Vrijdag 18/10/2019

Iemand een kunstenaar met een klimtouw gezien?

Iedereen heeft wel iets te zeggen over de straffe muurschilderingen die de Brusselse gevels sieren. Behalve de kunstenaar zelf. Ook al wijzen veel sporen naar Bonom, er is niemand die wil bevestigen dat hij het is. 'Maar dit is niet het werk van een beginneling.'

"Caravaggio zou zich omdraaien in zijn graf."

Niet iedereen ziet enige artistieke waarde in de 'onthoofdingsmuur', de gigantische muurschildering die afgelopen zondag opdook aan de Barthélémylaan in Brussel, ter hoogte van de Vlaamsepoort. Het werk toont een jongen die op het punt staat onthoofd te worden, maar een anonieme hand houdt de slachter nog tegen. De compositie is vrijwel identiek aan Caravaggio's bijbelse tafereel Het offer van Isaak (1603), maar dat maakt van het fresco nog geen kunstwerk, vindt Chantal Spaas, business partner bij Sofie D'Hoore, een modebedrijf dat gevestigd is in het bewerkte pand.

"Het is een complexe situatie, natuurlijk", vertelt Spaas. "Er is de principiële kwestie - of we het oké moeten vinden dat iemand zonder toestemming van de eigenaar een muur beschildert die hem niet toebehoort - en er is de waardering van het werk. Natuurlijk is de verwijzing naar Caravaggio interessant, maar ik vind ze vooral vergezocht. Caravaggio draait zich om in zijn graf als hij hiermee geassocieerd wordt. Iedereen heeft zijn eigen visie op de stijl van het werk, maar ik vind het echt heel lelijk."

Toen de medewerkers van Sofie D'Hoore maandagochtend aankwamen op kantoor, waren de reacties weinig positief. "De overgrote meerderheid was hier niet blij mee", stelt Spaas nog. "En de buren evenmin. Hun kinderen moeten nu op zo'n gruwelijk tafereel kijken."

De consternatie over de onthoofdingsmuur was groot, en de Stad Brussel reageerde al snel dat een werk "dat aanzet tot geweld" niet kon blijven bestaan. Dat het schilderij uitkijkt op de gemeente Molenbeek, vaak gelinkt aan IS-terreur, bleef niet onopgemerkt. "Ik denk niet dat de inwoners van Molenbeek hier een historische referentie in zien", aldus Spaas nog.

Maar de hysterie was nog niet gaan liggen of daar was al een nieuw werk, met een zo mogelijk nog gruwelijker beeld. Op een sociaal woonblok aan de Brigittinenstraat, op de Noord-Zuidverbinding, verscheen maandag een metershoge schildering van een aan zijn voeten opgehangen man, opengesneden en leeggebloed als een rund. Ook die compositie blijkt niet toevallig: ze verwijst naar De lijken van de gebroeders De Witt (toegeschreven aan Jan de Baen, 1672-1675). De gebroeders werden het slachtoffer van een complot dat werd aangestuurd door Cornelis Tromp; het fresco verscheen drie dagen na de inhuldiging van Donald Trump als Amerikaans president.

Omerta

De twee werken doen de discussie over 'choquerende' street art weer oplaaien, nadat er in september drie seksueel getinte tekeningen waren verschenen: in een en dezelfde nacht verrezen een metershoge penis aan de Bareel in Sint-Gillis en een afbeelding van een seksuele penetratie in de Brusselse Visverkopersstraat. Even later werd de beroemde Zanussi-reclame op de Steenkoolkaai bewerkt: de letters 'ANUS' werden uitgelicht, en de reclame werd overtekend met een bijna tastbare aars. Aan de andere kant van het gebouw verscheen even later een babyhoofd, op het moment van de geboorte - opmerkelijk genoeg nauwelijks aan bod gekomen in de media.

Iedereen heeft er wel iets over te zeggen. Vandalisme, vindt de één; vrije meningsuiting, vindt de ander. Kladwerk, vinden sommigen; grote kunst, vinden anderen. En voor iedereen die stelt dat de tekeningen beter vroeg dan laat verwijderd worden, is er wel iemand die ze wil behouden.

De street art doet veel vragen rijzen. Hoe maak je die werken? Wat is de drijfveer? Wat willen ze zeggen? En vooral: wie heeft ze gemaakt?

Al sinds de plotse verschijning van de seksuele prenten wordt geopperd dat Vincent Glowinski erachter zit, beter bekend als Bonom, die in de jaren voor 2011 Brussel opfleurde met honderden straattekeningen, vooral van dieren. Maar in september verklaarde hij resoluut aan de RTBf dat hij niets te maken had met de nieuwe tekeningen, en vroeg hij "om niet in het verhaal betrokken te worden". Ook wanneer wij hem proberen te contacteren, wil hij niets kwijt. Wie Bonom probeert te bereiken, stoot op een muur. Mails beantwoordt hij niet. Zijn telefoon neemt hij niet op. Een sms-conversatie, waar we niet veel wijzer van worden, eindigt wanneer hij vaststelt dat "wij niet dezelfde taal spreken".

Wie met andere street artists praat, merkt dat veel van hen weinig twijfels hebben over de auteur van de street-artgolf van de laatste maanden. Alleen geldt er in die wereld een omerta die niet te doorbreken valt.

"Iedereen die een beetje van deze cultuur afweet, weet wie deze kunstenaar is", vertelt Bjørn Van Poucke, curator van het Oostendse street-artfestival The Crystal Ship. "Maar niemand zal hem aan de schandpaal nagelen."

Ook de Brusselse kunstenaar Steve Locatelli, die tegenwoordig vanuit Antwerpen werkt, doet er het zwijgen toe. "Normaal signeert een kunstenaar zijn werk. Dus als hij anoniem wil blijven, is het niet aan mij om daar uitspraken over te doen." Schilder en street artist Klaas van der Linden zegt dat "iedereen die hier mee bezig is, weet wie het is. Er moet heus geen naam onder staan."

Mysterie

De anonimiteit van straatkunstenaars gaat terug tot de tags van graffitispuiters: schuilnamen die op openbare plaatsen werden gespoten, om indruk te maken op andere graffiti-artiesten. "Onder graffitikunstenaars heerste een soort competitie", legt Locatelli uit. "Wie kan de mooiste en opvallendste tekeningen maken, wie kan de opvallendste en moeilijkst bereikbare plaatsen taggen?"

Schuilnamen en pseudoniemen zorgen ook voor sensatie. Van Bonom wist niemand dat hij Vincent Glowinski heette, tot hij in 2011 zijn been brak bij een val, werd herkend door een politieagent, en tegen de lamp liep. De identiteit van de wereldwijd beroemde Banksy blijft voer voor discussie. "Het mysterie rond die schuilnamen vinden sommige artiesten ook belangrijk", stelt Van der Linden. "Al geldt dat nu minder dan vroeger."

De Gentse kunstenaar Roa, bijvoorbeeld, bekend van zijn metershoge tekeningen van (dode) dieren, is bijna een uitzondering. Steeds meer artiesten werken immers in opdracht, en signeren trots met hun eigen naam. "Ik ben uit de schaduw gestapt", zegt Locatelli daarover. "En ik heb het geluk een exotische achternaam te hebben. Want voor veel kunstenaars die een pseudoniem gebruiken, is het simpelweg omdat een goed klinkende naam deel is van hun kunst. En Roa, dat klinkt toch geweldig?"

Blijft de vraag: waarom zijn de recentste Brusselse fresco's niet ondertekend? Alleen maar omdat het illegaal is openbare gebouwen en andermans eigendom te bekladden of te beschadigen? Want ook al is de Stad Brussel niet actief op zoek naar de muurschilder, als hij betrapt wordt, kijkt hij in het beste geval tegen een tijdje vrijwilligerswerk bij de dienst Netheid aan, en in het slechtste geval tegen een torenhoge boete. "Het kan zeker dat hij hulp krijgt van iemand die op de uitkijk staat, terwijl hij aan het werk is", stelt Van Poucke. "En die helpt hem misschien ook met al zijn materiaal."

Want om een opgehangen lijk te schilderen op een gevel van een meter of vijftien hoog - in één nacht dan nog - moet je al behoorlijk geoefend zijn, niet alleen als kunstenaar, maar ook als alpinist. De gevels die de Brusselse artiest uitkiest, zijn immers behoorlijk onbereikbaar. "Het is duidelijk iemand met veel ervaring: dit is niet het werk van een beginneling", legt Van Poucke uit. "Hiervoor heb je touwen en alpinistenmateriaal nodig. Kunstenaars die op zulke locaties werken, en op zo'n schaal, weten van aanpakken."

Locatelli sluit zich daarbij aan. "Als je wat handig bent met een katrol... Dat moet een kick geven. Maar je moet hier wel enorm veel lef voor hebben. Ik zou het niet durven." Street artists als Roa, Steve Locatelli of de Gentse Mr. Leenknecht werken wel eens met hoogtewerkers of liftjes, maar touwconstructies zijn zeldzaam. "Ik ben ooit eens op zoek geweest naar kunstenaars en ruitenwassers die op die manier werken", herinnert de Gentse artiest Mr. Leenknecht zich. "Maar ik heb niemand gevonden."

Pure artiest

Ook de snelheid waarmee de anonieme kunstenaar werkt, is indrukwekkend, horen we bij iedereen. Fresco's van zulke monumentale omvang vragen vaak meerdere dagen werk. "Ik heb met Steve ooit een appartementsblok van 20 meter hoog beschilderd", vertelt Leenknecht. "Daar zijn we met z'n tweeën twee dagen aan bezig geweest." Van der Linden vertelt over een schildering van 15 op 15 meter. "Daarvoor heb ik vijf dagen moeten doorwerken."

Is het dan onmogelijk om die monumentale schilderingen in één nacht te zetten? Nee, klinkt het. Niet als je voor zo'n ruwe aanpak kiest. "Het is misschien geen toeval dat die werken nu verschijnen, wanneer de nachten lang duren, al moet dat verdomd koud zijn", merkt Mr. Leenknecht op. "De stijl is heel bruut", vult Locatelli aan. "Maar hij moet heel goed kunnen tekenen. Een pure artiest kan zulke tekeningen snel maken." En Van der Linden ziet dan weer dat de verticale compositie van het opgehangen lijk voortvloeit uit de beweging die de kunstenaar maakt wanneer hij met een touw naar beneden zakt.

"Iedereen die hier een beetje verstand van heeft, ziet dat alle beslissingen genomen zijn op basis van snelheid", besluit Van Poucke. "De beelden zijn niet extreem gedetailleerd, de stijl is ruw, niet helemaal egaal. Hij tekent de contouren met spuitbussen, vult ze in met latexverf en borstels. Dat gaat in enkele uren. Zeker als je met een beperkt kleurenpalet werkt, en je gebouw goed uitkiest." Het leeggebloede lijk werd bijvoorbeeld geschilderd op een gevel die in vakken is onderverdeeld. Zo kan de kunstenaar zijn tekeningen rasteren, om de verhoudingen juist te tekenen.

Wie al die elementen samentelt, komt alweer uit bij Bonom. De locaties zijn opvallend: de gevel aan de Brigittinenstraat werd eerder al door Bonom onder handen genomen, maar zijn slang met een mensenhoofd verdween toen het gebouw gerestaureerd werd. Het kleurenpalet is heel gelijkaardig aan dat van zijn oudere werken. Sommige composities ook: een van zijn muurschilderingen in Parijs toont een leeggebloede stier, in dezelfde houding als het lijk dat nu de Brigittinenstraat siert.

En de levensgevaarlijke klimtoestanden, met katrollen, touwconstructies en de nodige dosis alpinisme, zijn redelijk uniek. "In Zuid-Amerika worden zulke halsbrekende toeren vaak uitgehaald", klinkt het. "Maar in Europa ken ik maar één iemand die dit kan. Een Parijzenaar die in Brussel woont."

De kracht van suggestie

Bonom dus. Al werkt hij sinds 2011, toen zijn identiteit bekend werd, uitsluitend onder zijn eigen naam, Vincent Glowinski. "Ik kan nu niet meer als Bonom te werk gaan", vertelde hij vier jaar geleden aan Brussel Deze Week. "De magie is weg. Ik maak nu almaar meer muurschilderingen in opdracht. Zoals de dino's aan het Museum voor Natuurwetenschappen."

Het doet je afvragen waarom hij het nog zou riskeren om in de illegaliteit enkele gruwelijke taferelen te schilderen. Wil hij choqueren? Wil hij maatschappelijke problemen aankaarten? Over thema's wil niemand zich uitspreken. "Maar als een kunstenaar op iets broedt en zijn ei kwijt wil, zal hij een manier vinden om zich uit te drukken", meent Van Poucke.

"Sommigen willen de stad opvrolijken, anderen willen iets aanklagen", denkt Locatelli. "Maar ze doen hoe dan ook de stad leven." Want dat is waar street art om draait: de stad doen leven, én je kunst doen leven bij het publiek. "Niemand kan hier omheen", stelt Van der Linden. "En je werk krijgt meteen een sociale context. Dit verwondert mensen opnieuw. En als je als kunstenaar veel werken maakt, word je onderdeel van de stad zelf. Fantastisch toch?"

Bewoners mogen dan wel hun bedenkingen hebben, experts zien de artistieke waarde wel. "Het toont een thema dat al eeuwenlang wordt gebruikt, al blijft de boodschap diffuus", stelde Sophie Lauwers, hoofd expo bij Bozar. "Om dit een statement dan wel een provocatie te noemen, zouden we twintig jaar verder in de tijd moeten kijken."

Is Bonoms werk dan toch voor de eeuwigheid? Kan hij zich toch meten met Caravaggio? Vincent Glowinski zal er zelf nooit iets over lossen. Maar hij kent de kracht van suggestie. Op 5 december mocht Bonom, ter gelegenheid van de 800ste verjaardag van de gemeente Sint-Gillis, een lichtshow creëren op de gevel van het gemeentehuis. Octopussen, draken en skeletten werden op de gevel geprojecteerd. De afsluiter? Een gigantische penis. Net zoals er, nog geen 500 meter verder, eentje op een gevel geschilderd staat.

Refereert Bonom aan zijn eigen werk? Hij zou de eerste niet zijn. Caravaggio maakte van Het offer van Isaak ook twee versies. Dus wie onze street artist ook is: hij verkeert in goed gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234