Zondag 16/01/2022

Iemand een vuurtje?

Dat het brandt, brandt van verlangen bij theatercollectieven De Roovers en De Enthousiasten. Want eindelijk staan ze eens met zijn allen samen op de scène. Met Ça brûle, een stuk over vuur. Onder het motto: get the gasoline, buy the matches and you can do it! willen ze ook het publiek aansteken.Door Liv Laveyne

Het is koud die avond in de foyer van kunstencentrum Monty na een late repetitie. Een fles rode wijn wordt erbij gehaald. Alcohol: daar waar water en vuur elkaars vrienden zijn. Water en vuur: zo zijn ook De Roovers en De Enthousiasten: twee theatercollectieven, het eerste een repertoiregezelschap, het tweede gaat altijd uit van eigen materiaal. Het eerste (Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Sofie Sente en Luc Nuyens) zat nog op de schoolbanken toen De Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en Universele - zoals De Enthousiasten (Dirk Van Dijck, Johan Dehollander en Ryszard Turbiasz) voluit heten - een bommetje in het Vlaamse podiumland gooiden met hun anarchistische en eigenzinnige manier van theater maken. Later zouden zowel leden van De Enthousiasten bij De Roovers spelen en vice versa, maar het is pas nu dat beide ploegen voor het eerst met zijn allen samen op de scène staan, daarbij aangevuld door actrice An Miller.De Roovers wilden oorspronkelijk het toneelstuk Stuff Happens van David Hare opvoeren dat een reconstructie brengt van wat voorafging aan het binnenvallen in Irak na 9/11. “Hare mixt feit met fictie en verbeeldt wat achter gesloten deuren zou kunnen hebben en misschien heeft plaatsgevonden. Hij voert daarbij bestaande figuren zoals Colin Powell, toenmalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken, ten tonele”, vertelt De Bosschere. “De Enthousiasten delen met ons die interesse voor kritieke politieke situaties. Maar met één groot verschil: wij gaan uit van bestaande teksten en daar moeten zij niks van weten.”“We zijn gewoon nog nooit een stuk tegengekomen dat we in zijn volledigheid hebben willen spelen. Wel fragmenten soms, hoogstens een akt. Bovendien is Stuff Happens bijzonder realistisch geschreven en aangezien we nog altijd geen zwarte in ons gezelschap hebben, hadden we de rol van Colin Powell moeten schrappen”, grapt Turbiasz. En aldus stapten De Roovers voor even van het repertoire af om zich te laten meesleuren in het Enthousiastenavontuur. “Toen ik een week of drie geleden plotseling merkte hoe alle ideeën een stuk werden, heb ik enthousiast geroepen: zie, zie, het krijgt vorm! Waarop Ryszard grinnikte: “Leuk hé, zelf je stuk maken”, lacht De Bosschere.

De vlam

De titel van het stuk Ça brûle lag van bij het begin op tafel. “Waar brand je nog voor en hoe hou je de vlam brandende. Als kunstenaar en als mens?”, vraagt Turbiasz zich af. “Het vuur lijkt te zijn verdwenen uit ons leven, het is gedomesticeerd. Niemand heeft nog lucifers bij, iedereen gebruikt een aansteker. In plaats van een houtkachel hebben mensen een plasma-tv met beelden van vlammetjes. In mijn appartement is alles op elektriciteit. Knopje aan en knopje uit: dat is vuur geworden. Ik mis echt vuur, mensen zoals ik die niet meer roken zouden er terug door beginnen roken! Maar ook al lijkt het vuur misschien verdwenen, als je goed kijkt is het overal rondom ons. Wat is een auto? Een draaiende benzinemotor is niets anders dan een snelle opeenvolging van kleine ontploffinkjes. Mocht je dat filmen, dan zie je een continu brandend vuur.” “Vuur kun je niet liquideren. Het is er altijd”, vindt ook De Bosschere. “Denk maar aan de taal. In spreekwoorden zoals ‘waar rook is, is vuur’. Of in de spirituele betekenis: in vuur en vlam staan, branden van verlangen: het engagement om in iets op te gaan, om zoals wij theater te maken.”De taal vormde ook het uitgangspunt voor Ça brûle. Er werd gegrasduind in wetenschappelijke en literaire werken naar het vuur in al zijn vormen en betekenissen Onder meer in George Steiners essay Ceux qui brûlent les livres over de geschiedenis van de boekverbrandingen, gaande van de bibliotheek van Alexandrië, die door de Arabieren in lichterlaaie werd gezet, tot de Nazi’s die alle on-Duitse literatuur naar de brandstapel verwezen. Ook het werk van de Franse filosoof Gaston Bachelard die in de jaren dertig het boekje La psychanalyse du feu schreef, boeide. “In zijn zoektocht naar een definitie van wat vuur is, vindt Bachelard een antwoord bij dichters en schrijvers, niet bij de wetenschap. Hij komt uit bij seksuele passie, bij alcoholisme, bij kennis ook. Een goede leerkracht is volgens hem een fakkel die met zijn kennis de leerlingen aansteekt”, aldus De Bosschere.“Op die manier kom je ook weer uit bij het ontstaan van het vuur: de mythe van Prometheus die het vuur van de goden stal en naar de mensen bracht”, zegt Turbiasz. “Elke menselijke beschaving en evolutie is gebaseerd op de ontdekking en de technologische ontwikkeling van het vuur. Zonder vuur, geen stoom, geen elektriciteit, geen metaal. Maar met het stichtende komt ook het destructieve: zonder vuur, geen bommen en geweren. De creatieve en de vernietigende kracht van het vuur: het is die positieve en negatieve pool waartussen deze voorstelling knettert.”Een belangrijke inspiratiebron voor Ça brûle was ongetwijfeld het negentiende-eeuwse sprookje Het meisje en de zwavelstokjes. “Het speelt zich af tijdens de industriële revolutie, maar tegenover die vooruitgang staat de armoede van het meisje dat, nadat ook haar laatste zwavelstokje is opgebrand, doodvriest in de portiek van een rijkemanswoning”, vertelt Turbiasz. “Je kan je afvragen: waarom heeft ze haar laatste lucifer niet in het huis van die rijken gegooid? De vraag is, is Ulrike Meinhof een terrorist of een moderne versie van het meisje met de zwavelstokjes.”

De lont

Steiner, Bachelard, Het meisje met de zwavelstokjes maar ook de films van Tarkovski, de ideeën van Camus, Godards film Alphaville en beeldend kunstenaar Joseph Beuys: hoe giet je al die gedachten, al die vuren nu in één stuk op scène? “Je laat een boom groeien en naargelang de bladeren en takken die je wegsnoeit of net niet, groeit die boom een bepaalde richting uit. Zo maken we ook onze voorstellingen”, legt Turbiasz uit. “Het is zoals Picasso ooit zei over zijn werkwijze: ‘Ik wou een stier schilderen en het werd een vogel’. Op een bepaald moment was er een gesprek tussen Ryszard en Johan (Dehollander) waarbij Johan vroeg: wat wil je nu eigenlijk doen met toneel? Ryszard antwoordde: ik wil de geest van de mensen kunnen veranderen. Ik begrijp dat ten volle”, zegt De Bosschere. “Hoe kan je het verschil maken? De vraag stellen is het antwoord. Dat is de lont. We bieden met deze voorstelling geen algemeen geldend antwoord, maar hopen bij elk individu iets aan te wakkeren: Get gasoline, buy the matches and you can do it. Omdat dat is wat theater kan: het verzet en de troost bieden dat we met dezelfde bekommernissen en ergernissen zitten, hetzelfde vuur voelen en er ons bijwijlen aan verbranden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234