Woensdag 23/09/2020

'Iedereen is mysterieus'

Violet is een tedere film. Met veel stiltes, maar ook spectaculaire actie en intrigerende acteurs. De eerste langspeler van Bas Devos werd al op meer dan veertig festivals wereldwijd getoond, en start met een gevulde prijzenkast aan een Belgische bioscoopcarrière.

Jesse, het jonge hoofdpersonage, ziet zijn beste vriend voor zijn ogen vermoord worden, en lijkt vervolgens zelf weg te drijven van de wereld. Het waas waarin hij terecht komt, slorpt je ook als kijker op. Je weet niet wat je ziet. Maar je voelt het wel.

Bas Devos: "Ik heb al gemerkt dat Violet zich niet goed laat samenvatten in een pitch, omdat je heel snel denkt dat het een andere film is dan het eigenlijk is. Het begin is traumatiserend, een heel heftige opening. In de rest van de film krijgen we de hele nasleep van die fatale gebeurtenis: de impact die het allemaal heeft op Jesse, hoe hij langzaam geïsoleerd geraakt van zijn ouders en zijn vrienden. Het is geen whodunit, geen politiefilm. Het gaat echt om dat heel langzame proces van rouwen, van zoeken naar troost. De camera probeert overal te zoeken naar betekenis, in hem en in zijn omgeving."

Nicolas Karakatsanis, de beroemde director of photography van de film, vond het vreemd om zichzelf te horen zeggen dat het een visuele film was. Omdat uiteraard alle films visueel zijn.

"Het grote verschil is dat de cinematografie, de vorm, hier ook een deel van de inhoud wordt. De film is veel meer dan een reeks mooie beelden. Iedereen kan mooie beelden maken. Maar de kracht van Nicolas, denk ik, is dat die mooie beelden echt iets vertellen. Met een kleine, bescheiden ingreep in een beeld voegt hij iets toe aan wat er in dat beeld gebeurt. En dat is wat ik aan hem zo apprecieer en wat vaak vergeten wordt: een cameraman is geen mooiebeeldenmaker. Hij is een verteller, iemand die me helpt om het verhaal op te bouwen. De vraag hoe we kijken, is ook een soort thema in de film: hoe kijken we naar beeld? Hoe kijken we naar elkaar? Dus ja, het zit gewoon een beetje in het DNA van deze film."

Over elk beeld is nagedacht, maar ook over iedere zucht, over het geratel van de fietskettingen, het ritselen van de fietsspaken, over ieder geluidje dat je hoort.

"We zijn bezig met audiovisuele kunst. Beeld is belangrijk, maar geluid is dat evenzeer. En buiten een concertfragment - waar dan ook nog met de klank gespeeld wordt - gebruik ik geen muziek in de film, dus was er ruimte om met het geluid aan de slag te gaan. Ik heb met een sounddesigner gewerkt, Boris Debackere, een fantastische kerel die uit de videokunst komt en eigenlijk nog nooit een fictiefilm had gedaan. Het was voor ons beiden een sprong in het duister. Heel langzaam zijn we een klankwereld gaan uitbouwen, die probeert het subjectieve van horen naar het scherm te vertalen. Het gebeurt soms dat je in een gesprek niet meer hoort wat de ander zegt, maar dat je alleen nog bezig bent met de omgevingsklanken. Er zit veel stilte in de film. Wat er ook toe bijdraagt dat, als je er voor openstaat, je als kijker de tijd hebt om tot jezelf te komen. Soms mis ik in een film wel eens de tijd om op adem te komen. Deze film heeft wel van die adempauzes. Ik wou een film die heel langzaam onder je huid kruipt. Ik wou je op een andere manier raken dan een meer conventionele vertelling. Bij het verlaten van de zaal kun je niet meteen een emotionele climax aanduiden. Als de film met je doet waar ik op hoop, dan ben je geraakt zonder dat je precies weet hoe het gebeurd is. Omdat het voor mij in het leven ook zo is. Ik word vaak geraakt door dingen die ik niet kan benoemen. Herinneringen aan pakkende momenten zijn letterlijk soms flou.

Veel films willen ons laten geloven dat alles en iedereen heel leesbaar is, niet?

"Er moet voor alles een uitleg zijn en alles moet goed te snappen zijn. En soms hoort dat ook zo, soms wil ik in een verhaal ook snappen wat die mens echt voelt. Want net zoals zoveel kijkers wil ik ook meegesleept worden. Deze film vertrok vanuit een andere gedachte: dat je maar tot op een bepaald punt bij iemand binnen kunt geraken. Er is een onzichtbare grens waar je niet voorbij kunt. In iedereen zit een mysterie. En dat is iets heel existentieels. Het komt er op neer dat we allemaal alleen zijn. Er is een deel van jou dat je nooit met een ander gedeeld krijgt. Als je intens verdrietig bent, dan kan er vaak niemand tot je doordringen. En dat, denk ik, wou deze film tonen. Het is helemaal niet de bedoeling om me daarmee af te zetten tegen een cinema die veel psychologischer werkt. Ik hou van het mysterie van mensen, van hoe de buitenkant soms meer vertelt dan de binnenkant. Vaak word ik ontroerd door iemand aan een tafel te zien zitten en de manier waarop hij zich gedraagt. Dat zijn dingen die mij raken. Ik weet niet waarom.

"Er gebeurt iets heel heftigs in het begin van de film, maar het vervolg is heel onspectaculair. Verdriet kan je soms niet simpelweg van je afschudden. Een moord die de media haalt, wordt meteen iets publieks. Terwijl verdriet iets heel privé is. Als je verdrietig bent, vertoef je in een verhoogde staat van zijn. Je bent zo alert, zo gevoelig. Alles ligt aan de oppervlakte en toch zit je in een afgesloten wereld. Daar zit een mysterie in.

"Verdriet is een thema dat me al lang bezighoudt. Omdat het een staat van zijn is die veel vertelt over hoe mensen zijn en voor elkaar zijn, naar elkaar kijken en elkaar proberen te troosten. Je neemt eigenlijk je hele leven afscheid van dingen. Van grote en kleine dingen: een job, een appartement, een lief... Groot en klein verdriet , het is gewoon deel van het leven. Het is niets angstaanjagends. Mensen hebben de veerkracht om iedere keer gewoon door te gaan. Toen ik begon te schrijven, waren er opeens verschillende voorvallen van jonge mensen die om schijnbaar zinloze redenen slaags met elkaar raakten of elkaar neerstaken. Daar wilde ik iets mee doen. Vertellen vanuit het perspectief van zo'n jonge kerel. Verdriet en rouw is niet iets dat enkel voorkomt bij zonen van 50 die hun vaders van 90 begraven, het bestaat ook bij jonge mensen.

"Ik kan goed begrijpen dat sommige mensen daar geen boodschap aan hebben, dat ze niet zullen zien wat ik wil zeggen. Maar ik geloof ook dat heel veel mensen dat gevoel wel zullen herkennen. Bij zichzelf of bij hun eigen kinderen. Ik heb er geen moeite mee als mensen zich niet aangesproken voelen door mijn film. Dat is oké. Er zijn gewoon zoveel manieren om iets te vertellen."

Die andere manier, die jij hier uitprobeert, blijkt heel veel mensen aan te spreken. Je werkt met acteurs die we kennen uit het theater, uit de muziekwereld, maar die we zelden in films zien. Hun naturel is ongezien in Vlaamse films.

"Het zal wel melig klinken, maar ik werk gewoon graag met mensen die ik graag zie. Letterlijk: mensen naar wie ik graag kijk, hoe ze bewegen, hoe ze zich gedragen, hoe ze een ruimte vervormen als ze er in staan. Maar ook figuurlijk: ik werk graag met vrienden, mensen die ik van nature vertrouw. En dat zijn ook mensen van wie ik veronderstel dat ze mij vertrouwen. Als je elkaar vertrouwt, dan kan bij wijze van spreken alles. Dan durft iemand voor een camera te gaan staan, gewoon te zijn. Dus een aantal van die mensen zijn letterlijk goeie vrienden uit het dagdagelijkse leven. Mira Helmer, die de mama speelt, en Jeroen Vander Ven, de oudere BMX'er. César De Sutter, die de hoofdrol speelt, ken ik al sinds hij acht jaar oud was. Ik heb toen ooit een kortfilm met hem gemaakt. Hij was toen een heel schattig jongetje met een carrékapsel. En Raf Walschaerts, dat was iemand naar wie ik graag keek, die ik graag zag, graag bezig zag en ik wou gewoon even checken: zou dat ook iemand zijn met wie het zou klikken? En dat bleek ook het geval. Tot mijn grote vreugde. Dat is iemand die lef heeft, die durft."

En er zitten nog durvers in de film. De BMX-ers die we door de lucht zien zoeven, zorgen voor een adembenemend actie-intermezzo en een ongewoon luchtballet.

"Alles speelt zich af tegen de achtergrond van Jesses subcultuur. Ik heb zelf als jonge gast wat ge-BMX't maar ik was heel slecht. Dus ik ben daar gelukkig op tijd mee gestopt, maar voor de film heb ik me weer helemaal in dat milieu ondergedompeld. Ik ben echt veel naar BMX-parken en wedstrijden gegaan en heb ook veel van die jongens ontmoet. Ik ga niet zeggen dat het stuk voor stuk Jesses waren, maar het waren wel allemaal jongens van wie ik dacht: hé, wat ik heb geschreven is echt niet zo ver weg van hoe die gasten zijn en denken.

"Dat BMX'en is inderdaad een visueel spektakel. Die mannen hebben ongelooflijk veel lef. Het is echt indrukwekkend hoe ze zich soms vijf, zes meter de lucht ingooien en dan gewoon hopen dat ze goed landen. Want er is geen vangnet. Ze hebben misschien eens een helm op hun hoofd, maar de meesten vinden dat dan nog vervelend. Die BMX-beelden vormden voor mij een heel mooi contrast met wat er in die film gebeurt: de realiteit die Jesse naar beneden trekt en hem letterlijk op de de grond houdt en daar tegenover dat ontsnappen, dat letterlijke vliegen. Dat contrast had ik nodig en vond ik heel schoon: het stagneren van zijn leven, aan de ene kant, en aan de andere kant dat vloeiende, dat vrije van het BMX'en."

Raf Walschaerts en César De Sutter in Violet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234