Maandag 26/10/2020

Column

Ik begin te vrezen dat zijn verhaal gaat afglijden naar de zoveelste racistische klaagzang

Saskia de Coster is schrijver van onder andere Wij en ik en Nachtouders. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Na een week, eindelijk overtuigd dat het verwarmingstoestel niet vanzelf gaat genezen, bel ik bibberend een hersteller. De man vertelt aan de telefoon dat het cash kan, dat is goedkoper.

Dertig jaar verwarmingstoestellen en loodgieterij, dat kruipt in je lijf en in je taal. Mijn zoontje vraagt hem meteen hoeveel tanden hij al verloren heeft. Bovenaan heeft hij er nog één, hij mompelt iets over een nieuw gebit.

Van zijn pensioen kan hij niet overleven, dus werkt hij. Gelukkig is het bijna zaterdagavond. Dan gaat hij, met zijn negenenzestig jaar, dansen. De hele nacht is van hem, hij is de koning tot zes uur ’s morgens, vaste prik, in een Antwerps café. Hiphop, breakdance, jive. De zwarte mensen komen er nog niet aan te pas als hij de dansvloer betreedt. Hij lepelt verhalen op over een mythisch nachtleven waar ik enkel over heb horen spreken.

Daar lukt het, zegt hij, alle rassen door elkaar, geen enkel probleem. Ik vraag me af of hij het water test, mijn toestemming zoekt om die richting uit te gaan. Als ik nu zeg: ‘dáár wel’, vult hij dan aan, breekt dan de dam en komt er racistisch gekleurde smalltalk? Ik wil weten hoe de hersteller alles heeft zien veranderen. In de ene zin rolt er geld en rollen er bedragen door zijn woorden, in de andere zin weerklinkt het woord ‘inwijkelingen’. Ik denk aan wat Tom Naegels schreef in De Standaard, dat je niet dertig jaar lang kan blijven roepen dat mensen nog gewoon moeten worden aan immigranten in het land. Dit hoort bij de wereld van vandaag, face it.

Ik begin te vrezen dat zijn hele mooi begonnen verhaal gaat afglijden naar de zoveelste van racisme doordesemde klaagzang over Europa, loonkosten, profiteurs.

Er volgen anekdotes over afdingen over de gebruiken en gewoontes, over de gouden jaren, eind jaren zestig, over de gouden ringen en de diamanten in zijn oren, in het zwart uitbetaald in de diamantwijk voor een grote klus. Zijn kapitaal hangt aan zijn oren.

Het is geen kwestie van aan de vreemden gewoon worden, volgens hem. Dat is niet moeilijk. Die zwarte mensen kunnen nog eens uitgaan en dansen en geld laten rollen, de joden willen altijd afdingen maar als ze goed werk zien, dan belonen ze je, de Polen steken de handen uit de mouwen en zo verder en zo voort en ja hij maakt groepen en het is een gewoonte, maar het belangrijkste is dat ze kapitaal te besteden hebben.

Daar zit het hem, zegt hij. Mensen zijn niet bang van rassen, maar ze zijn bang van geld. Of beter: van het geld dat ze niet hebben. Bang omdat ze afhankelijk zijn van de hulp van anderen en overheid, zoals veel van zijn vrienden in armoede. En die groepen zonder geld, kansarmen en vluchtelingen, die worden tegen elkaar uitgespeeld door de kapitaalkrachtigen. Die blijven buiten schot. En dat, zegt hij, dat is degoutant in dit apenland. En daarom werk ik maar zelf. In het zwart.

Zo, dat is hersteld, zegt hij.

Hoe komt dat nu, wil ik weten.

Er zit ergens een verlies op de leiding, zegt hij, maar waar precies, nee, dat kon niemand zeggen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234