Woensdag 27/10/2021

'Iedereen heeft een staart nodig'

zanger Henk Hofstede over vijfendertig jaar Nits

Eigenlijk ziet hij er te veel een heer uit om een popmuzikant te zijn. Keurig in het pak. Bedachtzaam. Al wat ouder, ook. Maar onder dat nette kostuum huist nog steeds de verwondering van een kind. Een speelvogel die het vertikt zijn dromen op te bergen. Als zanger en centrale figuur van de Nits heeft Henk Hofstede (56) de wereld gezien, en de meeste van zijn ambities verwezenlijkt. Alhoewel. 'Ik was graag architect geworden.'

DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEE

Vorige week heeft Henk Hofstede Neil Young ontmoet. Hij fietste - met de gitaar op zijn rug terug naar huis na een optreden in Amsterdam en reed voor het Amstel Hotel pardoes tegen de Canadese rockster aan. "Ik heb hem de hand geschud, gezegd dat hij een grote inspiratie voor me was, en ben verder gereden. Een perfect moment. De dag nadien ben ik ook naar zijn concert geweest. Daar zag ik hem zitten, tussen zijn gitaren die hij eerst even streelde alvorens erop te spelen. Pure ontroering." Hofstede zegt het op een toon die zowel liefde als ontzag verraadt, en dat is zeldzaam voor iemand die het podium als een tweede thuis beschouwt. Precies doordat de Nits nooit gesplit zijn en dus niet met veel bombarie een comeback konden aankondigen, dreigde de groep bij momenten wat onzichtbaar te worden. Maar dat heeft Hofstede naar eigen zeggen nooit hinderlijk gevonden. "Ik moet er niet aan denken om tien jaar niets te doen."

Als je je cd Doing the Dishes noemt, maken de Nits dan afwasmuziek?

Henk Hofstede (lacht): "Nee, natuurlijk niet. Al is daar op zich niets mis mee. Als ik zelf aan de vaat sta, leg ik bijvoorbeeld graag Close to You van Frank Sinatra op. En dan zing ik - zo goed en zo kwaad als dat kan - wel mee, uiteraard."

Volgens je held Leonard Cohen zijn er drie gelegenheden waar muziek echt een functie heeft: bij huwelijken, begrafenissen en bij de afwas. Heeft hij gelijk?

"Ja. Ik heb wel eens op een begrafenis gespeeld, en dat was ontzettend eng omdat je daar niet mag beginnen entertainen. Een vriend van me had net een kind verloren en wilde dat ik 'You've Got to Hide Your Love Away' van The Beatles zou zingen. In een bomvolle kerk, met een priester erbij. Dat was het moeilijkste optreden dat ik ooit gedaan heb. Zelf wil ik ook met muziek van deze wereld vertrekken. Met iets uit Blonde on Blonde. Of Revolver. Daar ben ik nog niet uit."

Welk nummer heb je als huwelijksdans gekozen?

"Dat hadden we helemaal niet. Er was niet eens een bruiloft. Ik stam uit een generatie die weinig belang hecht aan een huwelijk. Al ben ik uiteindelijk wel getrouwd. In het geheim, op 31 december. Mijn vrouw was hoogzwanger van onze tweede dochter. De dag nadien hadden we een nieuwjaarsfeestje bij ons thuis, en dat leek ons een goed moment om iedereen het nieuws te vertellen. Het werd een geweldige dag met heel, héél veel champagne. Voor zover ik me dat nog herinner, tenminste." (lacht)

Cohen is een van de constantes in je leven. Je hebt ooit een song aan hem gewijd, en vorig jaar nam je een hele cd op met zijn werk. Je hebt hem zelfs een keer ontmoet, hier in Brussel. Stap je dan op zo iemand af met de klassieke volzin: Mijnheer Cohen, ik ben een grote fan van u?

"Zo is het ongeveer gegaan, ja. (lacht) Cohen kwam playbacken in een televisieprogramma waarin wij ook te gast waren, en ik wist toevallig dat hij de avond voordien in Helsinki met een vriend van me op stap was geweest. Meteen iets om over te praten, dus. Toen zijn we in de kantine van de VRT iets gaan eten. Het eerste wat hij tegen me zei was: 'Henk, I made a mess of my personal life.' Als binnenkomer kon dat tellen. Het was een hele charmante, geestige man. Bovendien wist hij wie de Nits waren. Meer zelfs: nog diezelfde avond heeft hij me gevraagd of we zijn begeleidingsband wilden worden. Cohen zou op tournee gaan, en het leek hem vast handig om met een groep te werken die al helemaal op elkaar was ingespeeld. Jammer genoeg zaten we toen zelf midden in een reeks concerten, dus ik kon niet anders dan zijn aanbod afslaan."

Hoeveel keer heb je je daar sindsdien al voor vervloekt?

"Meer dan me lief is, alleszins. (lacht) Maar het heeft geen zin om daar over te jammeren. Als groep blaas je niet zomaar even een tournee af om je eigen fantasie uit te leven. En misschien dat de figuur Cohen wel helemaal gedemistifieerd zou worden als je er dagelijks mee op de baan bent. Nu, dat risico had ik nog wel willen lopen. Die ene ontmoeting hield de mythe alleszins in stand. Ik ben ook nog wel eens naar zijn woonst in Hydra geweest, en ook daar bleef het mythische beeld dat ik van hem had overeind. Het was gewoon een sober huis op een eiland. Met een mooi boekenkastje. Echt van een liefhebber."

Je hebt een voorliefde voor huizen, hé? Ze staan vaak - ook nu weer - op je platenhoezen, er was je eerste solo-cd die Het draagbare huis heette, en dan zijn er nog songtitels als 'An Eating House', 'New Flat' , 'Buildings' en 'The House'. Was je niet liever architect geworden?

"Goeie vraag. Ik ben alleszins stikjaloers op beroemde architecten, en het is een beroep dat me mateloos fascineert. Bij mij in de buurt is een architectenbureau gevestigd, een prachtige loft waar alleen maar tafels en van die mooie witte Applecomputers staan. En prachtige maquettes in de etalage. Als ik daar langs fiets, stop ik altijd even om met mijn neus tegen het venster naar binnen te kijken. En daar zitten dan allerlei hippe, moderne mensen te werken. Het lijkt me een geweldig leven: de hele dag overleggen over in welke bizarre vorm je nu eens een huis zult bouwen. Het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Ik ken een architect - mijnheer Gawronski - die in Amsterdam het modernistische Wibauthuis heeft ontworpen, en dat gebouw is vorige week gesloopt. Die man heeft daar vreselijk onder te lijden, durft zelf die straat niet meer in. Dat soort leed wordt mij als muzikant gelukkig bespaard."

Het zit anders wel in de familie. Je vader had samen met zijn broers een bouwbedrijfje.

"Hun firma heette Gebroeders Hofstede. Ik heb nog briefpapier uit die tijd. Ze waren gespecialiseerd in het storten van betonnen vloeren en voerden kleine timmerwerken uit. Jarenlang heb ik daar elke vakantie meegeholpen. Metselen. Met kruiwagens rijden. Dat ging allemaal wel redelijk, maar ik wist toch dat het mijn wereld niet was. Het cliché van de bouwvakkers die van op de steiger naar de meisjes fluiten klopt. En het ergste was nog dat ze me dan probeerden te koppelen, want ik had nog niemand."

Werd je als enige zoon verondersteld om het familiebedrijf verder te zetten?

"Nee. Ik was toen al druk met muziek bezig, en ik kon ook heel goed tekenen. Mijn vader had snel in de gaten dat ik die richting uit wilde en hij is me zélf gaan inschrijven in de Rietveld Academie. Zijn bedrijfje mocht als leuze dan In beton schijnt de zon hebben, maar zelf was hij het daar totaal niet mee eens. Hij zag bovendien dat de bouwwereld snel veranderde, het er steeds corrupter aan toe ging en er alsmaar vaker praktijken gebeurden die het daglicht niet mochten zien. Mijn vader keurde gesjoemel af, dus was hij blij dat ik nooit in die wereld terecht zou komen."

En dus ging je maar meteen voor het andere uiterste; de kunstacademie.

"Mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd om muziek te maken. Ze kochten me een gitaar, en haalden liever een piano in huis dan een televisie. Binnen het PvdA-Vara-gidsmilieu was dat vrij uitzonderlijk. Het idee dat ik kunstenaar zou worden ging hen dan weer te ver. Dus stapte ik over naar een opleiding als tekenleraar. Als een soort ontsnappingsroute, zodat ik een excuus had om me toch met schilderen bezig te houden."

Je wilde liever schilder worden dan muzikant?

"Ik stond op het punt een kunstenaar in de lijn van Rob Scholte te worden, ja. Maar uiteindelijk heb ik toch voor een popgroep gekozen. Omdat het me leuker leek. Socialer, ook. Aan de Rijksacademie had ik een paar jaar een eigen atelier gehad, maar daar zat ik hele dagen alleen met mijn verf en mijn doeken. Eén keer in de week kwam mijn professor langs. Dan dronken we een kopje thee en voerden we gesprekken over kunst waarbij we de hele tijd naast elkaar heen zaten te praten, want ik werkte heel abstract en daar vond hij niets aan. En verder zag ik niemand. Ik ging alleen 's middags even buiten om een boterhammetje te eten. Je lacht, maar dat is jarenlang mijn leven geweest."

Denk je er soms aan om opnieuw te beginnen schilderen?

"Ja. Nee. We zien wel. Misschien heb ik nog veel jaren voor de boeg, en komt er een moment dat ik niet meer zo vaak op het podium sta."

Hou je daar al rekening mee?

"Voorlopig nog niet, maar ik merk wel dat het spelen me meer energie kost dan vroeger. Toen kon ik de dag na een optreden nog heel veel doen. Nu hou ik me wat rustiger. Ik schrijf wat, verstuur een paar mails... Ik recupereer veel moeizamer. Ik had ook nooit gedacht dat ik op mijn vijfenvijftigste nog in een popgroep zou spelen. Toen ik eind jaren zeventig met de Nits begon, leek me dat gewoon leuk voor een paar jaar. Ik tastte helemaal in het duister, had geen idee wat ik met mijn leven aan zou vangen. Ik stond er niet eens bij stil dat ik ouder kon worden. In mijn hoofd had ik de eeuwige jeugd."

Kun je er je gemakkelijk bij neerleggen dat je stilaan ouder wordt?

"Neerleggen is in dat kader een wat ongelukkige woordkeuze, vind ik. (grinnikt) Ik kan de confrontatie met mijn leeftijd wel aan, maar in sommige situaties blijft het moeilijk. Mijn jongste dochter is elf, en als ik die ophaal aan de lagere school word ik daar omringd door ouders die bijna allemaal een stuk jonger zijn. Dan bekruipt me het gevoel dat ik een oude man ben. Veel meer dan wanneer ik met een jonge band op het podium sta. Onlangs zag ik Henny Vrienten en die zei dat ook: 'Ik heb nog zo ontzettend veel te doen, Henk.' Hij is bijna zestig, en beseft dat het weinig zin heeft om nog voor veertig jaar plannen te maken. Het leven is een aflopende zaak. Je kunt natuurlijk wel denken dat je honderdenvier wordt, maar dat is lang niet elk van ons gegeven."

Zit je vandaag beter in je vel dan twintig jaar geleden? Is je leven er aangenamer op geworden?

(denkt lang na) "Toen stonden we met de Nits op onze commerciële piek, maar ik vond het leven toch een pak lastiger. Omdat er nog veel belangrijke knopen moesten worden doorgehakt. Kinderen of geen kinderen, bijvoorbeeld. Dat soort beslissingen ligt inmiddels achter me. Ik heb vrienden met jonge kinderen. Baby's nog. En het zegt me allemaal níéts meer. Ik associeer ze met lawaai, met vingers die tussen deuren geklemd raken. Daar wil ik vandaag niets meer mee te maken hebben."

Zijn de beslissingen die je toen genomen hebt achteraf de goeie geweest, denk je?

"Geen idee. Ik zal altijd blijven worstelen met de keuze tussen muziek en beeldende kunst. Al durf ik ze inmiddels vaker met elkaar te combineren. Dat is mijn oplossing: er niet meer zo zwart-wit over denken. Ik kan onmogelijk gaan schilderen of filmen, en de muziek de rug toekeren. Muziek is mijn staart. En die is inmiddels te groot geworden om af te hakken. Bovendien: ik ben trots op die staart, en iedereen heeft er één nodig. Alleen hoef ik er niet elke dag naar te kijken. Daarom hangt een staart ook achteraan."

Ik ken nogal wat mensen van jouw leeftijd die helemaal zijn uitgedroomd. Daar heb ik je nooit op kunnen betrappen. Waar haal je de gave vandaan om met verwondering naar de meest vanzelfsprekende dingen te blijven kijken?

"Dat valt niet te stoppen, vrees ik. Elke keer wanneer we na een periode van heel intensief werken een plaat klaar hebben, ben ik bang dat mijn afkeer aan dat proces zo groot is dat ik er onder geen beding nog een keer doorheen wil. Maar een paar weken later zit ik toch alweer te schrijven. Het verlangen om alles te verkennen en uit te proberen is er nog steeds. Maar ik ken de mensen die je beschrijft, want ik heb ook zulke vrienden. Die zijn op een gegeven moment met alles gestopt, hebben alleen nog belangstelling voor dingen uit het verleden. Ik denk dan: ga op zijn minst eens naar een concert van een oude held kijken. Maar zelfs dat doen ze niet. Ik koop nog haast iedere week nieuwe cd'tjes. En ik zou heel graag Editors willen zien. Een fantastische jonge band."

Hoe gaat het er aan toe wanneer de Nits - drie keurige heren - op tournee zijn? Ik kan me niet inbeelden dat jullie voortdurend schuine moppen lopen te tappen?

"Niet echt nee. We zijn ook nooit lang bij elkaar. Voor het optreden is er een soundcheck en wordt er samen met de crew gegeten. Dat verloopt redelijk geanimeerd. Maar als we in het buitenland toeren zie ik overdag niemand. Dan trek ik de stad in en doe ik mijn eigen dingen. Buiten de muziek zien we elkaar sowieso heel weinig. Sinds er kinderen zijn, heb ik naast de Nits mijn handen vol met de organisatie van het gezin. Veel aandacht geven, vooral. Ook al is mijn oudste dochter inmiddels zeventien. Want op die leeftijd komen er weer andere problemen boven, moeten er andere gesprekken worden gevoerd. We hebben een zeer hechte band. Met haar kan ik eindeloos over poëzie praten, en we kijken ook vaak naar films. Onlangs zijn we samen naar de laatste David Lynch gaan kijken. Een monster, vond ik het. Daar zaten we dan achteraf nog uren over te analyseren."

Thuis word je omringd door vrouwen, bij de Nits zit je in een mannenwereld. Merk je dat verschil? Zijn het twee uitersten die elkaar in evenwicht houden?

"Het voelt wel anders aan, alleszins. Al is de sfeer in de groep heel anders dan in een hockeyteam of een voetbalploeg. Dat soort kerels zie ik ook wel eens, en dan zweer ik altijd weer dat ik nooit zo'n verschrikkelijk type man zal worden. Dat soort bonkigheid hoef ik niet. Thuis woon ik - met een vrouw en twee dochters - in een soort poppenhuis. Daar wordt nooit lawaai gemaakt of hard op tafel geslagen. Ik hoef ook helemaal niet zo'n baasje te zijn."

Om die reden is Robert-Jan Stips destijds anders wel uit de groep gestapt.

"En hij had gelijk. Vroeger hield ik heel graag alle touwtjes in handen. Maar zo ben ik niet meer. Vandaag steken we geen energie meer in geruzie of heftige discussies. Als we een meningsverschil hebben en ik slaag er niet in de anderen van mijn gelijk te overtuigen, wil dat meestal toch zeggen dat mijn visie niet de juiste was. We werken nu een stuk democratischer dan vroeger."

Kunnen jullie elkaar nog verrassen?

"Tuurlijk."

Ik heb je die vraag tien jaar geleden ook gesteld. Toen zei je nee.

"Goed, maar net doordat we nu democratischer werken, is het spelplezier weer enorm toegenomen. Je zou ons bezig moeten zien als we aan een nieuwe cd bezig zijn. Dan zitten we weken in ons eigen universum te spelen, alsof we in een roes zitten. Zonder er lang over na te denken. Elk met een koptelefoon op, zonder elkaar aan te kijken, bijna. Dat blijft toch ontzettend opwindend. Ik ben ook blij dat Robert-Jan terug is."

Wat beschouw je - na vijfendertig jaar carrière - als je belangrijkste verwezenlijking?

"Ik ben altijd eigenwijs gebleven, heb eender welke vorm van bemoeizucht weten af te houden. Dat is volgens mij de reden waarom de Nits nog steeds levensvatbaar zijn. We hebben ons nooit laten leiden door meningen van tijdschriften, radio's, televisiestations of platenfirma's. Daar ben ik altijd met een enorme boog omheen gelopen. Als we al eens in de mode waren, was dat louter toevallig. Per ongeluk, haast. Artistieke vrijheid is voor mij onaantastbaar. Eens die ter discussie staat, ben ik weg."

Houdt die eigenwijsheid ook in dat je van jezelf vindt dat je het altijd beter weet?

"Nee, maar ik denk wel dat ik binnen mijn eigen beperkingen het beste weet wat ik kan en niet kan. Ik zie mijn tekortkomingen wel, hoor. En de gemiste kansen. Want daar zijn er ook veel van."

Noem eens wat.

"Toen we eind jaren tachtig op ons hoogtepunt stonden, rees de vraag of we nog eens tien keer zo groot wilden worden, of net weer wat kleinschaliger zouden gaan werken. Op dat moment heb ik de persoonlijke beslissing genomen om het enorme belangenspel dat achter een grote band zit, lam te leggen. Iedereen néémt van alles wat van je, en als je ervoor opteert anders te gaan werken stuit dat op een muur van onbegrip. Omdat je dan kiest voor iets dat eigenlijk niet verwacht wordt. Iedereen gaat ervan uit dat je voor de roem en het geld gaat. Terwijl ik daar niet gelukkiger van werd. Zo'n ster wil ik niet zijn. Dus dan maar weer de fiets op. Met een kind erbij."

Het blijkt ook uit de muziek: je bent een ervaren reiziger. Maar wat doe je het liefst: ergens naartoe gaan, of je koffer pakken om terug naar huis te gaan?

"Ik vind het niet gemakkelijk om thuis te vertrekken, zoveel is zeker. Ik voel me nooit op mijn gemak dan. Zelfs zo'n dagje Brussel is al een opgave. Omdat ik dan eindeloos kan zitten nadenken over wat ik allemaal zal meenemen. Welk boek gaat de koffer in? Waar wil ik naar luisteren? Neem ik al dan niet mijn camera mee? Welke schoenen zal ik aantrekken? Je zou denken dat ik daar na al die jaren wel een zekere routine in ontwikkeld heb. Nou, niet dus. In stijl reizen is niet gemakkelijk, terwijl ik dat wel heel belangrijk vind. Eens ik dan ergens aankom, voel ik me er wel meteen thuis. En dan wil ik het liefst nog zo snel mogelijk de straat op. Zéker als we in steden als Helsinki of Barcelona spelen. Dan vind je me niet meer terug. Anderzijds kan ik niet langer dan een paar weken van thuis weg zijn. Anders verga ik van de heimwee. Twee jaar geleden heb ik tijdens een tournee door Duitsland in Berlijn de trein terug naar huis genomen. Louter en alleen om met mijn dochters Sinterklaas te kunnen vieren."

Mooi. Nog één compromitterende vraag om mee te eindigen. Ik heb me laten vertellen dat je er als kind van droomde om Rob de Nijs te worden. Zeg me alsjeblieft dat dat niet waar is.

"Je moet dat in de juiste context zien. (lacht) Rob de Nijs en The Lords repeteerden in een verenigingsgebouwtje bij ons in de buurt. Het was de eerste keer dat ik echt mannen met gitaren zag. Mooie, met parelmoer ingelegde gitaren, bovendien. Op de koop toe droegen al die muzikanten fraaie, scherpe pakken. Het was mijn eerste fascinatie voor iets wat me op dat moment nog totaal onbekend was. Want ik ging nooit naar optredens kijken. Daar was ik nog veel te jong voor, toen. Mijn eerste single was 'Trees' van Rob de Nijs. Dat heb ik vele jaren later - toen we ergens alletwee een prijs kregen - nog voor hem gezongen. Het is geen geweldig nummer en daar gaat het ook niet om. Maar dat beeld, dat besef dat de wereld van de popmuziek ook in mijn Amsterdam Oost bestond, was een revelatie. Nadien zou mijn leven nooit nog hetzelfde zijn."

Doing the Dishes is verschenen bij Werf Records en wordt verdeeld door SonyBMG. Donderdag 6 maart spelen de Nits in de Ancienne Belgique.

Als ik kerels uit een hockeyteam of een voetbalploeg zie, zweer ik keer op keer dat ik nooit zo'n type man zal worden. Dat soort bonkigheid hoef ik niet Ik stond er vroeger niet eens bij stil dat ik ouder kon worden. In mijn hoofd had ik de eeuwige jeugdBaby's associeer ik met lawaai, met vingers die tussen deuren geklemd raken. Daar wil ik vandaag niets meer mee te maken hebben

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234