Zaterdag 19/06/2021

Iedereen Sherlock?

Vier romans en zesenvijftig korte verhalen: meer had Sir Conan Doyle (1859-1930) niet nodig om van Sherlock Holmes de beroemdste detective aller tijden te maken. In 'Mastermind' doet Maria Konnikova een poging om de denkmethodes van de speurneus in kaart te brengen. Christophe Vekeman

In liefst tweehonderd films heeft Sherlock Holmes tot nog toe de hoofdrol gespeeld, en veelbekeken televisieseries als Sherlock en het Amerikaanse Elementary bewijzen dat het gisse heerschap ook vandaag nog steeds tot de verbeelding spreekt.

Holmes is dan ook een man om van te houden. Vergelijk hem bijvoorbeeld maar eens met de op één na populairste detective ter wereld, Hercule Poirot, dat glibberige onderdeurtje met zijn lakschoentjes, zijn eivormige koppie en die snor waar hij maar niet van af kan blijven. De verschillen zijn legio, en spelen allemaal in het voordeel van Holmes.

Cocaïne en karate

Houdt de stramme Poirot van warme chocolademelk, dan heeft Holmes hetzij zijn pijp, hetzij een sigaret in de mond, wat hem echter niet belet te boksen, zwaardvechten en à volonté karatetrappen uit te delen als de beste. Speelt Hercules maag al lelijk op zodra hij één van zijn voetjes op het dek van een schip of in een vliegtuig zet, Sherlock geeft geen krimp wanneer hij - want honger scherpt de geest - in het vuur van zijn onderzoek gedurende dagen niet eet.

Aan lijntjes snuiven dan weer doet Holmes evenmin als Poirot. Getuige de eerste bladzijde van The Sign of the Four (1890) dient hij zich de cocaïne meer bepaald op aderlijke wijze toe, en dit met een frequentie die zijn 'pezige onderarm en pols' getooid heeft 'met ontelbare littekens en naaldprikken'.

Als hij wil nadenken annex zijn gedachten verzetten, neemt hij de koningin der muziekinstrumenten ter hand, te weten de viool, die hij prachtig weet te bespelen. Wat doet Poirot in onderhavig geval? Hij gaat godbetert kaartenhuizen bouwen.

Je hoeft heus geen Sherlock Holmes te zijn om uit de verregaand chaotische staat van Sherlock Holmes' appartement in Baker Street 221B af te leiden dat hij vrijgezel is. De eveneens ongetrouwde Poirot, echter, is zozeer gesteld op netheid en smetteloosheid dat je hem vanzelf van impotentie gaat verdenken. En nóg is hij zo ijdel, roemziek en tevreden met zichzelf dat je hem voortdurend klappen tegen zijn hoofd zou willen verkopen! Terwijl Holmes de eer van een succesvol afgerond onderzoek doorgaans even onterecht als graag naar Scotland Yard doorschuift om zelf zo anoniem als mogelijk te blijven.

Dood in het ravijn

Dat de grote Agatha Christie zelf een gloeiende hekel had aan haar onuitstaanbare creatuur, valt dan ook eenvoudig te begrijpen. Toch kreeg ook Doyle op een bepaald moment genoeg van zijn schepping: de arts en schrijver van historische romans, poëzie, toneel en non-fictie vond in 1893 dat hij zijn tijd aan betere dingen dan Sherlock Holmes kon besteden en liet hem dan ook tijdens een worsteling met aartsvijand professor Moriarty in het ravijn storten. Zó geliefd was Sherlock echter onder het lezerspubliek dat Doyle vervolgens de keuze niet had en wel onder de druk moest zwichten: in het verhaal The Adventure of the Empty House zou even later blijken dat de gewiekste speurder zijn eigen dood slechts in scène gezet had. Of hoe Sherlock Holmes zelfs de makers van Dallas lijkt te hebben beïnvloed.

Holmes versus dr. Watson

Welhaast even beroemd als Holmes is zijn goede vriend dokter Watson, die hun beider avonturen aan de lezer pleegt te verhalen en ons zodoende deelgenoot maakt van wat uiteraard, los van het bovenstaande, het meest kenmerkende aan Holmes is: zijn geniale vermogen om uit ogenschijnlijk onbetekenende details meer af te leiden dan een gewone sterveling voor mogelijk houdt. Toon iemand een horloge, en hij zal je zeggen hoe laat het is. Toon hetzelfde aan Holmes, en hij vertelt je alles over karakter, levensloop en wie weet zelfs toekomst van de eigenaar. Hoe doet hij dat?

Het is deze vraag die de Russisch-Amerikaanse Maria Konnikova in Mastermind - Denken als Sherlock Holmes tracht op te lossen, met grosso modo het volgende resultaat tot gevolg: Sherlock 'ziet' niet, nee, hij 'observeert', hij redeneert koel en bedachtzaam, zeker niet emotioneel, onthoudt alleen dingen die hij belangrijk vindt, is zich bewust van zijn vooroordelen, gebruikt al zijn zintuigen, bezit verbeeldingskracht, is niet overmoedig en rust - eigenschap van alle grote geesten - nooit op zijn lauweren. Hij doet niet aan 'multitasken', maar gaat integendeel 'mindful' door het leven én is voortdurend hogelijk 'gemotiveerd'.

Wilt u dit alles ook? Wilt u ook kijken en denken als Sherlock, "zodat ook jij straks dat aantal traptreden even terloops uit je mouw schudt en zo indruk maakt op je minder wakkere gezelschap"? Ja? Wel dan. "Dit boek biedt hulp", schrijft Konnikova in haar proloog, en eigenlijk weet je dan al dat de volgende vierhonderd bladzijden van wel heel goeden huize zullen moeten zijn om je eerste indruk van deze schijnbare cursus dwangneurose recht te kunnen trekken.

Schemering

Helaas, dat zijn ze niet. Toegegeven, Konnikova kent 'de canon', zoals het Holmesoeuvre door de fans genoemd wordt, duidelijk van naaldje tot draadje en toont afdoende het verschil aan tussen de denktrant van Watson (zijnde de gemiddelde mens) en Holmes (het nastrevenswaardige ideaal).

Ook legt zij een aantal boeiende linken tussen bepaalde gewoontes of methodes van Holmes en de resultaten van cognitief-psychologisch onderzoek. Als Holmes bijvoorbeeld dikwijls zozeer door een onderzoek in beslag wordt genomen dat hij niet meer weet welk weer het is, dan sluit dat naadloos aan bij de bevinding van Ulric Neisser dat je, bij schemering voor het raam zittend, nooit én je weerspiegeling én de buitenwereld kunt ontwaren, - ziedaar het principe van de selectiviteit van de geest.

Vaker echter trapt Konnikova open deuren in met een geweld dat aan het huiveringwekkende grenst, en met name het peptalktoontje dat zij bijna voortdurend hanteert brengt algauw grote vermoeidheid teweeg bij de lezer. "Leer om niet te twijfelen aan je eigen verbeeldingskracht", doceert de schrijfster, en: "Geloven dat je net zo creatief kunt zijn als ieder ander (...) is cruciaal." Want weet je, als "we denken dat we iets kunnen leren, leren we dat ook."

Deductiestrategieën

Andere 'hulp' die dit boek te bieden heeft bij het leren denken als Sherlock Holmes is de suggestie om een 'beslissingendagboek' bij te houden: "De processen bij het maken van een keuze, het nemen van een beslissing en het oplossen van een probleem noteren we op een vaste plek." Ga er maar aan staan.

Mocht Maria Konnikova zich hebben beperkt tot het schrijven van een gebald essay over de deductiestrategieën van Holmes en hun verbanden met de geesteswetenschap, het zou een schot in de roos zijn geweest. Nu zij wellicht haar commerciële ambities heeft laten primeren en haar materiaal verpakt heeft in de vorm van een wijdlopig en volkomen doelloos zelfhulpboek, wakkert zij slechts de zin aan om de boeken van Sir Conan Doyle nog eens ter hand te nemen. Wat al met al minder een kwaliteit is dan gewoon een prettig neveneffect.

Maria Konnikova, Mastermind - Denken als Sherlock Holmes, Atlas/Contact, 356 p., 24,95euro.

Lees ook:

Sir Arthur Conan Doyle, The Penguin Complete Sherlock Holmes, Penguin paperback, 23,95 euro. Geen Nederlandse vertalingen beschikbaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234