Maandag 12/04/2021

Ietwat nefast

'Dit alles wekt de indruk dat men aan de Reyerslaan eigenlijk niet van televisie houdt'

voor de feestvreugde

In vijftig jaar is er veel veranderd in tv-land, maar de Vlaamse omroep blijft zweren bij ouderwetse genres. Wat heeft de VRT eigenlijk tegen populaire mixgenres als existentialistische maffiaseries, metafysische begrafeniscomedy en boeddhistische thrillers?

Geert Buelens

tekening jan vanriet

Een feestweekend lang zal de machtsstrijd tussen VRT-chef Tony Mary en zijn raad van bestuur gesmoord worden in het gedruis van recepties en een nieuwe lading ironische herdenkingsprogramma's. Ook de telkens weer opflakkerende discussie over de culturele opdracht van de omroep en zijn al dan niet vermeende politieke vooringenomenheid wordt even tussen haakjes gezet. Maar als de vijftig kaarsjes eenmaal uitgeblazen zijn, zullen die debatten hernomen worden. Graag suggereren wij nog een nieuw gespreksonderwerp: het opvallend ontbreken van vernieuwend, buitenlands kwaliteitsdrama op de omroep. Dat de waardegevoelige openbare omroep liever niet geassocieerd wordt met postmoderne cultpulp als Buffy The Vampire Slayer valt nog enigszins te begrijpen. Maar kan het toeval zijn dat de afgelopen jaren noch The Singing Detective, noch Twin Peaks, Die Zweite Heimat, The Sopranos of Six Feet Under op de VRT te zien waren?

Vandaag, 31 oktober, bestaat de Vlaamse openbare televisieomroep vijftig jaar. Of dat zo opzichtig moet worden gevierd? Zeer zeker. Zonder programma's als Kapitein Zeppos, Terloops, Document, Villa Tempo, Argus, Eiland, Terug naar Oosterdonk en In de gloria zou dit land anders en armer zijn geweest. Televisiefiguren als Maurice De Wilde, Jef Cassiers, Stephan Mores, Miel Louw, Erik Pertz, Annie Declerck, Marcel Vanthilt, Bea Matterne, Hugo Matthysen, Jan Eelen en William Van Laeken hebben welhaast zeker een grotere stempel gedrukt op het naoorlogse culturele en maatschappelijke leven alhier dan de grootste Vlaamse componisten, schilders, dichters, filosofen en wetenschappers uit deze tijd. Straten en pleinen werden vooralsnog niet naar omroepcoryfeeën genoemd, maar lang kan dat niet meer duren. De eerste postzegels zijn intussen al gearriveerd.

Het nog steeds toenemende maatschappelijke belang van de omroep blijkt zowel uit de bijval die hem ten deel valt als uit de discussie die hij blijft uitlokken. De aanslepende strijd tussen gedelegeerd bestuurder Tony Mary en zijn raad van bestuur over de benoeming van Aimé Van Hecke als directeur televisie is in dat opzicht veelzeggend. Hier staat immers niet alleen de efficiënte werking van de omroep op het spel (Mary wil nú de volgens hem juiste man op de juiste plaats) maar ook de status van het bedrijf. Wat is er nog 'openbaar' aan een omroep wanneer de politieke voogdijdames en -heren simpelweg genegeerd worden door een gedelegeerd bestuurder? En wat zegt het over zo'n bestuurder wanneer hij zijn eigen daadkracht belangrijker vindt dan het zonneklare risico op belangenvermenging in deze kwestie (met name het zakenbelang van mevrouw Van Hecke)?

Op een geheel ander niveau maar niet minder interessant is het aanhoudende gepruttel van de culturele en politieke wereld over de kwaliteit en het volume van de berichtgeving over deze sectoren. Hier spelen in wezen dezelfde gevoeligheden. Aan de ene kant staat een modern mediabedrijf dat volstrekt autonoom wil werken. Aan de andere kant zijn er een financierende overheid die enige vorm van sturende controle wil behouden én verschillende (deel)publieken die zich niet meer herkennen in hun omroep. Die identificatie van 'de mensen' met de omroep is een factor die ondanks alle zogezegde publieksvriendelijkheid van de VRT nog altijd wordt onderschat. Samen met de nationale voetbalploeg, de NMBS en de koninklijke familie behoort de omroep tot het volkspatrimonium: we beseffen dat we er veel voor betalen en in ruil willen we dan ook kwaliteit en ambiance. Nu de VRT al enige tijd onbetwist marktleider is, denkt men aan de Reyerslaan dat het op dat vlak wel snor zit, maar het is zeer de vraag of dat klopt. Liefhebbers van sport, spelletjes, nieuwsshows, infotainment, kook- en reisprogramma's, thrillers, kostuumdrama en comedy komen op TV 1 en Canvas ongetwijfeld aan hun trekken. Maar wat met de fan van pop- en rockmuziek, afstandelijke politieke berichtgeving, de betere kunstdocumentaire en het vernieuwende televisiedrama?

Onvrede bij politici en discussies over de objectiviteit van de nieuwsdienst zijn zo oud als de omroep zelf. Meer nog: de Vlaming dankt het bestaan van VTM aan de frustratie van christen-democratische en liberale politici die zich door het Rode Fabriekje onheus bejegend voelden. Op dat vlak is er na bijna vijftien jaar commerciële concurrentie niet veel veranderd. Nog maar zeer onlangs beklaagde N-VA-volksvertegenwoordiger Kris Van Dijck er zich in deze krant over dat tussen 1 april 2002 en 1 januari 2003 "de socialisten goed [waren] voor 37 procent van de politieke aanwezigheid in amusementsprogramma's, terwijl ze op dat moment nauwelijks 15 procent van het Vlaamse electoraat vertegenwoordigden" (DM 22/10). Ook verscheidene CD&V-politici en de op de VRT nochtans doorlopend figurerende Hugo Coveliers (VLD) voelen zich door de openbare omroep geviseerd of laken de voorkeursbehandeling van de socialisten.

Niet minder ontevredenheid is er bij artistiek en cultureel Vlaanderen. Als omroep van de Vlaamse Gemeenschap is het de verantwoordelijkheid, opdracht en plicht van de VRT om het visuele en auditieve geheugen van die gemeenschap te zijn. Dat hij die taak op televisie niet vervult, is duidelijk. Soms lijkt het alsof TV 1 en Canvas enkel nog cameraploegen uitsturen wanneer ze zelf mediasponsor zijn en/of (maar vaak komt dat op hetzelfde neer) wanneer het een met BV's gelardeerd event betreft. Dat levert de VRT vanuit het culturele en artistieke veld veel kritiek op. De kritiek laat ook de politieke beleidsmakers niet ongevoelig (DM 22/10), maar het is vooralsnog onduidelijk welk effect dit debat zal hebben. Het laatste wat we in dat verband kunnen gebruiken is een herneming van het steriele stellingengevecht uit de vroege jaren negentig tussen Publieksvijandige Intellectuelen en Publieksgeile Barbaren.

Karl Van den Broecks bewust karikaturale samenvatting van die kwestie in deze krant geeft aan waar het niet om draait: "Elitair Vlaanderen verwijt de VRT dat het geen eigen boekenprogramma krijgt en dat er niet langer door hologige filosofen (samengepropt in een container) over de uiteinden van de mens wordt gepraat in prime time" (DM 13/9). Los nog van het feit dat Container zo laat werd uitgezonden dat nagenoeg alle mensen toen met uiteinden en al te bed lagen, denk ik niet dat een terugkeer van dat programma de oplossing van het probleem is.

Wél vraag is er naar een eigentijdse en vooral ook respectvolle berichtgeving over kunst en cultuur. Een schoolvoorbeeld van hoe het níét moet, was Yasmines huppeldepuppresentatie bij de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd dit voorjaar. Nog maar net was een volstrekt uitgeputte en verbouwereerde Severin von Eckardstein meegedeeld dat hij de winnaar was, of Yasmine overviel de pianist al met hijgerig-enthousiaste vragen van het type dat wielerreporters plegen te stellen aan vers gearriveerde Flandriens. ('Fantastisch, niet?', 'Hoe doe je dit toch?', 'Kun je het zelf eigenlijk wel geloven?') Yasmine was hier totaal miscast. Wat erg gepast is binnen het olijk-vrolijke universum van De rode loper is dat niet noodzakelijk binnen de Koningin Elisabethwedstrijd. En dat heeft niets te maken met het overigens bestaande snobisme en elitarisme in de wereld van de klassieke muziek, maar alles met context, decorum en respect. Von Eckardstein had net een emotioneel, intellectueel en fysiek uitzonderlijk veeleisend concours achter de rug. Het laatste waar hij en de kijker behoefte aan hadden, was een presentatrice die hen probeerde te overtuigen van het fantastische en geweldige van zijn prestatie. Overigens valt Yasmine zelf hier weinig te verwijten. Zij deed gewoon waar ze goed in is, zij het op een verkeerde plek. Een evenement dat alles in zich heeft van een thriller werd volstrekt onnodig opgeleukt met een BV. Dat de chef cultuur van Canvas oprecht zou menen dat Yasmine geschikt is voor dit werk lijkt me trouwens weinig waarschijnlijk. Hier heerste wellicht het spook van het geïnverteerde intellectualisme. Uit angst voor elitair versleten te worden, trapt men overenthousiast door het bordkarton van zijn eigen gecultiveerde oppervlakkigheid.

Het is in deze feestdagen vaste prik op de VRT. Tot in de aankondigingsteksten van Canvas-omroepsters toe wordt boete gedaan voor "de belerende attitude die de openbare omroep uiteindelijk veel kijkers kostte" (Canvas, 23/10, 21 uur). Die verontschuldigingen hebben iets potsierlijks en hypocriets. Wanneer de commentaarstem in Histories benadrukt dat het volk "geeuwend toekeek" terwijl de Vlaamse elite zichzelf bewierookte in Ten huize van vergeet men gemakshalve dat in vele tienduizenden gezinnen in Vlaanderen de achttien interviewboeken staan die het Davidsfonds tussen 1962 en '82 uitbracht naar aanleiding van deze serie. Het mag duidelijk zijn dat de toenmalige omroepbonzen gruwelijk hebben overdreven in hun tamelijk groteske pogingen om van elke Vlaming een germanist te maken (the horror! the horror!), maar volksopvoeding was in die dagen een algemeen maatschappelijk project (zie ook: de melkbrigade. De appelclub. De fit-o-meter). Het is erg makkelijk je vrolijk te maken over de voor sommigen misschien wat achterhaalde idealen van vorige generaties. Maar de VRT maakt zichzelf iets wijs als hij denkt tegenwoordig in wezen een andere "attitude" te hebben dan het nu zo gewraakte "Wij weten wat goed voor u is" (Histories, 23/10).

Ook nu wordt de omroep bevolkt met intellectuelen die een eigen, mede door de overheid bepaalde agenda hebben en ideologie uitdragen. Vandaag niet meer verpakt met een wijsvingertje, maar - zoals alles in deze tijd - als entertainment (zie: Kom op tegen kanker. Kijk uit! Vlaanderen vakantieland). Op de VRT-website staan expliciet waarden vermeld die de omroep wil bevorderen. "De programma's moeten bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de identiteit en de diversiteit van de Vlaamse cultuur en van een democratische en verdraagzame samenleving. De VRT moet via zijn programma's bijdragen tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming." Dat alles lijkt me overigens een nobele en dus zeer legitieme zaak, maar het relativeert natuurlijk sterk de cynische stoerdoenerij van omroepmedewerkers die de indruk willen wekken dat ze voorbij goed en kwaad zouden zijn.

Meer nog: uit het aankoopbeleid op het vlak van buitenlandse fictie blijkt hoezeer de VRT-televisie, anders dan ze wil laten uitschijnen, behoudsgezind en in sommige opzichten zelfs ronduit ouderwets is. Fans van comedy, detectives en kostuumdrama hebben op dat vlak weinig redenen tot klagen. Met Fawlty Towers, Allo Allo, Keeping Up Appearances en Mr. Bean op TV 1 en Blackadder, The Fast Show, Drop the Dead Donkey, Absolutely Fabulous, Smack the Pony, Bottom en The League of Gentlemen op Canvas serveert de VRT de Vlaamse kijker al decennialang de allerbeste en meest vernieuwende Britse humor. Uit de VS kwamen dan weer series als Seinfeld, Married With Children en Mad About You. Wat het detectiveaanbod betreft kan er intussen - pun, helaas, intended - zonder meer van een overkill worden gesproken: Inspector Morse, Poirot, Frost, Dalziel & Pascoe, Ruth Rendel Mysteries, Prime Suspect, Murder Rooms, Midsummer Murders, Taggart (en dan vergeten we gemakshalve de niet-Angelsakse Baantjer, Derrick, Tatort en Ein Fall für Zwei nog). Als er in dit land met dezelfde intensiteit moorden zouden worden onderzocht als ze op tv worden bekeken, dan was de Bende van Nijvel allang ontmaskerd. Met dezelfde intensiteit wordt er door de VRT trouwens ook in eigen misdaadseries geïnvesteerd. Het is een raadsel hoe iemand zich in dit land onveilig kan voelen, gezien het gemak waarmee de misdaad opgelost en bestraft wordt in Niet voor publikatie, Recht op recht, Heterdaad, Flikken, Sedes & Belli en weldra ook nog in Witse en de televisiebewerking van De zaak Alzheimer. Kostuumdrama is al jarenlang een ander speerpunt van de Vlaamse omroep. Tot de vroege jaren tachtig was men er bij de BRT zelf heel erg bedreven in. Tot men Bokrijk verliet en de Vlaamse stad ontdekte als decor. Buitenlandse series echter spelen zich nog altijd bij voorkeur af in glooiende landschappen vol ingesnoerde dames en gebolhoede heren. In Histories schamperde men dat in de jaren zestig "alle klassiekers uit de Nederlandse literatuur eraan moesten geloven" op de Vlaamse tv, maar wat dan gezegd van de Canvas-reeksen Anna Karenina, Madame Bovary of Pride and Prejudice?

Liefhebbers van deze degelijke maar bovenal traditionele genres en series worden door de Vlaamse openbare televisie ontegensprekelijk verwend. Wie echter graag buiten de lijntjes kleurt, is bij de VRT-tv aan het verkeerde adres. Hoewel Canvas uitdrukkelijk zweert bij "gelaagde en gedurfde" programma's en hoewel het missionstatement van de omroep expliciet stelt dat "nieuwe talenten en vernieuwende expressievormen dienen aangeboord" te worden, blijken zowat alle innovatieve tv-series van de afgelopen twee decennia aan de Reyerslaan voorbij te zijn gegaan. De series-top-50 die de redactie van Focus Knack eind augustus publiceerde, bevat het ene voorbeeld na het andere: The Sopranos, Six Feet Under, Oz, The Simpsons, 24, Band of Brothers, The X-Files, Twin Peaks, On the Air, South Park, Moonlighting... De lijst is pijnlijk lang. Zo lang dat het geen toeval meer kan zijn.

Dat de omroep niet wil meegaan in de veramerikanisering van het tv-aanbod is in deze context geen argument, want voor andere genres koopt men maar wat graag in de Verenigde Staten aan. (Overigens rateerde de VRT ook Europese klassereeksen als The Singing Detective en Die Zweite Heimat.) Dat de omroep deze programma's niet kan betalen omdat ze door de productiehuizen in bulk (in een pakket samen met B- en C-films en -series) op de markt worden aangeboden, kan een argument zijn waarom het voor VT4 of Kanaal Twee gemakkelijker is om ze te verwerven. Die commerciële zenders maken relatief gezien minder eigen programma's en hebben dus meer timeslots over die ze met overschotjes kunnen vullen. Toch is ook dat geen valabel argument, want kleine Nederlandse omroepen als NPS en Vara slagen er wel in om, bijvoorbeeld, The Sopranos of Six Feet Under aan te kopen.

Je zou natuurlijk kunnen opperen dat dit een nepprobleem is, aangezien de Vlaamse kijker (het gros van) deze reeksen bij de commerciële of Nederlandse zenders kan volgen. Zo eenvoudig is het echter niet. Zeker bij de commerciële zenders is het kijkcomfort gezien de vele reclameonderbrekingen veel minder groot. Dat is van belang omdat niet de minste van de series waarover het hier gaat (The Sopranos, Six Feet Under, Oz en Band of Brothers) voor de Amerikaanse betaalzender HBO zijn ontwikkeld en daar zonder reclame werden uitgezonden. Deze buitengewoon zorgvuldig opgebouwde en strak geritmeerde series verdienen het in ideale omstandigheden te kunnen worden bekeken. En er zijn nog minstens twee andere redenen waarom de openbare omroep ze zou moeten aankopen. Ten eerste verdienen deze topreeksen veel meer kijkers dan ze vandaag hebben. VT4 en Kanaal Twee zijn, meer nog dan Canvas, nichezenders. Heel wat kijkers (durven we het woord 'meerwaardezoekers' gebruiken?) zullen nooit in contact komen met een in Amerika veelbekroond en ginds zeer druk bekeken programma als The West Wing omdat ze niet vermoeden dat die trashzenders ook kwaliteit van dat niveau te bieden hebben. Ten tweede lijkt het me de verantwoordelijkheid van de openbare omroep om 'bij' te zijn. Dat is geen kwestie van modegevoeligheid maar van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Al in 1974 merkte de Britse cultuursocioloog Raymond Williams op dat in het televisietijdperk de meeste mensen meer tijd besteden aan het bekijken van drama dan aan het bereiden en eten van voedsel. Dat heeft uiteraard een zeer groot effect op hoe we de wereld ervaren. Onderzoeker Richard Paterson stelt terecht dat de fictie die aan een publiek wordt voorgeschoteld tegelijk functioneert als spiegel van en venster op de maatschappij. Meer nog dan nieuwsprogramma's of documentaires kunnen innoverende fictiereeksen een publiek de complexiteit van hedendaagse problemen en situaties laten aanvoelen en doorgronden. The Sopranos is niet alleen een superieur entertainende en bij wijlen hilarische maffiaserie, maar ook een bijzonder subtiele en finaal verontrustende fabel over moraliteit en verantwoordelijkheidszin in de wereld van vandaag. Het is evenwel zeer de vraag of de omroep - in zijn tegelijk pathologische en pathetische angst 'te moeilijk' te zijn - echt geïnteresseerd is in de wereld van vandaag. Of zoals Erwin Mortier het krachtig verwoordt in de Boekenbeursbijlage van Knack: "[Die angst om elitair te zijn] uit zich eveneens in de profielen, formats, het imago en de verpakking van programma's en netten, die vooral dienen om inhoudelijke koudwatervrees - en soms domweg incompetentie - te verbergen en die in alle onzekerheid geruststellende kaders aanbieden. Kaders die veel meer zeggen over de omroep dan over zijn kijkers."

Daarmee komen we wellicht bij de kern van het probleem. De VRT-tv (want voor de radio geldt dit allerminst) heeft na vijftig jaar nog altijd een erg dubbelzinnige verhouding tot de populaire cultuur. Met wat ze zelf aan popcultuur produceert (van FC De Kampioenen tot W817) is ze uiteraard in het reine. Maar nagenoeg alles wat zich in het buitenland en op internet afspeelt op het vlak van druk bestudeerde en becommentarieerde cult-tv lijkt aan de VRT voorbij te zijn gegaan. Eén uitzondering is er in het huidige aanbod: de hyperkinetische actiereeks Alias. Maar net als de eigentijdse Britse Canvas-series This Life en Attachments wordt Alias doodgeprogrammeerd doordat het geen aantrekkelijk, laat staan vast uitzenduur krijgt. Het getuigt van weinig klantvriendelijkheid wanneer je als kijker een aparte agenda moet bijhouden om te weten of en wanneer je favoriete programma wordt uitgezonden. Hetzelfde gebeurde afgelopen zomer met Once and Again: deze bijzondere reeks over het moeizame samenleven in samengestelde gezinnen en het onderhouden van postmoderne relaties verscheen én verdween zonder veel omhaal van het scherm. Dat alles wekt de indruk dat men aan de Reyerslaan eigenlijk niet van televisie houdt.

Morgen maakt de nieuwe televisiebaas Aimé Van Hecke zijn debuut in Nachtwacht. Op de site van dat overigens uitstekende praatprogramma geeft hij duidelijk zijn visie: "De openbare omroep is de norm. Hij moet voor een zo breed mogelijk publiek kwaliteit brengen op zoveel mogelijk vlakken. Op die manier dwingt de openbare omroep de commerciële spelers tot kwaliteit, als baken van onafhankelijkheid in een zee van commercie." Sta me toe die laatste zin aanmatigende prietpraat te vinden. De norm op het vlak van buitenlandse en vernieuwende fictie wordt al jarenlang bepaald door de commerciële zenders, als baken van inventiviteit in een zee van overgesubsidieerde middelmatigheid. Terwijl genrevermenging, verteltechnische experimenten en psychologische diepgang op dit moment voor een ongekende bloei zorgen in het internationale tv-drama, steekt de openbare omroep zijn vele geld in nog maar eens een eigen detectivereeks. Intussen heeft VTM aangekondigd een eigentijdse variant te zullen ontwikkelen van de zeer gewaardeerde Made in Vlaanderen-fictieserie die de BRT maakte in de jaren tachtig. Op de website van 50 jaar tv pocht de openbare omroep met de internationale lof die het inderdaad wonderbaarlijke Terug naar Oosterdonk oogstte. Die serie is inmiddels echter zes jaar oud en geen enkel programma van deze orde staat op dit ogenblik op stapel. In het buitenland werd Oosterdonk, terecht, vergeleken met het magistrale Duitse epos Heimat. De eerste reeks van Heimat werd in de jaren tachtig nog mee door de BRT geproduceerd. Die Zweite Heimat kwam hier niet eens meer op de buis. Wat wordt het volgend jaar, wanneer Heimat 3 uitkomt?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234