Maandag 03/08/2020

'Ik ben blij dat ik geen burgertrut geworden ben'

Ze zingt, speelt, lacht. Soms zucht ze ook. Als het over wereldvrede gaat. Of over geld. 'Mensen die niet geloven dat er veel armoede is in ons land, moeten hun ogen eens opentrekken.' Ze is de sterke kracht achter Tutti Fratelli. Maar Reinhilde Decleir (66) is vooral een moeder en actrice. 'Ik ben trots op wat ik heb bereikt.'

Of ze gelukkig is, vragen we tegen middernacht. "Ça va", zegt ze glimlachend. "Toen ik vanmiddag tussen onze mensen zat, was ik trots. Ze hebben mooi gezongen tijdens de begrafenis. Zulke droeve situaties doen je ook beseffen wat het leven is. 'Ik ben hier nog', die gedachte. Pas op, ik zou nog gelukkiger kunnen zijn. (smakelijke lach) Met een langer verblijf in In De Wulf bijvoorbeeld."

Als Reinhilde Decleir het over 'onze mensen' heeft, bedoelt ze die van Tutti Fratelli. Mensen uit de vierde wereld, die zij samenbrengt om in groep een theatervoorstelling te maken. De begrafenis waar ze over spreekt, was vanmiddag. Een van de oudere Fratelli was gestorven. Later op de avond zal ze de Russische schrijver Maksim Gorki citeren: 'Als ik niet aan mezelf denk, wie zal er dan aan mij denken? Als ik alleen maar aan mezelf denk, waarom besta ik dan?' "Dirk, mijn broer zaliger, heeft dat eens in een stuk gebruikt. Sindsdien draag ik het heel mijn leven mee."

In alle opzichten is dit gesprek anders dan de andere gesprekken die hier hebben plaatsgevonden. Er wordt gezongen en poëzie geciteerd. Voor de koeien wordt een show opgevoerd tijdens de fotoshoot. De stier krijgt een pluk gras aangeboden, voor de kok zijn er kussen en omhelzingen.

"Of onze mensen het raar gaan vinden dat ik hier zit? Ik denk van niet. Ze gaan wel vragen hoe het was, en dan zal ik zeggen: 'Chic en duur.' (schaterlacht) En dan zeg ik ook dat ik het zelf niet heb moeten betalen. Over geld zijn we open. Zij krijgen niets, voor hen is dit vrijwilligerswerk. Ik en enkele andere mensen van ons gezelschap krijgen een loon. Soms geeft iemand daar wel eens een opmerking over, maar dat is even vlug verdwenen."

Wie zijn de mensen met wie je werkt?

"Het is allemaal begonnen met de opvoering van Men zegge het voort - Noordpijn in de Bourla in 2003. Het Antwerps Platform Generatiearmen (APGA) had me gevraagd om met een aantal van hun mensen een voorstelling te maken. Zes waren er dat. We speelden maar één keer, en de voorstelling had ongelooflijk veel succes. De zaal was tot de nok gevuld met allerlei soorten mensen: het reguliere theatervolk, arme mensen, Marokkanen, wielertoeristen, zelfs Abou Jahjah zat in de zaal. Vanaf toen zijn de mensen zich gewoon komen aandienen. Ik heb nooit iemand geweigerd.

"Er zit bijvoorbeeld een jongeman tussen die in een beschutte werkplaats werkt. Zijn moeder heeft hem destijds naar het bijzonder onderwijs gestuurd, maar daar hoorde hij niet thuis. Dat vonden zijn leraren zelfs. Ik ben heel hard aan het werken met die jongen. Hij kleedt zich anders, is wat verzorgder, en ook wat beleefder. Als je in zo'n omgeving geboren bent, is het verschrikkelijk moeilijk om daaruit te raken. Dat is de cirkel van generatiearmoede: ouders zien het niet dat hun kinderen moeten leren lezen en schrijven. Zelf stellen ze zich ook heel vaak als slachtoffer op: niemand helpt hen, het ligt altijd aan de anderen. Die kinderen nemen dat gewoon over van hun ouders.

"Ondertussen bestaat Tutti Fratelli uit een kern van zo'n dertig man. Mensen die altijd in de vierde wereld geleefd hebben, of er in beland zijn. We werken ook met mensen uit de psychiatrie."

Ongeletterdheid, armoede, psychiatrische problemen: met zo'n mix van mensen een theaterstuk maken zal niet gemakkelijk zijn.

"(glimlacht) Het is inderdaad behoorlijk vermoeiend. Je werkt met mensen die nog nooit in een theater zijn geweest, soms zelfs niet goed kunnen lezen, of niet goed inhoudelijk kunnen lezen. Dat betekent dat je maar heel langzaam kunt werken. Komt daarbij dat als ze je vertrouwen eenmaal hebben gewonnen, ze je werkelijk kunnen opslorpen.

"Ik leg de lat hoog. Ik wil niveau bereiken. En precies omdat onze mensen altijd zichzelf blijven, ontstaat er tegelijk iets heel moois. Dat wil ik bewaren. Dat ze niet gewoon nadoen wat ik zeg of toon, maar dat ze zoeken naar zichzelf. Net als in professioneel theater.

"In een professionele opleiding leer je welke stemmetjes je kunt gebruiken, heb je duizend bewegingslessen en uitspraaklessen gehad, en kun je emoties naar boven halen waar en wanneer we maar willen. Daardoor moet je soms oppassen dat je niet te technisch wordt, of op automatische piloot speelt. Zonder dat ik mijzelf of mijn collega's naar beneden wil halen: die schoonheid van onszelf te blijven, daar moeten we waakzaam voor zijn.

"Het gaat er dus serieus aan toe bij ons. Wij repeteren om de diepte van het stuk te zoeken. Niet om zomaar wat aan te klungelen. Of om, zoals het in amateurgezelschappen wel eens gebeurt, de tijd te doden tot de pint achteraf."

De Fratelli zijn dus geen amateurs?

"Ik vind van niet. Omdat ze het doen om zichzelf te overstijgen. Om te ontdekken waartoe ze in staat zijn. 'Ik kan dat niet' is de zin die ik het meeste hoor. 'Jawel, jij kunt dat wel', moet ik dan elke keer zeggen. 'Of we gaan het tenminste proberen.' Onze mensen moeten hun eigenwaarde weer leren vinden. Iemand die geen eigenwaarde heeft, daar kan ik niet tegen. Wat ik ook zeg tegen hen: 'We gaan hier samen aan iets werken, en dus gaan we beleefd doen tegen elkaar. Niet snauwen, op uw taal letten, luisteren naar elkaar.'"

Dat klinkt eerder als een opvoeder of leerkracht dan als een regisseur.

"Dat hoort erbij, ja. Anders kom ik nooit tot die voorstellingen. Ze vragen dat ook onbewust, denk ik. Maar als het te ver gaat, zeg ik ook: 'Mannekes, ik ben hier precies de schooljuffrouw, ik trap het hier af.' Ooit ben ik het trouwens echt eens afgetrapt, maar ik stond er rap terug.

"Het is zoeken naar een evenwicht. Aan de ene kant moet je een vorm van vriendschap opbouwen om hun vertrouwen te krijgen. Aan de andere kant moet ik ook een zekere afstand inlassen. Ik ga bijvoorbeeld nooit bij iemand thuis langs. Dat vind ik te familiair. En toch moet het familiale gevoel er zijn. Het eerste wat ik ze leer, is elkaar te kussen op de wang als ze binnenkomen. En soms moet ik ook zeggen dat ze vriendelijker moeten zijn. Of dat ze meer orde en hygiëne moeten hebben. Ja, ik moet soms letterlijk tegen iemand zeggen dat hij stinkt."

Was dit nu wat je had gedroomd toen je in 1970 afstudeerde aan Studio Herman Teirlinck?

"Niet echt. Maar zoals het met veel acteurs en actrices gaat, is het soms moeilijk geweest om aan werk te raken. Het was niet direct mijn keuze om met kansarmen te werken, en ik heb ook enkele keren geweigerd toen ze me daarvoor vroegen. Ik begreep de vraag ook niet. Amateurspelers gaan nog uit vrije wil op een podium staan, maar deze mensen werden eigenlijk op het podium gedwongen.

"Als ik echt was doorgebroken, had ik dit dus misschien niet gedaan. Maar mijn achtergrond heeft er wel voor gezorgd dat we nu ergens staan. Het doel blijft het maken van een artistieke voorstelling. Ik denk dat we daar binnen het sociaal-artistieke veld in uitblinken. En wij betekenen iets in Antwerpen. Daar kijk ik zelf nog elke dag van op.

"Ik heb mijn andere projecten in theater of voor televisie wel nodig. Ik speel nu bijvoorbeeld in Huis van Josse De Pauw en LOD Muziektheater. Enkele weken geleden stonden we er nog mee in Avignon. Zulke projecten geven mij zuurstof."

"Hé, wie we hier hebben!", roept ze ineens uit. "Dat verdient een omhelzing!" De reden van dat enthousiasme is chef-kok Kobe Desramaults hemzelve, die de hoofdschotel komt serveren. "Zullen we die omhelzing toch maar voor straks houden?", antwoordt Kobe glimlachend. "Jullie gaan een flan van kreeft eten. En jij, Reinhilde, omdat je geen vis eet, tuinboontjes en erwtjes uit onze tuin in Dikkebus, met jeneverbessen en geitenkaas."

"Verse erwtjes, er bestaat niets lekkerders dan dat", verzucht Reinhilde Decleir even later. "Ik ben nog een kind van de verschillende seizoenen: in de zomer eet je zomergroenten, in de winter wintergroenten. Vroeger maakte mijn moeder 's zomers dus altijd worteltjes en erwtjes met een koteletje. Heerlijk. Wij moesten ook altijd erwten peulen in de zomer. We hadden niet veel geld, en alle beetjes uit de eigen hof hielpen. Amai, ik word er nostalgisch van."

Je bent in armoede opgegroeid. Is het daarom dat je vandaag geen eigen huis en auto hebt? Of is dat een bewuste keuze geweest?

"Het is er gewoon nooit van gekomen toen ik nog met Paul samen was. (Paul Wuyts, de in 2012 overleden acteur, was vijftien jaar lang de partner van Reinhilde Decleir. Ze hebben samen een zoon, Fonne, SMU) Maar ik heb daar wel spijt van. Het zou gemakkelijker zijn als ik nu geen huishuur meer moest betalen. Ik ben ondertussen met pensioen, en Tutti Fratelli betaalt wel een stuk bij tot ik aan het salaris kom dat ik vroeger had, maar veel overschot heb ik niet elke maand.

"Het feit dat we allebei in de hippiejaren zeventig groot zijn geworden, zal daar wel in meegespeeld hebben. Bezit was toen niet iets waar we mee bezig waren. Hoewel, de meeste andere linksen van onze generatie wonen ondertussen toch in mooie huizen. (lacht) Ze hebben dikwijls zelfs nog een tweede huis in Frankrijk.

"Een rijbewijs kon ik mijn tijd nog gewoon gaan halen op het gemeentehuis, maar ook daar heb ik nooit aan gedacht. En toen ik later rijlessen nam, is mijn broer Dirk verongelukt met de auto. Dat is aan mijn ribben blijven kleven, die rijlessen heb ik toen opgegeven. Ondertussen ben ik het gewoon geworden om het openbaar vervoer te nemen. Alleen als ik op vakantie wil gaan, is het vervelend. Of als je zoals vanavond naar het verre Heuvelland moet.

"Geld is niet belangrijk, maar ik zou toch blij zijn met een centje meer. Dat wens ik trouwens alle mensen toe. Ik zie de armoede elke dag toenemen rondom mij. En dat terwijl er in de wereld alleen nog maar over geld en economie wordt gesproken. Het is toch niet juist dat er zoveel geld naar een paar mensen gaat, en dat er voor de rest zo'n grote armoede is?

"In ons land is er ook veel verdoken armoede: mensen die zich goed kleden, maar elke maand hun centen bij elkaar moeten schrapen om te eten en te wonen. Mensen die dat niet geloven, moeten hun ogen eens wat beter opentrekken. 'Het is hun eigen schuld', hoor je vaak zeggen over armen. Maar dat klopt niet. Ik sprak daarstraks al van generatiearmoede, en geloof mij, het is verdomme moeilijk om daaruit te raken. (fijntjes) Voor generatierijken, bij wie het geld en de huizen al in de familie zit, is dat misschien moeilijk om te begrijpen, maar het is wel de waarheid."

Jij was dertig in de jaren tachtig. Die periode was toch ook geen feest op economisch gebied. Is het nu dan zoveel erger volgens jou?

"Kijk, ik ben geen econoom of analist, maar ik zie dat het overal misloopt. Werkelijk overal. Enkele dagen geleden dacht ik bij het wakker worden: het is zover, het gaat oorlog worden. Oekraïne, Gaza, Syrië, Irak, Rusland: het houdt niet op. De laatste weken lijd ik echt onder wat ik hoor en zie. De VS spreken bijvoorbeeld wel vermanende taal tegen Israël, maar tegelijk leveren ze wapens aan dat land. Hoe moet ik daar in godsnaam naar luisteren? Wat betekent dat? Hoe moeten we dat plaatsen? Syrië heeft een regeringsleider die zijn eigen land platlegt. IS-strijders moorden hele bevolkingsgroepen uit. Het is te groot aan het worden. Tegelijk gebeurt het allemaal in onze hof.

"In die eigen hof is het trouwens niet veel beter. Alles draait om geld. Scholen hebben geen budget meer om naar theater te gaan. Als je studeert, vind je geen werk meer. Als je te lang geen werk vindt, wordt je uitkering kleiner en moet je straten gaan vegen. Tegelijk wordt mensenwerk vervangen door automaten en robots. Waarom kunnen er bijvoorbeeld niet opnieuw twee conducteurs in elke Antwerpse tram gezet worden? Het geeft twee mensen een job én het zorgt voor een veiligheidsgevoel. Maar nee, in plaats daarvan zijn er overal dure camera's geïnstalleerd in de stad. En ondertussen wordt nog geknipt in sociale werkers die mensen uit de vierde wereld naar cultuur kunnen leiden.

"(zucht) Ach, op elk gebied viert het populisme hoogtij. In de jaren tachtig vochten we tenminste nog tegen iets. Maar nu? Politiek, televisie, media, onderwijs: het is zo plat geworden allemaal. De inhoud is vaak zoek."

Is dit de intellectuele elite die spreekt?

"Ik behoor niet tot de intellectuele elite. Er worden massa's boeken en artikels geschreven over sociaal-artistiek werk, maar vaak begrijp ik daar niks van. Laat staan dat de mensen over wie het gaat er iets van begrijpen. Ik kom van de Studio, ik heb natuurlijk mijn culturele bagage, maar ik spreek altijd in mensentaal.

"Dat gediscussieer en gelul, ik word daar onnozel van. In de politiek, maar soms ook in het theater. 'Geen woorden maar daden', zongen wij vroeger in de jaren zeventig. Ik heb daar soms zo'n behoefte aan. Ik zet mijn woorden of gedachten wel in daden om. Daar ben ik trots op. Dat is trouwens de enige reden waarom ik hier in deze reeks wil staan. Omdat ik vind dat ik iets doe."

"Hij is terug!", roept ze ineens weer uit. "Kobe, ik had gezegd dat ik u ging omhelzen, en dat ga ik nu dus doen. Ik heb niet alles opgegeten, sorry, maar dat is omdat ik zo veel moet babbelen en mijn kop moet gebruiken. Zeg, gij hebt zoveel tattoos. Staat uw lijf helemaal vol?"

Zijn tatoeages zijn herinneringen, legt Kobe uit. Aan een speciale plek, een reis, momenten met zijn vriendin. Pijnlijk? Nee. Eerder een roes die je ervaart. Dat zij het ook een keertje moet proberen, raadt hij haar aan. "Hm, misschien. Heb jij kookboeken van wat je hier doet? Ik zou er een willen meenemen voor mijn zoon. Die kookt ook graag. En ik ga met hem eens komen eten hier. Een dessert? Dat gaat nog lukken. Zet je ook je handtekening in dat boek, lieveling?"

Je sprak daarstraks over Paul. Jullie zijn vijftien jaar samen geweest, hebben een kind gekregen, zijn uit elkaar gegaan, maar wel beste vrienden gebleven. Dat is niet zo evident, toch?

"We zijn niet uit elkaar gegaan omdat we elkaar niet meer konden uitstaan, maar omdat we een beetje op elkaar waren uitgekeken. Wij deden echt alles samen: theater, reizen, gezin. Wat ik minder evident vind, is dat hij zo'n goede vader was. Dat zag ik niet altijd rondom mij bij andere mannen. Hij is ook altijd de vader van mijn zoon gebleven, daar stond ik op. Ik heb na hem dus wel verschillende relaties gehad, maar nooit meer met iemand samengewoond. Doordat je elkaar kent, is de vertrouwensband er ook altijd gebleven. Wij konden alles zeggen tegen elkaar.

"Misschien ging het de laatste tijd ook zo goed omdat we uit elkaar waren. Omdat de diepe vriendschap is gebleven."

Is hij de man van je leven geweest?

(denkt na) "Dat denk ik niet. Ik weet ook niet of het wel bestaat, de man of vrouw van je leven. Ik heb Paul tot op het einde verzorgd in het ziekenhuis, maar dat was ook omdat hij de vader was van mijn kind. En uit een vorm van naastenliefde ook, hoe katholiek dat ook mag klinken."

Tijd voor de vraag der vragen: de liefde, wat is dat, Reinhilde?

"O jee. (denkt opnieuw na) Respect. Daarstraks zei iemand van de Fratelli na de begrafenis: 'Ik vind dat we veel liever moeten zijn voor elkaar. En dat we moeten zeggen dat we elkaar graag zien.' Het klinkt klef, ik weet het, maar ik vond het zo schoon. En dus zei ik direct tegen hem: 'Frans, ik zie u graag.' 'Ik weet het', zei hij. (lacht hartelijk)

"(stilte) Misschien weet ik helemaal niet wat liefde is. Lees jij veel boeken waarin je echte liefde tegenkomt? Meestal loopt dat toch allemaal mis? (schaterlacht)

"Eeuwige trouw en zo, dat zegt mij weinig. Daarom wou ik ook niet trouwen. Ik zou de slappe lach gekregen hebben als ik dat had moeten beloven in de kerk. Pas op, ik kan dat wel onwaarschijnlijk schoon vinden, zo'n oud koppel dat al decennialang samen is. Maar je weet natuurlijk ook niet altijd wat er binnenskamers gebeurt.

"Mijn nichtje had ooit eens een filosofische discussie met Paul over wat de liefde was. Paul had gezegd: mijn kind liefhebben, dat is liefde. Zij vond dat onnozel toen. Nu heeft ze zelf twee kinderen. En nu begrijpt ze het. Met een kind komt er iets in uw leven dat niet te benoemen is.

"(denkt na) Mag ik antwoorden met Jaap Fischer? Hij was een Nederlandse kleinkunstenaar die in de jaren vijftig, zestig liedjes maakte. In een van die liedjes zong hij: 'Ik weet niet wat liefde is. Ik weet alleen dat ik hou van een beeldschone vrouw. Met prachtige ogen en goudblonde lokken. Maar ze moet Liesje heten.' En dan komt er een prinses in het liedje die zingt: 'Ik heet Esmeralda. Maar zeg maar Liesje.' Wel, dat is liefde. (lacht) Denk daar maar eens over na."

Je wordt vaak nog neergezet als 'de zus van'. Vind je dat vervelend?

"Iedereen blijft het doen, inderdaad. Jij nu ook weer, hé (lacht). Ik heb nooit last gehad van zijn bekendheid. Soms kwamen er in de familie wel eens opmerkingen over Jan als dé ster in de familie. Niet kwetsend bedoeld, maar het kon wel eens binnenkomen. Nu ja, ik heb vrij snel geleerd om dat te relativeren. Wat is dat ook, succes? Of wanneer is een compliment gemeend? Sinds ik mijn neus op tv laat zien, kennen de mensen mij. Terwijl ik al veel langer bezig ben. Ach, ik trek het me niet aan. Het belangrijkste is dat ik heel goed overeenkom met mijn broer.

"Jan en ik zijn heel hecht. Ik zie hem minder de laatste tijd. Dat is niet zo gemakkelijk. Ik heb moeten leren om hem af te geven. We zijn de twee jongsten van de vijf kinderen, en we hebben elkaar altijd beschermd. Hij mij vroeger, toen ik bang was in het donker. Ik hem later, toen we allebei aan de Studio zaten, en als hij twijfels had, bijvoorbeeld."

Waarom wilde jij eigenlijk theater doen?

"Omdat mijn Dirk, mijn broer zaliger, theater deed. Toen hij achttien was, en juist op de Studio zat, was ik twaalf. En ik was bezeten van theater. Magisch vond ik dat.

"Herman Teirlinck vertrok altijd vanuit de speler. De speler maakt het theater, en het stuk valt of staat bij hem. Pas daarna komt het decor. En het kostuum is louter een verlenging van de speler. Tegenwoordig gebeurt het vaak andersom. Ik ga geen namen noemen, maar er zijn regisseurs die het decor belangrijker vinden dan de speler. Dat soort van theater vind ik veel te cerebraal.

"Ook over de moderne beeldende kunst vraag ik me vaak af wat ze in godsnaam toch allemaal maken. Een kakmachine, en daar staan de kranten dan van vol. Ga met jonge gasten toch naar een schoon schilderij kijken, denk ik dan. Die oppervlakkigheid, ik begrijp dat niet. Hoe ouder ik word, hoe minder ik van het leven snap. Mijn vader zei dat ook altijd."

Ben je daar veel mee bezig, met ouder worden?

"De man die vanmorgen begraven is, was maar een jaar ouder dan ik. Er gebeurt toch wel van alles in mijn leeftijdscategorie. Ik ben er vooral mee bezig als het over Tutti Fratelli gaat. Dat is op dit moment te afhankelijk van mij. Pas op, ik krijg artrose in mijn knieën, maar zelfs mét artrose kan ik nog rondhuppelen als een jong konijntje (lacht).

"Ik ben blij dat ik geleefd heb. Stel je voor dat ik zo'n burgertrut geworden was. Nee, ik heb gevrijd, gedronken en gefeest. (declameert) We zijn arm maar creatief. Dat komt van Bredero, geloof ik.

"Ooit zou ik wel graag nog een grote rol willen. Een klassieker. Een Shakespeare, een Claus, een Tsjechov. Toen ik Hamlet vs Hamlet zag, dacht ik dat ik misschien toch eens met Tom Lanoye moet gaan praten. Vragen of hij niets schrijft voor mij.

"Vier jaar geleden heb ik de tragedie Trojaanse vrouwen van Euripides gedaan voor het Zeeland Nazomerfestival. Ik speelde Hekabe, de moeder. God, dat doe ik graag, die oudere taal aanpakken. Dat ambachtelijke is er soms wel wat uit bij de jongere generatie, vind ik. Het wordt hen vaak te gemakkelijk gemaakt. Alles moet naturel zijn, dat is nu het idee.

"Ik weet nog dat ik daar met de mensen van STAN serieus over heb gediscussieerd toen ik lesgaf aan de Studio. Bij hen hoefden de studenten geen Algemeen Nederlands te spreken. Maar ik vind niet dat je bij een Shakespeare wat moet staan murmelen. Het is toch net het woord dat Shakespeare zo mooi maakt? Jan Decorte bijvoorbeeld: van 'To be or not to be' maakt hij 'Tis of tis nie'. Ik vind dat hij die taal dan verbrodt. Och, misschien ben ik gewoon wat ouderwets, dat kan ook."

Toen je twee jaar geleden de Louis Paul Boonprijs ontving, was dat omdat je 'hoge en lage kunst verenigde'. Zul je later zo herinnerd worden, denk je?

"Maar wat is dat, hoge en lage kunst? Kijk, ik zal niet als een Shakespeare herinnerd worden. Maar moet dat? Misschien zeg ik dit omdat we vandaag die begrafenis hebben gehad, maar ineens kan je leven gedaan zijn. En toch zit je je daarvoor de hele tijd dik te maken over van alles en nog wat. Ik ben blij met wat ik heb bereikt. En ik ben blij dat ik niet de baas ben van Syrië of Rusland. Ik zou me schamen.

"Mijn vader was een held, maar hij heeft het zelf nooit geweten. Anderhalf jaar heeft hij indertijd in de gevangenis gezeten omdat hij gewetensbezwaarde was: hij wou niet naar het leger. Daarvoor vloog je vroeger dus in de boeien. Mijn vader was zo'n goedhartige mens.

"Ik word soms wel in de bloemetjes gezet, maar laten we daar vooral niet in overdrijven. Mijn vader is oud geworden in een goed bejaardentehuis. De mensen die daar werken zouden eens een podium moeten krijgen. Ze zorgen voor onze familie en geliefden, en voor een veel te laag loon kuisen ze de kak en de pis op.

"(glimlacht) Eigenlijk zou je hier met de mensen van Tutti Fratelli moeten zitten. Dat zou fantastisch zijn. Maar je zou serieus werk hebben met hen (schaterlacht)."

---

Reinhilde Decleir

geboren in Antwerpen, 1948

volgde de acteer- opleiding aan Studio Herman Teirlinck

speelde theater bij onder andere Internationale Nieuwe Scène, Blauwe Maandag Compagnie en Toneelhuis

was op tv te zien in Van vlees en bloed (Maria Vangenechten), De ronde (Nora Abeloos-Cormijn) en Loslopend wild

richtte in 2007 de sociaal-artistieke werkplaats Tutti Fratelli op ('allemaal broeders')

ontving in 2012 de Louis Paul Boonprijs voor haar werk met Tutti Fratelli

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234