Donderdag 21/01/2021

Iemand online verrot schelden kan ernstige gevolgen hebben

Wie op een sociaal netwerk als Facebook iemand anders omschrijft als ‘klootzak’ of ‘pedofiel’, schendt de Belgische grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die zeggen dat laster en eerroof niet kunnen. ‘Het is niet omdat je in je eentje achter een pc iets zit te tikken, dat je het niet openbaar maakt’, aldus expert Leo Neels.

Je zult dezer dagen maar journalist zijn en een stuk over Nick Rodwell moeten schrijven. Want hoe omschrijf je die man tegenwoordig? Tot voor kort was het simpel: ‘echtgenoot van de weduwe van Hergé’. Maar dat kan niet meer. Want al wie Fanny Vlaeminck nog portretteert als de - ja, lap - weduwe van Hergé moet opletten dat zijn privéleven morgen niet op de straatstenen ligt. De beheerder van de NV Moulinsart - zo kan het dus ook - wil niet dat zijn vrouw, tevens de tweede echtgenote van Georges Remi alias Hergé, nog langer omschreven wordt als - sorry, Nick - weduwe. Een drietal journalisten die negatief over de erfgenamen van Hergé hebben geschreven, kennen de gevolgen. Rodwell trok op onderzoek, groef naar het privéleven van de reporters en vond zowaar een opvallend verband tussen twee van hen: beiden blijken een autistische zoon te hebben. Zoveel toeval kan volgens Rodwell niet, en dus vond hij de reden voor hun frustratie: “Als je ergens gepassioneerd door bent - bijvoorbeeld door Kuifje - dan wil je dat delen met je zoon”, aldus Rodwell. “Als dat onmogelijk lijkt, word je gefrustreerd en zoek je een zondebok.” Opvallend was dat Rodwell dat schreef op zijn blog op de officiële Kuifjewebsite tintin.com. De uitlatingen zijn ondertussen van de website verdwenen.Rodwell is niet de enige mens ter wereld met een blog waarop hij zijn gal spuwt. Tegenwoordig duiken elke dag nieuwe blogs op, soms van bekende figuren, die zich op die manier rechtstreeks tot hun publiek kunnen richten. Dat kunnen ze ook via Facebook en Twitter. Tijdens de Tour de France schreef Johan Bruyneel op zijn blog waarom hij niet langer tegen Sporza wenste te praten (Sporzacommentator Michel Wuyts had zich kritisch over Bruyneel en zijn Astanateam uitgelaten in een column). Via Twitter, waar Bruyneel meer dan 45.000 (!) volgers heeft, linkte hij naar zijn blog. Daarop stonden geen echte verwijten van de succesvolle ploegdirecteur, maar hij had het wel gekund, had hij gewild. Althans, hij had het kunnen proberen. En dat kan iedereen tegenwoordig. Het staat iedereen op deze wereldbol vrij om een blog op te starten, iets wat geen vijf minuten werk kost, om daarop zijn mening te ventileren. Dat kun je ook doen op Facebook en Twitter. Door die social networks is het bijzonder makkelijk geworden om iemand voor een groep mensen belachelijk te maken of je reinste onzin de wereld in te sturen. Maar het is niet omdat dat technisch kan, dat het ook mag.

Geen censuur

“Het lijkt niet voor iedereen duidelijk, maar online gelden dezelfde wetten als offline”, vertelt Dirk Voorhoof, hoogleraar mediarecht aan de UGent. “Men krijgt de indruk dat op blogs of op social networks alles kan, maar dat klopt niet. Je kunt niet zomaar iets publiceren dat aanzet tot racisme of negationisme of wat iemands recht op de bescherming van zijn afbeelding of zijn goede naam schendt.” Alhoewel, je kunt dat wél, er bestaat geen vorm van censuur, niemand kan dat vooraf tegenhouden. “En journalisten zijn daar gewoonlijk een groot voorstander van”, zegt Koen Lemmens, docent aan de rechtsfaculteit van de VUB. “Een van de uitgangspunten van de Belgische grondwet is dat preventieve censuur niet bestaat. Als jij als journalist een bezwarend artikel over mij wilt schrijven, dan kan ik je niet verhinderen je ding te doen. Ik kan de publicatie niet tegenhouden. Denk maar aan de hele heisa met de cartoons van politiebaas Fernand Koekelberg in Humo, toen het blad uit de rekken gehaald moest worden. Maar na publicatie zul je of jouw verantwoordelijke uitgever opdraaien voor de schade.”Met andere woorden: als er sprake is van schade, dan kun je stappen ondernemen. Dat is niet anders voor een geval van laster en eerroof in de onlinewereld dan die in een krant. “Er zijn inhoudelijke regels en die zijn identiek voor radio’s, tv-programma’s, kranten, voordrachten, blogs, sociale netwerken”, aldus Leo Neels, hoofddocent media- en communicatierecht aan de KU Leuven en de UAntwerpen. “Artikel 10 van Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, in 1950 in Rome ondertekend, stelt dat elk individu het recht op vrije meningsuiting heeft, maar al in de tweede paragraaf van dat artikel staat dat dat ook plichten met zich meebrengt. Aanzetten tot haat kan niet, net als laster en smaad. Ongeacht de manier van expressie. Je kunt iemands reputatie aantasten in de krant of op een blog, maar je kunt dat ook mondeling in het bijzijn van minstens één andere persoon. En als jij op Facebook iets over iemand zegt, dan is dat niet anders dan wanneer je dat op een podium op de Grote Markt doet. Ik kan de meest gruwelijke feiten over iemand op papier zetten, zolang ik dat papier in mijn lade bewaar, berokken ik daar niemand schade mee. Zodra ik dat openbaar maak, doe ik dat wel. En het is niet omdat je in je eentje iets achter je pc zit te tikken, dat je het niet openbaar maakt.”

Nulprioriteit

Wie vindt dat zijn privacy werd geschonden of dat zijn goede naam door het slijk werd gehaald, ook als dat online is gebeurd, kan dus naar de rechtbank stappen. Alleen heeft het naar verluidt weinig zin om de boodschapper strafrechtelijk te vervolgen. “Strafrechters zitten niet te wachten om te beslissen of iemand wel of niet iets over iemand anders gezegd heeft”, meent Koen Lemmens. “De prioriteit is nul.” Bovendien is er nog een andere reden waarom dat weinig zin heeft. “Drukpersdelicten moeten in ons land door het hof van assisen beoordeeld worden”, vertelt Leo Neels. “En de kans is zeer klein dat daarvoor een assisenjury bijeengeroepen zal worden.”De oplossing luidt dan: naar een burgerlijke rechtbank stappen. “Een burgerlijke rechtbank oordeelt over fouten die we allemaal in onze handelingen begaan en waarmee we iemand anders schade toebrengen”, vertelt Leo Neels. “Dat kan in het verkeer zijn, of tijdens een voetbalwedstrijd, maar dat kan ook door de goede naam van iemand anders op een blog te besmeuren. Als de rechter oordeelt dat dat het geval geweest is, zul je een schadevergoeding moeten betalen.” Al brengt de komst van het internet met al zijn blogs, forums en sociale netwerken extra moeilijkheden met zich mee. “In het geval van Nick Rodwell is het duidelijk, maar soms is het moeilijk om te achterhalen wie precies achter bepaalde uitspraken zit”, aldus Koen Lemmens. “Als iets in een krant gepubliceerd staat, kom je al snel bij een journalist of een verantwoordelijke uitgever uit.”Toch betekent dat niet dat Nick Rodwell nu moet gaan vrezen dat hij straks een paar miljoenen uit het Hergé-imperium zal mogen ophoesten om uit te delen aan de journalisten die hij al dan niet beledigd zou hebben, mochten zij een rechtszaak tegen hem aanspannen. “De rechter zal natuurlijk rekening houden met de persoonlijkheden van de betrokken personen en met de context waarin de uitlatingen gebeurd zijn”, aldus Koen Lemmens, professor aan de VUB. “Ik sluit niet uit dat die rechter zou zeggen: ‘Voor een journalist is het makkelijker om opnieuw te reageren, want hij heeft een medium tot zijn beschikking.’ Als Nick Rodwell een verder onbekende bezoeker van het Kuifjemuseum op zijn blog had uitgekafferd, dan had het slachtoffer weinig kans om te reageren. Doet hij hetzelfde met de hoofdredacteur van Le Monde, dan heeft die de voorpagina van een beroemde krant om de waarheid recht te zetten. Wees gerust: daar zou de rechter zeker rekening mee houden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234