Zaterdag 24/08/2019

Hilde Van Mieghem

Ik begreep dat de mannen onder elkaar uitmaakten wie me als eerste uit eten zou vragen

Beeld Eric de Mildt

Het is niet omdat mijn kinderen niet meer mee willen dat ik niet alleen op reis kan gaan, dacht ik overmoedig vijftien jaar geleden. Blijgezind stapte ik met koffer en hond de auto in, zwaaide iedereen uit en vertrok naar Sicilië. Voor minstens zes weken.

Jarenlang was ik in datzelfde bestel­autootje op reis geweest met mijn jongste, de oudste was het huis al uit. Ik had het keurig ingericht: matras op maat laten maken, een muskietennet aan het plafond bevestigd. In een winkel voor vissersspullen had ik enkele netjes gekocht en die bovenaan overdwars aan de zijkanten opgehangen, daar konden de kleren in. Beneden aan de zijkanten twee houten schapjes met daarbovenop een bidon water, een biblio­theekje, een dvd-theekje en een minikeukentje. Dat alles keurig vastgemaakt met snelbinders zodat alles, zelfs op de meest hobbelige wegen, op zijn plaats bleef.

Het was dé manier om als niet al te bemiddelde actrice met dochter toch een wekenlange droomreis te kunnen maken.

We kampeerden wild. Zochten op landkaarten onbebouwde stukjes aards paradijs, liefst in de buurt van riviertjes voor de was en de plas. We sliepen in bossen, naast kerkhoven – vooral de Italiaanse waar de hele nacht kaarslichtjes branden –, onder bruggetjes, in valleien, op de toppen van heuvels verscholen tussen de bomen, en – en dat waren de beste plekjes – op kleine verlaten strandjes.

Altijd moest ik mijn angst overwinnen als de nacht viel. Maar ik deed steeds vrolijk alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Het laatste wat ik wilde, was dat mijn angst zou overslaan op mijn dochter die als een rasecht zigeunerinnetje hout sprokkelde voor het vuurtje waarop ik ’s avonds ons potje kookte.

Dat zou ik nu, in mijn eentje, eens lekker overdoen.

Drieduizend kilometer legde ik af in drie dagen tijd, nam in Calabrië de boot naar Messina en reed vrolijk het Siciliaanse eiland op. Blij dat ik weer alleen in mijn auto zat, want een beetje moe van de mannen die me belaagd hadden onderweg.

Ik vond voor de eerste nacht een prachtig plekje in een bos. Markeerde de weg ernaartoe door linten rond de bomen te knopen zodat ik bij nacht het plekje zou terugvinden. Reed naar een restaurantje, at en keerde terug naar het donkere woud.

En toen gebeurde het, de angst greep me bij de keel en er was geen kind in de buurt, geen enkele reden om me stoerder voor te doen dan ik was.

Ik vond in een piepklein dorpje een albergo waar ik een kamer kon krijgen voor maar 15 euro per nacht. Dat was het, dacht ik, hier ben ik ­veilig. Ik besloot er een paar dagen te blijven. Installeerde me met m’n computer onder de druivelaar op het terras en begon aan mijn allereerste scenario.

Al gauw wandelden er mannen van verschillende leeftijden voorbij. Het werden er steeds meer. Na enkele uren riep er een: “Ah! La bella donna che scrive.” De volgende dag riepen ze het allemaal. Als een mantra klonk het door het dorp: “Ah! La bella donna che scrive.”

De derde dag maakten ze ruzie onder elkaar. Ik kon flarden opvangen en begreep dat ze onder elkaar uitmaakten wie me als eerste uit eten zou vragen.

De oudste van de hoop bleek de winnaar te zijn. Hij kwam verlegen aan mijn tafeltje zitten met een grote map onder zijn arm. Daarin het bewijs van wat hij allemaal bezat – een huis in Toscane, nog twee in Amalfi – en een overlijdensakte van zijn vrouw waarmee hij bewees dat hij al vijf jaar weduwnaar was. Ik bedankte vriendelijk. Hij werd uitgelachen.

De vierde dag besloot ik op mijn kamer te blijven. Daar zat ik dan: gevangen. Tot er om vier uur ’s middags een man half in het open raam hing en riep: “Ma dov’è la bella donna che scrive?” Als door een wesp gestoken pakte ik mijn spullen, betaalde en reed naar huis alsof de duivel me op de hielen zat. Precies tien dagen was ik weggebleven, waarvan zes onderweg.

Thuis werd ik uitgelachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden