Maandag 05/12/2022

If you ain't cheatin', you ain't tryin'

Clemens Allwermann speelde eind december de wedstrijd van zijn leven. Op het open internationale schaaktoernooi van Böblingen bond de 55-jarige Duitse amateur de ene professional na de andere aan zijn zegekar. De kroon op het werk was een verpletterende zege op de sterke Russische grootmeester Kalinitsjev in de laatste ronde. Daardoor veroverde Allwermann volkomen onverwacht de gedeelde eerste prijs. Met steeds ongeveer 1925 elopunten stond Allwermann vele lange jaren ongeveer 10.000ste op de Duitse nationale ratinglijst. Na afloop van het toernooi in Böblingen rukte Allwermann echter in één klap naar de eerste plaats op de Duitse internationale ratinglijst.

'Duitsland heeft er een genie bij', spotte het tijdschrift Der Spiegel. "Naast Goethe, Beethoven en Einstein zal laatbloeier Clemens Allwermann voortaan wereldwijde roem oogsten als vertegenwoordiger van de superieure Teutoonse denkkracht." Of was er misschien hekserij mee gemoeid? "Allemaal onzin", volgens Allwermann. De voorbije maanden had hij, nu hij eindelijk met pensioen was, keihard aan zijn schaakopeningen en aan zijn tekortkomingen gewerkt en, belangrijk, "in Böblingen week Vrouwe Fortuna niet van mijn zijde. Een droom die werkelijkheid werd. Ik had ontzettend veel geluk. Het was net als in een casino: terwijl iedereen telkens voor zwart koos, zette ik systematisch in op rood, en grote winsten werden mijn deel", beweerde de langharige Duitser.

"De kans dat een amateur zo'n prestatie levert, is even groot als wanneer Helmuth Kohl ineens Duits kampioen polstokspringen zou worden", schreef Der Spiegel, niet ten onrechte. Kenners van computerprogramma's hadden echter al snel een logische verklaring gevonden voor Allwermanns onverwachte succes. Toen ze zijn partijen aan een onderzoek onderwierpen, ontdekten ze verbluffende gelijkenissen tussen de zetten die Allwermann gespeeld had en de voorstellen van het ijzersterke schaakprogramma Fritz, van de Hamburgse softwaregroep rond Chessbase. Chessbase-baas Frederic Friedel, die de partijen met behulp van de laatse versie Fitz 5.32 naspeelde, "had zich kostelijk geamuseerd, omdat hij zijn baby opnieuw ontdekte. Briljante zetten van Allwermann die nooit in de gedachten van een normaal mens zouden opkomen, werden ook door de software voorgesteld."

Dat klinkt zeer overtuigend, maar een materieel bewijs voor het waarschijnlijke gesjoemel van Allwermann is het natuurlijk niet. Het is vreemd dat tijdens het toernooi niemand echt iets onregelmatigs is opgevallen. Wie op de topborden speelt, wordt scherp in het oog gehouden. Waarschijnlijk heeft Allwermann een zeer geraffineerde methode gevonden om te communiceren met een bondgenoot die rechtstreeks contact met Fritz onderhield. Allwermann protesteert alleszins hevig tegen aantijgingen in die richting, en dreigt met een rechtszaak tegen al wie zoiets beweert. In de praktijk heeft hij iedereen voorlopig echter ongemoeid gelaten. Zijn inschrijving voor het toernooi van Wörishofen heeft hij echter geannuleerd "omdat hij nog wel wat wil blijven nagenieten van het succes".

In ieder geval is Allwermanns prestatie prima reclame voor Fritz. Grootmeesters die niet weten dat ze met een schaakprogramma te doen hebben, kunnen hem zelfs met de grootste moeite amper bedwingen. De zaak ligt wat anders als ze dat wel weten, omdat ze zich dan kunnen instellen op specifieke zwaktes van de computer, maar eenvoudig is het geenszins.

Schaken is geen spel dat zich tot sjoemelen leent, omdat de regels zo strikt zijn. De meeste schakers willen natuurlijk wel altijd erg graag winnen. Sommigen nemen het dan ook niet nauw met geschreven of ongeschreven fair play-regels. 'If you ain't cheatin', you ain't tryin'' (als je niet vals speelt, probeer je ook niet echt), zeggen ze in Amerika. De eerste officieuze wereldkampioen aller tijden, de Spaanse priester Ruy Lopez, die in de 16de eeuw leefde, adviseerde zijn leerlingen "om het bord daar te leggen waar de zon in de ogen van de tegenstander schijnt". (Dat advies is echter niet bruikbaar voor Belgische clubspelers.)

Ook Gary Kasparov durft wel eens een scheve schaats te rijden. Berucht is een partij tegen de nog immer jeugdige Hongaarse Judith Polgar. Judith zweert nog altijd bij hoog en bij laag dat Kasparov een doodzonde beging door de 'aanraken-is-zetten'-regel te schenden. Daarin wordt ze trouwens gesteund door video-opnamen van die partij. Kasparov won de partij, en werd nooit bestraft voor zijn uitschuiver. Misschien had de geschiedenis anders een nieuwe wending genomen: nog nooit immers heeft een vrouw de mannelijke wereldkampioen kunnen verslaan. Sinds enige tijd bivakkeert de zeer talentrijke Judith Polgar rond de vijftiende plaats op de wereldranglijst. Een overwinning op Kasparov had een bijkomende stimulans kunnen betekenen.

Een andere vorm van vals spelen is voorzeggen. Daartegen valt niets te beginnen, tenzij het verwijderen van de overtreder. In dat verband heeft Rona Petrosjan, de echtgenote van Tigran Petrosjan (wereldkampioen van 1963 tot 1969), een zeer kwalijke reputatie.

Een beroemd maar beslist geen alleenstaand geval deed zich voor op het toernooi van Rovinj/Zagreb in 1970. Bobby Fischer speelde er de pannen van het dak, zeer tot ongenoegen van mevrouw Petrosjan. In zijn partij tegen de Joegoslaaf Kovatsjevitsj verzeilde Bobby toch eens in een lastig parket. Maar op een gegeven moment zagen Rona's echtgenoot en Victor Kortsjnoj dat Fischer een gemene valstrik voor zijn tegenstander gespannen had. Toen mevrouw Petrosjan dat hoorde, aarzelde ze geen seconde, en bracht ze Kovatsjevitsj op de hoogte van het gevaar. Fischer werd in de partij verslagen, maar zijn zeer overtuigende toernooizege kwam nimmer in het gedrang. Rona's favoriete schaker werd pas zesde

Wit: Allwermann

Zwart: Kalinitsjev

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 e5 5. Pb5 d6 6. c4 Le7 7. Le2 a6 8. P5c3 Pf6 9. 0-0 Le6 10. Le3 0-0 11. Pa3 Pd7 12. Dd2 Pc5 13. Pc2 f5 14. exf5 Lxf5 15. Lf3 Kh8 16. Ld5 De8 17. Tad1 Dg6 18. Pa3 e4 19. f3 exf3 20. Lxf3 Pe5 21. Pd5 Lh4 22. Pf4 Pxf3+ 23. Txf3 De8 24. Pd5 Pe6 25. Tdf1 Dg6 26. b3 Tf7 27. Pc2 Pg5? 28. Lxg5 Lxg5 29. Df2 Lxc2 30. Txf7 Lf6 31. Da7 (Een sterke zet, maar de meeste mensen van vlees en bloed zouden gewoon 31. Txb7 spelen.) 31. Tg8 32. Dxb7 Le4 33. Pf4 Df5 34. Dd7 De5 35. Kh1 g5 36. Ph3 g4 37. Pf2 Lf5 38. Pxg4! Le4 39. T7xf6 Lxg2+ 40. Kxg2 De4+ 41. Kh3 en zwart geeft op.

Hier ontmaskerde Allwermann in feite zichzelf door te zeggen: "Het is geforceerd mat in acht zetten". (1. De8 2. Df5 Dc8 3. Dxc8 Txc8 4. Tf7 Te8 5. Pf6 Te3+ 6. Kg2 Te2+ 7. Tf2 Txf2+ 8. Kxf2 en mat op de volgende zet.) De in Wijk-aan-Zee verzamelde wereldtop had de grootste moeite om het mat in acht te vinden, terwijl Fritz reeds na iets meer dan een minuut ongeduldig begint te piepen. Als het om gedwongen zettenreeksen gaat, is de computer inderdaad niet meer te kloppen. Allwermanns matclaim is des te merkwaardiger, omdat - misschien op Bobby Fischer na - geen enkele schaker hier naar mat gaat zoeken. De meeste spelers zouden gewoon iets denken als: "Wat een heerlijke gewonnen stand. De hoogste tijd voor mijn tegenstander om op te geven."

Wit: Fischer

Zwart: Kovatsjevitsj

1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Lb4 4. a3 Lxc3+ 5. bxc3 dxe4 6. Dg4 Pf6 7. Dxg7 Tg8 8. Dh6 Pbd7 9. Pe2 b6 10. Lg5 De7 11. Dh4 Lb7 12. Pg3 h6 13. Ld2 0-0-0 14. Le2 Pf8 15. 0-0 Pg6 16. Dxh6 Th8 17. Dg5 Tdg8 18. f3 (Een valstrik: zwart kan de witte dame gevangen nemen met 18. Ph4, maar na 19. fxe4 Txg5 20. Lxg5 is wit in het voordeel.) 18. e3 19. Lxe3 Pf8 20. Db5 Pd5 21. Kf2 a6 22. Dd3 Txh2 23. Th1 Dh4 24. Txh2 Dxh2 25. Pf1 Txg2+ 26. Ke1 Dh4+ 27. Kd2 Pg6 28. Te1 Pgf4 29. Lxf4 Pxf4 30. De3 Tf2 en wit geeft op.

1. Lh3!! 2. Txf6 (Nog het beste: 2. Lxh3 Txe4, 2. Lh1 Lxf1 en 2. Tg1 Lxg2 zijn kansloos. Het vervolg moest haarfijn berekend worden.) 2. Dxg2 3. Tf4 Txe4 4. Txe4 Pxe4 5. Dxg2 Lxg2 6. Te2 Lh1 7. Te1 Pf2 8. Pe6 Lxd5 en wit geeft op.

Karol Wojtyla (1987)

Wit: Ka7, Te5, La3, Ld7, Pb4, Pd5.

Zwart: Kc5.

Een grapjas bezorgde het Engelse tijdschrift The Problemist een brief. De naam van de afzender zorgde voor veel commotie. Enkele uittreksels: "Mijn vriend kardinaal Hume beweert dat The Problemist de beste internationale publicatie voor schaakproblemen is (in tegenstelling tot de Franse tijdschriften, die enggeestig en sectarisch zijn).

Ik componeer van tijd tot tijd nog steeds zelf problemen omdat ik dat een gezonde manier vind om mij te ontspannen. Ik stuur u hierbij drie problemen van recente datum.

Gelieve de problemen te ondertekenen met Karol Wojtyla in plaats van Johannes Paulus II indien u ze interessant genoeg vindt om ze te publiceren.

Bij voorbaat dank. Indien u katholiek bent, zend ik u mijn pauselijke zegen

Johannes Paulus II

Wit speelt en geeft mat in twee zetten.

Wouter Janssens

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234