Zaterdag 02/07/2022

InterviewErik Van Looy

‘Ik ben blij dat ik mijn droom heb nagejaagd, maar Hollywood heeft me mijn huwelijk gekost’

null Beeld VIER
Beeld VIER

Sinds jaar en dag vadert Erik Van Looy (59) op de hem kenmerkende wijze – knulligheid tot groot vakmanschap verheffend – over De slimste mens ter wereld, het quizje waarmee hij nog steeds graag oud wordt. Intussen vliegt de tijd. Zijn laatste film, De premier, dateert alweer van vijf jaar geleden, zijn laatste grote interview óók. Omdat Erik leeft volgens de Hunter S. Thompson-filosofie – ‘Anything worth doing, is worth doing right’ – praat hij vandaag maar liefst drie uur met ons. Over de finaleweken van De slimste mens, over zijn op til staande theatertournee Verslaafd!, over de afgelopen jaren en over de liefde van zijn leven: die wispelturige minnares Vrouwe Cinema, slechts zelden een teef.

Vincent Van Peer

Het is zondag. Erik en ik schuifelen binnen in een opgeruimde auberge, op zoek naar het ontbijtbuffet. De enige zorgen: Erik moet op zijn gsm de juiste fragmentjes van Verslaafd! vinden, en er is de Antwerpse derby, die later die dag door Radja Nainggolan in een door Erik zeer geapprecieerde plooi zal worden gelegd. Maar we beginnen bij die ándere belangrijkste bijzaak in het leven: De slimste mens.

Erik Van Looy: “Dat programma blijft wat mij betreft een stijgende curve: ik presenteer het elk jaar liever. Als ik ’s ochtends opsta, kijk ik al uit naar de opnames. Ik ben, geloof ik, ook een andere presentator geworden. Ik laat meer dan ooit betijen. Vroeger was ik daar een beetje bang van, maar nu heb ik niets liever dan dat er van alles op me afkomt dat me verrast en verrukt, dat kandidaten me uit m’n lood slaan en dat juryleden improviseren.”

“Ik blijf het ook een buitengewoon wáárdevol programma vinden. Ik ben namelijk een vurige aanhanger van de levensfilosofie Onnozelheid. Onnozel doen, onnozel blijven: het is een mensenrecht en ik vermoed zelfs dat het de wereld kan redden.” (lacht)

Die filosofie beoefen je ook in de bijvragen die je stelt. Zoals toen je onlangs wilde weten of de kinderen van de kandidaten ‘toevallig niet op Poetin lijken’.

Van Looy: (lacht) “Ik ben pas enkele jaren geleden begonnen met die vragen: dat is een restant van mijn rubriek bij De laatste show, waarin ik de grootste filmsterren de onnozelste vragen ging stellen. ‘Hou je van walvissen?’ ‘Heb je al eens gehoord van PornHub?’ Ik merkte toen al dat dat ontwapenend werkt. Ik hoef natuurlijk de antwoorden niet écht te weten, maar ik hoop er wel humor mee op te wekken, en in het allerbeste geval zelfs een fantastisch verhaal, waar ik dan de rest van de aflevering mee aan de slag kan.”

“Mensen zeggen weleens dat De slimste mens, zoals alles in deze wereld, vroeger beter was. Maar die mensen zijn vergeten dat het programma vroeger helemáál niet zo grappig was. Er passeerden afleveringen waarin er maar één of twee keer gelachen werd. Nu bruist het! De hele ‘3-6-9’-ronde is één grote komische talkshow geworden. Maar daarna wordt het evengoed spannend, en het is die combinatie die het geweldig maakt.”

Ik vind het mooi om te zien dat je na achttien jaar nog altijd zo enthousiast bent.

Van Looy: “Ik amuseer me rot! En je weet: ik zal deze show zo lang mogelijk blijven doen. Al is recent gebleken, toen ik uitviel met corona, dat ik vervangbaar ben: die dekselse Bart Cannaerts heeft dat natuurlijk twee afleveringen lang fantastisch gedaan. Sterker nog: van mij mag hij dat in de toekomst nog doen. Ik heb altijd al geweten dat De slimste mens zonder mij kon, maar het is fijn om te weten dat het programma hoe dan ook in goede handen is: voor je kind wil je nu eenmaal geen boze stiefvader.”

Heb je afgezien van corona?

Van Looy: “Voor de juryleden was het een godsgeschenk, voor mij iets minder. (lacht) Het is écht een angstaanjagend ding. Ik heb mij nog nooit zo moe gevoeld. Toen ik de afwasmachine leeghaalde, moest ik puffend gaan zitten: dat is zelfs voor mij niet normaal. En er sloop angst in, omdat je weet: bij sommige mensen wordt het nog véél erger. Ik heb vaak gedacht: is dit nu het einde van die ziekte, of net het begin?”

Was jij ook niet een klein beetje een hypochonder?

Van Looy: “Nee, ik mankeer namelijk écht van alles.” (lacht)

Maar je verlegenheid lijk je wel steeds meer van je af te schudden.

Van Looy: “Ik ben steeds minder verlegen, ja. Vroeger had ik daar écht last van. Als ik hier vroeger alleen had moeten binnenstappen, dan had ik mij daar zeer ongemakkelijk bij gevoeld. ‘Oei, de mensen gaan mij zien! En ik moet aan de garçon vragen waar ik mag gaan zitten!’ Ook een groot probleem was mijn totale gebrek aan assertiviteit. Als Antwerp-supporter was dat niet gemakkelijk, zeker niet als Antwerp-supporter die tijdens de rust graag een hotdog eet. Nu zijn er rijen, maar vroeger vormde zich één grote massa voor het kraam: wie het hardst riep, kreeg een hotdog. Ik bleef met voorzichtig opgeheven vingertje aan de zijkant staan en kreeg pas mijn hotdog toen de match alweer halverwege was. Dat verandert wanneer je bekend bent. Dan passeer je dat kraam – ‘Hey Erik!’ – en heb je al een hotdog nog voor je erom gevraagd hebt. Dat is één van de redenen waarom ik mij de roem soms laat welgevallen. Nog één is dat ik het immense voorrecht geniet van amper vijanden te hebben.”

Is dat een voorrecht of zorg je daar gewoon zelf voor?

Van Looy: “Dat weet ik niet. Er zijn alleszins weinig mensen tégen mij, merk ik. Als ik me bij hoge uitzondering nog eens op de sociale media begeef, ontspring ik altijd de dans. Dan denk ik weleens, op narcistische wijze: de mensen vinden mij wel oké. Misschien omdat er iets enorm niet-bedreigends over mij hangt. Bij mij zul je altijd het gevoel hebben: als hij het kan, kan ik het ook.”

Of misschien ben je wel gewoon sympathiek.

Van Looy: “Dat weet ik niet, ik hoop natuurlijk van wel.”

Terug naar De slimste mens: dit jaar vond ik ook het deelnemersveld uitstekend. Divers én interessant, met ontdekkingen als Anthony Nti, Dena Vahdani, Wiam en Merol die bijna geheel onbekend waren, maar een blijvende indruk nalieten.

Van Looy: “Ik ben blij dat je dat zegt, want dit jaar hebben we – méér nog dan anders – bakken gezaag te verwerken gekregen.”

Hoezo?

Van Looy: (twijfelt) “Wij casten zeer divers, omdat wij dat heel leuk vinden en omdat mijn wereld erg divers ís: dat wil ik alleen maar omhelzen en toelaten. Maar aan de racistische comments op sommige sites merk ik dat niet iedereen daar klaar voor is. Vreselijk vind ik dat. De diverse wereld is een evidentie en een verrijking. Commentaren die het tegendeel beweren, stemmen mij écht depressief. Tegelijk weet ik dat het stuiptrekkingen zijn, want is er nu nog íémand die denkt dat-ie de gediversifieerde wereld zal kunnen tegenhouden, laat staan terugdraaien? Omárm dat toch, in plaats van er bang van te zijn!”

'Wij casten zeer divers met ‘De slimste mens’, maar ik merk aan de racistische commentaren dat niet iedereen daar klaar voor is. Dat vind ik vreselijk.' Beeld Johan Jacobs
'Wij casten zeer divers met ‘De slimste mens’, maar ik merk aan de racistische commentaren dat niet iedereen daar klaar voor is. Dat vind ik vreselijk.'Beeld Johan Jacobs

“De kritiek dat de kandidaten dit seizoen ‘te onbekend’ waren, nemen we wel mee. Al kunnen wij er ook niet aan doen dat enkele grote namen relatief snel zijn afgevallen. Daar weigeren wij in te sturen, ook al beweren kwatongen het tegendeel. Als wij echte meestermanipulators waren, die de makkelijke vragen naar de kandidaat van hun keuze schoven, dan kan ik je verzekeren dat Niels Destadsbader, de hoofdvogel van het seizoen, er niet na twee keer al uit ligt. En Tine Embrechts ook niet. Dat vinden wij ook spijtig. Maar het spel verloopt nu eenmaal eerlijk. Ik heb al gemerkt dat dat niet overal zo is. Als ik potentiële kandidaten opbel, zijn er BV’s die zeggen: ‘Ik weet hoe dat gaat: ik wil wel meedoen, maar dan wil ik er minstens drie afleveringen in zitten.’ (lacht) En ja, dan maar niet, hè.”

“Voor we dit thema afsluiten: mag ik jou nog even een exclusieve primeur aanbieden?”

Jullie hebben Rik Torfs in levensnood aangetroffen tussen de kussens van jullie oude decor?

Van Looy: (lacht) “Dat niet. Wel organiseren we volgend jaar, ter ere van het 20ste seizoen, nog eens een editie van De allerslimste mens ter wereld, met de allerbeste kandidaten van de afgelopen tien jaar.”

Wie heb je eerst gebeld?

Van Looy: “Tom Waes, natuurlijk. Toen hij het zag zitten, wist ik dat het in orde zou komen. Dat is zoals Marlon Brando in je film hebben: zodra hij toezegt, bevestigen Al Pacino en Meryl Streep óók. Ik kijk er al naar uit. Het zal een lichtjes andere quiz opleveren. Het niveau zal omhooggaan.”

De quiz is in vergelijking met vroeger inderdaad wel héél gemakkelijk geworden.

Van Looy: “Dat vind ik ook. Maar volgend jaar dus niet. Het zal een spetterend feest worden, vol leuke mensen en goede quizzers. Ik ging bijna zeggen: de Super League in plaats van de Champions League. Maar wij zijn beter!”

“Over torenhoog niveau gesproken: is het goed dat ik je meteen enkele filmpjes laat zien van Verslaafd!, schitterend gemaakt door Woestijnvis-regisseur Pieter Baeten? Zo krijg je toch een beeld van wat de voorstelling ongeveer zal worden.”

'Ik heb vijftig jaar geen alcohol gedronken, tot ik me op bevel van Gert Verhulst één keer heb bezat, waarop ik de smaak te pakken kreeg. En dat gaat me soms net iets te goed af.' Beeld Johan Jacobs
'Ik heb vijftig jaar geen alcohol gedronken, tot ik me op bevel van Gert Verhulst één keer heb bezat, waarop ik de smaak te pakken kreeg. En dat gaat me soms net iets te goed af.'Beeld Johan Jacobs

Gunstige dagprijs

Over Eriks stand-upkunsten blijf ik nog even in het ongewisse: de filmpjes in kwestie, bekeken onder het nuttigen van het ontbijt waarvoor we tenslotte naar hier zijn afgezakt, zijn trailerfragmenten die op ironisch-bombastische wijze – die Amerikaanse trailer voice! – het verhaal vertellen van een topregisseur die evenwel bijna even bedreven is in zijn andere hobby: zichzelf glimlachend onderuithalen.

Van Looy: “Ik word met veel fanfare aangekondigd: ‘Erik Van Loeye’ uit de ‘suburbs of Borgerhoot.’ (lacht) Maar ik ben niet opeens totaal zot geworden, hoor, ik lach er maar mee. Ik vind het zelfs hoogdravend om wat ik doe een theatervoorstelling te noemen, al is het dat per slot van rekening eigenlijk wel. Er zitten maar liefst 31 van dit soort filmpjes in de show. Mijn allergrootste schrik in het leven is om mensen te vervelen. Ik kan iedereen geruststellen: dat zal hier zeker niet gebeuren.”

Wanneer is de kiem van Verslaafd! geplant?

Van Looy: “Om het jaar kreeg ik de vraag: ‘Kun je niet eens een boek schrijven over alles wat je hebt meegemaakt?’ Maar dat zag ik niet zitten. Waarom zou het over mij moeten gaan? Tot Jens Dendoncker en Fokke van der Meulen, van comedycafé The Joker, langskwamen. ‘Je wordt 60 jaar,’ zeiden ze, ‘Waarom niet zélf vertellen wat je in die tijd allemaal beleefd hebt: al die verhalen, al die ontmoetingen met al die sterren?’ Op het eerste gehoor vond ik dat nog steeds narcistisch – en dat ís het ook – maar we zijn toch eens bijeengekomen. Ik begon te vertellen, en de verhalen en de grappen kwamen. En ze bleven komen, en ze bléven komen. Geleidelijk aan besefte zelfs ik: misschien zit hier wel iets leuks in.”

Na vijf jaar zonder interviews ben je er nu opeens met een volledige zaalshow. Het lijkt een beetje alsof je opeens in glitterpak van onder een steen vandaan komt gekropen.

Van Looy: “Op een bepaald moment had ik zóveel interviews gedaan... Ik begon mezelf te herhalen en ik dacht: misschien moet ik maar even niks meer zeggen. Bovendien spaar ik mijn beste anekdotes graag op voor De slimste mens, want alles wat ik daar vertel, bijvoorbeeld over hoe ik drie keer in mijn leven bijna verdronken ben, is echt gebeurd. (lachje) Ik probeer mijn privéleven ook af te schermen. Maar kijk, als je lang genoeg wacht, komt er altijd wel weer een moment. Het komt er vooral op neer: ik had er weer zin in.”

Gaat Verslaafd! – ondertitel: Maar gelukkig aan filmsterren – in de eerste plaats over die sterren, of over jou?

Van Looy: “Ik wil alleszins meteen het al dan niet circulerende misverstand de wereld uit helpen dat het een show voor cinefielen zou zijn: dat is het nadrukkelijk níét. Ik gebruik filmsterren vooral als kapstok: ik spring door mijn leven van de ene ontmoeting met een filmster naar de andere, als een soort avonturentocht door Hollywood.”

“Ik merkte al toen ik héél jong was dat ik iets met filmsterren had. Ik wilde er één worden, hen ontmoeten, met hen werken... Dat was altijd de droom en de betrachting.”

Wilde je geen regisseur worden?

Van Looy: “Maar nee: filmster! Regie is maar toevallig op mijn pad gekomen. Toen ik in het zesde middelbaar zat, raadde het PMS (het toenmalige CLB, red.) mij aan om advocaat te worden, geen idee waarom. (lacht) Maar een vriend had me net op tijd verteld over een filmschool in Brussel. Dat was het eerste dat ik ervan hoorde: ‘Een filmschool, bestáát dat?’ Helaas had ik geen vriend die Herman Teirlinck of het Conservatorium kende: als ik had geweten dat er ook een acteerschool bestond, dan had ik daarvoor gekozen. Dan was ik nu de Belgische Steve McQueen, met wie ik sowieso de gebeeldhouwde trekken deel. (lacht) Dat is mijn held hè, de koning van het minimalisme: hij hoefde maar op zijn horloge te kijken om voor mij een wereld van verbeelding te openen. Koen De Bouw heeft dat ook: hij doet zo weinig mogelijk, maar legt door zijn stille meesterschap wel kilometers diepgang in zijn vertolking.”

“Ik zit nu in een levensfase waarin ik graag nog zo veel mogelijk dingen wil doen. En acteren is daar één van. Ik zou zelfs onomwonden willen zeggen: ik ben te boeken, en mijn dagprijs is zéér gunstig.”

Wie mag jou bellen?

Van Looy: “Ik heb zélf al twee regisseurs gebeld. Zo schaamteloos ben ik wel. (lacht) De eerste is Marc Punt, van Matroesjka’s en Fair Trade. Hij werkt in het Antwerps en is niet vies van het betere pruiken- en snorrenwerk. Dat ligt mij wel: ik geloof acteurs nu ook wanneer ze zeggen dat het halve werk al gedaan is wanneer ze zich in een nieuwe outfit hijsen – je voelt je écht op slag iemand anders. Zoals toen ik het promofilmpje van The Quizfather opnam voor De slimste mens: dan doe ik dingen die ik normaal gezien nooit zou doen, tot een TikTok-dansje toe. Ik ben zelfs als dat personage in De Cooke & Verhulst Show gaan zitten, en Gert en James werden op slag een beetje bang van mij. Ja, ik zit met veel plezier in zo’n personage, al is het maar om éven aan mezelf te ontsnappen.”

“Maar Marc Punt heeft me intussen de beleefde mail teruggestuurd: ‘We zien wel.’ Wat betekent: ‘Val me niet lastig.’” (lacht)

“De tweede regisseur die ik heb aangeschreven, is Caroline Strubbe, van de arthousefilm Lost Persons Area. Met haar stond ik tien jaar geleden eens op een première toen ze zei: ‘Ik werk graag met niet-professionele acteurs en voor mijn volgende film zou ik graag hebben dat jij de hoofdrol speelt.’ Zij was toen wellicht lichtjes beschonken, zoals iederéén op een première lichtjes beschonken is, maar ik heb het onthouden. (tot microfoon) Ik ben beschikbaar, Caroline, tegen een waarlijk rúdimentaire dagprijs.”

‘In vergelijking met vroeger is ‘De slimste mens’ héél gemakkelijk geworden. Volgend jaar komt daar verandering in: dan organiseren we nog een editie van ‘De allerslimste mens’.’ Beeld VIER
‘In vergelijking met vroeger is ‘De slimste mens’ héél gemakkelijk geworden. Volgend jaar komt daar verandering in: dan organiseren we nog een editie van ‘De allerslimste mens’.’Beeld VIER

Regendans

Waarom bén je eigenlijk verslaafd geworden aan filmsterren?

Van Looy: “Het was mijn dokter die me voor de eerste keer in mooie bewoordingen vertelde dat ik ‘een talent voor verslavingen’ heb. Ik moest voor programma’s als Nieuwe maandag, Première en De laatste show bijna tien jaar lang drie keer per maand naar Los Angeles of New York reizen. Dat bracht mijn slaappatroon zodanig in de war dat ik in een staat van permanente jetlag verkeerde: zo ben ik verslaafd geraakt aan slaappillen. Daar ben ik nooit meer van afgeraakt, ik pak die pillen nog altijd. Al bij al vond ik dat wel mooi klinken, ‘een talent voor verslavingen’.”

“Intussen weet ik dat mijn dokter gelijk had. Ik heb namelijk vijftig jaar geen alcohol gedronken, tot ik mij op bevel van Gert Verhulst één keer heb bezat, waarop ik de smaak te pakken kreeg. En dat gaat me soms net iets te goed af. Als ik begin te drinken, kan dat twee dagen duren: ik moet daarmee uitkijken. En dat dóé ik ook. Maar aan filmsterren ben ik pas écht verslaafd. Aan succes, aan roem, aan scoren. Ik wil niet alleen films maken, ik wil films maken waarvoor mensen in de rij gaan staan.”

Dat is eigenlijk: verslaafd zijn aan graag gezien worden.

Van Looy: “Als kind zat ik áltijd in de cinema. Het hele weekend. Ik heb op de vraag ‘wat wil je doen?’ nooit een ander antwoord gegeven dan ‘naar de cinema gaan’. Mijn grootste vijand was mooi weer, want als het mooi weer was, moest ik van mijn ouders buitenspelen. Opvoedkundig natuurlijk uitstekend gezien, maar het zorgde er wel voor dat ik elk weekend begon met een regendans, die – aangezien wij in België wonen – nog vaak werkte ook.” (lacht)

En ook: verslaafd aan vluchten in een andere wereld.

Van Looy: “Waarschijnlijk wel.”

Ik ken dat. Maar ik had niet de drang om permanent deel van Hollywood uit te maken. Ik hunkerde naar Los Angeles, maar voor mij is het voldoende om daar een cocktail te drinken in het beruchte Chateau Marmont-hotel en éven de geschiedenis van het behang te pulken.

Van Looy: “Ik heb ooit, voor het BRT-kunstmagazine Ziggurat, een documentaire gedraaid over het Chateau Marmont. En ik heb er een week gelogeerd in één van de twee bungalows die afgelegen in de tuin liggen, zodat de sterren er ongestoord binnen en buiten kunnen via een geheime ingang. In de ene is de beroemde komiek John Belushi van The Blues Brothers gestorven, de andere was het vaste optrekje van James Dean. Helemaal in de nok van het Chateau Marmont was er ook een kamer waar de excentrieke miljonair Howard Hughes in de jaren 30 en 40 verbleef: het was de enige kamer met uitzicht op het zwembad, en zo kon hij uitkiezen welke starlet hij wilde lokken.”

“Het verschil tussen jou en mij is dat jij het na een week wellicht wel gezien had. Maar ik wilde daar nooit meer weg! Ik wilde zelfs niet alleen deel uitmaken van die wereld, ik wilde erover héérsen. Niet één van de stoottroepen zijn, maar één van de generaals. Wat natuurlijk, voor de duidelijkheid, niet gelukt is.” (lachje)

Nu verwijs je naar je The Loft-avontuur: de Amerikaanse Loft-remake die op een ontgoocheling uitdraaide. Hoe kijk je op die film terug?

Van Looy: “Ik blijf er trots op, dat wel. De draaiperiode was geweldig, het is pas op het niveau van de distributie dat er veel is misgelopen. Bovendien heeft dat hele proces bijgedragen aan het einde van mijn huwelijk. Ik was daar vijf jaar aan een stuk: zo vervreemd je uiteraard van je vrouw.”

“Dus hoe kijk ik daarop terug? Dubbel. Blij dat ik het gedaan heb en mijn droom heb nagejaagd. Ondanks alles is The Loft groot uitgebracht in Amerika, hè. Hij is zelfs binnengekomen in de top 10. Alleen: niet op nummer 1 of 2, maar op nummer 9. Ik heb meegedaan aan het Eurovisiesongfestival, maar ik was níét Sandra Kim.”

‘Jack Nicholson zei me: ‘Ik heb ‘De zaak Alzheimer’ twee keer high gezien en ik vond ’m goed. Nog straffer: ik heb ’m één keer nuchter gezien en ik vond ’m nog altijd fucking good.’’ Beeld Johan Jacobs
‘Jack Nicholson zei me: ‘Ik heb ‘De zaak Alzheimer’ twee keer high gezien en ik vond ’m goed. Nog straffer: ik heb ’m één keer nuchter gezien en ik vond ’m nog altijd fucking good.’’Beeld Johan Jacobs

Legendarische penis

Je droomde al van Hollywood op je 14de, toen je grootouders je ermee naartoe namen en jullie via een ‘Map to the Stars’ Homes’ filmsterren probeerden te ontmoeten. Onder meer twee van mijn helden: James Stewart en Jack Lemmon.

Van Looy: “Maar ze deden niet open! Het is te zeggen: het personeel deed open en zei dat ze niet thuis waren, hoewel hun auto’s wel op de oprit stonden te glimmen. Maar dat was niet erg, want ik dacht toen al: ik kom later nog eens terug, en dan zul je wél opendoen! (lachje) Wat op een bepaalde manier ook gebeurd is: ik ben effectief gaan eten bij sterren als Kurt Russell.”

Snake Plissken himself, van Escape from New York!

Van Looy: “Ja, bij hém ben ik gaan eten. Het is te zeggen: we waren al drie uur aan het vergaderen over een filmproject en ik verging van de honger toen zijn vrouw Goldie Hawn binnenkwam en soep begon te maken. Jammer genoeg was het linzensoep.”

(op dreef) “Het grappigste Hollywood-verhaal dat ik ken, gaat over Robert De Niro. Mijn assistent bij The Loft, Rich Cowan, had met hem samengewerkt aan één van die Meet the Parents-films. De Niro kwam altijd véél te laat. Ik kan ervan meespreken, want ik ben eens tevergeefs voor hem naar New York gevlogen. Afijn, op de moeilijkste opnamedag van die Meet the Parents-film kwam De Niro wéér te laat en zei hij bovendien om twee uur alweer te moeten vertrekken. Toen de producenten – naar eigen goeddunken de grote bazen – dat te horen kregen, beenden ze rechtstreeks naar de trailer van De Niro om ’m tot de orde te roepen. Twee minuten later kwamen ze terug buiten. Rich vroeg er één hoe het geweest was. ‘Niet goed,’ zei die, ‘hij vertrekt nu om één uur.’ (schatert) Zo machtig waren filmsterren luttele jaren geleden nog. Nu is dat wel een klein beetje anders.”

Hoe is het afgelopen bij Kurt Russell?

Van Looy: “Juist! Over hem zeiden ze ook dat hij niet de makkelijkste was om mee samen te werken. Maar de eerste dag, de dag van de linzensoep, was leuk. En de tweede dag ook. Maar de derde dag: oei oei, toen vond hij het scenario opeens niet meer goed. Hij begon, zoals weerbarstige acteurs soms doen, het scenario voor te lezen alsof het de slechtste regels tekst uit de Engelse taal bevatte: ‘Dat kun je toch niet úítspreken? Ik kan dit niet spelen!’ Alleen jammer dat Gary Whitta, de scenarist, die later overigens nog de Star Wars-film Rogue One zou schrijven, naast hem zat. (lacht) Opeens smeet Kurt Russell het scenario tien meter in de lucht. Om dan naar Gary te wijzen: ‘Go get it!’ (schatert) Het was op dát moment, toen ik dat scenario neerwaarts zag dwarrelen, dat ik besliste om toch maar in België Loft te gaan maken.”

“Pas op, ik wil je illusie niet te hard kapotmaken: verder was Kurt Russell best sympathiek. Maar in dat ene moment zag ik hoe hij ook op de set zou zijn. En daar ben ik te oud voor geworden. Veel regisseurs in Amerika zijn niet meer dan veredelde verkeersagenten, en dat wilde ik niet.”

De John Wayne-regisseurs: op het einde van zijn carrière huurde hij alleen nog maar regisseurs in van wie hij wist dat hij ze onder de knoet kon houden, om doodleuk zo veel mogelijk zelf te regisseren.

Van Looy: “Er was er één die nog tegen hem durfde in te gaan: Mark Rydell, met wie hij The Cowboys maakte, de enige film waarin John Wayne ooit lafhartig in de rug is geschoten.”

“Maar het beste sterfscèneverhaal blijft toch dat van Frank Sinatra in de oorlogsfilm Von Ryan’s Express. Sinatra speelt daarin een Amerikaanse piloot die ervoor zorgt dat vierhonderd krijgsgevangenen The Great Escape-gewijs kunnen vluchten op een trein. Sinatra wilde op het eind, in een prachtig shot, sterven terwijl hij achter de trein aan liep: dat vond hij er wel heroïsch uitzien. Alleen zag de studio dat niet zitten: zij wilden een happy end. ‘Goed,’ zei Sinatra, ‘we zullen beide versies opnemen en zien welke de beste is.’ Dus ze namen eerst de versie op waarin Sinatra in het zand zijgt nadat hij is neergeschoten door de nazi’s... en toen bolde hij het af.” (lacht)

Legendarische penis ook, naar het schijnt.

Van Looy: (lacht) “En ik weet ook dat hij ooit gebeld heeft naar zijn ex-vrouw Mia Farrow toen de schandalen rond Woody Allen losbarstten. Hij vroeg haar of ze het nodig vond om een knokploeg op Allen af te sturen, via zijn connecties met de maffia, om zijn knieën te breken.”

“Diezelfde Woody Allen heb ik trouwens ooit eens geholpen met een schelletje hesp. Of kaas, dat kan ook. Kun je raden waar?”

Bij een ontbijtbuffet?

Van Looy: “Ja. (lacht) Hij is al wat ouder, en dan begin je te sukkelen aan een buffet: dat heb je daarstraks misschien ook aan mij gezien. Maar Woody is nóg ouder, dus heb ik zo’n schelletje hesp – of kaas, ik wil ervan af zijn – op zijn bord gelegd. Ik dacht nog even te vragen hoe het was met zijn knieën, maar dat heb ik bij nader inzien maar zo gelaten.”

Aangedikte erfenis

Ben jij als een veranderd man uit Hollywood teruggekeerd?

Van Looy: “Het was een vreemde mengeling van tevreden en depressief. (lachje) Tevreden omdat ik toch maar mooi een – volgens mij – goeie film gemaakt had, depressief omdat die geen succes was. Ik heb een tijdlang helemaal geen projecten aangenomen, ik had er geen zin meer in. Gelukkig heb ik de neiging om nogal snel de bladzijde om te draaien. De dag nadat alle cijfers zijn binnengekomen, ben ik gaan eten in mijn lievelingsrestaurant Le Petit Four. Ik heb toen afscheid genomen. Tot dan ging ik vijftien à twintig keer per jaar naar Los Angeles, maar sindsdien ben ik er niet meer geweest.”

Eén van de redenen dat je terugkeerde naar België, was De slimste mens: die quiz wilde je nooit opgeven.

Van Looy: “O ja, daarvoor was ik áltijd teruggekeerd! De slimste mens gaf mij ook de financiële vrijheid om van Hollywood weg te stappen: om terug naar huis te keren, naar mijn zoon en naar het Rivierenhof – ik had heimwee.”

“Dat ik in eerste instantie ontgoocheld was, had er natuurlijk ook mee te maken dat ik wist dat ik vanaf dan honderdduizend moppen van Philippe Geubels zou moeten verdragen. Die volgens mij trouwens tot op de dag van vandaag The Loft nog altijd niet gezien heeft, hè.” (lacht)

Over The Loft worden geen moppen meer gemaakt in De slimste mens.

Van Looy: “Nee, dat mag niet meer. Ik heb dat te ver laten komen. Op zich vind ik die moppen totaal niet erg, en zelfs heel grappig. Het probleem is alleen dat mensen de moppen zijn gaan geloven. Soms stapt iemand verward op me af: ‘Zeg, The Loft... Zó slecht was dat toch niet?’ De moppen hadden de film tot een punchline gemaakt, en dat wil ik niet meer. Ik wil niet dat mijn volgende film óók al op voorhand wordt aangekondigd als flop.”

“Met mijn tanden mogen ze trouwens ook niet meer lachen, maar dat heeft een andere reden: die moppen waren simpelweg, net als stukken van mijn gebit, afgezaagd.”

Ligt er nog íéts voor jou te rapen in Hollywood?

Van Looy: “Welja! Onlangs hebben ze daar – éíndelijk – de remake van De zaak Alzheimer verfilmd. Daar zijn ze al zo lang mee bezig dat vroeger Clint Eastwood en Jack Nicholson nog geïnteresseerd waren. Die laatste heeft mij één van de mooiste complimenten ooit gegeven. Hij zei over De zaak Alzheimer: ‘Ik heb ’m één keer high van de wiet gezien en ik vond ’m goed. Ik heb ’m één keer high van de coke gezien en ik vond ’m goed. Maar het strafst van al: ik heb ’m één keer nuchter gezien en ik vond ’m nog altíjd fucking goed!’” (lacht)

Verdien jij zakken geld met die remake?

Van Looy: “Zakken niet, hooguit een leuke badkamer. Het is een oké project geworden, denk ik. Liam Neeson speelt de rol van Jan Decleir, Guy Pearce die van Koen De Bouw, en Martin Campbell, de maker van Casino Royale, regisseert. Het doet déúgd dat die film er is. Ik heb tenslotte meegeschreven aan het scenario van de originele film. Ik ga weer iets heel hovaardigs zeggen, maar met die remake voel ik dat mijn erfenis toch weer is aangedikt: nog een Hollywood-film waarbij mijn naam de generiek mag sieren, toch?”

Ik vind het niet hovaardig om na te denken over je erfenis. Verslaafd! is toch ook een béétje het verhaal van een ouder wordende man die begint terug te blikken op zijn leven?

Van Looy: “Dat wel. Maar ik ben niet uitverteld, hè! Ik blijf films maken: momenteel ben ik zelfs met twéé films bezig. Volgend jaar zou ik in theorie kunnen filmen, maar ik denk dat er nog te veel werk zal zijn aan de scenario’s. Dat is niet erg, op het vlak van films maken heb ik nooit haast. Mijn drang om films te maken is veel minder groot dan mijn drang om góéie films te maken die dan ook nog eens scoren. Ik leg de lat héél hoog voor mezelf: dat De zaak Alzheimer zo’n goeie film is geworden, komt doordat we daar tíén jaar aan gewerkt hebben.”

“Mensen spreken mij erover aan dat ik binnenkort 60 word. Dat doet me niks. Ik weet niet wie het gezegd heeft, maar ik ga er honderd procent mee akkoord dat 60 het nieuwe 40 is. (lacht) Ik voel mij zeer goed, er breekt zelfs een nieuwe levensfase aan. Er is nog zoveel te doen en te ontdekken! Met acteren op de eerste plaats.”

Je hebt als quizmaster gedebuteerd op je 42ste, dan moet het ook lukken om te debuteren als acteur in een langspeelfilm op je 60ste.

Van Looy: “Ja, maar dan moeten Marc of Caroline wel terugbellen.” (lacht)

Ben je gelukkig, Erik?

Van Looy: “Dat is de vraag die ik het vaakst aan mijn zoon stel, die dan onveranderlijk naar me kijkt met een blik van ‘pa, bén je daar weer?’ (lacht) Maar het is dus fijn dat jij ze ook eens aan mij stelt, en het antwoord is: ça va wel. Privé heb ik nieuw geluk gevonden, al wil ik daar niet méér over zeggen. Ik kijk enorm uit naar Verslaafd!... Maar er is wel iemand die ik heel hard mis in mijn leven: de grote Antwerpse regisseur Robbe De Hert.”

Waren jullie zo close?

Van Looy: (denkt na) “Jawel. Ik zeg dat mijn geluksniveau ça va is én ik vind dat je daarvoor moet tekenen. Robbe was daar anders in. Hij antwoordde: ‘Ça va? Ça va jamais!’ En dat méénde hij. Zijn leven was één groot gevecht. Vaak zeer nobel bedoeld, maar je dacht tegelijk: Robbe, hoeft het echt? Want je gaat toch niet winnen. Hij was een strijder, hij kon daar niets aan doen. En de leuze van de strijder is: ‘Ça va jamais.’”

“Ik mis hem omdat hij een richtinggevende figuur is geweest in de Vlaamse cinema, een fantastische verteller en een geestige mens. En te midden van al het cynisme dat hij soms tentoonspreidde, was hij altijd een vriend. Op een bepaald moment klaagde hij dat hij een auto nodig had. Ik deed de mijne weg, een klein ding waar ik amper nog een paar euro voor zou krijgen, dus ik zei: ‘Je mag de mijne hebben.’ ‘Da’s goed, schat, da’s goed!’ ‘Oké, dan moeten we alleen nog de papieren regelen.’ ‘Oei, schat, kunde gij dat niet voor mij regelen?’ Een maand later had ik alles in orde gebracht, waarop Robbe weer: ‘Merci, schat! Kunde gij die auto komen brengen?’ (lacht) Ik ging met de tram terug naar huis. Daarna hoorde ik hem een tijd niet, tot ik hem maanden later aan de lijn kreeg. ‘En Robbe, hoe is het met de auto?’ Waarop hij, diep zuchtend: ‘Schat, dat ding was véél te klein. Ik heb ’m verkocht.’ (schatert) Dáármee wegkomen, dat is Robbe. En dat mis ik. Dat soort figuren, die het leven tegelijk heel ernstig nemen en net niet: ze zijn zeldzaam, en te koesteren.”

Zo begonnen we het gesprek: met onnozelheid als mensenrecht dat eventueel de wereld kan redden. En dan is Robbe De Hert een heilige.

Van Looy: “Niet alleen een heilige, ook mijn back-upplan. Want stel nu dat Marc en Caroline níét bellen, weet je wat ik dan doe? Dan wacht ik nog een jaar of twintig rustig af. En wanneer het eenmaal tijd is, ga ik ginder ergens (wijst eerst naar boven, dan snel naar beneden) met veel liefde in zíjn films acteren, schat.”

De slimste mens ter wereld, van maandag tot en met donderdag rond 21.40 uur op Play4. Verslaafd! loopt vanaf 4 februari in de zalen. Tickets en info: erikisverslaafd.be.

null Beeld rv
Beeld rv

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234