Dinsdag 26/01/2021

Iedereen boos, iedereen vloekt en gromt op elkaar

Niets aan de hand. Maar naarmate de kilometers verstreken, werd het peloton alsmaar nerveuzer. De wind, de smalle en bochtige wegen, een geïrriteerd peloton: er waren abnormaal veel valpartijen. Ineens lag ook Robert Gesink tegen de grond. Zo beloftevol onlangs in de Dauphiné, waar hij vierde weg, zo onfortuinlijk nu. Rabo liet meteen twee ploegmaats afzakken, en Gesink kon weer vlot aanpikken. Maar op het eind kwam hij met een achterstand van meer dan negen minuten aan... Voortdurend reed hij met vertrokken gelaat, met zijn bloedende linkerarm dan weer zwaaiend, dan weer langs zijn lijf hangend, dan weer op zijn stuur rustend. Hij had de achterste rijen van het peloton weten bij te halen, maar dit bleek een tweede pelotonnetje te zijn, en zelfs dat tempo lag te hoog. Niermann bleef bij hem voor zijn laatste kilometers. En zo viel in een van Frankrijks zuidelijkste streken het doek over de eerste Tour van een blonde belofte uit het noorden. Hij haalde het niet omdat hij zich te fel bezeerd had: een gebroken pols, zo bleek na aankomst uit de radiografieën.

Alweer waaiers

Er was nog een andere reden waarom Gesink niet kon terugkomen, of waarom Tom Boonen na een lekke band zichzelf leeg moest rijden om weer te kunnen aansluiten. Vooraan waren de sterkste renners alweer in waaiers gaan rijden. Ditmaal was het gele trui Cancellara die vreselijk tekeerging. Hij werd geholpen door een met zijn krachten woekerend Saxoblok. En kwam ook steun van de Astana’s en het sterk rijdende Liquigasteam, met Frederik Willems strijdend en duwend in de eerste rijen. Columbia probeerde vooral stand te houden. Het ging er immers niet om de vluchters terug te pakken en alvast de sprint om de dagwinst te organiseren. De ritzege leek amper een issue. Het was oorlog om de oorlog. Strijd om het principe. Bij Astana klonk het zo: “We hadden deze etappe al van voor de Tour aangekruist. De wind staat hier zo sterk dat we wisten dat we hoe dan ook zouden vechten. Dat was vanochtend ook gezegd in de voorbespreking.” Armstrong: “Contador zat in mijn wiel, en ik zei hem: ‘Het wordt gecompliceerd, vandaag.’ Nu ondervindt hij wat de Tour de France eigenlijk is.” Rijden rijden rijden. Vraag niet waarom: rijden.Saxomanager Bjarne Riis verklaarde zijn oorlogsplan: “We hebben als eerste aangevallen en gereden, omdat we wisten dat anders anderen zouden aanvallen en rijden. Als we zelf het initiatief nemen, kan men ons niet meer verrassen. Dat was het doel van die actie: schade voorkomen.”Door schade te berokkenen, vanzelfsprekend. Het peloton brak uiteen in waaiers. Evans: “Iedereen boos. Iedereen vloekte en gromde op elkaar. Een vreselijke rit.” Iedereen op zijn tandvlees, en sommigen erdoor. Denis Mensjov kon weeral niet mee, belandde in een tweede waaier, die pas na kilometers hard jagen de eerste groep te pakken kreeg. Jens Voigt, een soldaat van zovele oorlogen, een van de Saxorenners die het tempo omhoog beulde maar ook zichzelf pijnigde in de strijd: “Een lastige dag. Een vreselijke rit. Te veel stress, te veel van alles eigenlijk.”

Het eerste peloton had zichzelf zo afgemat, dat men geen moeite meer deed (kon doen) om de achterblijvers op achterstand te houden. Dus vloeide alles samen. Een bikkelharde strijd, zonder één seconde winst te boeken op ook maar op één (semi)-vedette. Het collectieve onvermogen was zo groot dat toen - met nog een kleine twintig kilometer voor de boeg - het peloton de jacht op de vluchters organiseerde, zelfs die klus niet tot een goed einde werd gebracht. Een paar Columbiarijders begonnen te rijden om Cavendish weer in stelling te brengen. Ze kregen wat steun van Garmin en Agritubel, en aan de van inspanningen getrokken koppen zag je dat ze zich gàven. Maar na een kleine tien kilometer hardrijden, hadden ze niet eens twintig seconden afgeknepen van een overigens best haalbaar gat van een kleine anderhalve minuut - een verschil dat met de moed der wanhoop verdedigd werd door een handjevol op hun beurt doodvermoeide vluchters.

En dus wees iedereen achteraf naar elkaar. Rolf Aldag, sportbestuurder bij Columbia: “Wij kunnen niet elke dag alleen elke vlucht terughalen. We hebben hulp nodig van anderen, maar alleen Garmin deed zijn best. Ik begrijp die andere ploegen van de sprinters niet. Ze vrezen geklopt te worden door Cavendish, en dus proberen ze niet eens of ze hem kunnen verslaan. Dan winnen ze natuurlijk nooit, hé. Er rijden hier sprintersploegen rond die amper de tv hebben gehaald.”Dat laatste zou een sneer naar Tom Boonen kunnen zijn, die zich een tijdlang vooraan probeerde te handhaven, maar daarmee al zichtbare moeite had (men zag hem met zijn hand ‘rustig rustig’ doen naar ploegmaats die voor hem reden). Zijn bandbreuk op een fout moment - overigens de tweede van de dag - kostte de Belgische kampioen te veel energie. De waaiers waren net hun zinloze jacht tegen elkaar begonnen, en dus had hij “niet meer de benen om te sprinten”. En het knaagt. QuickStepmanager Patrick Lefevere schetste een somber beeld: “Iedere kans is een gemiste kans. Het groen moeten we vergeten. Dit kan de sfeer binnen de ploeg aantasten.”Waren er dan alleen maar vermoeiden, verliezers, kniezers? Welja. Met één uitzondering: Thomas Voeckler en zijn ploeg BBox Bouyges Telecom. De Fransman reed uiteindelijk weg van de andere vluchters. Die zege werd hem niet benijd. Jens Voigt: “Ik vind het knap van Voeckler. Zijn ploeg had te veel ongeluk. In de ploegentijdrit sloegen ze nog met vier tegelijk tegen de grond, ze verliezen hun sponsor. In die omstandigheden een rit winnen, dat getuigt van ‘a touch of class’.”Voeckler beet inderdaad door, vechtend tegen de andere vluchters die wanhopig zijn achterwiel probeerden te halen, tegen het snel opkomende peloton, tegen zichzelf, natuurlijk. Net zoals al die andere renners de hele rit zichzelf moesten uitputten, zij het met een minder fortuinlijk resultaat dan bij Voeckler.Er zijn van die dagen dat de Tour vooral zijn eigen renners verteert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234