Zaterdag 21/05/2022

Iedereen is een nieuwkomer

'Wij zitten in de luierfase van de multiculturele samenleving, en ja, elke luier stinkt'

Jan de ZutterHans Wilschut over het avontuur van de integratie

Terwijl in ons land het parlement debatteert over het asielbeleid, en de kerken hun deuren hebben geopend voor vluchtelingen zonder papieren, doet een Nederlands stel verwoede pogingen om migratie, vluchtelingenproblematiek en integratie door een heel andere bril te bekijken. Migratie is een symptoom van een snel veranderende maatschappij, waarin alle zekerheden verdwijnen. Zowel migranten als 'gevestigde' Nederlanders of Vlamingen worden met die warrige nieuwe wereld geconfronteerd. 'Integreren', zeggen Marlie Hollands en Hans Wilschut, 'doen we dus allemaal.'

Zoals elke morgen groet buurman Mokhtari me beleefd. In het Frans, want het Nederlands is hij niet machtig. Maar ook Frans, zo bleek toen ik de eerste keer met hem een praatje maakte, spreekt hij nagenoeg niet. Als ik later op de trein richting Amsterdam door het boek Integratie als avontuur van sociologe Marlie Hollands blader, moet ik opnieuw aan Mokhtari denken. Voor buitenlanders is het Nederlands "aanvankelijk niet meer dan één groot lawaai", schrijft ze, "maar gaandeweg groeit daaruit een melodietje."

Hollands is wetenschappelijk medewerkster aan de universiteit van Amsterdam. Ze schreef twee boeken over vluchtelingen die have en goed achterlieten in de hoop hier tijdelijk of voorgoed onderdak te vinden. Als het wat meezit, kunnen ze blijven, maar we verwachten van hen vooral dat ze zich zo snel mogelijk integreren. Integratie is het toverwoord, het sine qua non op de politieke agenda als het over migranten, vluchtelingen of asielzoekers gaat. Hoe langer Hollands met vluchtelingen werkte, hoe meer ze ervan overtuigd raakte dat de eis dat alleen migranten moeten integreren onzin is. Het begrip integratie wekt de valse indruk dat migranten terecht zouden komen in een homogene samenleving, waarin je kunt integreren. Het kenmerk van onze samenleving is nu juist dat elke homogeniteit zoek is, dat niemand nog precies weet welke waarden, normen of leefregels gehanteerd moeten worden.

"We kunnen pas echt invulling geven aan een samenleving die recht doet aan haar diverse samenstelling wanneer we tot uitgangspunt nemen dat iedereen moet integreren, hier geboren Nederlanders net zo goed als migranten en vluchtelingen", schrijft Hollands. Daarom werkt ze nu aan een proefschrift over de integratie van Nederlanders in een veranderend Nederland. Want ook Nederlanders, Duitsers, Fransen en Vlamingen zien zich voor de opgave geplaatst hun weg te vinden in een radicaal nieuwe samenleving, waarin multiculturaliteit maar één facet is.

Als ik op de trein de meneer aanspreek die de koffiewagen duwt - en ontegensprekelijk buitenlandse trekken vertoont -, denk ik opnieuw aan buurman Mokhtari en het taalprobleem. Wij verwachten van migranten en vluchtelingen dat ze onze taal leren, al was het maar om communicatie mogelijk te maken. Maar de taal van het gastland leren draait om meer dan communicatie. De taal, citeert Hollands de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, vormt het zelfbeeld van de mens. Het begint al bij de geboorte, als we door onze ouders naar een astronaut, een schrijver of een militante feministe worden vernoemd. De werkelijkheid, ook ons zelfbeeld, krijgt vorm door de taal. Migranten en vluchtelingen zijn het betekenisverlenende systeem kwijt van de taal waarin ze zijn opgegroeid. Het aanleren van een nieuwe taal wordt dan ook vaak ervaren als een tweede socialisatie.

Ook Nederlandse en Vlaamse dialectsprekers ervaren - zij het minder drastisch - hulpeloosheid en soms vervreemding als ze terechtkomen in een andere dialectgroep dan de hunne of, erger nog, als ze bij AN-sprekers belanden. Marie Hollands werd zelf opgevoed in het Limburgs, haar 'dichtbijtaal'. "In Amsterdam ben ik het Nederlands - de 'verwegtaal' - gaan spreken in alle situaties, zowel formele als informele. Dat was aanvankelijk verwarrend omdat ik het Nederlands associeerde met afstandelijkheid. Ik had het gevoel alsof ik permanent op school zat, alsof ik niet helemaal mezelf kon zijn." Ook in ons land heeft het generaties geduurd om de Vlamingen uit te leggen dat het AN hun taal was. Van buurman Mokhtari verwachten we dat hij dat op een jaartje inziet.

In Amsterdam ontmoet ik Hans Wilschut, de levensgezel van Marlie Hollands. Samen met een aantal vrienden hebben ze de stichting 'Integratie als avontuur' opgericht. De stichting wil het idee promoten dat we met z'n allen aan het integreren zijn. Het piepkleine appartement van het paar ligt in de Staatsliedenbuurt, een oude krakerswijk die zich tegen de Jordaan aanschurkt. De buurt is in een tiental jaar tijd veranderd van een 'witte' arbeidersbuurt in eentje waar de halve wereld door elkaar heen loopt. Het is hier dat Hollands en Wilschut elkaar hebben ontmoet en waar ook hun eerste contacten met vluchtelingen plaatsvonden.

Wilschut ziet zichzelf als een voorbeeld van de Nederlander die verplicht was zich te integreren in de nieuwe maatschappij. "Mijn vader heeft zijn leven geleid vanuit het besef dat hij wist wat er zou komen. Hij heeft mij voorbereid op een wereld die hij niet kon kennen. De huidige maatschappij is als een schilderij waarvan alle kleuren door elkaar lopen en we kunnen het eindresultaat niet voorspellen. De zekerheden die onze ouders hadden, zijn allemaal weg. Generaties lang lag het voor de hand dat je kind de naam van de vader zou krijgen, maar sinds kort kun je in Nederland ook voor de naam van de moeder opteren. Over elk detail moeten we nu bewust keuzen maken."

De laat-moderne tijd laat 'geen andere keuze dan te kiezen', zegt de Britse socioloog Anthony Giddens. Giddens spreekt over disembedding mechanisms, mechanismen die bestaande sociale relaties openbreken en uit hun bedding duwen. Dat zorgt voor onzekerheid, angst en vervreemding, maar het biedt ook kansen op heel nieuwe relaties. Wilschut noemt die nieuwe kansen een avontuur. De confrontatie met vreemdelingen en vluchtelingen maakt deel uit van dat avontuur. "Het vluchtelingenvraagstuk wordt door de politiek benaderd als een beheersprobleem. Politici die de samenleving willen beheersen, delen mensen al snel in hokjes in. Ze maken categorieën zoals politieke vluchtelingen, economische vluchtelingen, asielzoekers. Ik ontken niet dat een overheid een zekere beheersfunctie moet hebben, maar als je je daartoe beperkt, loop je van incident naar incident. Je holt hijgend de realiteit achterna.

"Overheden moeten ook durven vooruit te kijken. Te veel beheersing vertroebelt de blik op de toekomst. Vooruitkijken is in de eerste plaats de juiste vraag stellen. Niet: hoe houden we ze buiten? - dat is beheersing - maar: waarom vluchten deze mensen en hoe kunnen wij dat helpen te voorkomen? Het tegengaan van migratie is tot mislukken gedoemd. Het is bovendien in ons eigen belang dat we openstaan voor het contact met migranten en vluchtelingen. Daarmee stellen we ons in op een samenleving die multicultureel wordt. Want dat gebeurt gewoon, of we het leuk vinden of niet. Het help ons ook in de handelscontacten met de herkomstlanden van die vluchtelingen. Wat een ervaring hebben zij niet met de gebruiken en gewoonten in die landen, ervaringen die wij kunnen gebruiken."

Waarom we zo moeilijk doen over migranten en vluchtelingen heeft volgens Wilschut ook te maken met het gegeven van nationale staten. Daardoor denken we in termen van mensen die bij de nationale gemeenschap horen en mensen die daar niet bij horen. "Nationale gemeenschappen zijn constructies van de geest. Het zijn arbitraire afbakeningen die alleen werken als je de inwoners een identiteit kunt geven. Dat hebben de nationale staten in het verleden gedaan met een vlag, een volkslied, een munt, symbolen die nu veel van hun betekenis hebben verloren. Wat kunnen wij een buitenlander bijbrengen door te vertellen over Oranje, het Wilhelmus of de gulden, behalve dat dat onze geschiedenis is?

"Nationale staten halen hun identiteit uit het zich afzetten tegen andere nationale staten. Wij zijn Nederlanders omdat we geen Belgen of Duitsers zijn. Wij zijn anders dan jullie. Als vreemdelingen hier binnenkomen, tast dat de nationale identiteit aan."

Daarom 'nationaliseren' politici graag buitenlanders. Het betoog dat wie hier wil stemmen onze nationaliteit maar moet aannemen, behoort tot die oude nationalistische reflex. "Maar wat zijn grenzen nog in een wereld van vliegtuigen, Internet en een internationale economie?"

De aangekondigde dood van de nationale staten is slechts één element van de veranderende wereld. Wilschut vergelijkt ons tijdsgewricht met de overgang tussen de Middeleeuwen en de Renaissance, waarin ook alles op de helling kwam te staan. Een vergelijkbaar proces maken we nu in zekere zin ook mee. Traditionele zekerheden zijn vervangen door de twijfel en elke vorm van weten is nog slechts een hypothese, een stelling die openstaat voor herziening of verwerping. De klassieke gezinsstructuur die onze grootouders kenden, is in sneltreinvaart vervangen door het kerngezin en nu zelfs door eenoudergezinnen. De zekerheden van het traditionele geloof, het christendom, zijn vervangen door een onoverzichtelijke keuze op de zingevingsmarkt. De grote ideologieën zijn door hun lemen benen gezakt.

"Mijn vader stak nog met een gerust hart zijn spade in de grond. Als ik hetzelfde doe, komt er gif uit de grond", zegt Wilschut. "Mij pa had nooit van gif gehoord. Dat is wezenlijk. Mijn wereld is niet meer die van vader. Ik kom uit een burgerlijk gezin, waar het vanzelfsprekend was dat de zoon zou gaan studeren. Maar ik wist niet wat. Tot de buurman zei: waarom ga je niet iets anders doen? Het besef dat ik een keuze had, was beangstigend maar ook spannend.

"Ik ben uiteindelijk werkster geworden. Ik stofzuig en doe de vaat voor bejaarden in de thuiszorg. De eerste keer dat ik op mijn knieën de vloer zat te schrobben en ik de oude bewoonster naar mij zag staren, dacht ik: hé, dit klopt niet. Ik hoor hier niet te dweilen. Je zag haar hetzelfde denken: hier zit een vent voor mij op zijn knieën. Ik heb me moeten integreren in een traditioneel vrouwenberoep. Dat was confronterend, want ik moest allerlei oude verwachtingen loslaten. Nu vind ik het heel leuk om oude mensen te verzorgen. En het houdt je nog fit ook."

Onzekere tijden, wankelende waarden en normen vormen een explosieve cocktail. "In de overgang van de Middeleeuwen naar de Renaissance verdween ook de alles regelende God van het toneel. En net op dat moment zie je de mensen zich vastklampen aan het geloof. Precies dan gaan katholieken en protestanten elkaar de kop inslaan. Wij maken hetzelfde mee. Nu de nationale staten betekenis verliezen, slaan Serviërs en Albanezen elkaar de kop in."

Wilschut ziet ook in de opkomst van uiterst rechts een reactie op de veranderende tijd. "Extreem rechts past in het kader van de bijna kinderlijke behoefte aan zekerheid. De realiteit is dat er nu eenmaal veel onzekerheden zijn. Xenofobie is in essentie de angst voor jezelf, het niet kunnen accepteren dat je wereld verandert. Als we eerlijk zijn, moeten we toegegeven dat we daar zelf moeite mee hebben. Het is ons eigen probleem, maar het is zoveel makkelijker dat probleem te projecteren op de ander. Dat is wat rechts doet: weigeren de veranderende wereld onder ogen te zien, en de pijn en de moeilijkheden die ermee gepaard gaan projecteren op de ander. Het is een bekend psychologisch mechanisme.

"Wij zitten in de luierfase van de multiculturele samenleving, en ja, elke luier stinkt. Je kunt dat oplossen door de luier te vervangen of je kind ergens te vondeling te leggen. Het wegsturen van migranten is opteren voor dat laatste. Het is geen oplossing, want je angst voor de veranderende wereld gaat er niet mee weg. Je vermijdt enkel één symptoom. De lui die alle migranten op een vliegtuig willen zetten, zullen hun angst daarna op iets anders moeten projecteren. Op homo's, op mensen met lang haar... Het vermijden van de veranderende wereld is weigeren te groeien, weigeren te ontwikkelen. Pas als we erkennen dat deze wereld verandert, zijn we rijp voor de ontmoeting met 'vreemdelingen'. Want zij zitten met precies hetzelfde probleem en misschien kunnen we van elkaar leren. Ik zie migratie en integratie dus niet zozeer als een probleem, maar als een kans, een mogelijkheid, een avontuur. En essentieel aan elk avontuur is dat je nooit weet hoe het zal aflopen."

Wilschut blijft stoïcijns kalm bij de roep om oplossingen. "Het is een illusie om onmiddellijke oplossingen te willen. Het voor mij duidelijk dat we in de toekomst af moeten van de tegenstellingen tussen rijk en arm in de wereld. Als je de stroom vluchtelingen echt wilt temperen, dan is dat een voorwaarde. Als de negentiende-eeuwse fabrieksbazen hun arbeiders stilaan beter zijn gaan betalen, deden ze dat uit eigenbelang. Wij zullen ook uit eigenbelang de rijkdommen moeten herverdelen. Nu lijkt dat een utopie, maar allicht zou de welvaart die westerse arbeiders nu genieten, Marx ook als een utopie in de oren hebben geklonken.

"Ik geloof ook dat we ons democratisch model moeten herzien. De democratie ontstond in Griekenland op de publieke fora, waar vooral rijke mannen, die thuis het werk door slaven konden laten doen, de tijd hadden ommet elkaar in discussie te treden. Slavernij was de keerzijde van dat soort democratie. En we staan nog geen stap verder. Onze democratische staten overleven dankzij het 'slavenwerk' in derdewereldlanden. De vraag is: zijn we in staat een democratie te ontwikkelen waarin 'slavernij' niet meer nodig is? En hoe kunnen we een politiek voeren waarin we de mensen voorbereiden op wat gaat komen?

"Nu bestaat het systeem uit partijbonzen die zo lang mogelijk op hun stoel willen blijven zitten en wij mogen elke vier jaar eens stemmen. Dat is vernederend. We moeten daar een punt achter zetten. Politici mopperen dat de partijen leeglopen, welaan dan: doe er eens iets verrassends mee. Als Stichting stellen we ons de vraag: hoe worden de mensen weer deelnemers in plaats van toeschouwers in het politieke debat? Wij stellen dat in een multiculturele maatschappij iedereen een nieuwkomer is. We zijn nieuwsgierig naar de verhalen van die nieuwkomers, of ze nu pas gearriveerd zijn of hier allang wonen."

In de trein naar Antwerpen moet de meneer die de koffiekar duwt even omrekenen van Belgische frank naar guldens. "Nog even geduld en we rekenen in euro", zeg ik. "Ja", lacht hij, "dan zal het vlotter gaan."

Nieuwe Ruimte. Integratie als avontuur van

Marlie Hollands werd uitgegeven bij Jan van Arkel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234