Maandag 19/04/2021

"Iemand moet de onnozelaars spelen"

Hoe krommer zijn taal, hoe aandoenlijker hij wordt. Wim Willaert (48) deed onze harten collectief smelten als de onbeholpen boerenzoon Frank Welvaert in Eigen kweek. Binnenkort is de acteur-muzikant opnieuw te bewonderen in de hilarische langspeler Je suis mort, mais j'ai des amis: 'Eigenlijk staat het hoofdpersonage wel dicht bij mezelf.'

Bewogen dagen voor Wim Willaert. De West-Vlaamse Gentenaar logeerde de afgelopen tijd in de hoofdstad, waar hij in de jury van het Brussel Film Festival ze-telde. Daar draaide niet alleen de kortfilm Wien for Life met hem, hij speelt ook een hoofdrol in de enige Belgische langspeler die er in première ging: Je suis mort, mais j'ai des amis.

Maar het Brusselse feestje werd verstoord, omdat hij tussendoor naar de begrafenis moest van een man zonder wie hij wellicht nooit muzikant en acteur zou zijn geworden: Joris Joseph. Zijn ogen blinken als hij erover praat. "Het is mooi als je over de dood heen mensen kunt inspireren", zegt hij. "Meester Joris, dat was een mens die vele levens heeft beïnvloed. Ook het mijne. Hij was mijn meester uit het eerste leerjaar. En voor hem waren we allemaal kleine individuutjes. Wimtje Willaert was Wimtje Willaert. Het was niet 'de klas'. We waren allemaal uniek, apart. Het hele jaar door nam hij foto's. En aan het eind kregen we allemaal een foto van onszelf. Als ik die foto zie, dan zie ik dat het daar is opgehouden. Daar is mijn toekomst bepaald. Dat eerste studiejaar was zo mooi. Liedjes die hij zong, zing ik nog voor mijn kinderen.

"Na dat eerste leerjaar kwam ik bij een normale onderwijzer. Ik heb toen voor mezelf uitgemaakt dat ik de 'meester Joris-factor' in de klas zou brengen. Ik zou maken dat er wat humor is, dat onze dagen te overbruggen waren met een mopje en een grapje. Zonder dat ik het wist, was ik toen al aan het studeren voor acteur.

"Later bleek dat ik een ADHD'er was. Ze zeggen dat de oorzaak van ADHD verveling is, dat je doet wat je doet om de sleur te verdrijven. Op de toneelschool heb ik niets nieuws geleerd, ik heb alleen leren benoemen wat ik al deed."

Ann Petersen

"Ik heb eens een interview gezien met Ann Petersen, een hele goede actrice. In Samson en Gert is er nooit iemand beter geweest. In dat interview zei ze over acteren: 'Ge studeert af en het is precies allemaal zo moeilijk. Maar eigenlijk is het gemakkelijk.' Intussen weet ik het ook: eigenlijk is het niet moeilijk. Maar het is moeilijk om door te hebben dat het zo makkelijk is. Je moet een beetje geluk hebben, dat je de kansen krijgt om te spelen. Want dat is wat het is: spelen."

Op het Filmfestival in Brussel moest Willaert de afgelopen week anderen beoordelen, zien of zij kunnen spelen. "Ik vond dat heel lastig. De gustibus et coloribus, weet je wel, het is allemaal een kwestie van smaak. Maar ik deed het omdat het goed is om af en toe eens een filmbad te krijgen. Als ik thuis ben, raak ik veel te weinig in de bioscoop. Ik heb nu net Zurich gezien, een uitstekende film. Met een schitterende actrice (Wende Snijders, red.). Wauw. Doorgaans ben ik geen fan van Nederlandse films. Veel te veel getater. Je hebt ook van die Franse films. Daar gaan ze me nooit voor vragen. Ik kan niet rap genoeg praten in het Frans."

Praten in het Frans doet hij nochtans wel vaker. Hij zat al in Franse langspeelfilms vóór de Vlaamse film hem als acteur ontdekte. De film die woensdag zijn première beleefde op het festival, Je suis mort, mais j'ai des amis, gaat over een bende rockers voor wie het pensioen dichterbij is dan de jeugd, maar tegen beter weten in geloven ze nog altijd in hun grote doorbraak. Zelfs wanneer hun zanger plots overlijdt, willen ze toch op tournee langs achterafzaaltjes in Amerika.

"Weet je dat het de eerste komische film is die ik doe? Het is waarschijnlijk al drie jaar geleden dat Guillaume en Stéphane Malandrin, de makers, bij mij kwamen aankloppen. Maar het duurde een tijd voor ze de financiering rondkregen. Niet simpel, omdat een groot deel van de opnames in Noord-Canada plaatsvond. Je moet daar gaan draaien voor half juli, want daarna zit er een soort grote wesp die hele happen uit je vel bijt. Vanaf half september is de buurt weer veilig, maar dan kan het sneeuwen. Dus het was nogal een geregel. En aanvankelijk was er nog geen sprake van dat Bouli Lanners zou meespelen. Het was natuurlijk geweldig om te horen dat hij zou meedoen. Voordien kende ik hem van 'goeiendag en goeienavond', en nu was dat the full treat. We zijn zo'n beetje een duo. Geweldige acteur en een super filmmaker. Les géants vond ik formidabel."

In het echte leven heeft Lanners verschrikkelijke vliegangst, zegt Willaert. Aanvankelijk zou hij de oversteek naar Canada dan ook met de boot maken. "Maar na een cursus om die angst beter te beheersen, heeft Bouli toch het vliegtuig genomen. De grap van de zaak is dat míjn filmpersonage degene is met vliegangst. Ik moest Bouli dus maar bekijken om te zien hoe ik die angst moest uitbeelden. Wij hadden ter plekke nog tal van binnenlandse vluchten met kleine vliegtuigjes, en daar durfde hij niet aan te beginnen.

Medelijden met muzikanten

"Tot voor kort speelde ik bij Flat Earth Society. Met die band heb ik over de hele wereld gezeten. Enorm veel gevlogen. Ik nam het vliegtuig als was het de bus. Ik kijk enorm graag naar programma's als Aircrash Investiga-tion. Als ik ooit neerstort, wil ik het meemaken als in een attractie in Wa-libi. Wat voor zin heeft het dan nog om te zitten tieren? Dan zou ik dat laatste moment liever bewust meemaken. Mocht ik in de Twin Towers hebben gezeten, ik zou ook gesprongen hebben, gemaakt hebben dat het een fantastische laatste val was.

"Je suis mort, mais j'ai des amis deed me vooral denken aan mijn eigen ervaringen als muzikant. De groep uit de film is vooral ons medelijden waard. Het zijn mislukkelingen, ratés. Mijn personage voelt zich goed en speelt eigenijk wel goed gitaar. Maar hij heeft geen ambitie, in tegenstelling tot het personage van Bouli, dat altijd ambitie heeft en zich overal mee wil bemoeien.

"Toen ik jong was, zat ik eerst bij een groepje, The Absolute Beginners, waar ook zo een paar figuren tussen zaten die dachten dat zij wisten hoe het moest. Toen ik de kans kreeg om met De Dolfijntjes te spelen, ben ik daar meteen gestopt. Bij De Dolfijntjes had niemand last van pretentie. Was het gewoon van: komaan, we gaan een muziekje maken. Ik weet nog goed dat we op het Dranouter Festival stonden, op dat enorme podium voor 20.000 man, en dat ik zei: 'We gaan een muziekje maken hè' (lacht). Dat is ook mijn personage in de film: hij wil gewoon wat muziek maken.

"Eigenlijk staat hij wel dicht bij mezelf. Het is de gedrogeerde in mij. Ik heb me echt te pletter gezopen op die set. Ik kan wel goed doen alsof ik zat ben, maar het is nog beter als ik echt zat ben. Dus was ik de helft van die opnames straalbezopen.

Splitten

"Als je elk een andere richting uitgaat, dan kun je een groep uiteindelijk niet samenhouden. Veel goede groepen splitten. Daarover gaat Je suis mort: over hoe een groep kan splitten. Wim Opbrouck en ik hebben altijd gezegd: 'Laten we De Dolfijntjes blijven doen als hobby.' Hadden we, toen Wim plots superpopulair werd met zijn Rutte '98 of Het eiland, onszelf moeten verkopen, dan hadden we ook zo dicht op elkaars vel gezeten, en waren we nu al gesplit. Zoals TC Matic of The Beatles voor ons. Dat is gelukkig niet gebeurd. En dus gaan we door."

Net zoals zijn goede maat Sam Louwyck is Willaert een van die acteurs die aan beide kanten van de taalgrens actief is. "Ik merk niet zoveel verschil. Er is echt wel een 'Belgische film', ik zie veel meer wat we gemeenschappelijk hebben. Zonde dat we niet vaker naar elkaars films kijken. Of er dan geen verschil is tussen Franstalige en Vlaamse producties? Qua eten misschien. Hoewel, nee, in Vlaanderen wordt er tegenwoordig ook goed gegeten. Nee dus, ik vind niet dat er een verschil is.

"Mijn Frans wordt overigens wel steeds beter. Behalve mijn uitspraak. Yolande Moreau heeft me destijds gezegd: 'Nooit je uitspraak veranderen.' Ik heb naar haar geluisterd en ik ben daar heel tevreden over. De Fran-sen horen dat graag. Ik blijf een beetje exotisch. Als Vlaming hebben wij een gigantisch voordeel met onze talenknobbel. Ik ben fier als een gieter dat ik Duits spreek, Engels, Frans, Nederlands en West-Vlaams. Hier zijn mensen die in Brussel naar de winkel gaan en weigeren een woord Frans te spreken. Wel, ik, met mijn accent, ik vraag in het Frans mon paquet de tabac en zij antwoorden: 'Det ies 6 euro fijftiek.' Dan doen ze moeite om Vlaams te praten. Fantastisch."

Hij woont dan al wel vele jaren in Gent, zijn eerste taal blijft het West-Vlaams. Dat is ook de taal waarin we hem vanaf eind september bezig horen in de nieuwe serie Bevergem, een serie waaraan hij samen met onder meer Wannes Cappelle en Bart Vanneste het scenario schreef.

Eigen kweek

Momenteel zijn de opnames bezig van het tweede seizoen van Eigen kweek, dat in het voorjaar 2016 te zien zal zijn. "De nieuwe reeks wordt nog beter dan de eerste. Meestal, als je een tijdje op de set staat, duurt het tot de laatste dag voor je je personage helemaal kent. Nu is het de eerste keer dat ik een personage waarmee ik volledig vertrouwd ben, nog eens mag bovenhalen. Mannekes, we amuseren ons! Die dialogen! Om je vingers bij af te likken. Een tip voor alle scenarioschrijvers: werk samen. Door er met vier man aan te werken, kregen we briljante dialogen. Idem met Bevergem. Die dialogen zijn van de pot gerukt en toch alledaags. Niet normaal. Pure Shakespeare. Bovendien geregisseerd door een onwaarschijnlijke jonge durver, Gilles Coulier."

Coulier en Willaert maakten al drie kortfilms samen, (IJsland, Paroles en Mont Blanc) en ook daarin speelde hij telkens mensen die niet echt meedraaien in het systeem. Maar hoe verschillend zijn personages ook lijken, ze vertonen vooral veel gelijkenissen. Is hij niet bang voor typecasting? "Nee. Mijn held is Jack Nicholson. Die heeft in zoveel films gespeeld, en verandert altijd wel een beetje. Maar hij blijft altijd Jack Nicholson, en ik blijf altijd mee met hem. Hij dwingt me om in zijn verhaal mee te stappen. En ik stap er altijd met plezier in.

"Dat is waar ik ook altijd naar heb gezocht. En ik heb het gevoel dat het gelukt is. Ik heb nog nooit gedacht: nu heb ik twee keer 'hetzelfde' gespeeld. Het is altijd subtiel anders. Je hebt mensen die heel goed de held kunnen spelen. Ik niet. Bij mij moet je zijn voor de figuren die niet heldhaftig zijn. Iemand moet de onnozelaars spelen. Ik noem ze nu onnozelaars, maar ik zou ze niet zo durven te noemen als ze erbij zaten. Want ik zie hen eigenlijk heel graag."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234