Donderdag 01/12/2022

Iedereen is verstekeling inFolkestone Road

'Het moest er ooit wel van komen, zo'n tragedie.' In de Britse havenstad Dover kijkt niemand op van het drama met 58 gestikte Chinezen. Wekelijks komen hier tientallen verstekelingen in vrachtwagens uit Frankrijk en België aan. Ze worden tijdelijk ondergebracht in de verpauperde Folkestone Road. Daar moeten ze zich opnieuw verbergen, voor het onbegrip.

'Hier, we zijn er. Stap uit. We zijn in Canada.' 'Dat kan niet', zei ik hem. 'We moesten veel langer op zee varen. Je liegt'. Hij sloeg ons met een stok, schreeuwde: 'Eruit!'. Toen stonden we daar op een parkeerterrein naast de autosnelweg. We keken naar voorbijrijdende vrachtwagens. Engelse opschriften hadden ze, maar ze reden links. Dit was Canada niet. Het was Engeland.

Aref (26), uit Iran, wordt nog steeds boos als hij over de mensensmokkelaars praat aan wie hij een fortuin betaalde voor de transatlantische overtocht. Zijn hoop op een nieuw leven in Noord-Amerika stortte vijf dagen geleden in toen de Turkse chauffeur hem in het Britse graafschap Kent dumpte. "Vijf minuten voelden mijn vriend en ik ons vrij. Daarna pikte een politiepatrouille ons op. We werden hier ondergebracht. Nu weet ik niet wat er zal gebeuren. Ze zeggen dat ik een advocaat moet nemen. Maar waarom? Ik wil naar Canada." De bebaarde economiestudent is één van de tientallen verstekelingen die wekelijks in Dover worden opgepakt. De immigratiedienst brengt ze tijdelijk onder in de pensionnetjes op Folkestone Road, waar we Aref ontmoeten als hij de tijd doodt door van op de trappen doelloos voor zich uit te staren.

Tijdens de voetbalmatch Engeland-Roemenië, die wat later begint, zijn achter de vervallen Victoriaanse gevels geen supporterskreten te horen. Alleen grijsgedraaide oosterse klaagliederen vormen een afleiding voor de vluchtelingen. Bijna allemaal kwamen ze in vrachtwagens aan als verstekeling, in eenzelfde benauwde laadruimte als die waarin maandag 58 gestikte Chinezen werden teruggevonden in de havendokken. De 'massamoord' heeft in de vluchtelingengemeenschap voor een schok gezorgd. "Onbegrijpelijk dat ze het met zoveel waagden", zegt Aref. "Het veilige maximum om in een laadruimte te kruipen is zes, hebben ze me gezegd."

Ze, dat zijn de mensensmokkelaars bij wie hij zich uitvoerig liet informeren over de illegale vluchtroutes naar het Westen nadat hij vanuit Iran naar Turkije was getrokken. In de havenstad Istanbul, de brug van oost naar west, wist hij de trafikanten gemakkelijk te vinden. "Het volstaat om je te informeren in hotels bij andere vluchtelingen om met ze in contact te komen. Ze werken via tussenpersonen, jongeren van een jaar of zestien. De organisatoren krijgen wij niet te zien."

Aref kreeg de keuze tussen een goedkope omweg en een rechtstreekse, duurdere route naar Calais. "De moeilijke route heb ik bewust afgewezen. Je moet met verschillende vrachtwagens door Bosnië, Kroatië, Slovenië naar Italië rijden, waar je de trein moet zien te nemen naar Frankrijk. Ook al betaal je slechts vierhonderd dollar per land, het eerste deel is levensgevaarlijk. Drie weken geleden zijn acht Iraniërs verdronken toen ze de rivier aan de Bosnisch-Kroatische grens probeerden over te steken." Voor de rechtstreekse route had de familie van Aref het ouderlijk huis over. Ze rekenen erop dat hij rijk zal worden.

"Ik moet voor de toekomst van de familie zorgen. Mijn vader had voor de rechtstreekse (illegale) reis naar Canada onze woning in Teheran verkocht voor tienduizend dollar", vertelt hij. "Om in een vrachtwagen van Istanbul naar Calais te rijden moest ik vijfduizend dollar betalen. Ik zat samen met twee anderen twee weken verborgen tussen balen katoen. De chauffeur bracht voedsel. We hoorden de politie de deuren openen voor controle, maar ze vonden ons niet. We waren voortdurend bang ontdekt te worden. Het was koud." De vluchtelingen van Folkestone Road kwamen bijna allemaal in Dover terecht via een tussenstop in Frankrijk of België. Een vriend van Aref vertelt hoe zijn oversteek van Calais naar Dover werd georganiseerd vanuit een vluchtelingenkamp van het Rode Kruis in Sangatte, waar op dat ogenblik vijfhonderd vluchtelingen verbleven. "Elke nacht werd de oversteek er georganiseerd door een twintigtal Irakese vluchtelingen die toonden hoe je op een parkeerterrein op een vrachtwagen kon klimmen die zou inschepen. Elke nacht slagen ze erin tot vijftig mensen te verbergen, zonder dat de chauffeurs het merken. Je moést ze duizend Duitse mark betalen", zegt hij. "Zo niet riskeerde je met stokken te worden geslagen. Zij controleerden wie zich verstopte aan boord van de vrachtwagens, niét de Franse politie. Frankrijk was ons liever kwijt dan rijk. Als ze ons oppakten, werden we uit de haven gezet, maar niet gearresteerd. Met een schouderklopje stuurden ze ons weg. 'Go tomorrow', vertelden ze dan. Ik heb wel twintig keer geprobeerd."

Bij aankomst kunnen vele verstekelingen hun geluk niet op, zoals de pas aangekomen Hamid Hafit (40), die zijn verfomfaaide groene kostuumjasje in de plooi trekt als hij ons begroet. "Ik ben een raïzanger uit Algerije. Waar is de televisie? Geef me een zaal en ik zal optreden, voor de ministers, voor iedereen. ça va bouger!", zegt hij vrolijk, zonder tijd te geven om aan zijn kunnen te twijfelen. Op de stoep van Guesthouse 85 begint hij prompt te zingen. Eerst trilt zijn stem, dan weergalmen Arabisch-Franse klanken door de grauwe buurt. "Eindelijk", zegt hij, "eindelijk is mijn moraal goed en kan ik onbezorgd over de liefde zingen. In Algerije mocht ik niet van de terroristen en de politie vernielde mijn installatie omdat ik geen vergunning had."

Hamid Hafit vluchtte via Spanje in een vrachtwagen vol sinaasappels - "ik had geen honger of dorst" - en bedankt uitvoerig zijn mensensmokkelaars. "Ze hebben me gered. Het is hun werk. Ze moeten ook hun kinderen te eten geven." Maar Hamid is de enige euforische verstekeling die we ontmoeten. Bij de meesten zit de angst voor mensensmokkelaars er diep in. De vluchtelingen die we erover aanspreken, kijken schichtig rond en spreken plots geen woord Engels meer. Alleen als ze horen wat met de onfortuinlijke Chinezen gebeurde, komen de tongen los.

"Let maar niet op hem", zegt Amin Mohammed, een 26-jarige Algerijn uit Beni Messous, meewarig over de zanger. "Hij heeft het nog niet gehoord. Weet je, ik heb gehuild toen ik het hoorde van de doden die ze gevonden hebben. C'est bête, mourir dans un camion de frigo. Ik beleefde mijn reis opnieuw." Amin vertelt hoe hij zich verstopte aan boord van een schip van Algiers naar Istanbul, waar hij door een société, zoals hij de trafikanten noemt, in een vrachtwagen werd verstopt voor tweeduizend Duitse mark, al zijn spaarcenten. "Met vijf werden we zonder eten tussen een lading chocoladecake verstopt. De honger moesten we maar stillen met de lading, zegden ze. Eerst vonden we het niet erg. Maar van de cake kregen we buikpijn en vooral dorst! We hadden onvoldoende drank bij om gezond te blijven. Onze reis duurde meer dan acht dagen. Toen ik hier wist uit te stappen op een parkeerterrein was ik even het noorden kwijt, maar ik ben nog altijd liever hier dan in Algerije."

Een Tamil-vluchteling uit Sri Lanka had minder geluk. Hij huivert als hij stilletjes vertelt dat wat met de Chinezen gebeurde hem niet heeft verwonderd. Net zoals de slachtoffers werd hij met een grote groep vluchtelingen door de triades uit het Verre Oosten versluisd via de Russische hoofdstad Moskou, waar de mensenhandel in handen is van de maffia. "Ik ben doodziek hier aangekomen. We hebben veel geleden", zegt hij. "In Sri Lanka wordt onze bevolkingsgroep onderdrukt. Ik had mijn huis verkocht en gaf alles uit om te kunnen vluchten. Ik vertrok afgelopen april per vliegtuig uit de Sri Lankaanse hoofdstad Colombo naar Moskou, waar de agents me opwachtten. Ik dacht opnieuw een vliegtuig te kunnen nemen. Maar ik werd opgesloten in een soort garage samen met vijf andere Tamils. De agents kwamen alleen maar 's nachts. Ze zaten in de drankhandel, waren dikwijls dronken en sloegen ons. Pas na twee weken kwamen ze ons halen. We werden eind april in een vrachtwagen gezet, samen met twee Chinezen en één Afghaan. We zaten met negen mensen in een smalle ruimte tussen twee containers in. We doorkruisten vele landen. Ik weet niet welke."

De vluchteling, een 52-jarige ingenieur die uit angst zijn naam niet wou geven, werd ziek door gebrek aan water en voedsel, door het schudden van de vrachtwagen en het klimaatverschil. "In Moskou was het zeer koud. Later werd het zeer warm. We moesten altijd dezelfde kledij dragen, onze behoefte ophouden en wachten om ons wat te wassen tot we rust kregen. Af en toe moesten we twee dagen en nachten wachten op een nieuwe trekker in een donkere kamer, dan vertrokken we weer. Het wisselen van trekker gebeurde 's nachts op een verlaten plek, meestal in een bos. Ik had angst in mijn hart. Zou ik blijven leven? Wat zouden ze met me doen? De agents behandelden ons zeer hard. Ze vertelden ons dat wie niet luisterde of een gebrek had zou worden vastgebonden aan een boom en achtergelaten. We praatten niet met elkaar uit angst ontdekt te worden en probeerden zoveel mogelijk te slapen. Constant vroeg ik me af waar we asiel zouden kunnen vragen. Uiteindelijk hebben ze ons hier in Dover op 10 juni ontdekt. Ik ben uit de vrachtwagen gedragen, want ik was volledig uitgeput."

Een mapje onder de arm is nu zijn enige bezit. Het zijn de papieren die hij heeft gekregen om zijn asielaanvraag in te dienen. Folkestone Road is zijn tijdelijke halte voor hij in een andere gemeente in het land wordt ondergebracht, hebben ze hem gezegd. Maar de Iraakse Koerd Ali (23) waarschuwt de pas aangekomenen voor te veel illusies. Drieduizend dollar armer kwam hij na een reis met een truck uit Istanbul een jaar geleden in het Amsterdam House terecht. Daar wacht hij nog steeds op het recht om te werken terwijl zijn asielaanvraag in behandeling is. "Ik hou van Groot-Brittannië, maar in Dover wil ik niet langer blijven", zegt hij. "De mensen roepen fuck off naar me."

De klusjesman van Guesthouse 85, waar onze muffe kamer vijftien pond kost, verbergt zijn ongenoegen niet over de vluchtelingen die hier door de dienst worden ondergebracht. "Dover is de toiletpot van Engeland. Folkestone Road is de toiletpot van Dover", snuift hij. "Niets dan problemen heb je met ze. Sinds ze hier worden gelogeerd is de waarde van mijn huis, hier wat verderop, gedaald van zestigduizend naar vijfenveertigduizend pond. Individueel heb ik niets tegen ze, maar door ze te concentreren zoek je problemen. De regering zegt nu wel ze te zullen verspreiden, maar daar hebben wij hier nog niets van gemerkt." Wat verder draait de 'Dover Tour'-bus naar rechts, net voor ze Folkestone Road aandoet. Het stadsbestuur heeft liever niet dat de vluchtelingen door toeristen worden opgemerkt.

Het is bedekte vreemdelingenhaat die Bill Havens (39), uitbater van een guesthouse in Folkestone Road, van kwaad naar erger zag evolueren. "Het resultaat van politici die het slechte voorbeeld gaven, denk ik", zegt hij. "In de week nadat de conservatieve oppositieleider William Hague hier verklaringen aflegde tegen asielzoekers zijn in onze straat vier racistische aanvallen geweest. Drie van de vier vluchtelingen kwamen in het hospitaal terecht. Sinds Hague de recente lokale verkiezingen won met de roep om een strenger asielbeleid loopt de Labour-regering hem achterna. Vluchtelingen worden opgejaagd. Wat met de Chinezen gebeurde, was een tragedy waiting to happen. Ze grijpen naar steeds wanhopiger middelen om binnen te komen omdat wij ze steeds wanhopiger proberen buiten te houden."

Jill Casebourne van het Kent Refugee Action Network, een vrijwilligersorganisatie voor vluchtelingen, stelt het nog scherper. "Zolang we asielzoekers als dieren blijven behandelen zullen deze drama's gebeuren. Het zat eraan te komen. Een paar maanden geleden is een man in de dokken door een vrachtwagen overreden toen hij er probeerde uit te klimmen. Hij was bang gepakt te worden." We treffen Casebourne in een achterkamertje van Folkestone Road. Ze is een local, maar uit angst voor racistische represailles een verstekeling geworden onder de verstekelingen van haar eigen straat. Toch vraagt ze begrip voor de houding van de Doverse bevolking.

"Dover is een stad die de neiging heeft in het verleden te leven. In tegenstelling tot de meeste havensteden hebben we nooit etnische minderheden gekend. Tot twintig jaar terug bloeide het toerisme, maar nu gaat iedereen met het vliegtuig op reis naar zonniger oorden. Twintig mijl verder begint in Margate een development area van de Europese Unie, een ontwikkelingsgebied. Op de havens van Dover en Ramsgate en de Pfizer-fabriek van de Viagra-pil na is hier nauwelijks industrie sinds de mijnsluitingen van de jaren tachtig. Onderschat ook de impact niet van de ramp met de Herald of Free Enterprise, de ferry die in 1987 zonk in Zeebrugge. De bemanning en veel slachtoffers kwamen van hier. Kent heeft zich de laatste jaren in zijn leed ondergedompeld. Het kan de problemen van vluchtelingen niet aan."

De reden waarom mensensmokkelaars politieke en economische vluchtelingen dan toch naar Groot-Brittannië versluizen, heeft te maken met de goedkope arbeidskrachten die in de industrie van het binnenland in het zwart aan het werk kunnen. "Drie jaar geleden werd daar zelfs op de Slowaakse televisie reclame voor gemaakt. Ze toonden videobeelden van ons kasteel en de pensionnetjes van Folkestone Road. Een week later bood de eerste bus Roma-vluchtelingen zich spontaan aan per ferry. Hoe meer vluchtelingen er kwamen, hoe hysterischer de overheid reageerde. De deuren gingen dicht, dus komen ze nu door het raam."

Casebourne zegt te beseffen dat acht landen uit de Europese Unie meer asielzoekers opvangen dan Groot-Brittannië, maar verwijt ze het slechte voorbeeld te geven, België voorop. "Ik werkte in de jaren zestig als tolk voor pater Dominique Pire, een Belg die in 1958 de Nobelprijs kreeg voor zijn vluchtelingenwerk na de Tweede Wereldoorlog. De brave man zou zich nu omdraaien in zijn graf. Het fenomeen van gesloten instellingen is van het continent overgewaaid. Onlangs begon ook Kent bij wijze van ontmoediging vluchtelingen op te sluiten. Het resultaat? Nog meer vluchtelingen kozen om als verstekeling het land binnen te komen, want in het binnenland blijft er een markt voor goedkope arbeid. Drie weken geleden kwam een vissersbootje vol Chinezen aan op de pier van het nabijgelegen kustdorp Deal. Het tragische vervolg kent u."

In de haven van Dover treffen we Aref opnieuw aan. Hij is op weg naar het kantoortje van de Migrant Helpline. De organisatie die in opdracht van de overheid de dossiers van de vluchtelingen bijhoudt, zit, ook al, weggestopt in een gesloten kamer boven de aankomsthal, naast het dok waar de Chinese slachtoffers werden aangetroffen.

Elke dag stappen de bewoners van Folkestone Road hiernaartoe met hun mapjes. Ze komen luisteren of er schot zit in hun asielprocedure. De overwerkte bedienden hebben spreekverbod gekregen. Ze zeggen geschokt te zijn door wat gebeurde maar de handen vol te hebben met nieuwe vluchtelingen. Aref krijgt te horen hoe hij een pro-Deoadvocaat kan vinden. "Ik heb te weinig geld", zegt hij meteen. "Hier krijgen we alleen maar voedselbonnen. Ik spaar om te telefoneren naar huis. Ik wil mijn vader zeggen dat het goed gaat, dat ik op weg ben naar Canada."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234