Woensdag 25/11/2020

'Ik beleef mijn tweede leven hier'

Een oude vos verliest zijn streken niet. Toch niet als die vos Jan Hoet heet. Of hij, 71 bijna, zich even wilde mengen in het museumdebat? 'Kom maar af.' Die avond nog zijn we in het midden van Duitsland, waar zijn fraaie MARTamuseum staat. We praten er met een man in wie het heilige vuur meer dan ooit brandt. Met Hoet de missionaris, maar ook met Hoet de bokser.

Door Ward Daenen en Jeroen de Preter

Avond in Herford, een stadje van zeventigduizend inwoners in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. Het hol van Pluto, zou je zeggen, maar daar heeft Jan Hoet geen last van. "Het centrum van de wereld is waar je bent."

Hoet is in dit centrum nog tot eind 2008 artistiek directeur van het MARTa-museum, ondergebracht in een even zwierig als prijzig gebouw van de Canadese sterarchitect Frank Gehry.

Hoet heeft inmiddels ook een huis in Herford. "Het is een beetje een wanorde. Een echte wanorde, eigenlijk. Maar mijn huis dient niet om smaak of rijkdom te etaleren. Bij mij hangt geen grote kunst aan de muur. Dat interesseert me niet."

Ten huize Hoet mag het gewoon zijn. Al blijft het de vraag wat zijn echte thuis is: zijn privéadres of het museum. Wellicht het tweede. "Ik heb altijd een museum willen hebben, een plek waarvan ik kan zeggen: het is de mijne. Dat was in Gent zo, dat is hier zo. Ik vereenzelvig mij met een museum, zo simpel is dat. Ik werk van 's morgens tot 's avonds. Ik doe alles voor de kunst."

Hoeveel tentoonstellingen hij al maakte weet hij niet. "Het zijn er honderden." In Herford openen er vandaag twee nieuwe. De ene met werk van de Italiaanse kunstenaars Lucio Fontana en Carla Accardi, de andere met schilderijen van de uit Herford afkomstige Erik Schmidt.

Hoet zou voor die kunstenaars door het vuur gaan. "Al slaan ze me dood, ik blijf achter hen staan. Als ik weerstand van het publiek of critici ervaar, wordt het voor mij interessant. Ik vraag me tegenwoordig af of ik nog de kracht heb om te blijven overtuigen."

En?

"Dat lukt heel goed. Toen ik van Gent naar hier kwam, moest ik van nul herbeginnen. Zo'n nieuw museum uit de grond stampen is plezierig."

Plezierig? Vorig jaar bleek het gebouw een pak duurder dan geschat. U ging in het rood voor de tentoonstellingen. Niet alleen de lokale pers sprak er schande van, ook de Frankfurter Allgemeine Zeitung vond het 'een kwalijk voorbeeld' dat u zich persoonlijk garant stelde om eventuele putten te dempen.

"Op een bepaald moment heb ik effectief gedacht: 'Ik hör auf wenn es nicht um Kunst geht.' Het gaat vaak niet om kunst, maar ik blijf vechten."

Doet u dat niet al een halve eeuw?

"Ik ga niet ten onder aan kritiek, integendeel zelfs. Kunst spreekt mij zodanig aan dat ik er nog altijd niet omheen kan. Mijn hele centrale zenuwstelsel werkt als ik ernaar kijk. Ik verdedig de kunst zoals een vriend. Tot de dood. Dat kan toch.

"Ik word het maken van tentoonstellingen ook niet beu. Het blijft een uitdaging om spanning in een kunstwerk te krijgen. Door het niet hier, maar net daar te hangen. Als het lukt, is dat gevoel even sterk als in mijn begindagen. Het kan ook tegenvallen. De voorbije expo bijvoorbeeld, die ik hier met het Victoria and Albertmuseum heb gemaakt, heb ik gehaat zoals ik niets anders beter haten kan. (lacht) Dat gebeurt.

"Soms kun je een bepaalde artiest niet meer zien. Dat komt omdat je zo geëngageerd bent. Nadien keert de liefde terug, hoor. Dat heb ik geleerd."

Toen u naar Herford trok, dachten wij: waarom kiest hij niet voor Berlijn of een andere plek met allure?

"Ik heb in mijn leven 98 landen gezien. Achtennegentig, zeg! Maar hier mocht ik van nul af aan beginnen, zoals ik vroeger in Gent heb gedaan.

"In Gent was er sinds 1957 wel een Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, een kleine kring van overtuigde kunstliefhebbers rond Karel Geirlandt. Maar op politiek vlak stonden we toen nergens. De politici waren ronduit tegen het museum.

"Ik kon niet verdragen dat hedendaagse kunst in een gesloten wereld stond. Ik wilde het publiek erbij. Dat was mijn ding. Uiteindelijk is het in Gent gelukt.

"Hier in Herford gaat het ook lukken. Het aantal tegenstanders neemt zienderogen af. Ik ben de strijd aan het winnen. Het budget is opgetrokken tot 3 miljoen euro, mede dankzij de vriendenvereniging hier. Ga zo'n bedrag maar eens aan een stad als Sint-Niklaas vragen.

"Het mag een eenzame strijd lijken, maar ik voel me nooit eenzaam. Alleen artiesten kunnen eenzaam zijn. Ik heb mijn rugzak naar Herford meegenomen. Daarin zitten Permeke en het Vlaams expressionisme, Afrikaanse kunst, Karel Appel, Joseph Beuys, Panamarenko...

"(Plechtig) Het eerste werk dat ik voor dit museum kocht, was een Panamarenko. Zo'n schone papaver. Prachtig werk, 17 meter groot."

Zeventien meter?

"Allez, zestien. Ik ga dat werk in maart tentoonstellen."

Volgt u de Belgische kunstenaars nog?

"En of, ook de jonge. Pieter Vermeersch vind ik bijvoorbeeld formidabel. De schilder Koen Van den Broek ook, er zijn er nog: Gert Robijns, David Claerbout. Er zijn goeie kunstenaars in België, miljaar."

Betekent dat dan dat u regelmatig naar ons land komt?

"Om de drie weken."

Gaat u dan naar het S.M.A.K.?

"Altijd. Ik breng dan altijd een bezoek aan mijn opvolger Philippe Van Cauteren."

Krijgt hij tikken op de vingers?

"Nooit! Behalve één keer, toen het gerucht ging dat hij werken van Appel en Bacon wou overdragen aan het Museum voor Schone Kunsten. Hij baseerde zich op het voorbeeld dat ik zogezegd ooit had gegeven. Ik heb inderdaad werk van Magritte en nog een paar andere zaken teruggegeven aan het MSK, maar ik had ze enkel in bruikleen! Ze waren van het MSK.

"Van Cauteren wilde zijn kapitaal afstaan en de geschiedenis weggeven. Dat mag hij niet doen.

"Voor de rest doet hij goed werk. Het probleem dat zich nu stelt, is dat de collectie niet meer getoond wordt.

Is dat geen strategie om de Gentse politici te overtuigen om te mogen uitbreiden?

"(Knikt) Door werk niet te tonen, wil hij aantonen dat hij te weinig ruimte heeft. Het S.M.A.K. is ook te klein."

Een gevaarlijk spelletje.

"Stel je voor dat Philippe door die strategie over vijf jaar de Floraliënhal erbij krijgt, wat ga je dan zeggen?"

Misschien zal hij dan gelijk gehad hebben, maar intussen blijven bezoekers in de kou staan.

"Ik weet het, al hebben musea voor hedendaagse kunst altijd een dubbele verhouding ten opzichte van hun collectie. Ze willen ook altijd nieuwe dingen tonen."

In ons 'Museumrapport' pleitte de Brusselse kunstenaar Jan De Cock voor een eengemaakt museum voor hedendaagse kunst. Hij vindt dat het S.M.A.K. in Gent, het PMMK in Oostende en het MuHKA in Antwerpen serieus moeten gaan samenwerken.

"Wat is dat 'samenwerken'? Ik vind ego's goed. Er moet competitie zijn. Dat is interessant. België bestaat uit steden, die elk hun eigenheid hebben. Gent, Antwerpen, Brussel: ze moeten allemaal hun musea hebben."

In dit Bundesland zijn er meer dan drie musea voor hedendaagse kunst, toch?

"(Roept) Veel meer! Essen, Duisburg, Dortmund, Hagen: überall zijn hier musea. Hamburg alleen telt er vijf. Ik vind dat formidabel, al moet ik bekennen dat de budgetten hier in Duitsland fors teruggeschroefd zijn. Het managementdenken heeft hier volop zijn intrede gedaan. Men geeft zakken geld uit aan grote tentoonstellingen met Matisse, Friederich, Bacon en andere klassiekers, maar beknibbelt op vernieuwende dingen."

Hoe schat u het MuHKA in, nu het onder leiding staat van Bart De Baere?

"Bart De Baere is een strateeg, een politieker. Toen hij mijn assistent was in Gent moest ik hem regelmatig op de vingers tikken. Dan was hij formidabel. Maar als chef... Hij is een tweede die de eerste wordt, dat is dikwijls gevaarlijk.

"(Verheft zijn stem) Bart De Baere buigt te diep, wanneer hij een goeiedag zegt. (Begint te lachen) Dat is schoon gezegd, hein. En als hij de koningin ziet, valt hij bijna op de grond. Ja, dat is de waarheid."

Wanneer bent u voor het laatst in het MuHKA geweest?

"Een maand of drie geleden. Ik zag dat Bart de collectie van Robert Filliou had gekocht. Dat is zeer belangrijk. Ach, Bart doet natuuurlijk ook een aantal goeie dingen. Ik heb in het MuHKA de tentoonstelling van Jan Fabre gezien. Jan is een groot artiest, maar hij heeft de neiging zichzelf te overtreffen. Vroeger kleurde hij postkaarten van Matisse, Van Gogh en Goya in met bic. Dat waren onwaarschijnlijk intense werken. Maar daarna ging hij ganse kamers volpennen. Toen werd het decoratie."

De kunsttriënnale Beaufort lijkt de rol van publiekstrekker te hebben overgenomen van Over the Edges.

"Beaufort is te veel toerisme, te weinig kunst. Ik vind de idee nochtans niet slecht. De spin van Bourgeois boven het graf van Ensor en de sculpturen van Gormley waren ronduit fantastisch. Maar Willy (Van den Bussche, WD/JdP, curator van Beaufort ) heeft de onhebbelijke gewoonte er ook slechte kunstenaars bij te betrekken. Hij legt de verkeerde accenten. Bovendien kan hij geen schilderij aan de muur hangen."

Ziet u dan nergens scherpe intiatieven die toch een groot publiek kunnen aanspreken?

"Er wordt vandaag vooral veel meer getoond op veel meer plekken. Ook huizen als de Vooruit tonen tegenwoordig beeldende kunst. Die doen goeie dingen, maar wel gebaseerd op entertainment. De Vooruit is meer café dan wat anders.

"Kunst wordt ook almaar theoretischer, dat zie ik ook."

Aan de volgende Documenta in Kassel bijvoorbeeld, die u in 1992 leidde en die dit jaar weer plaatsvindt. Het MuHKA lijkt die 'theoretische' trend te volgen.

"Ik ben altijd zinnelijker geweest. De nieuwe Documenta is academisch, politiek van opzet. Ik vind zinnelijke kunst even politiek, zij het in een andere dimensie. Als je écht politiek wil bedrijven, dan moet je in de politiek gaan. Als je academisch wil bezig zijn, moet je naar de universiteit gaan en daar je ding doen. Soms heb ik het gevoel dat het niet meer over plastische kwaliteit gaat, dat men geen rekening meer wil houden met parameters als vorm, structuur, textuur, materiaal, object, geste. Voor mij is dat net de essentie van beeldende kunst."

Mijnheer Hoet, mogen we u tenslotte vragen hoe het met de gezondheid gaat?

"Goed, ja. In juni word ik 71. Ik heb een paar jaar geleden een zware klop gehad. Daar moest ik door. Dat is gelukt. Ik heb een beetje het gevoel dat ik een tweede leven heb gekregen. Ik ben dankbaar. Volgend jaar maak ik hier mijn afscheidstentoonstelling. Het wordt een hommage aan Beuys. In 2009 word ik kapitein van een varend museum, bestaande uit vier schepen. De plannen worden nu uitgetekend. Eind dit jaar starten de bouwwerken in Spanje. We gaan één tentoonstelling per jaar maken en varen van de ene naar de andere stad via de Seine, de Donau, de Rijn. Dat wordt ongelooflijk. Ik ben een dialysepatiënt. Ik moet drie keer per week aan een machine liggen. Die zal ook op het schip aanwezig zijn. De verpleegster gaat ook mee. Ik kan niet stoppen met kijken naar kunst. Altijd maar kunst. Waarom toch?

Waarom?

"Hoe is het mogelijk dat een kunstenaar de wereld die wij allemaal zien op een plat vlak samenvat, waardoor je de wereld op een andere manier ziet. Dat moet je kunnen. Ik kon dat niet, al heb ik het geprobeerd. Ik was misschien de beste van de klas, maar er zijn veel klassen. Het is zoals met de koers. Je bent de beste coureur van de school en kunt hogerop. Maar als je dan Merckx ziet, mamma mia, dan weet je dat je het kunt vergeten."

Erik Schmidt, Hunting Grounds; Carla Accardi trifft Lucio Fontana, tot 11 maart, MARTa, Goebenstraße 4, Herford. www.martaherford.de

Musea die samenwerken... Wat is dat, 'samenwerken'? Ik vind ego's goed. Er moet competitie zijn

Over Philippe Van Cauteren (S.M.A.K.):

Eén keer heb ik hem

op de vingers getikt, toen hij werken van Appel en Bacon

wilde overdragen

Over Bart De Baere (MuKHA):

Bart buigt te diep wanneer hij een goeiedag zegt. En als hij de koningin ziet, valt hij bijna op de grond

Over Willy Van den Bussche (Beaufort):

Hij legt de verkeerde accenten. Bovendien kan hij geen

schilderij aan de muur hangen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234