Dinsdag 26/05/2020

'Ik ben de leermeester van Bart De Wever'

In de polders, net achter de Atlantic Wall van de appartementsgebouwen, bekomt Jean-Marie Dedecker van zijn nederlaag op 25 mei. De judoka van de politiek is moe. Stoppen kan hij, haast dwangmatig, niet. 'De vernederingen uit mijn jeugd hebben me gemaakt tot wie ik ben.'

Hemelvaartsdag, half vier. Jean-Marie Dedecker zit in zijn korte broek op een tractor het gras af te rijden. Voor het eerst in zijn leven. Het geel-zwarte trekkertje is een cadeau van zijn vrouw. "Die toerkes kalmeren hem," lacht ze.

Veel korter wordt het gazon wel niet. Om de halve meter moet hij stoppen, omdat voorbijgangers hem een schouderklopje willen geven. Middelkerke is Dedecker-dorp. Zijn volgende droom? Burgemeester worden, op zijn 66ste, van zijn gouw. "Als de losers weer tegen mij samenspannen, sta ik nergens. Maar de kans op verlies houdt mij nooit tegen."

Waren de verkiezingen van 25 mei al niet de match te veel?

"Dit is een nederlaag én een verlossing. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding gehad met de politiek. Er zijn zoveel momenten geweest dat ik het verwenste. Dat ik na vijf uur file hier in Middelkerke aankwam, naar het gat van de koeien staarde en het allemaal moe was. Wat me zeer doet, is dat ik stop met een verloren wedstrijd. Het is veel beter, ook in de topsport, te stoppen na een overwinning, al kan niemand dat.

"Ik heb getwijfeld of ik dit nog moest doen, maar ik voelde te veel verantwoordelijkheid. Tja, op 19 juli wordt het parlement ingezworen en zal ik al vergeten zijn."

Wat haatte u dan?

"Mijn kameraden hebben mij in de steek gelaten. Binnen de partij hadden we afgesproken onze troepen te verzamelen achter de IJzer. Al die parlementairen hebben trouwens hun mandaat aan mij te danken. Nooit is er iemand rechtstreeks verkozen geraakt behalve Jean-Marie Dedecker.

"Lode Vereeck zou me nog steunen op de Kamerlijst in West-Vlaanderen, en dan terugkeren naar de universiteit. Pas toen ik die strategie op tv wereldkundig had gemaakt, heeft hij me gebeld en toegegeven dat hij gelogen had en overstapte naar Open Vld. Ik kan zijn keuze begrijpen, die man is ministeriabel, maar verdomme, bedrieg de mensen toch niet.

"Lode heb ik vier medewerkers gegeven om hem te ondersteunen, ik heb duizenden euro's betaald voor zijn mediatraining. Als je dan zo'n verraad moet slikken, breekt er iets. Die dolken doen het meest pijn. De Tommeleins, de Van Quickenbornes, mijn carrière zit vol van zulke personages.

"Wat me ook stoorde, was de gelatenheid van mijn Vlaamse parlementsleden. Bij Boudewijn Bouckaert en Peter Reekmans voelde ik dat niet: zij hebben voor eeuwig een jongenshart. Maar de anderen lieten hun kop hangen."

U hebt geen podium meer. Hoe kunt u nog aan nationale politiek doen?

"Ik kan drie man nog een jaar betalen. Elf anderen heb ik moeten ontslaan, wat enorm moeilijk was. Vooral omdat die mensen voor altijd het stigma dragen 'dat ze voor Dedecker werkten'. Vaak kunnen ze niet zomaar terug aar hun vorige job, dat bleek bij de vorige verkiezingen al. Ik wil ook even duidelijk stellen dat ik niks ongeoorloofds doe met de partijkas. Twee jaar geleden heb ik 23 belastingscontroles doorstaan, ik ben loepzuiver."

"Als we een rechtse regering krijgen met de twee trado's (Open Vld en CD&V) en N-VA, zijn we levensvatbaar. De mensen willen verandering. Als die drie niet aan die behoefte kunnen voldoen, hebben wij een kans om terug te komen. Als N-VA in de oppositie belandt, is het over en uit."

Uw partijlid Boudewijn Bouckaert berekende deze week dat uw voorkeurstemmen N-VA aan haar gedroomde meerderheid hadden kunnen helpen.

"Ja, maar wat koop ik daar nu voor? Een plus een had drie kunnen zijn. Nu heb ik geen handelsfonds meer, nu kan ik nergens meer heen. N-VA heeft die berekeningen ook gemaakt, maar de partij wou me niet omdat ik de kiezers van de trado's zou afschrikken. Ze waren ook enorm hautain. Er was het voorstel dat ik lijstduwer zou worden, maar plaatselijke coryfeeën zoals Geert Bourgeois waren bang dat ik dan over hen heen zou springen.

"Sans rancune, ik heb maandag nog een sms gekregen van Bart De Wever."

Wat heeft N-VA dat Lijst Dedecker miste?

"Zij hebben de structuur van de Volksunie kunnen overnemen, en het electoraat. N-VA kreeg ook een comfortabel nest binnen het kartel. Ik moest het doen met een verzameling overlopers, misnoegden en idealisten allerhande. In Borgen zit dat ook: wanneer Birgitte Nyborg haar eigen partij opricht, komen de dierenvrienden en de godsdienstfanaten op haar af. Ook bij mij stonden die allemaal op de stoep."

Bent u daar niet zelf in de fout gegaan?

"Ja, maar ik had geen tijd om het anders te doen. Ik moest in drie maanden tijd driehonderd kandidaten vinden. Vrouwen overtuigen, dat was het lastigst. Ik moest alle mogelijke Miekes en Veerlekes op mijn lijsten zetten. Wat wel goed zat, was mijn buikgevoel. Ik wist dat VLD met het migrantenstemrecht, de sluiting van de kerncentrales en de extra belastingen op de verkeerde weg zat.

"N-VA was toen nog separatistisch, ik was al confederalist."

N-VA gaat met uw grondstroom aan de haal?

"Ja. Maar ik wil ook echt dat Bart slaagt. Zo'n politicus wordt maar eens om het decennium gemaakt. Hij heeft mijn programma en mijn kiezers. Het zal mijn ijdelheid kwetsen dat ik het applaus niet in ontvangst zal nemen, maar dan worden mijn ideeën tenminste uitgevoerd. Als je leraar bent en je ziet je leerlingen slagen in het leven, dan heb jij daar toch ook toe bijgedragen?

"Ik blijf een trainer. Hij heeft het nooit erkend, maar bij N-VA gebruiken ze in debatten nu nog mijn oneliners. Die erkenning voel ik wel bij andere N-VA-jongens. Arco was mijn ding. Ik heb, met mijn bankierservaring, Peter Dedecker geleerd hoe hij al die dossiers kon doorgronden. Theo Francken was wild van mijn tussenkomsten."

"Het valt ook niet te ontkennen dat ik in mezelf in de voet heb geschoten: denk maar aan Dirk Vijnck of de privédetective. Die zaak tegen De Gucht was het kantelmoment. Daar kun je een Watergatefilm over maken."

Bent u daar te ver gegaan?

"Nee, absoluut niet. Mijn Limburgse voorzitter is met dat dossier naar de Open Vld gestapt. De Gucht deed alsof hij uit de lucht viel toen het in de pers kwam, maar dat was doorgestoken kaart. Ik stond recht in mijn schoenen, maar kreeg de perceptie niet gekeerd. Ik bleef een nestbevuiler, een spion die Stasi-methodes gebruikt, een manipulator."

"Dat heeft me genekt. Het is enorm frustrerend als je voelt dat het establishment zich sluit en je daar niks tegen kunt doen. Waarom denkt u dat twee dagen voor deze verkiezingen die zaak nog eens voor de rechtbank kwam? De rechter heeft zelfs al lachend tegen mijn advocaat gezegd dat die timing niet toevallig was."

Waarom ziet u overal machinaties achter? En waarom bent u daar altijd het slachtoffer van?

"Ik zie geen complotten. Ik zie de realiteit. Ik lees balansen. Het klinkt hoofs, maar ik kan gewoon niet tegen onrecht. Politici verdelen nog altijd de speelvelden onder elkaar. West-Vlaanderen is het speelveld van Vande Lanotte. Verhofstadt wist via mij verdorie goed genoeg wat hier eind jaren negentig allemaal gebeurde. Maar hij liet de 'rode keizer' met rust omdat hij hem nodig had voor zijn paarse regeringen."

Is uw strijd niet vooral vermoeiend? Bijval krijgt u zelden.

"U wilt niet weten hoe vaak mijn vrouw zegt: 'Stop nu toch, vent.' Maar ik kan niet luisteren. Een eeuwige onrust stuwt mij voort. Ik zou nog gaan vechten in Oekraïne.

"Mijn opvoeding heeft daar schuld aan. Ik kom uit een groot gezin van zeven kinderen. Vandaag zou men zeggen: 'Dat zijn arme mensen.' Toen zeiden ze: 'Die hebben het niet breed.' Alle details die ik me herinner, bewijzen dat.

"Ik was de kleinste van drie broers en ik droeg hun kleren af. Ik had één bruine trui. Mijn neus veegde ik altijd aan mijn rechtermouw waardoor die nog meer versleet. Wel, mijn moeder heeft daar een gele lap op genaaid, zodat die trui nog wat langer mee kon. Een trauma levert dat niet op, natuurlijk niet, maar het vormt je wel.

"Wij hadden geen tv, wij stonden met vier kinders bij de buren door het raam naar de tv te kijken. Naar Roy Rogers, de voorloper van Zorro. En dan deed ze de blaffeturen voor onze ogen naar beneden. Die vernedering, dat onrecht, daar ben ik mijn hele leven tegen blijven vechten. Dáár komt ook mijn geldingsdrang vandaan.

"Mijn vader was een kleine staatsambtenaar, die gelukkig veel bijkluste. Hij werkte keihard, en was zeer sociaal. Als kind ben ik hem vaak, aan de hand van mijn moeder, uit het café moeten gaan halen. Ik genoot daarvan, want dan kreeg ik een reep chocolade."

"Wij woonden in bij de ouders van mijn moeder. Iedere keer als er een baby bij kwam, was het zoeken naar plaats. Wij sliepen met vijf jongens in een kamer. Tot mijn achttiende heb ik bij mijn broers in bed geslapen. Twee aan twee en één aan het voeteneinde. Om mijn Romereis te betalen - ik deed Grieks-Latijnse - ging ik in de kerstvakantie sla snijden. We deden dat graag, want we kregen bij die mensen confituur én charcuterie op één boterham."

"Mijn moeder zegt altijd dat ik met vechten ben begonnen omdat we met te veel waren om de borst te krijgen. En, zegt ze, toen je de paus gezien had in Rome, ben je gaan revolteren. De hypocrisie van die kerk!

"Werken is een erezaak voor ons. Geen van mijn zeven broers en zussen heeft ook maar één dag gestempeld. Ik was negentien, ik zat op de universiteit, en mijn vrouw bleek zwanger. Wij hadden niks om van te leven. En niks was toen echt niks. Voor mij zat er niks anders op dan in de betonfabriek te gaan werken. Toen ons kindje stierf, was echt alles verloren.

"Maar ik heb me omhoog geknokt. Telkens opnieuw. Daarom heb ik het ook zo moeilijk met al die klagers. Met die afhankelijkheids- en pampercultuur. Ik heb één keer in mijn leven mijn hand opgehouden, bij mijn plechtige communie. Toen gingen we rond bij de boeren in de buurt voor een cent. Mijn moeder had toen één lap stof gekocht, voor twee pakken voor mijn broer en mij.

's Zomers en 's winters liep ik trouwens rond in korte broek. Dat hardt je voor het leven. Wat je meemaakt tussen je tweede en je zesde levensjaar, bepaalt je maatschappijvisie tussen je twintigste en je zestigste."

Is in uw jeugd ook uw fundamentele wantrouwen ontstaan?

"Ja, maar ik wantrouw enkel macht. Systemen. Geen mensen. Integendeel, ik heb eigenlijk te veel vertrouwen in de mensen. Dat heb ik meegenomen uit de sport. Daar is een woord een woord. In de politiek geldt geen eer of moraal. Iedere avond als ik naar het journaal kijk, zou ik van colère de tv uit de muur trekken.

"Ik zou zo graag eens drie jaar onderzoeksjournalist zijn. Ik zou zo graag eens een paar politici snoeihard interviewen. Er worden zoveel onnozelheden verteld. Jean-Luc Dehaene krijgt nu odes aan de lopende band, maar eind jaren negentig was iedereen hem kotsbeu. Ik heb hem meegemaakt bij Lernout & Hauspie en bij Dexia. Van mij zul je over hem geen goed woord horen."

Hebt u eigenlijk vrienden in de politiek?

"Ik had één vriend, de schatbewaarder van onze partij. Hij is drie jaar geleden verongelukt, op 25 mei. (krijgt het moeilijk) Dat maakte deze verkiezingsdag extra pijnlijk. De rest, zoals Boudewijn of Peter, dat zijn kameraden.

"Politiek is een orgie van egoïsme. Maar ik wil het ook niet te negatief maken, ik heb ook onvergetelijke dingen meegemaakt. Mijn bezoek aan koning Albert vergeet ik nooit. Ik ben republikein, ik heb zijn zoon zwartgemaakt, maar dat leek hem allemaal niet te deren. We hebben over auto's gepraat, over sport en over zaken die ik niet aan uw neus ga hangen. Als mens vond ik hem ongelofelijk sympathiek en warm."

Stelt u zichzelf niet te positief voor? U doet zich voor als een klokkenluider en Don Quichote, maar staat te boek als een ontrouwe ruziestoker.

"Waarom zou ik ontrouw zijn? Normaal ging ik aan het begin van mijn politieke carrière bij de Volksunie. Maar Bert Anciaux heeft mij vier keer belogen en bedrogen. Elke partij trok, na de Olympische Spelen van 1996, aan mijn mouw.

"Daarna bood Verhofstadt me de lijstduwersplaats aan. Zodra ik was verkozen, was de vriendelijkheid voorbij. Ik verstoorde de bestaande pikorde bij de liberalen, en zij schilderden me al snel af als 'ruziemaker'. Terwijl ik enkel mijn mening zei. Ik was niet meer dan een indringer die niet tot hun zoontjes- en dochtertjesfabriek behoorde.

"Helaas bleef dat imago mij ook bij N-VA achtervolgen. De Wever kon niet anders dan mij buitenzetten voor zes mandaten en een koffer vol met geld. Hij heeft nog altijd pijn omdat hij ingegaan is op dat idee van Etienne Schouppe (CD&V). (In 2006 werd Dedecker lid van N-VA, wat het kartel met CD&V op springen zette. Uiteindelijk koos N-VA voor dat kartel en niet voor Dedecker, TP.) De Wever heeft mij lang niet in de ogen durven te kijken."

En toch: ondanks al die gevechten is dit geen afscheidsinterview?

"Ik woon in het paradijs met mijn vrouw en kom, als omhooggevallen middenstander, niks tekort. Maar ik moet op de mat staan en mijn gelijk halen. (lacht naar zijn vrouw) Al zal ik nu eerst verder het gras afrijden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234