Zaterdag 08/08/2020

Interview

‘Iemand nam mijn hand vast en zei: ‘U bent welkom in ons land, u bent één van de goeie.’ Ik moest haast kokhalzen’

Serhat en Azad Yildirim.Beeld Francis Vanhee

De een ging afgelopen week viraal met zijn ‘afstudeertweet’, de ander mocht op de koffie bij minister Bart Somers – ook dankzij een veelgelikete tweet. Wie zijn de broers Azad (25) en Serhat (24) Yildirim? Koerdische Belgen, razend ambitieus en vooral géén rolmodellen.

3.200 hartjes kreeg de tweet van Serhat Yildirim, student geneeskunde aan de UGent: “Ik werk als jobstudent in de horeca. Aan de afwas drie vluchtelingen. Hun diploma’s: master in wiskunde, doctor in rechten, doctor in biomedische. Ik geloof dat hun capaciteiten elders kunnen benut worden… Nog veel werk op vlak van ‘integratiebeleid’. @BartSomers.” De Vlaamse minister van onder meer Inburgering en Gelijke Kansen nodigde Serhat prompt uit voor een koffie om het over integratie en onderwijs te hebben. Als ex-voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) en genomineerde voor ‘Student van het jaar 2020’ heeft Serhat daar een klare kijk op. “Ik was onder de indruk van Somers”, zegt hij nu. “Ik zat al vaker met politici samen en meestal dacht ik: ik zit hier enkel voor de show. Bij Somers niet, hij luisterde oprecht.”

Met 7.600 likes deed de ‘afstudeertweet’ van Serhats broer Azad het nog beter: “Als vijfjarige jongen België illegaal binnengesluipt destijds. Vandaag open ik mijn brievenbus en kan ik mijn diploma master in de rechten in de hand nemen. Grijp de kansen die te grijpen zijn.” Er volgde een bombardement aan positieve en negatieve reacties – veelal over de schrijffout, maar ook meer racistische commentaar.

Opvallend: u hebt al die ‘haters’ beleefd geantwoord. Velen zouden zeggen: de pot op met hen.

Azad: “Als we die mensen op Twitter blijven negeren, hen simpelweg blijven afdoen als racisten of fascisten, gaan ze door met haat spuien. Als je beleefd bent, zullen ze bij de volgende tweet misschien eens twee keer nadenken. Pas op, vroeger zou ik hen genegeerd hebben hoor. Onze ouders hebben ons met dat idee opgevoed: ‘Geef mensen die je willen breken geen aandacht, wees onbreekbaar.’ Hecht geen belang aan negativo’s.

Serhat: “In onze tienerjaren volgden we dat advies braaf op, maar nu zijn we mondiger geworden. We vinden dat we niet meer of minder rechten dan anderen hebben, dus eisen we onze plek in de samenleving op. Maar altijd op een respectvolle manier, je zult ons nooit racist horen roepen.”

‘Geef mensen die je willen breken geen aandacht.’ Hebben ze dat met jullie gezin geprobeerd?

Serhat: “Onze vader werkte als arbeider in het containerpark van de stad Deinze. Hij sprak eens iemand aan die iets in de verkeerde bak wilde gooien. Het antwoord van die man: ‘Dit is mijn land, ik smijt dingen waar ik wil.’ Toen ontstond er een discussie en riep hij naar mijn pa: ‘Ik ga u de keel oversnijden.’ Je kan een boek schrijven over wat wij hebben meegemaakt. Dat is nu een heavy voorbeeld, maar je moet ook niet aan alles aandacht besteden. Anders kom je in een negatieve spiraal terecht en blijf je daarin zitten.”

‘Volgens de media zijn velen van jouw afkomst altijd slachtoffers en kanslozen. Jij bewijst het tegendeel’, antwoordde iemand op uw tweet, Azad. Uw repliek: ‘De kunst is om nooit als slachtoffer gezien te worden, nooit het gevoel slachtoffer te zijn.’

Azad: “Mensen zeiden mij: ‘Rechten, waar begin jij nu aan? Jij studeert tso en bent enkel met voetbal bezig, jij kan dat niet. Ga maar meteen werken.’ Als ik me als slachtoffer zou hebben gedragen, had ik dat gedaan. Maar ik dacht: ik geef ze allemaal ongelijk.

“Ik beweer niet dat iedereen in de maatschappij het even gemakkelijk heeft, maar als je iets wil bereiken en derden proberen dat belemmeren, moet je gewoon foert zeggen en er tien keer zo hard voor gaan.

Serhat: “Zelfs in je eerste masterjaar zeiden mensen nog: ‘Azad, stop ermee, het zal niet lukken.’ We hebben een zeer harde jeugd gekend en daarom leven we echt volgens het ‘niet opgeven’-motto.

“Maar gemakkelijk is dat niet altijd. Sommige mensen zijn zo onwetend. Ik werk als jobstudent in de horeca en soms krijg ik de vraag: ‘Wat studeer je?’ In het begin zei ik geneeskunde, maar dan zeiden ze: ‘Ah, je bedoelt verpleegkunde.’ Ik: ‘Neen, neen, geneeskunde.’ ‘Ah verpleegkunde!’ Zucht. (lacht) Nu zeg ik altijd ‘gezondheidswetenschappen’ om zeker geen discussie uit te lokken.

“Ik denk dat sommigen echt denken dat nieuwe Vlamingen mentaal achtergesteld zijn. Iemand nam mijn hand eens vast en zei: ‘U bent welkom in ons land, u bent één van de goeie.’ Of ‘u en uw gezin zijn een voorbeeld voor velen’ komt ook regelmatig terug. Ik moet haast kokhalzen wanneer ik dat hoor. Wij zijn geen uitzonderingen. Door hun beperkte sociale kring weten die mensen gewoon niet beter.”

De ouders van Azad en Serhat – en hun jongere broer Rohat – zijn in 1994 van het zuidoosten van Turkije naar Duitsland geëmigreerd. Vader Yildirim had daar familie. Maar de Duitse migratieprocedure mislukte en lokale kennissen raadden hen aan om het in België te proberen. Azad, toen vijf, herinnert zich dat nog levendig: “We namen de trein van Duitsland naar hier en moesten in een kazerne slapen. Ik voelde me er onveilig. Mijn moeder lag daar met Rohat, die toen nog een baby was, tussen allemaal vreemde mannen en ik dacht: dit komt niet goed. Ook de rit naar ons eerste appartement in Nevele herinner ik me nog.”

In 2000 kwamen ze in de Oost-Vlaamse gemeente terecht. Ruim tien jaar leefden ze daar in de illegaliteit. Ze konden niet op de sociale zekerheid terugvallen en mochten Nevele de facto niet verlaten. Hun ouders hebben nog steeds de Belgische nationaliteit niet, in 2017 kregen Azad en Serhat die wél toegekend. “Door Theo Francken, ik ga het nooit vergeten”, lacht Serhat. “Dat was een fenomenaal moment, maar twee minuten later werd mijn euforie al verpest door een Marokkaanse kerel die zei: ‘Serhat, dit is een formaliteit. Het gaat echt geen verschil maken, je blijft een makak.’ (lacht)

Serhat: “Ze vragen ons soms: ‘Wat is jullie geluk geweest?’ Simpel: in Nevele terechtkomen. Waren we in een grootstad beland, dan waren onze levens waarschijnlijk heel anders gelopen. In Nevele was er een gemeenschap die ons opving. Inwoners begeleidden ons op school, in de jeugdbeweging… We werden als het ware in de samenleving opgezogen. Dat heb ik Bart Somers ook gezegd: ik geloof niet dat integratie vanuit het beleid werkt; het moet vanuit de burgers gebeuren, gesteund door de overheid. Ik weet het, misschien klink ik nu naïef, want de tijdsgeest in 2000 was anders dan die anno 2020.

“Dat neemt niet weg dat we ook in Nevele veel miserie zagen. Thuis maakten mijn ouders veel ruzie door de onzekere situatie. Migratieprocedures werden meermaals negatief beoordeeld, het enige wat we konden doen was weer in beroep gaan. Recht op een uitkering hadden mijn ouders niet, ze konden enkel in het zwart werken.

“Dat verhaal van gelijke kansen is dus héél genuanceerd. Er zijn inderdaad bepaalde kansen, maar je hebt begeleiding nodig, zoals wij die gekregen hebben.”

Door hun jeugd zijn de broers naar eigen zeggen snel – ‘te snel’ – matuur geworden. Terwijl klasgenoten op reis gingen, moest Serhat belastingbrieven voor zijn analfabete ouders invullen, facturen betalen, huurwoningen zoeken én machines ontvetten in de Volvo-fabriek in Gent. “Een degoutante studentenjob”, zegt hij. “Ik werkte in gassen die je eigenlijk niet mocht inademen. Ik had al ambitie, maar daar werd ik pas echt vastberaden om iets van mijn leven te maken.” Azad is nu afgestudeerd, Serhat zit in zijn eerste masterjaar geneeskunde aan de UGent.

Hoe divers is de unief?

Serhat: “De eerste vraag die ik van medestudenten geneeskunde kreeg, was: ‘Klopt het dat je een pitazaak hebt?’ In Brussel hadden ze een ‘Pita Serhat’ gezien. Echt waar. Ik heb ja geantwoord. (lacht)

“Van de 390 studenten in mijn jaar zijn er misschien 10 allochtoon, Nederlanders inbegrepen. De universiteit is absoluut niet divers. We hebben een zeer goed, maar zeer ongelijk onderwijssysteem. Ik weet dat al die diversiteitscommissies aan de UGent van goede wil zijn, maar het is structureel. De overheid moet dat aanpakken.”

Wat kan die doen?

Serhat: “De segregatie tegengaan. Zowel de allochtone als witte. Een mooi voorbeeld zijn de sociale woningen. Beleidsmakers redeneren: we bouwen een grote wijk met sociale woningen, dumpen iedereen daarin en hup, probleem opgelost. Zo werkt het niet. Je moet zulke woningen in verschillende wijken neerplanten. Mocht dat de voorbije veertig jaar gebeurd zijn, ging Vlaanderen op integratievlak tenminste iets bereikt hebben.

Azad: “Ik deel die mening helemaal niet. Als je aan een Turk, Marokkaan of Koerd ‘waar wil je wonen’ vraagt, zullen ze quasi altijd zeggen: ‘In een omgeving waar alleen Turken, Marokkanen of Koerden wonen.’

“Zomaar huizen gaan bouwen, daar gaan ook heel wat wijken zich tegen verzetten en dan krijg je procedures voor de Raad van State die jarenlang aanslepen.

“Neen, dat idee werkt niet. Segregatie is een probleem, de overheid kan zeker een extra inspanning leveren, maar op vlak van onderwijs ligt het probleem in de eerste plaats bij de ouders. Serhat, we moeten eerlijk zijn: we kennen veel Turkse, Marokkaanse en Koerdische gezinnen en er zijn er veel die school nooit serieus hebben genomen. De ouders laten de kinderen op hun zestiende met school stoppen en een job zoeken zodat ze zelf thuis kunnen zitten.”

Hebben jullie ouders dat ooit van jullie verlangd?

Serhat: “Mensen zeiden tegen mama en papa: ‘Jullie hebben drie zonen, laat hen toch een pitazaak openen. De een achter de kassa, de ander in de keuken…’ Geen sprake van, zei mijn moeder, maar mijn vader was toch even door dat idee gecharmeerd.

Azad: “Het is een mentaliteitsprobleem. Heel wat ouders beseffen niet hoe belangrijk school is. Dat moet je aanpakken. Misschien heeft de N-VA op dat punt gelijk: inburgering moet een grotere prioriteit worden. Ik zeg niet dat we de levenswijze van mensen hier moeten overnemen, maar wel wat meer in rekening nemen wat ze belangrijk vinden.

Serhat: “Maar welke mensen dan? 21 procent van de mensen in Vlaanderen is van niet-Belgische afkomst.”

Azad: “De West-Vlamingen. Alle studenten aan de UGent komen daarvandaan, zij zullen wel iets goeds doen. (hilariteit)

Serhat: “Neen, je hebt zeker een punt. Onze ouders zeggen soms ook dat België te laks is. Ze zien gezinnen van vreemde origine in sociale woningen die dat absoluut niet nodig hebben, die met een dikke wagen rondrijden en veel verdienen maar niet alles aangeven. Dat maakt mama furieus. ‘Het is door die profiteurs dat mensen verkeerd over ons denken.’ Opnieuw: ik ben daar niet naïef in, maar je moet dat op een constructieve manier doorbreken en de vraag is: hoe? Je kunt als overheid niet in iemands woonkamer komen.

“Enfin, het systeem draagt een verantwoordelijkheid, net zoals het individu zelf. De allochtonen zijn verantwoordelijk, net zoals de Belgen. Ik wil niet in een wij-zijverhaal stappen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234