Dinsdag 15/06/2021

InterviewDe Vragen van Proust

‘Ik ben door mijn geloof niets verloren, integendeel, het heeft een beter mens van mij gemaakt’

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Tweeëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: psychologe Birsen Taspinar (45). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me eigenlijk nog altijd 25, hoewel ik nu 45 ben. Ik heb geen probleem met dat getal. In mijn cultuur is het zo dat hoe ouder je wordt, hoe meer respect je krijgt. Hier merk ik wel een verschil. In deze samenleving is ouder worden geen deugd, terwijl het bij het leven hoort. Mensen beginnen zich vanaf hun veertigste oncomfortabel te voelen bij hun leeftijd. Terwijl ik iets had van: eindelijk 40! (lacht) De druk om je te bewijzen valt weg. Laat maar komen dus.

“Ik heb vooral de tijd genomen om mezelf te ontwikkelen, daardoor ben ik laat mama geworden. Mentaal was ik daar pas eind 30 klaar voor. Toen pas heb ik alle ballast van mij kunnen afgooien en was ik rijp voor een evenwichtige relatie. Ik denk dat je eerst jezelf moet leren accepteren voor je iemand anders kunt accepteren zoals hij is. Op mijn 38ste heb ik mijn man leren kennen, twee jaar later hadden we samen een kind. De magie van het leven.

BIO • geboren in Turkije, kwam op haar tweede naar België • psycholoog en systeemtherapeut • auteur van Moeders van de stilte. Drie vrouwen in een ander land • schreef een tijdje columns voor MO* Magazine • is de zus van VRT-journaliste Fatma Taspinar

“Bovendien heb ik van weinig dingen spijt. En als je geen spijt hebt, wil je ook niet constant je leeftijd tegenhouden.”

2. Wat is uw passie?

“Mijn job. De wonderen die gebeuren in het leven van mensen. Hoe langer ik dit vak beoefen, hoe meer ik ervan hou en hoe meer ik benieuwd word naar nog meer verhalen. Ik zou van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat naar mensen kunnen luisteren. Als kind was dat al zo. In plaats van met mijn broertjes en zusjes te spelen, ging ik liever bij de volwassenen zitten terwijl ze in groepjes zaten te babbelen. Soms hielden ze zich wat in, maar vaak vergaten ze dat ik erbij zat. (lacht)

“Achteraf vroeg ik mijn moeder telkens om uitleg. Ik wilde weten wie wie was, wat soms heel ingewikkeld is als je veel familie hebt van het zevende knoopsgat. (lacht)

“Ik heb het altijd heel fijn gevonden om de levensverhalen van mensen te horen en te ontdekken hoe groot de wil is om te leven, hoe mensen ondanks alles soms hun lot kunnen veranderen. Hoe ze er soms in slagen de herhaling van bepaalde patronen te doorbreken. Mijn dag kan goedgemaakt worden als iemand met wie ik een proces heb doorlopen, erin slaagt om een moeilijke situatie te overbruggen. Of als iemand ondanks veel tegenslagen toch liefdevol blijft en een bepaalde zuiverheid weet te bewaren.

“Pas toen ik na mijn studies psychologie antropologie begon te studeren, besefte ik dat ik eigenlijk hetzelfde doe als mijn grootmoeder. Zij was een traditionele genezer die werkte met kruiden, stenen en religieuze spreuken, en in haar dromen kon zien wat het probleem was. Ze had een spirituele energie waardoor ze verder kon zien dan wat zichtbaar was. De mensen uit haar dorp stonden dan ook in lange rijen voor haar deur om haar hulp te vragen. De methodes die ik hanteer zijn verschillend, maar mensen komen om dezelfde redenen.”

3. Hoe was uw kindertijd?

“Ik ben in Turkije geboren. Mijn moeder heeft daar jarenlang alleen met ons gewoond, terwijl mijn vader hier in België aan het werk was. Als boerendochter werkte zij op de boerderij. Ze ploegde het land, zorgde voor de dieren, voor ons, voor onze grootmoeder, bakte brood, maakte kaas. Ik vraag me nog altijd af hoe ze dat deed.

“Aan die periode heb ik zelf geen herinneringen. Ik was te klein. Ik denk dat ik twee jaar was toen ik naar België kwam. Maar een tijd geleden heb ik wel foto’s teruggevonden met gedichten op de achterzijde die mijn ouders aan elkaar stuurden toen ze gescheiden leefden. Bij mijn moeder waren dat volksrijmpjes over afscheid en liefde die ze uit het hoofd kende, bij mijn vader poëzie die hij zelf schreef. Ik heb best wel een poëtische papa, iemand die graag leest en nadenkt over het leven. Best wel een filosofische man. Mijn liefde voor literatuur en muziek heb ik zeker van hem.

'Ik idealiseer hen niet. Maar ik zou wel durven zeggen dat ik van mijn ouders geen gram liefde te weinig heb gekregen.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik idealiseer hen niet. Maar ik zou wel durven zeggen dat ik van mijn ouders geen gram liefde te weinig heb gekregen.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Maar hier zijn mijn ouders van nul moeten herbeginnen. Hebben ze zich de samenleving eigen moeten maken. Desondanks heb ik wel een heel stabiele gezinssituatie gekend. Ik heb veel respect voor de moed die ze hadden om zes kinderen op te voeden in een omgeving die volledig nieuw voor hen was. Ze hebben ons voldoende ons ding laten doen. Ze hebben nooit druk uitgeoefend. Wij werden alleen maar gemotiveerd, nooit gestraft. Ze hebben ons ook nooit bang gemaakt. Wel voldoende raad meegegeven waarop we moeten letten.

“Mijn ouders zijn voor mij dan ook belangrijke rolmodellen. Ik kijk heel hard naar hen op, maar zie hen ook als mens. Ik zie hun sterktes en gebreken. Ik idealiseer hen niet. Maar ik zou wel durven zeggen dat ik van mijn ouders geen gram liefde te weinig heb gekregen.”

4. Wat is uw vroegste herinnering?

“Een vaak terugkerende droom: dat ik alleen wakker word in huis en mijn ouders met mijn broers en zussen naar Turkije vertrokken zijn.

“Ik was blijkbaar bang dat mijn ouders mij hier alleen zouden achterlaten. (lacht) ‘Ginds’ was dus een belangrijke plek in mijn fantasie.”

5. Hoe zou u liefde definiëren?

“Mijn halve liefde. (lacht) Mijn man werkt in Duitsland, waardoor ik in de week als een alleenstaande moeder functioneer. In het weekend is het dan feest, want dan zien we elkaar terug. Dat is best wel een pittig en intens leven, want je wil uitrusten en tegelijk ook connecteren. Veel mensen zien ons daardoor als een half gezin. Wat heeft het dan voor zin om getrouwd te zijn, vragen ze zich af. Of: hoe kun je je kind dat aandoen? Ik krijg daar veel commentaar op.

“Initieel was het plan dat ik ook in Duitsland zou gaan wonen, maar het was vrij snel duidelijk dat dit geen goed idee was omdat mijn leven zich hier afspeelt en zijn leven daar. Toen ik zwanger was ben ik dan ook hier gebleven. Dit is het fijne aan onze relatie: er is connectie, maar ook voldoende individualiteit. Maar wel met voldoende betrokkenheid, want liefde groeit met de tijd. Naarmate je elkaar beter leert kennen en samen herinneringen opbouwt. Sommige koppels hebben een crisis nodig om dat evenwicht te vinden.

“Op het moment dat ik voor het eerst zijn stem hoorde, voelde ik wel al een vonk. Zijn stem gaf me een enorme rust. Ik kan dat niet beschrijven, het was een soort zielenrust. Liefde is immers ook thuiskomen bij de ander. En dezelfde taal spreken, in de zin dat je je intiemste dingen met elkaar kunt delen. En dat kan pas als je met iemand connectie hebt. En connectie moet je onderhouden. Als ik mijn man een tijdje niet gezien heb, moeten wij opnieuw connecteren, dat komt niet meteen. Je mist elkaar wel, maar het is altijd opnieuw wennen.

“Het toeval wil dat we door corona meer samen zijn geweest. We konden beiden van hieruit werken. De pandemie heeft ons dus dichter bij elkaar gebracht.” (lacht)

6. Wat is uw grootste angst?

“Dat we als gezin niet genoeg gezamenlijke herinneringen opgebouwd zouden hebben. Of dat een van ons iets overkomt op een moment dat we niet samen zijn. Dat zijn angsten die ik overgenomen heb van mijn ouders, omdat zij ook een tijdlang heel ver van elkaar geleefd hebben. De geschiedenis herhaalt zich.”

7. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Op zaterdagochtend ontbijten met mijn gezin. De week is achter de rug en het weekend kan beginnen. De voorbereiding ervan alleen al maakt mij gelukkig.”

8. Wat biedt u troost?

“Ik vind troost in liefde, liefdevolle mensen in mijn omgeving, poëzie, verhalen, muziek.”

9. Is het leven voor u een cadeau?

“Absoluut. Ook al is het niet gemakkelijk, het leven is gul, vind ik. Hoewel er veel onrecht bestaat. Op een of andere manier wreekt onrecht zich toch. Liefde overwint alles. Ik sta er vaak van versteld hoe het leven mooi als een puzzel in elkaar valt.

“Of ik in het lot geloof? Ik geloof wel dat er een god is, maar niet dat die god alles heeft uitgekiend. Ik geloof dat je lot op een bepaalde manier met je genen meegegeven is, maar ook dat je je lot kunt veranderen. Concreet: ik had op mijn twintigste kunnen trouwen. Iemand had mijn hand gevraagd, volgens de traditie was ik getrouwd, maar ik ben tegen de stroom ingegaan. Ik heb tegen de verwachtingspatronen in gehandeld. Een bepaalde voorbestemming, bepaalde verwachtingspatronen of denkpatronen kun je doorbreken.

“Ik kom uit een arbeidersgezin en stam af van een boerenfamilie, dat is mijn lot en kan ik niet veranderen. Maar studeren heeft er wel voor gezorgd dat ik mijn lot mee kon kneden. Ik denk wel dat ik meer uit het leven heb kunnen halen dan wat voor mij was weggelegd.”

10. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Al vaak, ja. Zo ben ik eens, in slaap-waakmodus weliswaar, wakker geworden terwijl er een gigantische grijze man in wit gewaad met een boek aan mijn bed stond. Eigenlijk is dromen een soort religieuze ervaring. Het is een andere wereld, met een eigen logica, die we niet meteen begrijpen. Alleen als je je voldoende openstelt, krijg je iets van betekenis te zien. Als ik gedroomd heb, voel ik me vaak meer uitgerust. Ik schrijf mijn dromen ook op.

'Ik ben door mijn geloof niets verloren, integendeel, het heeft me alleen maar opgeleverd. Het heeft een beter mens van me gemaakt.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik ben door mijn geloof niets verloren, integendeel, het heeft me alleen maar opgeleverd. Het heeft een beter mens van me gemaakt.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Wat geloven voor mij betekent? Ik denk dat een god me eraan herinnert dat ik een nietig klein puntje in het universum ben en dat in een tijdspanne van miljoenen jaren dit een kort, voorbijgaand leven is. Om mezelf en het leven te relativeren. Om mezelf niet als het centrum van de wereld te zien en liefde centraal te blijven stellen. Door te geloven raadpleeg ik vaker mijn hart, en dat helpt me herinneren aan de essentie van het leven en dat is de liefde.

“Laat het duidelijk zijn: twijfel maakt deel uit van geloven. Je moet twijfelen. Twijfelen maakt je nieuwsgierig en gretig om te leren. Geloven betekent niet dat je zeker bent van je stuk, maar eerder dat je kiest voor wat je aannemelijk lijkt. Het kan zijn dat er geen god is, maar ik heb de keuze gemaakt dat er voldoende bewijs is. Voor mij heeft God zich met zijn liefde voldoende aanwezig in mijn leven gemaakt.

“Ik heb veel atheïstische vrienden, maar we gaan niet discussiëren over wie het juist of fout heeft. Het kan zijn dat ik me vergis, maar dan is dat maar zo. Ik ben door mijn geloof niets verloren, integendeel, het heeft me alleen maar opgeleverd. Het heeft een beter mens van me gemaakt.”

11. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Op de universiteit heb ik een zware vorm van acne gehad, waardoor ik me sociaal gehandicapt voelde. Het verstoorde ook mijn concentratie. Ik dacht dat het nooit meer zou overgaan. Zelfs de zwaarste medicatie hielp niet. Ik voelde me als vrouw ongelooflijk verminkt. Een ander woord kan ik niet bedenken.

“Wat me uiteindelijk heeft geholpen, is homeopathie en een goede schoonheidsbehandeling. Die combinatie zorgde ervoor dat de acne van de ene op de andere dag weg was. Kleine middelen kunnen soms helender zijn dan grove.”

12. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Eigenlijk heel goed. Ik voel me prima. Ik ben anderhalve meter, vroeger was ik altijd de kleinste van de klas en moest ik vooraan gaan zitten, maar ik heb geen complexen. Ik voel me een volwaardige vrouw. (lacht) Ik heb geen enkele chirurgische ingreep laten uitvoeren om mezelf mooier te maken. Bij mijn leeftijdsgenoten zijn er toch een aantal die hun oogleden hebben laten optrekken, of die aan botox beginnen, of hier en daar iets aanpassen. Ik vind dat allemaal wel mooi. Ik heb een vriendin die een neusoperatie heeft laten uitvoeren. Ik heb ook een grote neus. Maar ik zing en dan is een grote neus juist een voordeel. Het is een instrument op zich. (lacht) Met een kleinere neus was ik iets eleganter geweest, maar haal mijn grote neus weg en ik ben ik niet meer.

“Ik denk ook dat innerlijke rust je mooier maakt. Dat geeft een gloed op je gezicht die onbetaalbaar is. Als je tevreden bent met jezelf, heb je ook minder verzuring in je lichaam. (lacht) Dan vernieuwen de cellen zich sneller.”

13. Wat vindt u erotisch?

“Ik vind het erotisch om samen in bed te blijven liggen als je wakker wordt. En om je fantasieën aan elkaar te vertellen zonder enige censuur.”

14. Wat is de meest bijzondere plek waar u ooit de liefde hebt bedreven?

“Onze slaapkamer hebben we mooi ingericht en voor ons is dat dé plek. Iedereen verwacht de keukentafel. (lacht) De link tussen eten en seks is bij ons een no-go. Geen bananen of slagroom.”

15. Wat is uw zwakte?

“Dat ik koppig ben. Soms zelfs te koppig voor mezelf. Bijvoorbeeld: nu met corona ben ik een paar series gaan bekijken. Om elf uur weet ik dat ik zou moeten gaan slapen, maar ik ben te benieuwd. Het lukt me niet om mezelf te overtuigen om rustig naar bed te gaan.”

16. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Op de moeilijkste momenten kan ik meestal niet huilen, dat is gek. Ik zing dan klaagliederen. Dat is mijn manier van huilen.

“Toen ik twee jaar geleden mijn schoonvader verloor en voor het eerst van een islamitische begrafenis bijwoonde in Turkije, heb ik wel gehuild. Ik was in Turkije nog nooit iemand gaan begraven. Bij mijn grootouders was dat niet mogelijk. Voor mij was dat een ingrijpende gebeurtenis.”

17. Waar hebt u spijt van?

“Eén ding maar, namelijk dat ik geen conservatorium heb gedaan. Ik heb wel een aantal zangopleidingen gevolgd, waaronder Ottomaanse liederen in Turkije, maar dat vervangt uiteraard geen volledige opleiding.”

18. Welk boek heeft een bijzondere betekenis voor u?

Sereen (van de Turkse schrijver Ahmet Hamdi Tanpinar, 1901-1962, red.). Het verhaal speelt zich af in Istanbul net voor de Tweede Wereldoorlog en gaat over een onbeantwoorde liefde van een man voor een vrouw die gescheiden is en een kind heeft. De auteur beschrijft ook heel goed de overgang van het Ottomaanse Rijk naar de Turkse republiek. Je voelt als het ware de tijdsgeest. Het Arabische alfabet dat vervangen is door het Latijnse. De oude, trage Ottomaanse muziek die plaatsmaakt voor snelle, westerse. Vele Arabische en Farsi woorden die vervangen worden door Turkse.

‘Op de moeilijkste momenten kan ik meestal niet huilen, dat is gek. Ik zing dan klaagliederen. Dat is mijn manier van huilen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Op de moeilijkste momenten kan ik meestal niet huilen, dat is gek. Ik zing dan klaagliederen. Dat is mijn manier van huilen.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Door de afschaffing van het Arabische alfabet was een groot deel van de bevolking van de ene op de andere dag analfabeet geworden. Mijn grootmoeder vertelde daar vroeger over. Zij was toen kind. Die ingreep had een grote sociologische impact. Tegen die achtergrond symboliseert die onmogelijke liefde ook de onmogelijkheid om een balans te vinden tussen het traditionele en het moderne Turkije. Dat spanningsveld weet de schrijver heel knap weer te geven.”

19. Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Er is niet echt iets dat ik nog wil doen voor het te laat is. Bungeejumpen of zo. Hoewel ik het enorm knap vind als mensen dat toch nog wagen. Zoals de mama van Meyrem Almaci, die op haar 73ste een parachutesprong heeft gemaakt boven de zee in Turkije. Als je die foto ziet word je gewoon blij. (toont foto op smartphone) Dit is werkelijk een van de gekste beelden die ik ooit heb gezien. Zie dat kleine vrouwtje in traditionele kledij met al die opwaaiende onderrokken in de lucht bengelen. (lacht) De wereld ondersteboven.”

20. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Over het feit dat we altijd denken dat we het verleden niet kunnen veranderen. Maar dat kan wel als je er op een andere manier naar kijkt. De kracht van de gedachte is enorm sterk. Die reikt zelfs generaties ver.

“Nu tijdens corona heb ik een opleiding gevolgd over transgenerationele trauma’s. Gebeurtenissen die je niet zelf hebt meegemaakt, maar die je leven kunnen beïnvloeden en je lot mee kunnen bepalen.

“Om een voorbeeld te geven uit mijn eigen leven: mijn vader was twaalf toen hij wees werd en dat heeft zijn leven getekend. Hij heeft daardoor armoede gekend en omdat hij veel tekort is gekomen, heeft hij ons altijd willen geven wat we maar wensten. De pijn en het leed die mijn vader als kind heeft meegemaakt hebben dus nog altijd een invloed op ons.

“Nu, via EMDR, een wetenschappelijk verantwoorde therapie, kun je het verleden op een bepaalde manier helen door beelden en associaties op te roepen die we onbewust meedragen. Van grootouders die tijdens de Wereldoorlog gruwelijke dingen hebben meegemaakt die ze aan niemand hebben verteld, bijvoorbeeld.

“Bij op het eerste gezicht moeilijk te behandelen patiënten zit er vaak een transgenerationeel trauma. Vroeger vroeg ik me af: hoe moet ik dit aanpakken? Terwijl nu, dankzij die therapie, het perspectief in tijd verbreed is. Processen achter bepaalde patronen in ons leven kunnen al heel lang geleden op gang zijn gebracht. Als je verder en verder in de tijd teruggaat, krijg je een hele ketting te zien. Daardoor besef je ook dat alles aan elkaar hangt, dat alles deel is van een groter geheel.

“‘Change your world and the world will change. If you want to change the world, change yourself and the world will change around you.’ Met trauma is dat net zo.”

21. Hoe zou u willen sterven?

“Sowieso met de mensen om me heen die ik graag heb. En ik zou liefst mijn dochter niet al te jong willen achterlaten. Maar ik vertrouw wel op mijn man. Ik vertrouw erop dat hij het goed zou doen. En ik heb ook nog broers en zussen, dus op zich heb ik er wel een goed gevoel bij mocht ik komen te sterven.”

22. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Een tafel vol gepekelde groenten. Witloof, citroenen, olijven, augurken. Ik eet dat elke dag als aperitief. Ik zou daar een moord voor plegen.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234