Zondag 16/05/2021

'Ik ben burger in bijberoep'

Er komt een dag waarop Erwin Mortier dit land verlaat. Wat moedeloos, misschien verjaagd: 'Wil ik wel blijven waar men me het zo moeilijk maakt?' Dat wordt dan een fiscaal en dus politiek statement van de schrijver die net in Frankrijk de prijs voor het beste buitenlandse boek heeft gekregen. 'Een boek is altijd een brief.'

Geen idee hoe ze zijn naam in Frankrijk uitspreken, maar Gestameld liedboek werd er Psaumes balbutiés. Toen het nieuws bekend werd dat het Le Prix du Meilleur Livre Etranger had gewonnen, plaatste de schrijver een fragment uit het boek over de worsteling van zijn moeder - en de hele familie - met alzheimer op Facebook.

Ook zegt ze: Wat zijn toch die kliekjes, nee

klokjes, je weet wel, in het gras,

op poten daar, ze leggen maar die ene niet.

In de woorden van vertaalster Marie Hooghe werd dat dat:

Elle dit aussi : C'est quoi ces cracottes, non,

ces cocottes, allons, là, dans l'herbe,

avec des pattes, mais qui pondent pas.

Aan deze tafel in Drongen, buiten is er wind en ijsregen, rolt Erwin Mortier een sigaret. Die zal uitdoven, zo gaat dat, binnen deze uren geeft hij ze twee keer nieuw vuur.

"Jezelf lezen in een andere taal is een beetje zoals je een lucide droom kunt hebben", zegt hij. "Het is echt en niet echt. Het is hetzelfde huis dat dezelfde indeling van kamers heeft, maar je merkt dat de deurklinken verschillend zijn en dat de trap anders kraakt als je naar boven gaat. Ik herken het en toch is het een ander boek. Maar ik heb veel geluk met iemand als Marie Hooghe. Ze heeft ook Godenslaap vertaald en Marcel. Het is geen klein meisje.

"Als je meer dan tien jaar samenwerkt, ken je elkaar. (met een glimlach) Al vinden mijn vertaalsters me een lastige klant. Mijn werk is ogenschijnlijk eenvoudig, maar ik exploiteer de taal wel. Marie Hooghe heeft ook Boon vertaald en ze plaatst mijn boeken qua moeilijkheidsgraad in die orde. Maar ik geef ze speelruimte en de mogelijkheid tot interpretatie. Soms komt ze een paar dagen hier om door het hele manuscript te gaan. Dan vraagt ze me om bepaalde beelden te schetsen en gebeurt het dat ik een half uur oreer alsof ik te veel wiet heb gerookt. Maar een boek is een lichaam. Je moet er organisch in opgaan."

Wie Marcel las, vertoefde in Hansbeke. Het dorp van zijn jeugd. In Gestameld liedboek las je zinnen die zijn moeder uitsprak. Soms zinnen zonder inhoud. Hij noemt het wel "pure muziek" en dan "moest Marie iets vinden waardoor ook zij die muziek deed klinken". Maar hoe universeel zijn zulke verhalen dan? "Voor mij is schrijven net een manier om iets wat zeer particulier is in een andere dimensie te slingeren. En door stijl proberen te laten klinken - niet te definiëren, maar te omschrijven en elke mogelijk definitie te omsingelen - en de vraag te stellen wat het eigenlijk is een mens te zijn. Dat is een vraag die men in Barcelona net zo goed begrijpt als in Parijs."

We zijn ruim twee jaar na het verschijnen van dit boek dat hij, toen en nu, omschreef als een dat er kwam vanuit een absolute noodzaak. "Als ik het niet gedaan had, was ik depressief geworden", zegt Erwin Mortier vandaag. "Ik was dof en grijs aan het worden. De gevoeligheid voor poëzie viel weg, ik merkte dat ik dit boek uit de weg ging. Tot die doos met knipsels voor me stond.

"Door het te schrijven ben ik een gelukkiger mens geworden. Het bracht mezelf weer aan de praat. Door het boek te boetseren kwamen er lichtpunten terug en taferelen. Ik kreeg mijn moeder terug. Alzheimer is een ziekte waarbij de taal afsterft. Niet alleen bij wie aan alzheimer lijdt, maar ook bij de mensen errond. De hele omgeving is op een symbolische manier mee ziek."

Twee jaar later verblijft Mortiers moeder in een rusthuis. Van vooruitgang is natuurlijk geen sprake. Al zegt hij zacht: "Ze heeft wat gewicht bijgewonnen. Waardoor ze misschien de winter doorkomt." Met zijn vader gaat het beter. Hij heeft zijn plek ge- vonden, daar alleen thuis. Ook hij las het boek, net als Mortiers broers en zussen. "Hij was zeer ontroerd en, zoals vroeger, trots. Dat zijn mijn ouders altijd geweest. Ooit kreeg ik in Nederlands Limburg een prijs en ik nam hen mee. Een uitstapje. Ze zaten in de zaal, niet vooraan, ergens halverwege. Maar vanop het po- dium zag ik daar wel twee gloeilampen zitten. Een Nederlands echtpaar sprak hen aan: 'Mijnheer en mevrouw Mortier, proficiat', zeiden ze. Hoe ze wisten dat zij de ouders waren, vroegen mijn ouders. 'Dat zagen we.' Toen Marcel verscheen, was er een bescheiden diner waar mijn ouders en toen nog mijn grootmoeder bij waren. Achteraf zeiden ze tegen mijn uitgever hoe gelukkig ze waren. 'Het is pas nu dat we onze zoon echt leren kennen.'"

Reddingsboei

Erwin Mortier was 34 bij dat debuut. Zou het kunnen dat hij, zo laat en aan dat boek schrijvend in een oud klooster, ook zichzelf door dat schrijven pas toen echt leerde kennen? Hij antwoordt eerst met een grap: "Ik wist al heel vroeg dat ik een genie was." En dan: "Zet daar maar '(lacht)' bij.

"Kunst was mijn reddingsboei, want er werd niet gezien dat ik een talent had. Het scheelde niet veel of ik was in het beroepsonderwijs terechtgekomen. Ik was een watervalkind avant la lettre. Maar ik kon van mijn sokken geblazen worden door, bijvoorbeeld, een schilderij. Alleen zat ik daarmee in een parallelle wereld die het onderwijs niet zag. Op veel scholen ben ik eruit gebonjourd en uiteindelijk zat ik op een school waar 'snit en naad' en strijken tot mijn vakken behoorden. Pas toen ik 18 was en ik toch kunstgeschiedenis wilde studeren, waarvoor veel leerkrachten me gek verklaarden, zei de schoolpsycholoog: 'Ik heb nooit iemand gezien met zo'n groot logisch vermogen als jij, maar tot mijn grote frustratie heb ik geen stem in de leraarskamer.'"

Het is goed gekomen. Gelukkig. De jongen die, met zijn vader in dat dorp, de houten trap naar de bibliotheek opging en die in een paar jaar "vakkundig leeg las", vond plots de wereld waar hij naar verlangd had. De jongen die, klaar met een taakje bij 'snit en naad' vroeg of hij wat mocht lezen in De dansende Woe-Li Mees- ters: een overzicht van de nieuwe fysica, kwam waar hij wilde zijn. "Het was een soort 'eindelijk-gevoel' dat ik kreeg", zegt hij. "Door dit rare parcours ben ik niet veracademiseerd. Waar het om gaat, is die creatieve vonk. Je kunt dat niet vatten, je moet je ernaar voegen. (gelaten) Ik ben niet meer dan de hoer van mijn verbeelding."

Die vonk had hij zelf eerder gevoeld. Hij kan het moment nog oproepen. Op een avond moest hij met zijn zus mee naar de orgelles. "We waren wat te vroeg. De leraar speelde zelf een abstract werk van Bach. Ik voel dat nu nog. Het was alsof ik opgetild werd in een soort universum, in een volmaakte synthese tussen ratio en gevoel. Een goddelijk gevoel van de prachtigste muziek die de cultuur heeft voortgebracht. Ik zeg altijd: als de muziek van Bach waar is, bestaat God."

Schrijven aan de wereld

In, toch nog eens, Gestameld liedboek schrijft hij dit: 'Ik merk dat ik alleen schrijf om zinnen zonder haperingen door mijn kop te horen dansen. Om ritme, versnelling, vertraging, om rustpunten te laten zingen.' Dat is bijna muziek. Zijn taal als zijn muziek. "Als je schrijft, schrijf je brieven. Een boek is altijd een brief. 'Dit is mijn schrijven aan de wereld, die nimmer schrijft aan mij', zoals Emily Dickinson het uitdrukte. De wereld zwijgt eigenlijk, alsof de taal een schandaal is en ons uit de orde van de dingen wegsleept.

"Als ik in het Gilgamesj-epos over de dood van zijn vriend En- kidu lees, dan word ik 3.000 jaar teruggeworpen. Dan besef ik dat iemand in die tijd, hetzelfde gevoeld kan hebben als ik. De afstand valt weg. En dus, wie weet, dat welk jochie ooit datzelfde voelt bij een boek van mij. Daarom past kunst niet in economische modellen. Wat zijn de meetschalen die een minister hanteert? Móéten we dat meten? Moeten we kunst niet gewoon de vrijheid laten?"

In die vraag ligt zijn antwoord bestorven en ook dat is van Erwin Mortier bekend. Hij laat van zich horen, op Facebook en Twitter, in opiniestukken voor onder meer De Morgen. Dan gaat het over politiek en de huivering voor wat er in rechts Antwerpen gebeurt. Over de verhoging van de heffing op auteursrechten. Onlangs vlammend over de beslissing om Joos op Radio 1 af te schaffen.

Voelt het als een verantwoordelijkheid? "Ik vind politieke betrokkenheid in zeer brede zin een soort van huurgeld dat je betaalt voor het feit dat je mag bestaan. En dat je door je werk een publieke dimensie hebt, zorgt ervoor dat je dit kunt doen en dat je gehoord kunt worden en het publieke debat mee kunt aanzwengelen. Tegelijk voel ik dat ik me het volledigst uitdruk in mijn werk. Ik ben schrijver, en burger ben ik in bijberoep. Maar als ik terugblik op vijftien jaar publieke stellingname, is de grond van de zaak wel altijd de kwaliteit van onze democratie. Over hoe kunstenaars en schrijvers het moeilijk hebben om rond te komen in dit fiscaal systeem. Of over een openbare omroep die door en door ziek is en zijn publieke opdracht laat verwateren. Of de hardvochtigheid van een rechtssysteem dat een jongen met psychische problemen (iemand als Jonathan Jacob, RVP) in de vernieling slaat. Je moet als schrijver de knuppel in het hoenderhok gooien, het raam sluiten en dan de hoenders laten kakelen."

Eerder heeft hij al gezegd dat je daarmee wel eens een 'kuip zuur' over je heen krijgt, het resultaat van debat in tijden van internet. "Nu kan iedere briesende bejaarde met een croissant tussen zijn tanden geklemd op een klavier beginnen te tokkelen", glimlacht hij. "Ik blijf het een teken van beschaving vinden dat er flink heen en weer gepikt kan worden. Maar steeds meer heb ik de indruk dat ik mijn eigen bijdragen zo maak dat er geen speld meer tussen te krijgen is en dan zijn reacties vaak niet inhoudelijk meer. Zo verliezen we dus toch een stuk beschaving."

Die ochtend zit in het nieuws nog zo'n polemiekje: de Brusselse OCMW-voorzitter Mayeur klaagt aan dat, onder meer, het Antwerpse OCMW anderstalige steuntrekkers naar Brussel verwijst en bijna in de trein zet. Is dat hetzelfde Vlaanderen dat zo geraakt werd door Gestameld liedboek, een boek waarin zorg voor en bezorgdheid om de andere centraal staan?

"Ik geloof niks van de 'rechtse onderstroom' in Vlaanderen. Dat is een constructie omdat links te zwak en te stom is - in beide betekenissen van het woord . Tien jaar terug had je Stevaert en links had toen wel een verhaal van solidariteit. Waarom zou het dan nu niet meer kunnen? Dit lijkt me een voorbeeld van de monoculturalisering van het politieke discours."

Of met andere woorden: na Steve Stevaert kwam Leterme en na Leterme kwam De Wever. Iedereen op zijn tijd, en op tijd weer weg. "Er zijn er al zoveel geweest, van die plotse politici die even aan de oppervlakte komen en weer verdwijnen. Ik hoop dat na de volgende verkiezingen, met vijf jaar electorale rust voor de boeg, politici gaan kijken hoe ze het politieke landschap weer gezond kunnen maken in plaats van met veel enerzijds-anderzijds het discours van de luchtballon van het moment te echoën."

De vraag borrelt vanzelf op. Hij woont hier zelf al lang, in deze kleine streek. Hugo Claus vertrok naar Frankrijk. Gerrit Komrij naar Portugal. Straks woont Stefan Brijs in Spanje. Hij? "Het is niet uit een soort nostalgie dat ik hier woon. Ik heb altijd van dit Leielandschap gehouden. En het is een aangenaam huis. Maar ik denk dat we ooit naar de stad gaan, met musea op loopafstand."

Veel kans dat die stad dan in het buitenland ligt. "Ik ben vijftien jaar terug gedebuteerd, maar vraag me toch af of ik mijn schrijfarbeid gevestigd moet laten in dit land dat het me zo moeilijk maakt. Het (hij bedoelt emigreren, RVP) gaat zeker gebeuren. Kunstenaars zijn goed om in de pers gefeliciteerd te worden door ministers, maar fiscaal blijft het kunst- en vliegwerk. Als ik vijf jaar aan een boek werk, dan verdien ik vijf jaar niks. Maar dan verschijnt het boek en plots word ik volledig belast op die inkomsten. De vorige controleur die hier op bezoek kwam, zei: 'Mijn- heer, leg mij eens uit wat dat is, schrijven. Normaal doe ik alleen kleine horecazaken en frietkoten.' Ik vind mezelf te oud geworden om hiermee bezig te zijn en ik voel dat mijn talent rijpt. Ik wil me daarmee bezighouden."

Zonder enige concreet plan weet hij dat uitstellen niet lang meer duurt. Misschien niet volgend jaar, maar misschien wel een volgend jaar. Waarheen? Schouderophalen. "Tachtig procent van mijn lezers woont in Nederland, waarom zou ik mijn belastingen niet aan de koning van Nederland gunnen? Of waarom niet naar Ierland? Daar moeten kunstenaars geen belastingen betalen door een beslissing van een minister in de jaren zestig, die mensen als Beckett het land zag ontvluchten. Hij zei: "Ik wil hiermee geen buitenlandse artistieke klootzakken aantrekken, maar ik wil wel onze eigen artistieke klootzakken behouden.'"

Zijn ergernissen zijn niet onbekend. Toch blijft de verrassing, zelfs in de politiek. Hij vertelt dat hij, bijvoorbeeld, nooit verwacht had dat hij het ooit goed zou kunnen vinden met iemand als Guy Verhofstadt. Dat is nochtans wel zo, een deel van zijn nieuwe boek - daar komen we later bij - werd geschreven in het huis van de gewezen premier in Italië. "Hij voelt heel duidelijk aan wat er mis is op Europees vlak en heeft een goede visie op de taak van Europa. Daar oogst hij ook zijn portie hoongelach mee."

Gestameld liedboek werd voor deel geschreven in "het huis van Karel en Mireille" - de familie De Gucht. Dezelfde verwondering: "Ik ken hem als een zeer humaan man. Na Godenslaap schreef hij me een mooie brief over hoe hij vond dat dat boek over de menselijke ambiguïteit ging." Wat bindt die mensen met Erwin Mortier? "Vriendschap, met mensen uit welk deel van de samenleving ook, is voor mij gebaseerd op integriteit, moed en een soort gulheid. Een ruimhartigheid, zou ik het noemen. En of iemand dat heeft, voel ik zeer snel aan. Net als het wederzijdse van de appreciatie."

Plek van de kat

Wat je nooit mag doen bij een schrijver is vragen naar zijn volgende boek. We doen het toch. Het zal De spiegelingen heten, hij schrijft de laatste hoofdstukken, met de hand en met zwarte pen in een ongelijnd Moleskine-schrift, én op zijn computer. Thuis, maar dus ook in die zomerse huizen in Italië, Frankrijk, in Scan- dinavië of bij vrienden in Portugal. "Als ik schrijf, organiseer ik mijn eigen klooster. Ik zoek de plek van de kat, ik hou van die te- ruggetrokkenheid, en 's avonds van het feesten en het genieten."

Februari 2014 is dat boek er, maar nu al koos hij een werk van de Britse schilder John Keith Vaughan voor de cover. "Op mijn museumtochten heb ik een boekje bij me. Als ik iets zie, schrijf ik het op." Over dat nieuwe boek toch dit: "Het is ontstaan uit Godenslaap, het is de stem van Edgard, de broer van Helena (hoofdfiguur in 'Godenslaap', RVP), een personage dat ik al heel graag zag in dat boek maar dat ik het zwijgen heb opgelegd." In Godenslaap zei Helena: 'Ik realiseer me ineens dat we op dezelfde man verliefd geweest zijn.' Dat zal blijken.: "Edgard heeft zijn hele leven een relatie gehad met Helena's man. Die ambiguïteit zit in het boek. Zoals Godenslaap mijn Eerste Wereldoorlogroman was die geen Eerste Wereldoorlogroman was, wordt dit mijn homoroman die geen homoroman is."

Het is donker geworden. Als je naar zijn madeleine van Proust vraagt: Erwin Mortier is drie jaar, loopt op een landweg achter zijn overgrootvader en ruikt de geur van een zandweg in de hitte van de zomer. "Als ik die geur waarneem, voel ik nog altijd: 'Ik besta.' Alsof je door dat besef losgesneden wordt van de wereld." Die geur heeft nog andere herinneringen: de eerste wandeling met Lieven Vandenhaute ("mijn chronische levensgezel") in de Vlaamse Ardennen. Plots herinnert hij zich de eerste romantische vraag van Lieven. "Hij vroeg: 'Wat vind je het best, samenwonen of een latrelatie?' Ik kende die jongen een half uur!" Maar dus 25 jaar verder en ouder - de schrijver wordt 48 - zegt hij: "Voor mij is goed ouder worden nog meer mijn armen kunnen opengooien en openstaan voor nieuwe dingen. Er zijn mensen die verkrampen en die vinden dat leven bestaat uit verlies, terwijl ik steeds meer definities overboord gooi. Elke dag denk ik nog altijd tien minuten bewust aan de dood omdat ik besef dat de wereld en de mensen die ik graag zie, elk moment weg kunnen zijn. En als ik aan mijn eigen dood denk, dan is het niet met angst of verdriet. Wel met een groot gevoel van spijt dat het al voorbij zou zijn."

Bio

Geboren in Nevele op 28 november 1965

Studeert kunstgeschiedenis en behaalt ook diploma van psychiatrisch verpleegkundige

Van 1991 tot 1999 wetenschappelijk medewerker van Dr. Guislain Museum

Voor debuutroman Marcel (1999) krijgt hij Debuutprijs en Gouden Ezelsoor

Roman Godenslaap wordt in 2009 bekroond met AKO Literatuurprijs

Franse vertaling van Gestameld liedboek krijgt Prix du meilleur livre étranger in categorie essay

Woont samen met radio- en televisiemaker Lieven Vandenhaute

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234