Vrijdag 18/10/2019

De veiligheid van het land

“Iedereen zou eigenlijk een noodplan op zijn koelkast moeten hangen”

Beeld Saskia Vanderstichele

Als u naar naar de nieuwe reeks De veiligheid van het land keek, slaapt u voortaan wellicht iets beter. U hebt dan met eigen ogen kunnen zien hoe het Crisiscentrum permanent over ons waakt. De komende weken krijgen we nog meer blikken achter de schermen: we zien hoe het Crisiscentrum de NAVO-top en de WK-gekte in goeie banen leidt. En dat allemaal met gevaar voor eigen leven: “Opeens begon dat waterkanon tóch te spuiten, recht in mijn oog.”

In zaal 15, het zenuwcentrum, spreken we Katrien Soubry en Philippe Vandenhole. Soubry is verbindingsofficier van de federale politie bij het Crisiscentrum. In gewonemensentaal betekent dat: ze staat op de payroll van de politie, maar werkt bij het Crisiscentrum, als tussenschakel. Ze zorgt ervoor dat de info die er binnenkomt zo snel mogelijk weer buiten gaat, richting de juiste dienst. Vaak is dat naar Vandenhole, politiecommissaris van de zone Brussel Hoofdstad Elsene. Voor de gelegenheid heeft hij het uniform aangetrokken dat de voorbije maanden noodgedwongen in zijn kast is blijven hangen: hij is met ziekteverlof, sinds hij tijdens een betoging onzacht in aanraking kwam met een waterkanon.

Philippe Vandenhole: “Het was op 28 september, de dag van de ambtenarenbetoging tegen de pensioenhervorming. Rond de middag liep het helemaal fout, hier om de hoek, vlak bij het Crisiscentrum. Je zult het altijd zien: tegen het middaguur hebben sommige betogers al een pintje op en gaat het er wat baldadiger aan toe. De betogende brandweermannen begonnen te trekken en te sleuren aan de Spaanse ruiters: de ijzeren kruisen met prikkeldraad die moeten vermijden dat betogers de neutrale zone betreden. Je moet weten dat de zone rond Kunst-Wet heilig is: bij wet mag niemand erin en wij, de ordediensten, moeten die koste wat het kost verdedigen.

“Het toeval wilde dat ik een aantal van die brandweerlui persoonlijk ken – ik ben ook vrijwilliger bij de brandweer. Het is niet mijn gewoonte om tussen de betogers te gaan staan, maar dit keer maakte ik een uitzondering. Ik probeerde hen wat te kalmeren. Net toen dat begon te lukken, begon weer iemand te sleuren aan die Spaanse ruiters en werd de versperring opengebroken. Ik gaf de opdracht het waterkanon te gebruiken, maar om de één of andere reden werkte het niet onmiddellijk. Opeens begon dat ding tóch te spuiten, recht in mijn rechteroog. Ik ging meteen plat tegen de grond.” 

'Commissaris mogelijk blind aan één oog’, kopten de kranten.

Vandenhole: “Ik stond op zo'n 10 meter van het waterkanon. Het water komt er met een kracht van 20 bar uit. Mijn oogbol heeft dus een klap van 20 kilo per vierkante centimeter moeten incasseren. Omdat mijn hele oog vol bloed zat, konden de dokters niet meteen zien of mijn oogzenuw was geraakt. Die nacht heb ik rechtop moeten slapen, zodat het bloed kon zakken. De dag erna kreeg ik goed nieuws: mijn oog was gered.”

Had slecht nieuws het einde van je carrière betekend?

Vandenhole: “Ach, dan hadden ze wel een ander plekje voor me gevonden bij de politie, maar wellicht niet meer op het terrein.

“Ik besef wel hoeveel geluk ik heb gehad: als de straal mijn oog vanuit een andere hoek had geraakt, dan was mijn oogbal er misschien gewoon uitgespoten.”

Hoofdcommissaris Pierre Vandersmissen raakte twee jaar geleden ook al zwaargewond bij een betoging, toen hij een klap op het achterhoofd kreeg.

Vandenhole: “Tja, deze job is niet zonder gevaar. Het was bij lange na niet mijn eerste arbeidsongeval. Als brandweerman heb ik mijn enkel gebroken toen het dak van een fabriek instortte. Bij een achtervolging ben ik eens op mijn schouder terechtgekomen. Gevolg: schouder uit de kom en gebarsten schouderkop. Ik heb mijn pols al gebroken en heb een keer batterijzuur in mijn oog gekregen bij een verkeersongeval.”

Katrien Soubry: “En toch is het contact dat jullie hebben met de burgers heel zinvol.”

Vandenhole: “Gevaar is ook relatief: bij de aanslagen van 22 maart had ik een dag verlof. Toen ik de berichten zag binnenlopen op mijn telefoon, heb ik beslist meteen naar Brussel te rijden. Net voor ik vertrok, zei mijn moeder nog: 'Wees alsjeblieft voorzichtig.' Twee dagen later – ik was nog altijd aan het werk – kreeg ik het bericht dat ze was aangereden door een auto. Een aanslag spreekt tot de verbeelding, maar je kunt net zo goed van je sokken worden gereden voor je eigen voordeur.”

Geen vat op Trump

Het Crisiscentrum bestaat al 30 jaar – het werd opgericht in de nasleep van een paar ernstige rampen, zoals het Heizeldrama en het kapseizen van de Herald of Free Enterprise – maar pas sinds 22 maart 2016 is het een algemeen bekende term geworden.

Soubry: “In die 30 jaar is er zoveel gebeurd: de begrafenis van koning Boudewijn, het proces-Dutroux... En toch associëren de meeste mensen ons met die aanslagen. Vertel ik dat ik bij het Crisiscentrum werk, dan krijg ik vaak te horen: 'O, dan heb jij niet veel te doen. Zoveel aanslagen zijn er toch niet?' Maar onze job is veel ruimer. We hebben ook noodplannen klaar voor een grieppandemie, een overstroming of een nucleair incident.

“Van hieruit worden ook alle grote evenementen opgevolgd. In De veiligheid van het land zul je zien hoe wij het WK hebben aangepakt de voorbije zomer. Komende zomer zal het de Tour de France zijn, die in Brussel vertrekt. Het stopt nooit, we moeten permanent waakzaam zijn.”

Vandenhole: “De term 'crisiscentrum' wordt vaak verkeerd gebruikt. Is er brand in een appartementsgebouw, dan verkondigen ze op de radio dat de bewoners zijn opgevangen 'in een crisiscentrum'. Nee, er is maar één crisiscentrum, en dat is dat van de FOD Binnenlandse Zaken.”

Soubry: “Wat de meeste mensen ook niet weten, is dat het Crisiscentrum slechts een coördinerende rol speelt voor onze veiligheid. We verzamelen alle mogelijke informatie. Die sturen we uit naar de verschillende diensten, zoals de politie, die alles uitvoeren. En ja, vaak gebeuren de dingen in Brussel, maar we bekommeren ons om het hele Belgische grondgebied.”

Vandenhole: “Wij, van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene, zijn wel jullie grootste klant, hè? Met onze 900 betogingen en 5.000 evenementen per jaar.”

Wat was voor jullie het hoogtepunt van 2018?

Soubry: “Dat moet de NAVO-top in juli geweest zijn.”

Vandenhole: (knikt) “Die had de grootste impact op onze job, zeker omdat hij zo lang duurde. Het waren drie dagen waarop absoluut niks fout mocht gaan. Zo'n top is een ongelofelijk complex gebeuren: we moeten perimeters afsluiten, parken sweepen, accreditaties afleveren. En intussen staat de rest van de wereld niet stil: het WK was aan de gang, er was het feest van de Vlaamse Gemeenschap, de nationale feestdag met het Bal National.”

Soubry: “De festivals, de hitte... Het was me nogal een zomer.”

Vandenhole: “De huldiging van de Rode Duivels was ook pittig: op één namiddag moesten we die ploeg in het Brusselse stadhuis én er weer weg krijgen, dwars door een massa volk. Toch is de impact daarvan kleiner. Als één van die voetballers z'n enkel had verstuikt bij het betreden van het stadhuis, dan was dat van een andere orde geweest dan wanneer Trump iets was overkomen op ons grondgebied.”

In afleveringen twee en drie zien we hoe jullie in deze zaal alle bewegingen van Trump en andere wereldleiders minutieus volgen op grote schermen. Hebben jullie ook een plan B, voor als Trump opeens beslist een andere weg te nemen?

Soubry: (wisselt blik met Philippe) “Bij Trump gebeurt dat nooit, hè (lacht). Dat is nu eens een voorbeeld van een persoon op wie je géén vat hebt, het blijft onvoorspelbaar.”

Vandenhole: “Het voordeel bij Trump is dat zijn onvoorspelbaarheid bijna nooit ten koste gaat van de veiligheid, omdat hij zijn eigen entourage heeft. Een totaal ander verhaal is het wanneer iemand die we escorteren opeens beslist om in zijn eentje naar zijn hotel te wandelen, en onderweg ook nog eens te stoppen voor een pintje.”

'De NAVO-top in Brussel was het hoogtepunt van 2018. Drie complexe dagen waarop absoluut niks fout mocht gaan.' Beeld BelgaImage

Nu heb je het over het uitje van Emmanuel Macron, die met Angela Merkel en premier Michel ging pintelieren op de Grote Markt.

Vandenhole: “Dat is een stuk gevaarlijker.”

Soubry: “Als Macron in zijn eentje naar zijn hotel wil wandelen, dan mag hij niet zomaar over de stoep – er bestaat altijd het gevaar dat iemand uit een portaal komt gesprongen. Zoiets levert dan een haast absurd tafereel op: Macron die helemaal alleen in het midden van de lege Wetstraat wandelt.”

Vandenhole: “Bovendien is hij toen bijna tegen de grond gewerkt door onze agenten. Wanneer de leiders de top verlaten, dan houden agenten de voetgangers even tegen om de escorte door te laten. Als zo'n staatshoofd zélf te voet richting het centrum wil, dan wordt ook hij tegengehouden: 'Ho, even wachten.' Bijna een diplomatiek incident (lacht).

Soubry: “Tijdens zo'n top is het constant zoeken naar een goed evenwicht. We moeten doen wat nodig is om de veiligheid te garanderen, maar het gewone leven moet ook doorgaan. Je kunt niet heel Brussel in een verkeersinfarct storten, gewoon omdat Trump zich van punt A naar punt B moet verplaatsen.”

Vandenhole: “Ik kan er perfect inkomen dat automobilisten vloeken als ze worden tegengehouden op de snelweg voor de karavaan van Trump. Zeker als je vervolgens een halfuur gegijzeld zit in je wagen, zonder goed te beseffen waarom. Ik vergelijk het altijd met een betoging: iedereen heeft het recht om te betogen, maar iedereen heeft ook het recht om te gaan werken, z'n kinderen naar school te brengen of te gaan winkelen.”

Soubry: “Daarom proberen wij met het Crisiscentrum de burger zo goed en zo snel mogelijk in te lichten. Vooraf, maar ook op het moment zelf.”

Vandenhole: “Een snelle communicatie naar de burger is één van de lessen die we hebben getrokken uit de treinramp in Wetteren.”

Hoe moeilijk is het om je persoonlijke oordeel niet te laten meespelen? Wat Trump op die NAVO-top verkondigde, werd in Europa niet op applaus onthaald.

Soubry: “Wij bekijken het eerder professioneel. Als we Trump een vlammende speech zien afsteken aan het eind van de top, dan denken we meteen: 'Wat als er nu iemand kwaad opstaat en de top verlaat?' Dan komt onze hele timing in het gedrang.

“We volgen ook op de voet wat er in de pers en op sociale media verschijnt. Doet Trump een uitspraak die kwaad bloed zet, dan krijgen we er misschien een inderhaast bijeengeroepen anti-Trumpbetoging bij.”

Vandenhole: “Of neem de WK-wedstrijden van de Rode Duivels: ik heb geen enkele WK-match gezien, maar ik wist perfect wat er aan het gebeuren was. Afhankelijk van de eindscore weet je of je rellen of verkeersproblemen moet verwachten.”

Hadden jullie de rellen na de match Ivoorkust-Marokko in november 2017 niet zien aankomen?

Vandenhole: “Niemand lag wakker van die wedstrijd, omdat ze zich op een ander continent afspeelde. Nu monitoren we alle risicovolle matchen die ver van hier worden gespeeld. We leren nog steeds bij.”

Soubry: “Elke vrijdagochtend hebben we op het Crisiscentrum een vergadering, waarop de hoofden van alle diensten aanwezig zijn. We kijken dan naar wat er de voorbije week is gebeurd, welke lessen we daaruit kunnen trekken. Pas daarna kijken we naar wat er de komende week op til is – betogingen, sportwedstrijden, evenementen. Maken we af en toe een inschattingsfout? Misschien. Maar het aantal gebeurtenissen waarmee we te maken krijgen, is gewoon enorm. Dat wordt weleens onderschat.

“We hebben ook de verkiezingen in Congo op de voet gevolgd, omdat er in Brussel een grote Congolese gemeenschap woont, die de neiging heeft zich snel te mobiliseren bij onvrede. Terwijl onze focus hier ligt, moeten we ook één oog op de wereld houden.”

Part of the job

Tijdens de opnames van De veiligheid van het land werd Luik opgeschrikt door een aanslag. De filmploeg stond versteld van hoe jullie de kalmte wisten te bewaren. Zijn jullie uitzonderlijk stressbestendig?

Vandenhole: “Op zo'n moment heb je weinig tijd voor bedenkingen. Je moet het allemaal nuchter bekijken: wat is er gebeurd? Wat doen we nu? Pas later volgt de klap.”

Soubry: “Die kalmte hebben we ook te danken aan onze opleiding en training. Als er iets gebeurt, kunnen we snel reageren. Het stelt me enorm gerust dat mensen als Philippe op het terrein zijn. Dan weet ik: het komt wel goed.”

Vandenhole: “Iedereen kent elkaar en we hebben een goeie vertrouwensband. Wij weten: bij hen is het in goeie handen.

“Ik was bij de treinramp in Wetteren, ik was aan het werk de dag van de aanslag in het Joods Museum, ik was er toen de escorte van de ambassadeur van Qatar van de weg werd gemaaid aan het paleis in Laken – dat incident heeft amper de pers gehaald, maar er raakten wel acht motards van de wegpolitie gewond – en ik was er dus ook in Maalbeek. Als je daar niet mee om kan, dan kun je beter een andere job zoeken. Je mag er in elk geval niet wakker van liggen, dan ga je eraan kapot.”

Beeld Saskia Vanderstichele

Hoe heb jij de aanslagen van 22 maart beleefd, Katrien?

Soubry: “Ik was hier toen het gebeurde. Iemand van de permanentie kwam me roepen: 'Nú komen, er is een explosie in Zaventem.' Dan is het alle hens aan dek. Binnen de kortste keren zat zaal 15 bomvol. Het gekke is dat je hier de metro onder je voeten voelt denderen. Op dat moment realiseerde ik me wel: waar we nu mee bezig zijn, dat speelt zich bijna onder onze voeten af. Ook de dagen daarna bleef de aanslag in de metro door mijn hoofd spoken, telkens als ik die trillingen voelde.”

Vandenhole: “Zelfs als de spanning piekt, mag je daar niets van laten merken. Bij de aanslag op het Joods Museum kreeg ik informatie van een ooggetuige dat er misschien iets in het museum was achtergelaten door de dader. In een fractie van een seconde moest ik beslissen: wat doe ik hiermee? Neem ik het risico iemand naar binnen te sturen? Heb ik de tijd om op een gespecialiseerde dienst te wachten? Wat je ook beslist, je moet er kordaat mee omgaan en de verantwoordelijkheid nemen, ook als het fout loopt. Dat waren zenuwslopende momenten, maar het is allemaal part of the job: iemand moet het doen.”

‘De huldiging van de Rode Duivels was pittig: op één namiddag moesten we ze in het Brusselse stadhuis én er weer weg krijgen, dwars door een massa volk.' Beeld VRT

Soubry: “Wij zitten op zo'n moment hier, in ons afgesloten gebouw, maar dit mag geen bubbel worden. Dat kan ook niet, want onze telefoons staan niet stil. Iedereen – scholen, burgers, bedrijven – lijkt dan opeens het nummer van het Crisiscentrum te vinden. Soms krijg je huilende mensen aan de lijn, compleet in paniek: 'Mijn kinderen! Mijn kinderen!' Ze beginnen je allerlei persoonlijke informatie te vertellen, maar het is dan zaak om niet mee te gaan in die emoties. Pas op: dat wil niet zeggen dat zo'n aanslag me koud laat. Toen ik na de aanslagen in het station op mijn trein stond te wachten en een luide knal hoorde, dan was ik daar ook niet goed van.”

Frustreert het je nooit dat je hier zit, en niet waar de actie zich afspeelt?

Soubry: “Nee. Elke functie heeft z'n boeiende aspecten. En ook hier heb je het gevoel dat je op de eerste rij zit. Het zijn allemaal unieke gebeurtenissen. De Duivels keren maar één keer terug uit Rusland. Ben je dan net met verlof, dan is het balen.”

Vandenhole: “Als ik ergens niet bij ben, dan knaagt het wel. De betogingen van de gele hesjes heb ik thuis moeten volgen op Facebook. Dan denk ik: verdorie, ik wil dáár zijn.”

De buurtpolitie

Veel van de berichten die jullie dagelijks binnenkrijgen – een verdacht pakket, een achtergelaten koffer in de metro – blijken loos alarm te zijn.

Soubry: “Ik heb liever dat de burgers een keer te veel bellen dan te weinig. We roepen iedereen net op om extra waakzaam te zijn. Veiligheid is de verantwoordelijkheid van iedereen. Ook als burger kun je iets doen, zoals je inschrijven op BE-Alert.”

Dat heb ik nog niet gedaan. Is dat dom van mij?

Soubry: Vandenhole: (eensgezind) “Ja.”

Soubry: “Je kunt dat maar beter doen, dan ben je zeker dat je bij een ramp de nodige informatie krijgt via je telefoon. Tot nu toe hebben al 505.000 mensen zich geregistreerd via de website van BE-Alert.

“Als burger moet je ook weerbaar zijn. Iedereen zou een eigen noodplan op zijn koelkast moeten hangen. Dat heb je waarschijnlijk ook nog niet? (lacht) Het mijne hangt er wel. Als je inspiratie zoekt, kun je altijd eens surfen naar mijnnoodplan.be.

“De bedoeling van zo'n plan is dat je snel kunt handelen als het fout gaat, zodat je op zo'n moment niet nog op zoek moet naar telefoonnummers. Je hoeft niet per se van alles uit te tekenen, erover nadenken en er met het gezin over praten is al genoeg. Je kunt ook een taakverdeling afspreken: 'Jij neemt de kat, ik ga de bejaarde buurvrouw verwittigen.'”

Zo'n noodplan op de koelkast is een constante reminder van wat er allemaal fout kan lopen.

Soubry: “Paniek is voor niks nodig. Uiteindelijk zorgen we samen voor veiligheid: het is een voortdurende wisselwerking tussen burgers en de overheid.”

Waarom kozen jullie voor een job bij de veiligheidsdiensten?

Soubry: “Omdat ik me nuttig wilde voelen.”

Vandenhole: “Op mijn 12de wist ik al wat ik wilde worden. Toen was dat nog officier bij de rijkswacht. Het uniform sprak me aan. Mijn vader was brandweercommandant en er kwamen bij ons vaak mensen van de politie en de rijkswacht over de vloer. Ik keek daar van kleins af aan geweldig naar op. Op mijn 14de ben ik naar de kadettenschool gegaan en heb ik mijn jongensdroom waargemaakt.”

Is een job bij de politie vandaag nog prestigieus?

Vandenhole: “Dat denk ik wel. Wat je uitstraalt, daar zorg je zelf voor. Als politieagent heb je een voorbeeldfunctie. Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden, dat hou ik altijd in het achterhoofd. Begin ik je zonder reden af te blaffen, dan zul je me niet sympathiek vinden. Dat is logisch.”

Niet elke Brusselse wijk ontvangt de politie met open armen. In de mijne wordt er gespuwd naar voorbijrijdende combi's.

Vandenhole: “Als agent moet je in bepaalde wijken meer op je hoede zijn. Maar moet ik daarom minder correct zijn tegenover die spuwers? Nee.

“Ik heb het ooit meegemaakt dat ik een wedstrijd van Anderlecht moest beveiligen en een vader naar me toe kwam: 'Meneer de agent, mijn zoon van 13 loopt hier op straat rond. Ik heb geen vat op hem. Waarom doet u daar niks aan?' Ik heb hem gezegd dat hij de bal niet in het kamp van de politie moest leggen. Dat is al te makkelijk. Wij kunnen de opvoeding niet overnemen. Het respect in onze maatschappij is inderdaad niet meer wat het vroeger was. Als politie sta je daar machteloos tegenover.”

Soubry: “Ja, maar jij blijft wel spreken met zo'n vader. Dat is toch belangrijk? Ook op betogingen blijf je altijd communiceren.”

Vandenhole: “Alles om de situatie te ontmijnen. Misschien is het dweilen met de kraan open, maar ik zal het altijd blijven doen.”

Katrien, hoe is het om een hooggeplaatste vrouw te zijn in zo'n mannenwereld?

Soubry: “Ik zie vooral hoe complementair mannen en vrouwen zijn. De politie wordt ook steeds meer een afspiegeling van de maatschappij: mannen, vrouwen, alle leeftijden.

“Na acht jaar doe ik mijn job nog altijd even graag, omdat ze blijft evolueren. Veiligheid verandert voortdurend. Wij worden slimmer, maar de rest ook. Een aanslag met een explosief in je rugzak is één ding, maar we moeten ook voorbereid zijn op een chemische, radiologische of nucleaire aanval. Of neem nu de cybercriminaliteit: dat is één van de grote uitdagingen van morgen.”

Vandenhole: “We moeten niet alleen mee zijn met onze tijd, we zijn de rest liefst nog een stap vóór. We zoeken voortdurend naar nieuwe oplossingen, ook in het buitenland. Bij het vorige bezoek van Trump hadden we een beroep gedaan op de arenden van de Nederlandse politie. Die dieren zijn in staat om drones te onderscheppen. Intussen zijn ze daar wat van teruggekomen: de arenden doen het vrij goed, maar ze hebben ook hun beperkingen. Op het ogenblik dat ze worden ingezet, is het soms al te laat. Drones kunnen ook schadelijk zijn voor hun klauwen. Het is altijd zoeken naar de juiste oplossing, maar dat maakt het zo plezant. Wij vervelen ons nooit.”

Beeld Saskia Vanderstichele

Soubry: “Niets zal ooit onfeilbaar zijn: een nulrisico bestaat niet.”

Zijn jullie blij met de reportage?

Vandenhole: “Ja. Ik kijk weinig tv, maar als ik dan toevallig iets zie over de politie, dan gaat het altijd de sensationele toer op. 'De buurtpolitie' kan ik bijvoorbeeld niet aanzien. Deze reeks benadert de werkelijkheid veel beter.”

Soubry: “In het begin was het wennen aan die indringers met hun camera. De eerste dag durfde ik mijn boterhammen zelfs niet op te eten – ik heb zo'n onnozele brooddoos in de vorm van een legoblok (lacht). Maar dat maakt het net zo realistisch: als je van vijf uur 's ochtends tot acht uur 's avonds aan het werk bent, dan eet je nu eenmaal soms een boterhammetje.

“Een andere moeilijkheid was dat we ook onze partners moesten overtuigen. Op onze vrijdagochtendvergadering zitten ook de Staatsveiligheid en het OCAD. In het begin waren ze er niet gerust in, maar we hadden goeie afspraken gemaakt: de eerste 5 minuten mochten ze filmen, daarna moest de camera buiten. Ik herinner me wel dat iedereen grote ogen trok, toen iemand van de filmploeg binnenwandelde, op een tafel ging staan en een microfoon van het plafond haalde. Toen heeft iedereen toch even onder z'n stoel gekeken (lacht). Verder is het allemaal heel gemoedelijk verlopen. Ik ben trots op het resultaat.”

De veiligheid van het land, Eén, maandagavond, 21.25 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234