Zaterdag 28/01/2023

Iedereen diva

Parijse fotostudio Harcourt roept glamoureuze filmjaren op

Nooit werden zoveel foto's gemaakt als vandaag. Digitale fototoestellen en gsm's leggen onafgebroken het leven vast. Maar bijna nergens gebeurt het nog ritueel in een studio, zoals in Parijs bij Harcourt. De portretten in zwart-wit getuigen van een glamoureuze tijd. Die misschien terugkeert.

Door Agnes Goyvaerts

Parijs l 'Je bent geen acteur als je niet gefotografeerd bent door Harcourt', schreef de Franse filosoof Roland Barthes in Mythologies. Met vijf miljoen negatieven van 300.000 geportretteerde personen, onder wie 1.500 bekende, vormt het fonds van studio Harcourt een indrukwekkend visueel geheugen van Fransen uit de twintigste eeuw.

Je moet aanbellen aan een grote poort in de rue Jean Goujon, nabij de Champs Elysées. Dan de binnentuin door en langs een majestueuze trap met rode loper naar boven. Door theatrale rode gordijnen, naast een grote foto van Carole Bouquet, betreed je het salon op de eerste verdieping. Hoge ramen, fauteuils en overal gelijk ingelijste portretten van levende en dode beroemdheden.

Harcourt werd in 1934 gesticht door twee broers Lacroix, die aan het hoofd van een persgroep stonden. Ze hadden nood aan een studio om portretten te maken voor hun bladen. Samen met Robert Ricci, zoon van de couturière Nina Ricci, en Cosette Harcourt namen ze hun intrek op de avenue d'Iéna.

Aanvankelijk waren het vooral politici, kunstenaars en personages uit de mondaine wereld die voor de lens gingen zitten. Tot de eerste geportretteerden behoren schrijvers als Jean Cocteau en Paul Valéry, Josephine Baker, Salvador Dalí, de bokser Marcel Cerdan.

Het was Cosette Harcourt die een stap verder zette en een marketingconcept avant la lettre bedacht. Het waren de hoogdagen van de cinema en Cosette kwam op het idee om de sterren van het witte doek gratis te fotograferen, in ruil voor een glamoureus portret, waarmee ze zichzelf konden promoten. Elk portret droeg rechts onderaan en heel duidelijk de handtekening van Harcourt. De studio associeerde zich daarvoor met het persagentschap AFP, dat niet alleen de beelden verspreidde, maar ook als waarborg fungeerde voor de sterren.

We worden van het salon, waar ook vandaag nog de kandidaat-geportretteerden worden ontvangen, naar de bar geloodst. Een intieme ruimte met vintage meubelen van blond hout, een grote klok aan de muur en... nog meer portretten. Vandaar gaat het naar de duistere opnamestudio, die met zijn hoge klapdeuren, spots en een rood licht dat brandt wanneer de fotografen aan het werk zijn een 'cinemagevoel' oproept. Alles is erop voorzien om de klanten het gevoel te geven dat ze de vedette van de dag zijn.

Wie hier niet de vedette is, is de fotograaf. "Dat is van in het begin zo geweest", vertelt Paulien, de Nederlandse die ons rondleidt. "Zij zijn niet de belangrijkste mensen in het proces. We werken met verschillende freelancers, die daarnaast hun eigen werk hebben. Een portret maken bij Harcourt is teamwerk. Eigenlijk zijn wij beeldhouwers met licht. Het effect komt van de uitgekiende techniek, de dikke, lichtopslorpende maquillage, verzachtende filters, een beperkt arsenaal aan poses en kadrering en de postproductie."

Ze wijst op een portret van de jonge Julie Depardieu: "Dat meisje heeft nogal een onzuivere huid, maar kijk eens hoe gaaf ze hierop staat." Photoshop, zeg ik, maar Paulien reageert verontwaardigd. "Wat is dat?" Later wordt het toch toegegeven: "Vroeger werd er geretoucheerd met een pen op de film, en daarna nog eens op het papier; nu werken we digitaal en gebeurt het rechtstreeks."

Op zijn hoogtepunt, in de jaren 1940 tot 1950, telde de studio dertig fotografen; nu werkt er nog een zestal, dat voortdurend nieuwe opleiden volgt in dezelfde techniek. De studio leverde in die periode tot veertig portretten per dag. Televisie bestond nog niet, foto's speelden een essentiële rol. Ze werden gratis geschonken aan cinema's en andere spektakelzalen, die ze ophingen in hun gangen en in de hall, en verhoogden op die manier de magie van het witte doek. De vedetten van het witte doek, vaak opgesloten in een typerol, werden evenzeer aanbeden voor hun rollen in de film als voor hun beeltenis op glanzend papier, gesigneerd door Harcourt. "L'Iconographie d'Harcourt sublime la matérialité de l'acteur", schrijft Barthes. Het fenomeen van de identificatie deed zijn werk, en het duurde niet lang of ook de kleinere sterren, en na hen de niet-sterren, haastten zich naar de studio om zich te laten 'harcourtiseren'. Harcourt was een merk geworden, een zeer herkenbaar merk.

Aan het succesverhaal komt een eind in de jaren zestig, met de nouvelle vague. Het Harcourtportret wordt ouderwets, kitscherig. Het past niet bij die nieuwe wind die door de Franse cinema waait. Aan de mythe lijkt een eind gekomen. De studio probeert te overleven met vallen en opstaan, gaat tweemaal failliet, in 1982 en in 1991. Het is de staat die uiteindelijk eigenaar wordt van de bestaande foto's. Het fonds-Harcourt wordt ondergebracht in de Mission du Patrimoine Photographique, zo'n vijf miljoen negatieven. "We hebben het verleden niet meer, we hebben het copyright niet meer, enkel voor promotie mogen de oude foto's worden gebruikt", vertelt Pauline.

Een man uit de vastgoedsector met fotografie als hobby bleek de reddende engel en sinds 2002 draait de studio opnieuw met aan het hoofd 'ancien' Pierre Anthony Allard als artistiek directeur. "Ik was het beu om te horen, ah, Harcourt, bestaat dat nog?", zegt hij. "We hebben geprobeerd er opnieuw een levende plek van te maken." Op het nieuwe adres, in de rue Jean Goujon, werd voor de inrichting een beroep gedaan op een architect die normaal filmzalen doet. Als hommage is de make-upzaal naar Jean Cocteau genoemd, en de lichtarmaturen aan de spiegel komen van de set van La Belle et la bête.

Iedereen kan vandaag in de studio Harcourt een portret laten maken, het heeft een beetje de functie overgenomen van de geschilderde portretten van vroeger. Ontwerpers John Galliano en Jean Paul Gaultier, model Laetitia Casta, actrices Nathalie Baye en Ludivine Sagnier, Nobelprijswinnaar Shimon Peres, koningin Rania van Jordanië en... de witte kat van 'Gourmet' hebben het voorbeeld gegeven. "Celebrity's betalen niet", wordt ons verteld, "maar in ruil staan ze de reproductierechten af." Wat kost het voor een gewone sterveling? 1.900 euro moet je ervoor overhebben, 3.000 voor een familie- of groepsportret. "Een opname neemt tussen de twee en drie uur in beslag", vertelt Paulien. "Iedereen passeert langs de make-up, er is een beperkte garderobe, waar men eventueel uit kan kiezen, en een kapster zorgt ervoor dat er geen haartje verkeerd ligt. Vervolgens worden er dertig opnamen gemaakt. Daaruit maakt de klant een keuze, en het 'staatsieportret' wordt twee weken later ingelijst en verpakt in een mooie zwarte doos met een strik errond thuis bezorgd. Met honderd jaar garantie."

Zijn er celebrity's die nog op hun verlanglijstje staan? De dames van de studio kijken even naar elkaar: "George Clooney! En Kevin Costner. En koning Albert en koningin Paola. Kunt u daar geen goed woordje voor doen?" Wat bij deze gebeurt.

Medewerkster Paulien:

Wij beeldhouwen met licht

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234