Maandag 22/07/2019

Ik barst van de zelfhaat

Nederlandse stand-upcomedian Javier Guzman krijgt na black-out in april vanavond herkansing in Gent

Toen hij eind april zijn voorstelling Por dios speelde in Gent, kreeg Javier Guzman een totale black-out. ‘Kopje onder’ in de alcohol. In het niemandsland tussen waan, werkelijkheid en leugen probeert de cabaretier zijn leven bij elkaar te rapen. ‘Wie is beter dan ik in staat om mensen uit te leggen hoe ze in de fout kunnen gaan?’Door Frenk van der Linden

Wat gebeurde er in Gent, die 28ste april?

Guzman: “Ik speelde Por dios en het was krankzinnig, ongekend. Weet je, als je ruim vier jaar niet drinkt, en je duikt weer tien dagen in de alcohol... En je staat vervolgens twee dagen droog, maar je kunt niet slapen omdat je veel te veel kalmeringsmiddelen hebt genomen... En je moet dan optreden... Horror, horror in Belgie.”

“Ik heb nooit eerder meegemaakt dat ik op het podium stond en absoluut niet toekwam aan mijn programma. Ik kreeg alleen maar privédingen over mijn lippen. Het had geen theatervorm meer, de grens was weg. Totale black-out.”

Wat moet ik me voorstellen bij tien dagen zuipen?

“Het begon met een viersterrenrecensie in deze krant. Daar hoorde ik iets over voordat ik een voorstelling zou doen in Oisterwijk. Ik was euforisch. High van geluk. Die avond ging m’n programma ook nog ’ns supergoed. Na afloop hoorde ik mezelf in de foyer schaamteloos iets bestellen dat ik nooit drink: gin-tonic. Belachelijk, het is niet eens te zuipen. Maar hup, nog eentje, en nog eentje, enzovoorts. Ik sprak mompelend met die barman, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, zelfs mijn technicus had het niet in de gaten. Verslaafde mensen kunnen verschrikkelijk goed liegen. Dat moet wel, anders val je de hele tijd door de mand. Enfin, ik sloeg er tien achterover en voor ik het wist was het weer Jekyll and Hyde in mijn hoofd.”

Wie of wat is Jekyll and Hyde in jou?

“Een beest. Geen leuk beest. Een heel nare, vervelende, zeikerige, vieze man. Dingen die al vier, vijf jaar in me opgekropt zitten, kunnen er ineens uitknallen. Poltergeist, weet je wel, The Exorcist: zo’n hele gore schreeuw vanuit het allerdonkerste in je ziel. Dat wordt erger en erger als je twee, vier, zes, acht, tien dagen doordrinkt. Het rare was dat ik me bij elke slok voornam: dit is de laatste. Maar ik kreeg mezelf niet op de handrem. Ik zat in België: volle koelkasten in de kleedkamers. Drank is hier duizend keer meer voorhanden dan in Nederland. Dus ik ging koppie onder.”

Welke opgekropte zaken kwamen naar boven?

(klokt een glas water weg) “De zelfmoord van mijn vader. Omdat ik vond dat ik daar verantwoordelijk voor was. Ik zei op een dag tegen hem: ‘Ik ben niet van plan om jou nog langer financieel te onderhouden, ik heb het nu ik weet niet hoe lang gedaan en het wordt tijd dat jij op je eigen benen leert te staan.’ Hij riep: ‘Javier, als het geld weg is, ben ik weg.’ Hij loog al een leven lang tegen me, dus ik dacht dat het bluf was. Een zware alcoholist, nietwaar, bijna altijd kacheltjelam. Maar het bleek het enige waar hij niet over loog.”

(opnieuw water) “Hij hing zich op aan een deurklink, in 2005, een paar dagen nadat ik mijn eerste afkickkliniek in was gegaan.”

Waarom was je vader zoals hij was?

“Ik vermoed dat hij net zoveel zelfhaat koesterde als ik. En god weet dat ik barst van de zelfhaat. Alles wat mijn vader aanraakte, veranderde van goud in stront. Ooit was hij succesvol geweest bij Mitsubishi: salesmanager van alle garages op de Canarische eilanden. Zelfs toen hij het systematisch goed had, weigerde hij mijn moeder alimentatie te betalen. Ik was vier toen ze scheidden, drie jaar later slaagden we erin om met mijn broer Emilio te vluchten uit Las Palmas. Mijn vader had mijn moeder voortdurend bedreigd, met verwijzingen naar de macht van zijn eigen vader, een oud-generaal die had gediend onder dictator Franco. Zo van: ‘Denk niet dat jij ooit met mijn kinderen van dit eiland af komt, je weet wie het hier voor het zeggen heeft. En als je er toch vandoor gaat, weten we je te vinden.’ De zak.”

‘A rotten childhood is a writer’s goldmine’, zeggen schrijvers. Werkt het ook zo bij de cabaretier Guzman?

“Tuurlijk. Traumatische ervaringen lenen zich prima voor tragikomische scenes. De beste humor doet pijn, schuurt, ontregelt, zet aan tot denken. Het publiek vraagt zich af: hoe zou ik in zo’n situatie hebben gehandeld? En: hoe ga ik om met mijn eigen shit?”

“Mijn voorstelling Delirium zat dichter bij de waarheid dan mensen zich realiseerden. Dat was mijn afrekening met drank, of mijn poging tot afrekening met drank, vier jaar geleden. Ik vertelde hoe ik er vanaf was gekomen, waar ik doorheen was gegaan. Voor 99,99 procent waarheidsgetrouw."

En het publiek maar lachen.

“En het publiek maar lachen, ja.”

Hoe was dat voor jou?

“Geweldig. Ik merkte al snel dat in de zaal twee soorten toeschouwers zaten: mensen die wisten dat het waar was, en mensen die niet wisten dat het waar was. De eerste groep dacht op een gegeven moment: ‘Wacht even, deze verhalen zijn zo idioot dat ze eigenlijk niet kunnen kloppen.’ Terwijl de tweede groep redeneerde: ‘Dit is zo onvoorstelbaar, het kan niet anders dan echt zijn.’ In die verwarring is het natuurlijk lekker spelen.”

Hoe ging dat in Gent?

“Menigeen dacht tot het eind, tot ik na een klein uur compleet doorgedraaid de bühne afliep, dat het er allemaal bijhoorde.”

Wat woelt op zo’n avond in jou, naast de zelfmoord van je vader?

“Dat kan ik niet zeggen. Omdat het nog speelt.”

De liefde.

“Onder andere.”

Probeer het eens zo te zeggen dat je niemand beschadigt?

“Ik heb keuzes gemaakt die niet goed waren, en dat ben ik nog steeds niet te boven. Anderen ook niet. (kijkt naar buiten) “Ik heb een dochter die deze maand zes wordt. Die wil ik een zo normaal mogelijke jeugd geven. Dat is al moeilijk genoeg wanneer je als vader en moeder niet bij elkaar woont.”

Wat voor jongetje was jij?

“Die eerste jaren in Nederland ontwikkelde ik me nog goed. Een energiek gozertje. Origineel ook, geloof ik. Na verloop van tijd was mijn vader een beetje gekalmeerd en bouwde ik langzaam maar zeker weer iets met hem op. Maar rond mijn twaalfde was het foute boel: seksueel misbruik door mijn oom en zijn vriendin. Zij betrokken me in hun seksspel. Een heel saai seksspel overigens: gewoon neuken, niks creatiefs, hij bovenop of zij bovenop. De ene keer lag ik op een mat naast het bed van mijn oom terwijl zij keihard met elkaar naaiden, en de andere keer wilde hij mij met haar in de weer zien. Redelijk ziek. Mijn oom was m’n nieuwe vader, dus ik deed alles wat ie zei. Op het moment dat het gebeurde, besefte ik wel dat het niet deugde. M’n hart zat in mijn keel. Ik had nog niet eens met een meisje gezoend, laat staan aan tieten gezeten of een kut gezien. Misschien dacht mijn oom me te helpen, zoals het vroeger in sommige kringen gewoon was dat je naar de hoeren werd gestuurd voor je seksuele inwijding.”

“Het geestige was dat mijn moeder fantastisch reageerde toen ik het haar vijf maanden later vertelde. Ze nam me in haar armen en zei alleen maar: ‘Kom hier, het is goed. Ik zorg dat ie voor altijd uit je buurt blijft.’ Het was nota bene haar broer. Die man heeft mijn moeder haar hele leven gekleineerd, maar toen haar kind in het geding kwam was ze een leeuwin. Even overwoog ze zelfs om hem aan te klagen. Dat gebeurde uiteindelijk niet, enkel en alleen voor mijn oma. Daar had ik vrede mee, daar heb ik nog steeds vrede mee.”

Toch heb je dingen weggestopt, zeg je zelf. En is het een feit dat je ondanks het afschuwwekkende voorbeeld van je vader begon te drinken.

“Toen ik een jaar of elf was, moest mijn moeder naar een ouderavond. Ik zou op Emilio passen, mijn vier jaar jongere broertje, een lief jochie dat in Ouderkerk veel minder werd getreiterd dan ik. Die avond zat ik thuis op een tweezitsbank, groen ribfluweel, waarin ik helemaal kon verdwijnen. Het moment van mijn eerste rush zal ik nooit vergeten. Ik pakte een maltbiertje, en daar deed ik jenever bij. Meteen voelde ik een duizelingwekkende sensatie door me heen slaan. In een klap snapte ik waarom mijn vader alcoholist was, waarom mijn oom alcoholist was, waarom ik het in me had om ook alcoholist te worden. Ik vond het zo lekker en zo fijn dat ik dacht: ‘Hier moet ik verre van blijven. Het heeft tot m’n achttiende geduurd voordat ik me eraan over gaf.”

Waarom ging je overstag?

“Het was de aantrekkingskracht van de angst. Kijken of het terecht is dat mensen er zo moeilijk over doen.”

Dat klinkt iets te nobel. Je hebt als het ware iemand in een auto met honderd kilometer per uur door rood zien rijden en zien crashen. Wat maakt dat je dezelfde weg opgaat?

“Ik geef toe, het is de logica van... nou ja, van een gek. Een junk. Ik denk dat het genetisch al in mij zat. Dat weet ik 100 procent zeker. Het is zowel nature als nurture, het is erfelijk de zoon-zijn-van en qua opvoeding de zoon-zijn-van. De alcohol zit me op een dubbele manier in het bloed.”

Wat heeft in godsnaam nu de bom doen barsten?

“Wist ik het maar. In de vier jaar sinds ik de drank afzwoor, heb ik ongeveer tien keer een terugval gehad van een dagje drinken. Meestal wodka, straight. Als ik de volgende morgen uit mijn roes kwam, liet ik de fles staan en begon gelijk het herstel. Geen idee waarom dat me ditmaal niet is gelukt. Ik weet alleen maar dat ik het niet opnieuw wil. Omdat het exact zo waardeloos was als ik het me van vroeger herinnerde, namelijk: hel. Nooit meer. Nooit, nooit meer.”

Een verslaafde liegt altijd, heb je me voorgehouden. Misschien is ook deze plechtige belofte een leugen.

(handen in het haar) “Ik geef toe, ik kan alleen maar zeggen dat ik het vandaag nooit meer wil. We komen nu op een van de pijnlijkste punten: een alcoholicus verliest op den duur zijn geloofwaardigheid, ook tegenover zichzelf. Dat is voor elk mens een ramp, maar helemaal voor een cabaretier die mensen iets hoopt mee te geven.”

Wat is de essentie van jouw woord voor de wereld?

“Ik zou willen dat mensen in geschiedenisboeken duiken om te zien hoe ze op dit moment handelen, ik zou willen dat mensen bereid zijn te leren van het verleden. Maakt niet uit of het gaat om buitenlanderhaat, liefde of het klimaatprobleem. Het is toch wel heel grof om de profeet Mohammed uit te maken voor pedofiel omdat ie eeuwen geleden trouwde met een negenjarig meisje en je kop te houden over het misbruik van vandaag de dag. Wie neukt er nu kleine kinderen? Bisschoppen, paters, ga zo maar door.”

Ik hoor jouw critici al roepen: ‘Lul-de-behanger, denk niet dat we van jou iets aannemen, je maakt een puinbak van je eigen leven.’

“Ik zeg dingen scherp, ik zeg dingen grappig, en ik zeg dingen op basis van mijn eigen misstappen. Ik ben een ervaren fuck-up, wie is beter in staat om mensen uit te leggen hoe ze in de fout kunnen gaan?”

Is er iets dat je jezelf aanrekent?

“Mijn zelfdestructie. Ik voel me een nul, ik vind mezelf al jaren en jaren en jaren niks waard. Als ik word versierd door een vrouw, sta ik paf: ‘Hoe kan jij mij nou zien staan? Jij bent fantastisch, ik ben een lulletje.’ Maar de laatste twee weken heb ik een voorzichtige ommezwaai gemaakt. Ik kan mezelf nu in de spiegel aankijken - en lachen. Dan denk ik: ‘Daar staat eigenlijk wel een leuke gast.’”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden