Dinsdag 31/01/2023

IJzerhout en een geur van hars

Op 27 september 1829 beklom de Duitse natuurkundige en ontdekkingsreiziger Friedrich Parrot als eerste de top van de bijbelse berg Ararat, waar volgens de overlevering de ark van Noë strandde na de zondvloed. Dat exploot kreeg heel wat aandacht in de kranten uit die tijd. Net in die periode had de Rus Carl Anton von Meyer op een reis door de Kaukasus een nog onbekende boom ontdekt die door de Tartaren temir agatsch werd genoemd, wat zoveel betekent als ijzerhout. Von Meyer doopte de nieuwe plant Parrotia persica naar Friedrich Parrot.

Parrotia persica is verwant aan de beter bekende Hamamelis, de toverhazelaar. Dat is ook duidelijk te zien aan het omgekeerd eironde, enigszins leerachtige blad en vooral aan de kleine bloempjes met dieprode draadjes. Zodra het stuifmeel begint te rijpen, verkleuren de bloeiende kwastjes naar geel. Wanneer je de bloempjes van dichtbij bekijkt, zul je merken dat de rode draadjes lange meeldraden zijn, terwijl de lintjes van de toverhazelaar kroonblaadjes zijn. De bloemen zijn ook heel wat kleiner dan die van de toverhazelaar en bovendien geuren ze niet. Maar door hun felrode kleur vallen ze toch op op een ogenblik dat er nauwelijks al iets bloeit in de tuin. Net als de Hamamelis bloeit de Parrotia immers zeer vroeg, nog voor het blad uitloopt. In zachte winters kan dat al in januari zijn. Het blad loopt pas uit in april en is in het begin rood gerand. Nadien wordt het lichtgroen en later glanzend donkergroen.

Parrotia is vooral in het najaar een prachtige boom die subliem verkleurt, eerst diepgeel met vlekken purper, rood en oker, tot oranjerood. De verkleuring begint bovenaan en verspreidt zich geleidelijk aan over de hele boom. Omdat het blad lang aan de boom blijft hangen, is het wekenlang een juweeltje. Ook in de winter is het een prachtige boom of grote struik die met het ouder worden nog mooier wordt. Van nature is hij meerstammig, met dikke stammen die vanaf de basis uitbuigen. De zijtakken groeien bijna horizontaal en zijn visgraatachtig vertakt.

Bij oudere takken kunnen takken die tegen elkaar komen met elkaar vergroeien, waardoor merkwaardige lusvormige oren aan de stam kunnen ontstaan. Hij wordt ook wel als stamboom gekweekt waardoor hij minder breed uitgroeit en waardoor de mooie schors beter zichtbaar wordt. Die schors schilfert in brede plakken zoals een plataan, waardoor een opvallend patchwork van groen, grijs, beige, oker en soms purper ontstaat. De Parrotia is in ons klimaat volkomen winterhard en is niet erg veeleisend wat de grondsoort betreft. Wel mag hij 's winters niet te nat staan. De herfstkleur is het mooist wanneer hij in volle zon staat.

Wanneer ik slechts één boom zou mogen planten en ik zou moeten kiezen tussen een Hamamelis en een Parrotia, dan zou ik een Hamamelis planten. Maar aangezien de Parrotia geen problemen heeft met een kalkrijke grond, is het voor heel wat mensen misschien een goed alternatief voor de veeleer zuurminnende Hamamelis. Hij wordt na verloop van tijd zo'n 8 meter breed en iets minder hoog, maar dat duurt vele jaren. Onder meer in het arboretum van Kalmthout en de Nationale Plantentuin van Meise groeien mooie exemplaren van de Parrotia.

Er zijn een paar cultuurvariëteiten van de Parrotia in omloop. De bekendste is Vanessa, een vorm met een opgaande stam die een 50-tal jaar geleden toevallig op een kwekerij in Nederland werd ontdekt. Vanwege zijn opgaande stam kan hij als gewone boom worden gebruikt en is ook de mooi schilferende stam beter zichtbaar. Het blijft een relatief kleine boom. De naam Vanessa zou verwijzen naar een vlinder, de Vanessa atalanta of de Vanessa urtica, twee vlinders met donkeroranje tot dieppaarse vlekken op de vleugels, zoals het paarsgerande herfstblad van de Parrotia. Er bestaat ook een treurvorm Pendula, die met zijn koepelvormige kroon niet hoger dan drie meter wordt.

Van nature groeit de Parrotia in de loofbossen van Noord-Iran tot aan de oevers van de Kaspische Zee waar hij kan uitgroeien tot een grote boom. Hij werd in 1829 in de Kaukasus ontdekt door de Russische botanicus Von Meyer. Waarschijnlijk werd hij toen gezaaid in de botanische tuin van Sint-Petersburg. Maar het zou nog bijna 40 jaar duren voor hij in het Westen bekend raakte. In 1868 zou een eerste boom gebloeid hebben in de botanische tuinen van Kew bij Londen.

Waarschijnlijk ging het om een boom afkomstig van zaad van von Meyer, of alleszins afkomstig van de door hem gezaaide bomen uit Sint-Petersburg. De naam Parrotia verwijst zoals gezegd naar de Duitse ontdekkingsreiziger Friedrich Parrot. Het is echter niet duidelijk waarom hij Perzisch ijzerhout wordt genoemd. Perzisch ligt natuurlijk voor de hand, maar waarom ijzerhout? Een naam die overigens ook in het Duits en het Engels wordt gebruikt. Het zou een vertaling zijn van 'temir agatsch', de naam die de Tartaren aan de boom hadden gegeven. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, is het hout helemaal niet zo ijzerhard. Het rot namelijk tamelijk snel. Misschien verwijst het ijzer eerder naar de vuilwitte kleur van het hout.

De schitterende herfstkleur van de Parrotia doet een beetje denken aan die van de bekendere amberboom, Liquidambar styraciflua. De amberboom behoort overigens ook tot de hamamelis-familie. Hij is samen met de tulpenboom (Liriodendron tulipifera) een van de meest aangeplante exotische parkbomen in ons land. Een indrukwekkende amberboom is te zien bij het ziekenhuis Maria Middelares in Gent. Hij is met zijn 350 centimeter stamomvang de kampioen van België. L. styraciflua is afkomstig uit het oosten van de Verenigde Staten. Er bestaan ook enkele Aziatische soorten, maar die zijn slecht winterhard in ons klimaat. Alleen L. formosana 'Monticola' zou iets winterharder zijn, maar hij lijkt zo sterk op L. styraciflua dat je al verzamelaarsbloed moet hebben om hem aan te planten.

Het grote gelobde blad van de Liquidambar lijkt helemaal niet op dat van de Hamamelis maar eerder op dat van een esdoorn. Als je het blad kneust, verspreidt het een zoete harsgeur. Bij kwetsuren lekt er een plakkerig, amberkleurig vocht uit de schors, vandaar de naam amberboom. Dat vocht werd vroeger in de Verenigde Staten gebruikt als remedie voor allerlei huidaandoeningen, maar ook als een goedkoop alternatief voor kauwgom. De Amerikaanse volksnaam voor de boom is dan ook Sweet Gum.

Heel typisch en heel decoratief is de sterk gegroefde, soms kurkachtig uitziende schors. Ook de takken en twijgjes zijn bezet met kurkachtige schorslijsten. De vruchten in het najaar zitten in een bolvormig stekelig hoofdje dat een beetje doet denken aan de vruchten van een plataan.

In tegenstelling tot de Parrotia, die van nature meestal meerstammig groeit, heeft de Liquidambar een doorlopende stam waardoor hij zeer gewild is als park- en zelfs als straatboom. Wegens zijn omvang, een volwassen boom kan gemakkelijk 20 meter hoog worden en hij groeit van nature vrij breed uit, is hij daarentegen niet direct geschikt voor een klein stadstuintje. Voor grotere tuinen is het echter een van de mooiste sierbomen die in elk seizoen aantrekkelijk is. "The tree splash the sky with their fingers, a restless green rout of stars", zo bezong de Amerikaanse natuurdichter John Gould Fletcher de amberboom.

Maar u moet wel zorgvuldig uw exemplaar kiezen. Bij de soort bestaat er immers een grote variatie in herfstkleur en uitzicht van de schors. Sommige bomen verkleuren roodoranje, andere eerder geel of paars en sommige verkleuren nauwelijks of niet. Daarom is het zeker geen overbodige luxe om in het najaar naar de kwekerij te gaan en ter plaatse een boom te kiezen met de mooiste herfstkleur. De laatste jaren zijn er ook heel wat cultuurvariëteiten op de markt gekomen met uiteenlopende bladvormen en bladkleuren. Burgundy heeft bijvoorbeeld een wijnrode herfstkleur, Festival verkleurt geeloranje, Red Star en Worplesdon worden dieppurper. Moraine heeft een meer piramidale groeiwijze terwijl Parasol dan weer een eerder bolvormige kroon heeft.

Het bladvocht van de amberboom werd vroeger in de VS gebruikt bij huidaandoeningenen als goedkoop alternatief voor kauwgom

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234