen doen wel alsof jongens en meisjes gelijk zijn, maar ik denk dat je terugvalt op de klassieke patronen naarmate je ouder wordt. Met transgenders is het net zo: dat hier op school een jongen zat die nu een meisje is, vindt iedereen oké. Maar op de gang hoor ik dan iemand zeggen: ‘Als het maar niet iemand uit mijn familie is.’

“Ik ben opgegroeid met Instagram, ik weet hoe het werkt. Ik kijk niet naar de fake plaatjes, maar gebruik het voor wat mij interesseert. Ik volg activisten, mensen die bezig zijn met het klimaat of met body positivity – die topmodellen juist níét als maatstaf nemen en zich ook kwaad maken over het beleid van Instagram. Als een slank meisje een foto post van haar naakte bovenlijf waarop alleen haar tepels bedekt zijn, mag die foto blijven staan. Doet een niet-slank meisje dat, dan krijgt ze meteen een bericht dat ze die foto van Instagram moet halen. Net daarom posten de mensen die ik volg opzettelijk héél veel van die weinig verhullende foto’s van stevige meisjes.

“Om op sociale media te zitten, moet je genoeg zelfvertrouwen hebben. Als je nog niet helemaal weet waar je staat, ben je sneller onder de indruk van strakke meisjes en jongens met een sixpack. Ik volg bijvoorbeeld ook kledingmerken die alleen unisekskleren maken. De kledingketen Zara heeft nu ook al een tijdje zo’n unisekslijn. Als ik dat zie, ben ik bang dat die kleren alleen maar weer een trend zijn, dat ze over vijf jaar niet meer cool zijn, en we uiteindelijk helemaal niets zijn opgeschoten. Dat vind ik gevaarlijk aan onze samenleving: alles is te snel cool, wordt meteen nagemaakt door de grote merken en is dan ineens weer uit de mode. Ik word boos op mezelf als ik merk dat ik toch een trend heb gevolgd en niet trouw ben gebleven aan mijn eigen principes.

“Weet je waar ik ook bang van ben? Van mensen met macht. Ik ben net zelf voorzitter geweest van een club, en heb zo zelf gemerkt hoe makkelijk je jezelf kunt verliezen in macht. Opeens plaatste ik mezelf boven de anderen in plaats van met hen in overleg te gaan. Hoe moet dat wel niet zijn bij mensen die écht veel macht hebben, zoals politici?

“Soms weet ik niet wat ik kan verwachten van mensen. Zeker na de aanslagen. Ik ben niet zozeer bang dat er een bom gaat ontploffen in de metro waarin ik zit, maar wel van de reacties die aanslagen uitlokken. Ze zouden als een magneet kunnen werken voor heel veel ander kwaad.

“Gisteren heb ik een presentatie gegeven over migratie. Iedereen ziet dat als iets negatiefs, iedereen denkt te veel: ik ben van dít land en jij van dát land, alsof een land je definieert. Ik vind het goed dat de migratie de grenzen laat vervagen, dan realiseren we ons straks beter dat we eigenlijk allemaal gewoon van ‘de wereld’ zijn.

“Zelf ben ik pas op mijn tiende in België komen wonen. Mijn papa is geboren in Syrië en mijn mama in de VS. Ik hou van mijn rugzakje met verschillende elementen en culturen. Nu, ik zie ook wel dat er veel problemen zijn met migranten. Niemand weet hoe we het precies moeten aanpakken. We zijn er ook veel te afstandelijk mee bezig. ‘Wat gaan we met hen doen?’ vragen we ons af, alsof we niet weten waar we onze vieze kleren moeten leggen.

“Het enige waar ik echt bang voor ben, is dat we straks gewoon met te veel zijn. Het enge is dat ik geen enkele oplossing zie die ethisch verantwoord is. Kinderen krijgen is een wens van iedereen.

“Ik geloof wel echt in de liefde. In het algemeen, bedoel ik, niet dat er één ‘ware’ is. Nee, kijk naar al die echtscheidingen en alle porno. Ik vind dat liefde zo banaal gemaakt is.

“Ik ben een fan van oude muziek, van Nina Simone en zo. In die liedjes klinkt de liefde zoveel mooier. Nu heb je allemaal break-up songs, en vaak gaat het over: ‘Ik heb nu zin in seks, dus ik ga even seksen met iemand.’ Ik wíl geloven in de liefde, anders is er helemaal niets meer. Liefde maakt je verdraagzamer, minder zuur. Liefde is als zwemmen met een zwemvest: het maakt je lichter.”

Michelien (17): ‘Zaventem overleefd’

“Ik voel me soms zo onzeker. Niemand staat op onze leeftijd echt zeker in zijn schoenen. Je moet je plek nog zoeken en dat is niet simpel, en dan is er ook nog die maatschappij die de hele tijd verandert. Zeker nu, met die berichten over het milieu en de vluchtelingen. Je moet je sociale media maar openen of allerlei meningen daarover stromen binnen. Gelukkig leren we op school kritisch na te denken en bronnen te vergelijken. Als je alles zou geloven wat de kranten over migranten zeggen, lijken het wel wilde dieren. Ik heb al met migranten gewerkt. Bij de speelpleinwerking waar ik help, komen ze soms een inloopstage doen. Ik heb daar een Afghaanse jongen ontmoet. Hij sprak geen Engels, Frans of Duits, maar wel acht talen waarvan ik er geen een ken. Hij kwam uit de oorlog en was heel timide, maar bloeide op den duur helemaal open. Zulke mensen moet Europa een plek geven, vind ik, ook al zal het onze samenleving veranderen.

“Ik heb vrienden die in de luchthaven van Zaventem op een tiental meter stonden van waar de bom ontploft is. Ze zijn allemaal ongedeerd, maar we dragen het wel allemaal nog met ons mee. Niet per se op een slechte manier: ik denk dat we heel bewust kiezen voor het leven. Als je zoiets ergs meemaakt, ga je alleen maar méér naar elkaar toegroeien, waardoor je elkaar – zeker je vrienden en je familie – nog meer waardeert. Je merkt dat ook na de moord op Julie: iedereen wil zich verenigen en van elkaar houden. Het is jammer dat daarvoor eerst iets slechts moet gebeuren, maar ik vind dat wel mooi.”

Andres (16): ‘Bang van liefde’

“In het zesde leerjaar was ik dikwijls afwezig omdat ik de stress niet aankon. Ik was altijd bang om mijn ouders te vertellen dat ik slechte punten had. Zij zaten daar iedere keer erg mee in, dus zei ik niets en kropte ik alles op. Ik ben toen naar de psycholoog moeten gaan, en die zei me: ‘Andres, als je je rot voelt, moet je praten.’ Bij de psycholoog lukte dat wel – die kent me toch niet – maar met een vriend durfde ik niet te praten. Intussen ben ik daar overheen geraakt en nu heb ik een supergoede vriend. We zeggen alles tegen elkaar, we zorgen voor elkaar en huilen bij elkaar uit als er iets misgaat.

“Instagram is niet meer zo belangrijk. Wij zitten nu op Finstagram – een samentrekking van fake en Instagram. Je Finsta-account is alleen voor jou en je hechte vrienden. Je zet er de lelijkste foto’s en raarste filmpjes op. Alleen mensen die je vertrouwt en persoonlijk kent, krijgen het te zien. De meisjes zijn daarmee begonnen. Zij willen op Finsta af en toe lekker lelijk zijn en even niets te maken hebben met al dat perfect body-gedoe.

“Ik word heel onrustig van sociale media. Al die filmpjes op Facebook van magere ijsberen en zeeleeuwen die van de rotsen vallen omdat er geen ijs meer is, beangstigen mij echt. De zomers zijn nu al zo heet en in de winter is er geen sneeuw meer. Ik ga het nog wel uithouden, maar hoe moet het straks met mijn kinderen?

“In de liefde durf ik me niet zo goed open te stellen. Als ik zie hoe mijn beste vriend afziet nu het gedaan is met zijn vriendin... Mijn ouders zijn ook gescheiden. Net als de ouders van zowat de helft van mijn klasgenoten. Volgens mij bestaat eeuwige liefde niet. Ik denk dat je elkaar wel graag kunt blijven zien, maar dat je na verloop van tijd eerder vrienden wordt. Prille liefde, zeggen mijn vrienden, is het tofste dat er is. Het is spannend en het is wat je op den duur weer wilt voelen. Ik ben heel bang voor het moment waarop een relatie eindigt. Ik ben vooral bang dat dat gebeurt als ik er zelf nog niet klaar voor ben. Daarom sluit ik me voorlopig liever af voor verliefdheid. Als het gebeurt, kun je het natuurlijk niet tegenhouden, maar ik ga er zeker niet naar op zoek.

“Ik ben wel blij dat ik een jongen ben. Meisjes die met veel jongens slapen, worden meteen bestempeld als hoeren, terwijl het voor een jongen juist heel cool is als hij veel meisjes heeft gehad. Dat klopt natuurlijk niet. Ik zie niet veel nadelen aan een jongen zijn. Het enige wat ik wel vervelend vind, is het haantjesgedrag. Doe normaal, denk ik dan. Vorig jaar hadden we een transgender op school, een meisje dat vroeger een jongen was. Ze heeft nu lang haar en loopt met een tas. Dat deed ze op school ook al. Ik vond het knap dat ze dat durfde. Op school heeft er nooit iemand een opmerking over gemaakt. Zelf draag ik bijvoorbeeld een ring, en ik ben niet de enige jongen die dat doet, hoor. Toch heb ik hem wel lang in mijn boekentas laten zitten omdat ik hem toch niet durfde omdoen. Tot ik op een gegeven moment gezegd heb: ‘Boeie, ik vind die ring gewoon mooi!’

“Door de simpele ademhalingsoefeningen die ik bij mindfulness heb geleerd, blijf ik vaker rustig. Het geeft me het gevoel dat ik mijn leven beter onder controle heb, en daardoor durf ik meer. In het begin dacht ik dat het mijn ding niet zou zijn, maar nu ben ik er echt tevreden over. Voor een test doe ik nu altijd een seven-eleven: 7 seconden inademen en 11 seconden uitademen. Dan voel ik de paniek wegebben. Als ik vroeger het antwoord op een vraag niet wist, bleef ik paniekerig tobben en kwam ik in tijdsnood. Nu ga ik rustig naar de volgende vraag en denk ik: ik bekijk het straks nog wel eens. Mijn punten zijn ook al een beetje beter.

“Nu, het werkt niet altijd, hoor. De kampioenenwedstrijd tussen KV Mechelen en Beerschot Wilrijk was té spannend. Als Beerschot-supporter zat ik daarna vol frustratie. Toen kon mindfulness me echt niet meer helpen.”

Filip Raes, psycholoog: ‘Altijd vrolijk en blij’

Helpt mindfulness tieners echt? Filip Raes is psychologieprofessor aan de KU Leuven en staat op het punt dat nogmaals te onderzoeken.

“Vijf jaar geleden al stelde ik tot mijn verbazing vast dat tieners die mindfulness hadden gevolgd er gemiddeld genomen psychisch aanmerkelijk beter aan toe waren dan zij die dat niet gedaan hadden. Maar we willen het onderzoek updaten: we leven in een samenleving waarin je vooral moet tonen dat je gelukkig en vrolijk bent, en we vermoeden dat jongeren daarom moeilijk praten over hun zorgen en angsten. In dit onderzoek wil ik samen met mijn collega’s nagaan of jongeren die een mindfulnesscursus krijgen, waarin ze heel open over emoties kunnen spreken, na acht weken minder druk voelen om zich altijd maar vrolijk en blij te moeten voordoen. Er zijn studies die suggereren dat mindfulness niet alleen een manier is om vriendelijker naar jezelf te kijken, maar dat je ook tegenover anderen verdraagzamer wordt. Het zou mensen dichter bij elkaar brengen en aardiger laten zijn voor elkaar én voor het milieu, al zullen we ook oog hebben voor eventueel nadelige effecten en negatieve ervaringen.”

Filip Raes.

Neuroloog Steven Laureys vindt dat meditatie een verplicht vak moet worden op school.

“Daar ben ik geen voorstander van. Je moet individueel blijven nagaan wat het beste is voor iemand. Jongeren die eerder emotioneel in het leven staan, zijn vaak enthousiast over de aandachtstraining. Anderen zijn gebaat bij zogeheten gedragsactivatie: als zij beginnen te piekeren, hebben ze er meer aan om iets actiefs te gaan doen – wandelen of sporten.

“Ik hoop wel dat scholen naast lichamelijke opvoeding ook een vak mentale opvoeding aanbieden, zodat jongeren leren hoe hun bovenkamer werkt, wat stress is, waarom we piekeren, waar mentale problemen vandaan komen en waar je ermee terecht kunt. Mindfulness kan daarin zeker aan bod komen, maar je moet het aanbieden, niet verplichten.”

Hebben er al politici bij u aangeklopt voor een aanzet tot een vak mentale gezondheid?

“Op het symposium over mindfulness in het onderwijs heb ik Antwerps schepen van Onderwijs Jinnih Beels (sp.a) gezien. Maar initiatieven binnen de scholen komen vooralsnog alleen van gedreven individuen, en stuiten, soms terecht, op nogal wat scepsis bij collega’s.”

Carlo (17): ‘Alleen nog bergaf’

“Ik ben mindfulness gaan volgen omdat men mij zei dat het kan helpen op stressmomenten. Ik heb daar nu nog niet zo veel last van, maar het lijkt me handig voor later, als ik een job en kinderen heb. Als ik zie hoeveel stress mijn ouders hebben… Het idee van al die verantwoordelijkheid bezorgt me nu soms al stress. In het begin van dit schooljaar dacht ik echt: ‘Dit is mijn laatste jaar als kind, mijn beste jaren liggen achter mij, vanaf nu gaat het alleen nog maar bergaf.’

“De lessen zijn ook nuttig tegen de stress die ik heb over mijn studiekeuze. Ik wil heel graag naar de Koninklijke Militaire School, maar ik heb twee keer op rij mijn sleutelbeen gebroken en heb ter voorbereiding op de toelatingsproef niet genoeg kunnen sporten. Wat mij zo aantrekt aan de KMS is de broederschap: als militair moet je bereid zijn je leven te geven voor elkaar, dat creëert echt banden voor het leven. Dat is wat ik wil. Mijn vrienden gaan allemaal op verschillende plekken studeren, volgens mij raak ik die straks allemaal kwijt.

“Een vriendin heb ik niet, ik hou me nog niet bezig met de liefde. Als ik bij de paar vrienden die al een lief hebben zie voor hoeveel drama dat zorgt, denk ik: ‘Beter nog een paar jaar wachten.’”

Caroline (16): ‘Minder paniek’

“Ik doe aan atletiek op een vrij hoog niveau, en droom er echt van om door te breken. Daarom panikeer ik vaak voor een wedstrijd of als ik teleurgesteld ben over mijn resultaten. Mijn trainers zeiden dat mindfulness me zou helpen rustig te blijven, en dat is ook wel zo.

“Echt piekeren doe ik niet zo veel, maar dat de wereld zo aan het veranderen is, maakt me wel onrustig. We zijn met onze school naar een asielcentrum geweest. Voordien was ik er al dikwijls voorbijgefietst, en dan waren er altijd migrantenjongeren die ons iets nariepen. Dat maakte me bang, maar nu denk ik: ‘Die wilden natuurlijk gewoon aandacht.’ Dat ze hierheen zijn gekomen, is natuurlijk niet voor niets. Als wij in oorlogsgebied of in vreselijke omstandigheden zouden leven, zouden wij ook graag in een ander land terechtkunnen. Wij zouden dan ook niet meteen al onze gewoontes aan de kant schuiven.”

Kristel (16): ‘Te veel pessimisten’

“Voor examens had ik altijd paniekaanvallen. Mindfulnessoefeningen doen geen wonderen, maar toch ebt de stress even weg als ik de ademhalingsoefeningen doe. Ik besef nu dat ik eigenlijk altijd goede punten haal en dat ik in feite best oké ben. Én hoe bevoorrecht ik ben. Stel je voor dat je een vluchteling bent, dan heb je helemaal niets. We moeten hen wel helpen, vind ik. Aan de andere kant is het ook wel zo dat er door allochtonen dingen veranderen. Mijn bomma ging vroeger met mama bij haar in de buurt winkelen. Het was daar toen the place to be, met allemaal mooie winkels. Nu is er veel leegstand en is de sfeer er niet meer zo leuk. Er wonen nu veel buitenlanders. Ik ben bang dat de winkels bij ons straks ook gaan leeglopen. Daarom hoop ik dat ze de opvang wel gaan structureren en dat ze de vluchtelingen mooi verdelen over Europa. Dat gaat wel lukken, denk ik.

“Ik vind dat mensen optimistischer moeten zijn. Er zijn te veel pessimisten op de wereld. Een pessimist staat niet open voor anderen. Met liefde en vriendelijkheid vind je veel sneller oplossingen.”

Eva (17): ‘Bang op de tram’

“Toen de lerares tijdens de eerste les mindfulness vroeg of we onze linkerteen voelden, ben ik keihard in de lach geschoten en moest ik op de gang gaan staan. Maar op den duur werd ik steeds nieuwsgieriger. Ik merkte dat ik na de les ontspannen was en weer energie had. Ik slaap niet zo goed, lig altijd te piekeren over wat ik verkeerd heb gedaan als ik ruzie met vriendinnen heb, en ik ben ook echt bang dat het niet goedkomt met het klimaat. Dat is wat je op de sociale media leest, hè. Mijn moeder zegt dan: ‘Je moet niet alles zomaar geloven, maar kritisch nagaan welke bronnen je raadpleegt.’ Ik bekijk inderdaad vaak alleen maar wat er van een artikel op Instagram staat, en niet het artikel zelf. Dat probeer ik nu wel te doen.

“Ik ben echt bang voor de toekomst, bang dat ik mijn kinderen straks geen eten meer kan geven en dat ik ze zal moeten voeden met wormen omdat alles op is. Blijkbaar ging het tot nu toe elke generatie beter, en gaan wij het als eerste generatie slechter hebben dan onze ouders. Daarom probeer ik erachter te komen wat ons precies te wachten staat, zodat ik me erop kan voorbereiden. Maar soms denk ik: ik wíl het niet weten, want misschien heb ik nog maar tien jaar te gaan en ik wil nog zo veel doen.

“Na de aanslagen durfde ik lang niet naar de bioscoop te gaan. Op drukke evenementen zoals de Sinksenfoor voel ik me nog steeds onrustig. Dan denk ik: ‘Als ik een terrorist was, zou ik hier toeslaan.’ Veel mensen denken dat het hen niet zal overkomen, maar dat dachten die mensen in Zaventem natuurlijk ook. Op de tram zag ik een keer een moslimjongen in een werkbroek waar allemaal kabeltjes uitstaken. Toen dacht ik meteen: o neen! Eigenlijk wilde ik van de tram springen, maar dat heb ik toch maar niet gedaan, want ik vond dat zo onbeleefd en discriminerend tegenover die jongen. Ik ben blijven zitten en heb gedacht: ‘Als het gebeurt, dan gebeurt het maar.’

“Ik ben trouwens net terug van een week vrijwilligerswerk in Marokko. Ik heb me daar op het laatste moment voor opgegeven, omdat het gedaan was met mijn vriendje en ik daar moeilijk overheen kwam. Ik heb er een schooltje helpen schilderen en heb er tussen de lokale bevolking geleefd. Mijn ouders waren er eerst niet zo voor te vinden, ze vonden die cultuur te anders, maar ik heb er de tijd van mijn leven gehad.

“Of ik in de liefde geloof, weet ik niet. Spotify staat vol break-up songs, zoals ‘Thank U, Next’ van Ariana Grande, en op Netflix is er nu de break-up-serie Someone Great. Iedereen die in mijn familie gescheiden is, heeft wel weer een nieuwe levenspartner. Daar geloof ik wel in, dat je altijd wel iemand nieuw kunt vinden.”

George langenberg, mindfulnesstrainer: ‘Liever jonge breinen’

Onder toezicht van de Universiteit van Oxford is de mindfulnesslessenreeks ‘.b’ tot stand gekomen. Die naam verwijst naar stop, breathe and be. De Nederlander George Langenberg is de enige die van Oxford de toestemming heeft om de .b-trainersopleiding te geven in het ons taalgebied.

George Langenberg.

De .b-lessen zijn echt een mindfulnesstraining op pubermaat, las ik in de syllabus.

“Klopt. Oxford is nagegaan wat jongeren over mindfulness zouden moeten leren, willen ze er het meeste baat bij hebben.”

En?

“Om te beginnen leren ze aandachtig te zijn en hoe ze hun aandacht zelf kunnen richten. Maar ze leren ook dat onze gedachten heel krachtig zijn, dat onze geest dwangmatig verhalen maakt en dat die verhalen je ervaringen vaak dramatiseren: dikwijls worden we ongelukkiger van negatieve gedachten die gepaard gaan met een voorval dan van dat voorval zelf. Als iemand je geen gedag zegt, ben je geneigd te denken: ‘Ik ben niet leuk, er is iets mis met mij.’ Maar die andere persoon heeft misschien net een slechte dag. Als je dat doorhebt, verliezen de negatieve gedachten meteen veel van hun kracht.

“Je moet tieners ook leren inzien welke houding ze meestal aannemen tegenover zichzelf. Ben je streng voor jezelf of vriendelijk? We zijn allemaal geneigd om streng te zijn, zeker als er iets niet lukt. Als je niet hebt geleerd een beetje aardig te zijn voor jezelf, dan ga je dingen beginnen te forceren. Als je het antwoord op een examenvraag niet kent, ga je in ‘sportmodus’: je blijft doorzetten tot je een black-out krijgt en niet meer weet wat te doen. Als je minder streng bent voor jezelf, behoud je je veerkracht en kun je denken: ‘Een antwoord niet weten, dat kan gebeuren. Ik probeer nu eerst de volgende vraag te beantwoorden.’

“In die lessen leren jongeren hoe ze hun eigen stresspatronen kunnen herkennen – de ene krijgt krampen in zijn nek, de andere klamme handen – en hoe ze met stressreacties kunnen omgaan. Ze leren hoe ze zichzelf via hun ademhaling kunnen kalmeren, en dat ze ook rustig worden door de aandacht van het hoofd naar het lichaam te brengen.”

De tieners krijgen ook audiobestanden mee met een stem die hun aanwijzingen geeft, zodat ze thuis kunnen oefenen.

“Ja, maar in de praktijk blijken leerlingen dat huiswerk nauwelijks te doen. We weten dus eigenlijk niet precies waarom de .b-training zo goed werkt. We vermoeden dat het komt omdat we de theorie uitleggen, waardoor ze snappen wat er gebeurt en ze mindfulness onbewust inzetten op stressmomenten. Maar het kan ook dat ze veel baat hebben bij de oefenmomenten in de klas.

“Er is een groot verschil tussen mindfulness geven aan oude breinen en aan jonge. Door levenservaring komen we veel vaster te zitten in ons hoofd, zijn we minder intuïtief, staan we minder open. Als ik pubers vraag wat ze ervoeren tijdens de oefening, reageren ze dikwijls heel nuchter: ‘Hoezo? Ik doe het gewoon.’ Ze stellen zich daar geen vragen bij.”

De hoop is dat je jongeren zo kunt behoeden voor burn-outs en depressies.

“Ik huiver een beetje als je dat zegt. Door het tijdsgewricht waarin we zitten en door de druk op de scholen wordt mindfulness in Nederland nu heel vaak ingezet om problemen op te lossen: ‘Ah, die leraar heeft een burn-out. Kom, we sturen hem even naar de mindfulness. En we organiseren ook wat mindfulness voor de leerlingen die agressief zijn of niet lekker in hun vel zitten.’ Mindfulness wordt nu verkocht als een soort truc om iedereen beter te laten functioneren, maar voor de veel subtielere, wezenlijke functie is er geen geduld meer.

“Neuroloog Steven Laureys zegt in een filmpje dat rondgaat op sociale media dat meditatie en mindfulness op scholen een verplicht vak moet worden. Iedereen liket en sharet dat nu. Daar maak me ik er grote zorgen over. Wie gaat dat vak geven? De leraar die vanwege zijn burn-out een cursus heeft gevolgd en overloopt van enthousiasme over het resultaat? Mindfulness geven is niet zomaar wat powerpoints erdoor jagen. Zo’n les moet je mindful kunnen geven. Als je ook maar een beetje ver- of beoordelend staat tegenover wat de leerlingen je tijdens de training vertellen, ondermijn je eigenlijk meteen al het hele uitgangspunt van mindfulness.”

De mindfulnessleraren die ik sprak mochten in eerste instantie alleen maar mindfulness geven als ze hun prestaties zouden evalueren.

“Daar heb je het al.”

Een van hen, Jeroen Crobeck, organiseert nu ook mindfulnesstrainingen voor het lerarenteam.

“Een zéér goed initiatief. Het zou veel verstandiger zijn eerst de leraren te trainen, zodat hun mindful houding al kan afstralen op de leerlingen. Ik pleit er trouwens al lang voor dat mindfulness een onderdeel moet zijn van een soort ‘mentale opvoeding’, waarbij jongeren bijleren over de sociale en emotionele kant van het leven.

“Zo’n vak is er in Nederland ook nog steeds niet, terwijl .b in Engeland op aanraden van de universiteiten wél op grote schaal in het lessenpakket is opgenomen. De universiteiten daar adviseren de politici over hun beleid, terwijl in Nederland en België mindfulness veel te lang louter een zaak van de Libelle en de Flair is gebleven. Er is intussen – rijkelijk laat – één leerstoel mindfulness aan de universiteit in Nijmegen, maar nog altijd erkent de politiek in Nederland en België niet wat aandachtstraining voor de samenleving kan betekenen.”

Pieter (17): ‘Heel erg verwend’

“Ik wilde mindfulness volgen omdat ik dingen vaak niet goed aanpak, te snel en te hevig reageer als ik druk voel. Nu doe ik op zo’n moment een seven-eleven, dat helpt me om rustig te worden en even na te denken over wat ik nu beter wel en niet doe. Dat is nodig, vooral als ik problemen heb met mijn vriendin. Als je ruzie hebt, kun je als man best even niet reageren op je boze vrouw. Beter wacht je een halfuurtje, en als ze daarna wil praten, moet je vooral rustig blijven. Ik werd soms heel kwaad.

“Kijk, ik bijt ook op mijn nagels: ook niet goed. Ik pieker te veel en val ook niet makkelijk in slaap. Nu doe ik in bed vaak een bodyscan: daarbij moet je al je ledematen even stuk voor stuk proberen te voelen. Dat helpt mij echt. Voor een voetbalwedstrijd sluit ik ook altijd even mijn ogen om een oefening te doen. De andere jongens lachen daarmee, maar ik begin dan echt minder gestresst aan de wedstrijd. Ik wil de dingen graag goed doen, en zou willen dat het studeren wat vlotter loopt zodat ik mooiere cijfers kan halen. Ik studeer fout, kan niet goed focussen en ben veel te snel afgeleid, maar ik zou graag geneeskunde gaan studeren.

“Ik denk veel na over de toekomst; over het milieu en zo. Dan vraag ik me af wat mijn kinderen straks allemaal niet meer zullen mogen. Misschien zal mijn zoon niet meer op een brommer mogen rijden omdat die te veel uitstoot. Ik rij zelf met de brommer en vind dat keileuk. Als dat niet meer mag, dan is dat toch een stuk van je jeugd dat eraan is. Ik ben echt bang dat het leven van mijn kinderen een stuk minder leuk zal zijn. Op den duur zal dat natuurlijk het nieuwe normaal zijn. Ik begrijp ook wel dat wij heel erg verwend zijn, dat de manier waarop wij leven niet kan blijven duren, en dat we met minder tevreden moeten leren zijn. Maar dat gaat volgens mij nog wel voor pyschologische problemen zorgen. Mensen gaan gefrustreerd raken, en daardoor zal de communicatie moeilijker verlopen, zullen relaties stuklopen en worden vriendschappen ingewikkeld. Misschien dat ik beter psycholoog kan worden. Of mindfulnesstrainer. Mensen zullen die oefeningen zeker nodig gaan hebben.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234