Woensdag 21/10/2020

Iedereen applausman

De jaren 70 waren nog echt jong en wij ook. We liepen door de straten van Londen en we hadden last van veel honger, weinig slaap en geen geld. De wanhoop nabij herinnerde ik me dat ik tijdens een late shift in het Brusselse café De Dolle Mol, waar ik in die dagen parttimebarman was, ooit een telefoonnummer gekregen had van de genaamde Abbas, een Pakistaan die in de Britse hoofdstad woonde.

"Bel me maar op als je ooit in de stad bent", zei hij, met in zijn stem iets van 'dat doe je toch nooit'. Maar kijk, ik deed het wel en een goed jaar na onze eerste ontmoeting belde ik hem vanuit zo'n mooie, rode telefooncel. Na enig aandringen van mijn kant stemde hij toe in een bezoek en even later accepteerde hij zelfs dat ik een paar nachten op zijn keukenvloer zou blijven logeren, zij het in gezelschap van enig ongedierte.

Als tegenprestatie zorgde ik voor een paar flesjes slap bier die we 's avonds samen uitdronken terwijl we het hadden over de stand van de wereld. Ik wilde toneelschrijver worden toen en hij bankier. Dat zorgde voor weinig common ground zodat we ons diepgaande gesprek al vroeg staakten en besloten gewoon wat muziek te beluisteren. Ik had wat tweedehands blues bij, de dag tevoren voor tweemaal niets bij een standhouder in Soho's Rupert Street betrokken: John Mayall, de jonge Fleetwood Mac, John Lee Hooker, Howlin' Wolf. Dat soort werk.

Ik vond dat allemaal geweldig. Hij vond er helemaal niks aan. Hij wilde mij bekeren tot de acidfolk van Spirogyra, een groep die nu goddank geheel vergeten is. Ik liet hem verstaan dat ik nog liever géén muziek hoorde, dan dat ik naar dat soort muziek moest luisteren en hij begreep dat slecht. Ik verlangde eigenlijk al lang naar zijn koude keukenvloer toen hij nog een langspeelplaat uit de kast haalde die hij als souvenir van zijn destijds korte verblijf in België had meegebracht.

Tot mijn verbazing betrof het de lp 'k Ben al zo lang op weg geweest van Walter De Buck. Op de cover stond de eerder deze week verscheiden volkszanger midden in de natuur, omringd door een zestal blommenkinders en een accordeonist. Ik kende de plaat wel, maar had ze nog nooit gehoord, toen. Mijn Pakistaanse gastheer en ik luisterden er dan maar integraal naar, in religieuze stilte gehuld. Het was geen onaangenaam gevoel dat zich van mij meester maakte. Dat kwam door De Bucks mooie omgang met de Gentse taal, dat kwam door de fijne strijd- en liefdesliedjes die hij bracht, dat kwam door de klanken die gitaren en banjo's, doedelzakken, tuba's en trombones, tabla's en violen teweegbrachten.

Ik voelde iets van vaderlandse trots in mij opwellen toen ik het tijd vond om aan Abbas te vragen wat hij dan zo speciaal vond aan die muziek. "Hoor je dat dan niet?" sprak hij verwonderd. "Die melodieën? Die manier van zingen?" En eer ik daar iets aan kon toevoegen zei hij, vol bewondering: "Dat is de eerste keer dat ik in wat een westerling zingt iets hoor wat van ons is".

Telkens als ik De Buck later hoorde zingen moest ik aan die zin denken. En ook aan hoe je een jongen wel uit Gent kunt halen, maar hoe Gent toch altijd in die jongen blijft zitten. Tegelijk lokaal én internationaal zijn is de ideale formule voor écht kunstenaarschap, weet ik ondertussen. Warm applaus voor die Walter, dus, nu hij in de eindeloze backstage-area van het leven is terechtgekomen.

Warm applaus zou hij zeker ook gekregen hebben van de genaamde Antoon De Pauw, gesteld dat die laatste al bestaan had. Wat niet het geval is, maar wat toch geen bezwaar mocht zijn om een documentaire aan hem te wijden die De Applausman heet en laatst op Canvas te zien was.

Ik had de film aangestipt in mijn favoriete programmablad, omdat ik nu eenmaal van documentaires hou en omdat ik de jonge maker ervan, Ruben Vermeersch, al volg van in zijn studententijd. Ik was in het geheel niet ontgoocheld door De Applausman, zelfs toen mij na enkele momenten duidelijk werd dat ik naar een zogenoemde mockumentary aan het kijken was. Maar wel een nepdocu die met meesterhand gemaakt is en ook met het hoogte respect voor alle Antonen De Pauws van deze wereld. Een ode aan ware fans. Mensen die écht van hun idolen houden zonder daarbij de behoefte te voelen hen te willen stalken of, in het geval Mark David Chapman versus John Lennon, gewoon neer te schieten.

Vermeersch' De Applausman bewijst alweer hoeveel talent er zich tegenwoordig ophoudt in onze audiovisuele wereld. Bijzonder mooi is het ook om te zien hoe al dat jong talent schijnbaar spelenderwijs omgaat met een medium dat in regel erg moeilijk te beheren valt. Niet zo dus in deze bij momenten erg ontroerende, maar toch vaak ook grappige film waar de kwaliteit van het scenario, van de research en van de levensechte acteurs erg hoog ligt.

Hard werk en frisse ideeën, tegelijk wat zelfspot en af en toe een scheut ironie vormen samen het recept voor een ideale cocktail die Canvas wat mij betreft nog met iets grotere regelmaat zou mogen programmeren.

"Het moeten niet altijd nazi's zijn", zou je vroeger gezegd hebben. Maar gelukkig zorgt 'VRT 2' regelmatig voor een programma dat ingaat tegen de algemeen geldende domheid. Ik denk nu aan Atelier De Stad, een recente 'serieuze' reeks die eigenlijk op de verplichte kijklijst zou moeten staan van iedereen die begaan is of te maken heeft met het leven in onze bijna helemaal verstedelijkte wereld.

Ten slotte vertel ik nog wat iemand mij onlangs bij de bakker vroeg: "En wat vindt u eigenlijk van de nieuwe Canvas-quiz Lijst Debecker?" Ik had dat programma nog nooit gezien en ik maakte me er dus met een grapje van af. Iets flauws van de strekking: "Jammer dat die nieuwe quizmeesteres Karolien Debecker niet zwart is, want dan vertegenwoordigde ze vier verdrukte minderheidsgroepen tegelijk." Maar intussen heb ik het spelletje een paar keer bekeken en moet ik zeggen dat het me best bevalt.

Omdat ik niet rook en niet drink, en al evenmin verslaafd ben aan andere drugs, wil ik wel eens mijn plezier halen uit het bekijken van mensen die vragen stellen aan andere mensen. Bij Lijst Debecker gebeurt dat bijna dagelijks in een stijlvol decor en op behoorlijk beschaafde wijze, met tussen de strakke vragen door af en toe ook wat badinerende onzin. Dus ik blij.

Het is geen Shakespeare, toegegeven, maar gelukkig ook geen Komen eten. Dus kan ik er, tot WO III uitbreekt, best mee leven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234