Woensdag 18/05/2022

Iedereen gewonnen, niemand gelukkig

Zeven jaar paars: zo feestelijk de aftrap in 1999, zo rampzalig de verzilvering van de paarse overwinning in 2003. Verhofstadt wilde vliegen, maar Elio Di Rupo hield hem aan de grond en Karel De Gucht werkte op beider zenuwen. 'De regeringsonderhandelingen van 2003 waren kwalitatief de slechtste van de afgelopen twintig jaar.' Deel 1 van een serie.

Door Walter Pauli en Filip Rogiers

Op zaterdag 12 juli 2003 verschijnt Verhofstadt II op het bordes van het koninklijk paleis. All smiles en niets dan winnaars. Op de eerste ministerraad worden meteen in een aantal heikele dossiers, die Verhofstadt I al enige tijd met zich meesleepte, knopen doorgehakt. Het moet de indruk wekken dat de paarse regering een vliegende start neemt. Maar niets is minder waar.

"Geen 24 uur na de verkiezingen was het voor iedereen duidelijk: de speeltijd was voorbij. Guy Verhofstadt zei het ook zo letterlijk. Zo plezant en bevrijdend als het er in 1999 toeging, zo moeizaam begon paars na de verkiezingsavond van 2003. 1999 was kermis, 2003 was cold turkey. Woordvoerders moesten het ordewoord van Jean-Luc Dehaene in ere herstellen: geen commentaar."

De regeringsvorming van Verhofstadt II was in niets te vergelijken met die van de paars-groene regering Verhofstadt I. Ooggetuigen die aan beide tafels zaten, denken nostalgisch terug aan de gouden zomer van 1999. "We vergaderden in volle zomer in een zaaltje in de Senaat. De sfeer zat er geweldig goed in. Op een gegeven moment vroeg Philippe Moureaux (PS) de aandacht van het gezelschap. 'Permettez-moi messieurs. U beseft toch welke historische dag we vandaag beleven? Kijkt u maar eens rond de tafel: er is geen enkele christendemocraat onder ons! Hoera!'"Ook de Vlaamse socialisten, die nochtans net een historische verkiezingsnederlaag hadden geleden, voelden zich als een vis in het water in dat paarse gezelschap van 1999. "Wij waren met 15 procent klein maar nodig. Guy Verhofstadt had enorm veel goesting in paars. We konden de prijs dus opdrijven." Maar ook inhoudelijk voelden de socialisten zich bij deze onderhandelingen goed in hun vel. Het concept van de 'actieve welvaartsstaat', dat Frank Vandenbroucke (sp.a) uit Oxford had meegebracht, vormde vanaf dag één het cement. "De liberalen wilden bewijzen dat ze sociaal waren en wij wilden bewijzen dat we moderne socialisten waren. En we werden allebei geholpen door de economische boom."

In 1999 waren niet alleen de mensen nieuw, op de socialistische boegbeelden na. Ook de ideeën waren dat. De onder veertig jaar CVP-bewind weliswaar beproefde maar ook platgetreden wegen, die van het klassieke, sociale en communautaire overleg, moesten niet meer zo dwingend gevolgd worden. Daardoor kwam veel creatieve energie vrij. Helemaal bevrijdend was voor rood en blauw de waaier aan mogelijkheden die zich ontvouwde inzake de ethische agenda. Sinds de voor de CVP verscheurende abortuskwestie stond er onder Jean-Luc Dehaene een slot op de ethische discussies.

In 2003 ging het rond de onderhandelingstafel amper nog over ideeën of inhoud. De gesprekken werden van meet af aan gedomineerd en zelfs verzuurd door cijfers. Niet die van de op dat moment tegenvallende economische toestand ("Wás men met die cijfers maar iets meer begaan geweest") maar wel die van de verkiezingsuitslag. En de vele persoonlijke en partijdige berekeningen die daarbij kwamen kijken. De kleine partner van 1999, die met een nederige 15 procent van de stemmen paars mogelijk had gemaakt, werd plots een reus. In de Senaat sprong Steve Stevaert niet alleen over CD&V maar ook over de VLD. Zoiets doet dromen. Aan de andere kant van de taalgrens, in Bergen, was het voor Elio Di Rupo dan weer pijnlijk ontwaken. "Hij ging zondagavond slapen als premier in het diepst van zijn gedachten. Hij bleef op het eerste gezicht de tweede grootste meerderheidspartij. Maar nog niet alle zetels waren geteld. De maandagochtend stond hij op als de derde grootste." In 1999 was de pikorde in de coalitie: VLD, PS, PRL, SP, Ecolo, Agalev. In 2003 werd dat: VLD, sp.a-Spirit, PS, MR.

In geen 24 uur tijd veranderden alle parameters in de Wetstraat. Geen dag nadat het feestgedruis bij VLD en sp.a was uitgeraasd stremde de paarse machine. Niet alleen voor een buitenstaander is dat een bevreemdende paradox. "Wat in 2003 gebeurde, is vrij uniek: een zittende regering gaat vooruit in de verkiezingen, niet één van de partners ten koste van de andere maar allemaal samen. Dat had tot nadenken moeten stemmen." Zo'n collectieve overwinning lijkt de ploeg alleen maar te kunnen versterken. Het tegendeel gebeurde. Voor de VLD was niet langer CD&V het enige grootste gevaar maar ook op slag de socialistische coalitiepartner, het 'sympathieke' kleintje waarmee de paarse tocht in 1999 werd aangevat. Twee reuzen, rood en blauw, stonden nu tegenover elkaar en er was geen derde partner meer om voor de smering te zorgen: Ecolo en zeker Agalev waren van de kaart geveegd. "We waren plots niet meer met zes maar met vier partijen: twee keer blauw en twee keer rood. Met zes kun je driebanden: met de groenen erbij waren er veel meer combinaties mogelijk. Met twee tegen twee zit het in een mum van tijd blok."

Maar er speelde meer, véél meer mee in die noodlottige regeringsonderhandelingen van 2003 dan alleen maar de gewijzigde electorale verhoudingen.

Toen Jean-Luc Dehaene in 1995 van de kiezer een duidelijk fiat kreeg om door te gaan met dezelfde oranje-rode ploeg was zijn tweede regering in geen tijd gevormd. "We moesten de onderhandelingen zelfs een beetje rekken, want anders had men gezegd: zie eens, het is allemaal al op voorhand bedisseld!", zei hij eens. Ook Guy Verhofstadt had in 2003 gewild dat het zo zou gaan: de koppen even bij elkaar te steken, de begrotingssituatie uitklaren en de tocht asap zegerijk voortzetten. Toch duurde het nog tot half juli. Ironisch genoeg was precies het te grote succes van de paarse overwinning de reden waarom de start van Verhofstadt II werd uitgesteld.

Vooral de PS hield de Gentse liberaal daags na de verkiezingen aan de grond. De socialistische familie werd in zijn geheel plots op een haar na zo groot als de liberale. Voor het eerst sinds de splitsing van de Belgische Socialistische Partij (BSP) versterkte de kracht van de Waalse PS niet de positie van de Vlaamse SP rond de regeringstafel maar omgekeerd. Dankzij Steve Stevaert en het succes van sp.a-Spirit werd de vraag wie het premierschap toekwam plots stukken minder vanzelfsprekend dan in 1999. En dat wilde vooral de man uit Bergen de zittende eerste minister goed laten voelen.

"In 1999 waren PS en SP als vanzelf nederiger door de uitslag van de verkiezingen", vertelt een ingewijde. "Nu blaakten ze van zelfvertrouwen. Elio Di Rupo wilde absoluut een informatieronde opzetten. Zoiets is eigenlijk enkel nodig als de uitslag van de verkiezingen niet meteen duidelijk is. Verhofstadt had het gevoel dat Di Rupo zo'n ronde wou gebruiken om tot een soort preakkoord te komen dat als leidraad voor het regeerakkoord zou dienen. Die informatienota van Di Rupo was krankzinnig. Het was er hem om te doen om te tonen dat hij het ook kon, voor later. Eigenlijk was het een oefening voor het premierschap."

Liberalen zeggen dat het niet enkel aan Di Rupo lag. "Johan Vande Lanotte deed duchtig mee. De socialisten wilden het draaiboek van de nieuwe regering schrijven en dan mocht Verhofstadt een rol komen spelen in hún toneelstuk. Het is de reden waarom Verhofstadt zo onzeker aan de eigenlijke regeringsonderhandelingen begon."

Elio Di Rupo kreeg uiteindelijk zijn zin, maar pas na twee dagen onvriendelijkheden tussen rood en blauw. En nadat de koning de paarse 'winnaars' vriendelijk doch dwingend tot spoed had gemaand. Ook de koning redeneerde zoals de publieke opinie: het moest niet te gek ingewikkeld worden toch, na zo'n overduidelijk verkiezingsresultaat? Di Rupo mocht zijn informatieronde starten, maar wel volgens een strikt afgesproken én getimed scenario. Dat voortdurend pogen om elkaar vast te pinnen: het zou een constante worden in Verhofstadt II. Het bewijst hoe het vertrouwen van meet af aan zoek was.

Als Di Rupo na de afgesproken tien dagen zijn ronde had afgewerkt en Verhofstadt amper nog nagels overhad om op te bijten, viel de 61 pagina's tellende informatienota getiteld Voor een creatief en solidair België als een vervelende steen op de tafel van de eigenlijke regeringsonderhandelingen. De aanwezigen waren in de dagen die volgden getuige van een niet eens altijd even subtiel trek- en duwspel tussen Verhofstadt en Di Rupo. De PS-voorzitter probeerde keer op keer hele passages uit zijn nota in te lassen in het ontwerp van regeerakkoord. "Die informatienota van Di Rupo was een boek waar niemand een boodschap aan had", zegt een socialistische medespeler. "Maar Verhofstadt wou dan weer iets te fel het omgekeerde: hij wou een begroting opmaken en vertrekken, business as usual."

De echte onderhandelingen konden vanaf 28 mei beginnen. Het werd een uitputtingsslag. Stuurde de zucht naar het premierschap Elio Di Rupo's handelen, Verhofstadt zelf werd dan weer gestremd door zijn verzwakte positie enerzijds en door zijn zucht naar een Europese toekomst anderzijds. Al is dat laatste volgens anderen een interpretatie achteraf, want de vraag of hij belangstelling had voor de job van commissievoorzitter kwam er pas in februari 2004, van Jacques Chirac en Gerhard Schröder.

"Maar toch, bij de premier speelde in 2003 het idee om een sprint aan te trekken voor één jaar. Het gevolg was dat hij zich niet echt weerbaar toonde tegenover de PS. Verhofstadt denkt dat je Di Rupo met charme kunt aanpakken, maar dat gaat niet. Bij de PS moet je met machtspolitiek komen aanzetten."

Door het 'forfait' van Verhofstadt moest VLD-voorzitter Karel De Gucht de blauwe lastpost spelen. "De discussies gingen tussen Elio Di Rupo en Karel De Gucht. Verhofstadt zat erop te kijken. Of liever, hij heeft de hele tijd geprobeerd om De Gucht te doen zwijgen." Een liberale bron: "Verhofstadt wou in 2003 snel een regeerakkoord, de PS niet en onze mensen zijn dan knap lastig beginnen te doen. Een deel van de VLD wilde harder onderhandelen, een ander deel had schrik om eruit te vliegen."

Het kwam daar rond de tafel meer dan eens tot een aanvaring tussen Verhofstadt en De Gucht. Toen die laatste bleef aandringen op een ernstig communautair hoofdstuk viel de premier ongemeen hard uit naar zijn voorzitter. "Ik heb het al lang door dat je niet wilt dat ik opnieuw eerste minister word", beet hij De Gucht toe. Het was niet van die aard om de man van Berlare tot mildheid te bewegen. Snoeihard ging hij in tegen Di Rupo, die een jaarlijks groeipad van 4,5 procent voor de socialezekerheidsuitgaven eiste. Het conflict leidde eerst tot een impasse en escaleerde vervolgens op een ongeziene manier. "Di Rupo bonkte op de deurpost. De primus inter pares onder de bodes van de Lambermont stond erbij te beven. Een kwarteeuw al was hij getuige van onderhandelingen op hoog politiek niveau, maar zoiets had hij nog nooit meegemaakt." Di Rupo stapte boos op en verdween 72 uur 'in de natuur'.

Alsof de VLD nog niet genoeg te stellen had met de socialisten, zat er ook intern een flink haar in de boter. Die spanning tussen de liberale kopstukken was voelbaar rond de tafel en ze dateerde van voor de verkiezingen. Daar was de aangekondigde overstap van Patrick Dewael van de Vlaamse naar de federale regering verantwoordelijk voor. De achteraf vaakst aangevoerde verklaring voor die carrièrezet, dat hij zich in positie wou brengen om het roer van Verhofstadt over te nemen indien die naar Europa zou vertrekken, is de minst waarschijnlijke. "Voor zo'n scenario had je zo'n transfer zelfs niet nodig. Als het echt moest, kon hij nog altijd perfect naar de federale regering verhuizen op het moment dat het vertrek van Verhofstadt zeker was." "De waarheid is banaler dan dat", zegt ook een andere liberaal. "Patrick hunkerde écht naar de federale politiek en hij hoopte van zijn overstap vooral in zijn eigenste Limburg het gespreksonderwerp voor de verkiezingen te maken. Daarmee zouden de camera's in de zo belangrijke laatste 72 uren voor de verkiezingen misschien eindelijk eens van Steve Stevaert wegdraaien."

Zeker is dat Karel De Gucht zich met hand en tand tegen Dewaels beslissing verzette. Ook Verhofstadt had zijn twijfels, vooral dan over het tijdstip waarop die overstap moest worden aangekondigd. Het triumviraat vergaderde met Noël Slangen over de kwestie bij een gemeenschappelijke vriend in Asse. De adviseur gaf daar zijn met onderzoek gestaafde kijk op de zaak: het Dewaeleffect op de kiezer zou, indien al niet negatief, nihil zijn. Maar Dewael was niet van zijn stuk te brengen. Met verkiezingen en de vorming van een nieuwe regering voor de deur moesten er wel dringend knopen worden doorgehakt. En daar botste de partij voor het eerst op de muur genaamd Karel De Gucht. Hem werd gevraagd om Dewael te vervangen als minister-president, Bart Somers zou de voorzittershamer overnemen. "Maar wat de anderen ook aandrongen, De Gucht zei onverbiddelijk: 'No deal.'"

Dat zei ook, maar met minder gewicht, Bart Somers, die dan maar werd gesommeerd om de klus in Vlaanderen te klaren. Ook hij bleef enkele etmalen obstinaat weigeren om het marsorder te volgen. Hij had namelijk al zwart op wit, in een boek, gezworen dat hij burgemeester van Mechelen zou blijven. Somers stelde nu één voorwaarde: hij wilde een 'verhaal'. Zijn overstap moest kunnen worden uitgelegd als een zet in een grotere operatie van partijvernieuwing en -verjonging. Zo geschiedde. Drie jonge nieuwkomers werden in stelling gebracht voor de Vlaamse regering: Patricia Ceysens, Marino Keulen en Bart Somers zelf. De abruptheid waarmee dat jeunisme werd opgelegd leidde tot gemor bij vijftigers zoals André Denys en Jaak Gabriels. Ook betekende het de stille verwijdering van Rik Daems uit de partijtop: Daems moest in Leuven plaatsmaken voor Ceysens. Voor Daems zat er na 18 mei 2003 ook geen ministerspost meer in. Het is een vorm van nonchalance in het personeelsbeleid waarmee de VLD in de eerste paarse regeerperiode telkens verbazend gemakkelijk wegkwam. Tot 18 mei.

De Gucht had alle voor- en nadelen van het minister-presidentschap op een rijtje gezet. Of liever, hij hield één rijtje over: nadelen. Sowieso was de job tijdelijk, tot aan de gewestverkiezingen van 13 juni 2004. De Guchts vrees dat het wel eens bij een interim zou kunnen blijven bleek na die verkiezingen ook gegrond. Ook voorvoelde hij dat de Vlaamse regering na de verkiezingen van 2003 onder curatele zou staan van de federale en dus van Guy Verhofstadt. Dat was, rekening houdend met hun beider temperament, vragen om ambras. Ook was het te voorzien dat, met een zich dag na dag aansterkende sp.a, de Vlaamse regering na de verkiezingen van 2003 in een fase van lopende zaken zou terechtkomen: rood, blauw en groen zouden elkaar permanent verhinderen om welk doelpunt dan ook te scoren.

Nog zwaarder woog voor De Gucht dat hij absoluut vat wilde blijven hebben op de partij. Hij stelde daarom ook een harde eis: De Gucht zei aan het gezelschap in Asse dat hij enkel minister-president zou worden indien hij de voorzitter mocht aanduiden. Versta: hij wilde een absolute vertrouwensfiguur en dat was wel zeker Bart Somers niét. De ironie is dat De Gucht zijn slag weliswaar in heel andere omstandigheden, bij zijn defenestratie in februari 2004, vooralsnog zou thuishalen: Dirk Sterckx kwam op zijn post.

De VLD-knoop die door de overstap van Dewael was ontstaan was op verkiezingszondag niet ontward. En ook toen Verhofstadt tien dagen later eindelijk aan zijn regeringsonderhandelingen 'mocht' beginnen van Elio Di Rupo, sleepte de affaire nog aan. Verhofstadt zat dus rond de tafel met een rode en een blauwe rem op. Pas op 6 juni mocht/moest Bart Somers met lange tanden zijn intrek nemen op het Martelarenplein.

Waar zat tijdens de regeringsonderhandelingen de derde koning van de paarse overwinning van 2003, ja, dé winnaar van die verkiezingen? Zat Di Rupo met de Wetstraat 16 in zijn achterhoofd, Verhofstadt met het zowel van buitenaf als - in zijn ogen - van binnenin bedreigde premierschap en een eventuele Europese uitweg, Steve Stevaert moest zich plots als numero uno op het federale politieke speelveld begeven. En dat was terra incognita voor de Hasselaar. Partijpolitiek bespeelde hij alle registers, zeker sinds hij in het voorjaar van 2003 de voorzittershamer overnam van Patrick Janssens en daarmee de sp.a naar haar electorale orgasme begon op te stuwen, maar beleidsmatig was hij in de zomer van 2003 nog relatief blue. Dat liet zich voelen. Stevaert was in de federale regeringsonderhandelingen van 2003 meer af- dan aanwezig. "Als het technisch werd, verdween hij. Frank Vandenbroucke, Johan Vande Lanotte en Jannie Haek namen dan de honneurs waar. Als de discussie opnieuw politiek werd, dook hij weer op."

Zo loodzwaar als hij woog op de Wetstraat in het algemeen en paars in het bijzonder buiten de regering, zo weinig liet hij zich in met de punten en komma's tijdens de regeringsonderhandelingen. Meer zelfs, hij 'vergat' enkele bevoegdheden te vragen voor de sp.a. "Hij was pas in 1998 in de Vlaamse regering gekomen", zegt een partijgenoot. "Maar dat is een vriendenclub, de federale is een bokswedstrijd. Met Patrick Dewael kon hij in Vlaanderen makkelijk zakendoen. Federaal kwam hij in een heel andere omgeving terecht. Met de PS discussieerde hij niet graag en tussen hem en Verhofstadt zat er ook een haar in de boter." Gewezen cafébaas zonder diploma Steve Stevaert voelde zich menselijk vaak neerbuigend bejegend door de grote intellectueel Verhofstadt. De Gucht moest meer dan eens zijn eigen baas tot wat meer emotionele intelligentie bewegen. Tevergeefs.

Had de VLD-delegatie haar persoonlijke besognes, ook bij de sp.a'ers rond de tafel wrong het. Frank Vandenbroucke zat hyperactief afwisselend aan- en afwezig te trekkebenen rond de tafel. De man die in 1999, meer dan Philippe Busquin (PS) of Johan Vande Lanotte, tekende voor de rode fundamenten van paars gaf in 2003 vaak balorig verstek omdat al vaststond dat hij zijn werk op Sociale Zaken niet zou kunnen afmaken: de PS gunde het hem niet, volgens anderen wou ook Verhofstadt zelf hem daar weg. En zijn eigen partij wilde er zich niet voor dood vechten: Stevaert had zijn zinnen gezet op 'leukere' departementen zoals Consumentenzaken en Vande Lanotte mikte op Overheidsbedrijven.

De informele vergaderingen over de postjes verliepen parallel met de regeringsonderhandelingen. Geen iet of wat gedegen Italiaans restaurant in Brussel en Bergen of ze kregen er in die zomerdagen het kwartet Michel, Di Rupo, Vande Lanotte en Verhofstadt over de drempel. In de marge daarvan werd er ook een akkoord over de Belg in de Europese Commissie bereikt, volgens getuigen zelfs schriftelijk vastgelegd. Over die post, toen nog bezet door Philippe Busquin (PS), moest pas na de gewestverkiezingen van 2004 worden beslist, maar al in de zomer van 2003 werd afgesproken dat de post - afhankelijk van de krachtsverhoudingen na 13 juni 2004 - of in handen van de PS zou blijven, of naar de VLD zou gaan. Over dat akkoord bestond binnen de VLD zelf dan weer een tweede akkoord dat de VLD'er in kwestie De Gucht zou zijn. Die afspraak werd niet gehonoreerd, Louis Michel pikte uiteindelijk de post in. Het is een 'detail' dat in de nabije of verdere toekomst nog een rol kan gaan spelen, als in de VLD de interne spanningen, door tegenvallende peilingen en het blijvende probleem Jean-Marie Dedecker, voortduren.

Maar terug naar de Lambermont, 2003. Frank Vandenbroucke kreeg het daar zo op zijn heupen dat hij Steve Stevaert in de laatste dagen van de onderhandelingen min of meer verplichtte om de VLD en de PS erop te wijzen dat de sp.a ook wel eens opnieuw belangstelling zou kunnen hebben voor de Europese Commissie. Het was niet van die aard om de sfeer tussen rood en blauw te verbeteren.

Zo lagen de kaarten dus in de zomer van 2003. Iedereen rond de paarse tafel had electoraal goud in handen, maar om allerlei redenen werd iedereen geplaagd door frustraties en wantrouwen. Bovendien deed de spectaculaire verkiezingsuitslag velen al dagdromen over de gewestverkiezingen van een jaar later. Precies die nabijheid van de verkiezingen zorgde ervoor dat Verhofstadt II met een boogje om de moeilijke maatregelen heen liep, ondanks alle sociaal-economische alarmsignalen.

Het ultieme gevolg van die cocktail was - in de woorden van een ooggetuige - "dat de regeringsonderhandelingen van 2003 kwalitatief de slechtste van de afgelopen twintig jaar waren". "Ze getuigden van een verregaande oppervlakkigheid. De problemen die op ons land afkwamen, de vergrijzing voorop, werden totaal miskend." Als de verkiezingsroes dan eindelijk gaan liggen was en iedereen rond de tafel tot redelijkheid scheen te komen, werd dat weer verknald door een onderonsje van de partijvoorzitters tijdens een weekend. "Het idee dat er een probleem was, was de volgende maandag alweer helemaal weg."

Maar de tijd tikte en Verhofstadt zag zijn eerder al publiek geuite wens van een vliegende doorstart elk uur verder verdampen. Ook Laken werd ongeduldig, want in juli was een rits feestelijkheden ter gelegenheid van Alberts tiende verjaardag op de troon gepland. Buiten steeg het kwik, wenkte de vakantie en bovendien bleef de meest vanzelfsprekende van alle vaststellingen maar rondgonzen: had deze ploeg inmiddels al meer dan anderhalve maand geleden nu de verkiezingen gewonnen of gewonnen? Welaan dan. De meesten rond de onderhandelingstafel hadden hun buik vol van de slopende en bovendien niet echt bevredigend afgeronde gesprekken over de sociaal-economische toestand. Het gevolg was dat een aantal pijnpunten op een drafje werden afgehaspeld.

Voor sommige dossiers die Verhofstadt I al langer meesleepte, was die druk in de zomer van 2003 heilzaam. Op de eerste ministerraad van 13 juli, de dag van de inauguratie van Verhofstadt II, konden de aanpassing van de genocidewet, de wet op de tabaksreclame (Francorchamps) en de regionalisering van de wapenhandel in één flukse beweging worden goedgekeurd. Zowat alle hoofdrolspelers van Verhofstadt II zijn het er drie jaar later over eens dat paars zichzelf een godsgeschenk had gegund indien het ook het migrantenstemrecht aan dat lijstje had toegevoegd. Maar dat gebeurde niet. Net zoals voor het dossier van de nationale luchthaven op Zaventem werkten de tijdsdruk, de vermoeidheid en de verzuring in de Lambermont in juli 2003 noodlottig op wat het grootste drama van Verhofstadt II zou worden.

De PS had met de gebetonneerde groei van 4,5 procent voor de ziekteverzekering een mooie trofee binnengehaald. De VLD verwachtte dat er op z'n minst ook rekening zou worden gehouden met de blauwe oekaze van voor de verkiezingen: "Met ons in de regering komt er geen migrantenstemrecht", dixit Patrick Dewael. "Maar dat gebeurde niet", zegt een liberaal. "Integendeel, PS en sp.a maakten zich op voor een dagenlange onderhandeling over het migrantenstemrecht."

Drie jaar later verwijt rood blauw nog altijd koppigheid. "Ze wisten dat ze het niet konden halen. Het was drie tegen één. In zo'n geval bijt je zo snel mogelijk door de zure appel heen." Drie jaar later verwijt blauw rood nog altijd een gebrek aan fair play. Maar hoe ging het er in die julidagen in de Lambertmont precies aan toe? In plaats van een uitputtende onderhandeling volgde er een bevreemdende anticlimax.

"Hooguit vijf minuten duurde het", zegt een ingewijde. "Het ging plots echt in een hurry." Tot ieders verbazing stelde Patrick Dewael voor om het parlement zijn werk te laten doen. Dat was een zeer eerbaar voorstel, op voorwaarde dat er daar en dan ook meteen zou zijn afgesproken dat het parlement pas in gang zou schieten als de meerderheidspartijen een akkoord hadden. Zo zette Jean-Luc Dehaene ook ooit een slot op ethische dossiers die zijn coalitie hadden kunnen verscheuren. Maar die 'nuance' bleef uit tijdens de regeringsonderhandelingen in 2003. De VLD rekende wel op 'redelijkheid' van de Franstaligen, en dan vooral van de MR. Maar de zomer van 2003 liep amper op zijn laatste benen, toen MR en PS - in een onderlinge francofone strijd om dit progressieve symbooldossier verwikkeld - wetsvoorstellen indienden.

"Het had anders kunnen lopen", zegt een socialist. "In de regeringsonderhandelingen had men moeten afspreken: of het parlement beslist, zoals met abortus, of de regering. Maar niet iets tussen de twee. Men had kunnen kiezen voor de korte pijn: het in juli 2003 samen met enkele andere moeilijke dossiers afhandelen of men had het over de verkiezingen van 2004 heen kunnen tillen. Er was van dat alles een beetje afgesproken, maar van niets echt iets."

Vreemd genoeg luistert het enige heikele dossier waarover tijdens de zomer van 2003 wel uitputtend onderhandeld is naar de naam: Brussel-Halle-Vilvoorde. Niet alleen werd daarover onderhandeld, er kwam zowaar een akkoord uit de bus over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement. Ten minste, er was een akkoord tussen de mensen rond de tafel. Dat veranderde toen Elio Di Rupo zich wilde verzekeren van de steun van Olivier Maingain (FDF). Op Di Rupo's vraag riep Louis Michel zijn kartelpartner Maingain naar de Lambermont. De FDF'er zei non, en daarmee was de kous af: vooral Di Rupo kon zich zo kort voor de gewestverkiezingen geen communautaire opposant in de eigen taalgroep veroorloven. Ook B-H-V belandde daarmee in de 'dat-zien-we-later-wel'-kartons. "Heel jammer, want als dat akkoord overeind was gebleven, zou ook een akkoord over de splitsing van de kieskring veel gemakkelijker zijn geweest."

Zo verschijnt de ploeg van Verhofstadt II op 12 juli 2003 dus op het bordes van Laken: zonder veel enthousiasme of cement en met enkele tikkende tijdbommen in de kartons. Dat die regering er toch nog kwam, had vooreerst te maken met het dwingende effect van de verkiezingsuitslag. Maar er was nog een andere, tot nu toe onbekende reden waarom Verhofstadt II vooralsnog uit de startblokken kwam. De catch 22-sfeer die de hele zomer boven de onderhandelingstafel had gehangen en die het gevolg was van de combinatie van frustraties, wantrouwen en de komende gewestverkiezingen werd doorbroken en onder controle gebracht met behulp van een zeer prozaïsche noodgreep. Er kwamen cijfers aan te pas, tot op de eurocent.

Anders dan in 1999 moesten er geen "bruggen" worden "gelegd naar de eenentwintigste eeuw", zoals het regeerakkoord van Verhofstadt I titelde, wel een noodbrug om over de gewestverkiezingen heen te geraken. "Niemand betrouwde niemand. Gelukkig hadden sommigen de reflex om de belangrijkste maatregelen tot op de eurocent op papier te zetten." Of hoe de geheime 'tabellen-Coene' paars II toch nog een broze ruggengraat gaven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234