Zondag 29/11/2020

Iedereen Shylock

Howard Jacobson hervertelt in Mijn naam is Shylock William Shakespeares The Merchant of Venice, een stuk dat in de jaren 30 van de vorige eeuw nog door de nazi's als propaganda werd gebruikt.

De titel van Jacobsons hervertelling maakt meteen duidelijk dat hij focust op het personage dat aan de bron ligt van alle controverse: 'Er zijn geen twee mensen die hetzelfde over hem denken. Zelfs zij die hem onvoorwaardelijk verachten, doen dat in verschillende gradaties van onvoorwaardelijkheid.'

Volledige boeken zijn besteed aan de vraag of Shakespeares Joodse geldschieter Shylock puur verachtelijk is of ook sympathie verdient, en aan de kwestie of De koopman van Venetië zelf antisemitisch is of 'alleen maar' antisemitisme portretteert. In het stuk passeren alle mogelijke negatieve stereotypes over Joden de revue, en eindigt Shylock met minder dan niets, en een eis zich tot het christendom te bekeren.

Dat Hogarth Press (de uitgeverij lanceerde in 2015 een fel geanticipeerde reeks Shakespeare-herschrijvingen met Het gat in de tijd van Jeanette Winterson, haar versie van The Winter's Tale) voor de Joods-Britse Howard Jacobson koos voor het hervertellen van het stuk, kwam voor weinigen als een verrassing. Hij schreef ooit een studie over Shakespeare, en zijn romans exploreren niet enkel alle mogelijke lagen van humor en ironie, maar ook veel van wat met Joods-zijn te maken heeft. In The Finkler Question, de roman waarvoor hij in 2010 de Bookerprize kreeg, stelt hij de vraag die ook in Shylock is mijn naam centraal staat: wat betekent het om Joods te zijn?

In de zoektocht naar antwoorden schenkt Jacobson Shylock een hedendaagse dubbelganger: Strulovitsj, een kunstverzamelaar uit Cheshire die zijn handen vol heeft aan een opstandige dochter, en enkel op Joodse tradities ha-mert als hij zo kan vermijden dat zijn dochter voortijdig aan het rollebollen gaat.

Resem knipogen

Strulovitsj schrikt niet wanneer hij Shakespeares Shylock op een kerkhof ontmoet (zijn moeder beweerde ooit Hitler aftershave te hebben zien kopen), en neemt hem mee naar huis, waar de geschiedenis zich, met een hele resem knipogen en aanpassingen, kan herhalen.

Centraal in Shakespeares stuk is het contract dat koopman Antonio in een vlaag van overmoedigheid ondertekent en waarin hij Shylock in ruil voor een lening zonder rente, een pond van zijn vlees be-looft indien hij zijn schuld niet kan inlossen. In Shylock is mijn naam verdwijnt het contract, maar blijft het pond vlees (spoiler: niet ter hoogte van het hart).

Niemand is Strulovitsj geld verschuldigd, maar hij voelt zich sowieso tekortgedaan. In de eerste plaats door zijn minderjarige dochter Beatrice, die het op een lopen zet met een breinloze tweederangsvoetballer die herhaaldelijk de nazigroet bracht. Maar ook door D'Anton (Antonio uit het origineel), de kunstminnende mannenliefhebber die hem niet wou steunen in het oprichten van een museum met Brits-Joodse kunst, en ook schuld treft in de 'match' tussen zijn dochter en de volslagen idioot met wie ze naar Venetië trok. 'De wrede Jood wil wraak.'

Het is slechts een van de stereotypes over Shylock die Jacobson met een satirisch zwaard ontleedt. Hij krijgt daarbij de hulp van Leah, Shylocks overleden vrouw. Het feit dat Jacobson ook haar een stem geeft, is misschien wel een van de mooiste dingen aan het boek: door Shylock Leah te schenken, zo gaf Jacobson zelf aan, wou hij een vergrootglas zetten op een fragment uit De koopman van Venetië dat Shylock menselijk maakt: het verdriet wanneer hij hoort dat zijn dochter de ring die zijn overleden vrouw hem schonk ingeruild heeft voor een aap.

Oppervlakkige tuttebel

Een goede hervertelling moet aan de muur blijven plakken als je ze ertegenaan gooit. Shylock is mijn naam blí´jft kleven, op een paar gekunstelde wendingen en overdreven pogingen grappig te zijn na, maar lijkt op het eerste gezicht te zullen moeten lossen in de herschrijving van Portia, die in het origineel grotendeels verantwoordelijk is voor de ondergang van Shylock. In Howardsons handen verwordt ze tot een oppervlakkige tuttebel die geschillen oplost via het internet en tv-shows, maar Howardson zou Howardson niet zijn als ook dat geen doel had gehad.

Ergens halverwege het boek klinkt het 'Heb je geen Roth op de plank staan?' 'Joseph, Cecil, Henry, Philip? Ik heb kasten vol Roth.' 'Philip kan er wel mee door.'

Het is een knipoog naar een interview waarin Jacobson ooit liet optekenen dat hij net zo goed de Joodse Jane Austen genoemd kon worden als de Engelse Philip Roth. Het maakt duidelijk wat hij vindt over labels en de oordelen die ze opdringen, en wil het nu net dat zijn waar het in de volledige receptiegeschiedenis van De koopman van Venetië om gaat.

Iedereen een beetje Shylock? Jacobson komt met veel, maar niet met eenduidige antwoorden. Zoals hij het zelf stelt: "Dodelijke twijfel is niet zo dodelijk als dodelijke zekerheid".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234