Maandag 30/01/2023

Ieder woord een gifpijl, iedere noot een kogel

Nieuwe Lou Reed klinkt overwegend bitter en cynisch

Lou Reed

Ecstasy, Reprise.

Cat Power

The Covers Record, Matador.

Madrugada

Industrial Silence, Virgin.

Belle and Sebastian

Lazy Line Painter Jane, Jeepster.

Echoboy

Volume One, Mute.

Er wordt wel eens beweerd dat Lou Reed, nu hij de zestig nadert, zijn scherpte kwijtraakt en steeds vaker zoete broodjes bakt met het establishment. De jongste jaren nam het rock'n'roll animal van weleer inderdaad dankbaar culturele onderscheidingen in ontvangst en in september speelde hij, op uitnodiging van Bill Clinton, zelfs tijdens een staatsdiner in het Witte Huis. Reed heeft sinds zijn verblijf in The Velvet Underground een lange weg afgelegd, zoveel is zeker. Maar naar zijn nieuwe langspeler te oordelen is zijn 'Walk on the Wild Side' nog lang niet afgelopen. Ecstasy, zijn achttiende studio-cd, is weer een strakke, afgekloven rock'n'rollplaat waarop de kregelige gitaren centraal staan, ook al worden ze dan occasioneel aangevuld met strijkers en naar Stax lonkende blazers. De band, met Mike Rathke op gitaar, Fernando Saunders op bas en Tony Smith op drums, is dezelfde als op Perfect Night en stilistisch vallen er parallellen te trekken met eerder werk als The Blue Mask, Legendary Hearts en New York. Maar terwijl er op Set the Twilight Reeling, waarop Reed zijn liefde voor Laurie Anderson bezong, nog ruimte was voor euforie en optimisme, klinkt Ecstasy overwegend bitter en cynisch. Ieder woord is een gifpijl, iedere noot een schroeiende kogel. De songs staan bol van walging en (zelf)haat, paranoia en bedrog, dreiging en geweld. En als de artiest het over"the thrill of the needle and anonymous sex" heeft, zorgt zijn laconieke voordracht voor een extra dosis koude rillingen.

Lou Reed is een schrijver die observeert en fictionaliseert. Toch is de verontwaardigde, soms moordlustige manier waarop hij over slaapkamerterreur, overspel en echtscheiding bericht, wellicht ingegeven door de nasleep van zijn gestrande huwelijk met Sylvia Morales. Reed bestrijkt op zijn nieuwe cd het hele spectrum van post-romance-emoties, zoals onderdanigheid ('White Prism'), woede ('Mad'), rancune ('Tatters'), spijt (de fantastische titelrack) en opluchting ('Baton Rouge'). "It's all downhill after the first kiss," stelt hij in het voor de rest vrij serene 'Modern Dance'. En ook elders blijft van zijn illusies over man-vrouwverhoudingen niet veel meer over: "I wonder where love ends and hate starts to blush." Lou Reed heeft kennelijk heel wat op zijn lever: soms gebruikt hij zoveel woorden dat hij ze nauwelijks meer uitgespuwd krijgt.

De opvallendste track uit Ecstasy is het 18 minuten durende 'Like a Possum': hypnotisch, primitief, meer exorcisme dan song ("Got a hole in my heart the size of a truck / It won't be filled by a one night fuck") en misschien wel het oncommercieelste dat Reed heeft opgenomen sinds het verguisde Metal Machine Music. Twee van de songs zijn afkomstig uit Time Rocker, de muziektheaterproductie van Bob Wilson waarvoor Lou Reed de muziek schreef: het controversiële maar gedreven 'Future Farmers of America' en de bespiegelende ballad 'Turning Time Around'. Voor wie er nog aan mocht twijfelen: Ecstasy is een sterke plaat die het beste doet verhopen voor Reeds concert in Oostende op 22 april.

Chan Marshall, de dame die zich aan de buitenwereld presenteert als Cat Power, is met The Covers Record aan haar vijfde langspeler toe. Zoals de titel aangeeft is het een plaat waarop ze enkele van haar favoriete nummers vertolkt: materiaal van The Velvets, Moby Grape, Bob Dylan, Smog en ook enkele traditionals. Marshall kiest voor een sobere aanpak, beperkt de begeleiding tot gitaar of piano en houdt alleen de essentie over: de liedjes worden soms dermate uitgekleed dat je er de originelen nauwelijks meer in herkent. Zo amputeert de zangeres het refrein van de Stones-hit 'Satisfaction', waardoor het een totaal ander soort song wordt. Op het podium is Cat Power niet de standvastigste persoonlijkheid, maar op deze cd weet ze met minimale middelen een maximaal effect te sorteren. En dat is geen geringe verdienste. Madrugada is Spaans voor 'het uur voor zonsopgang' en geldt tegelijk als pseudoniem voor een kwartet dat, net als Motorpsycho, vanuit Noorwegen opereert. Van haar debuut-cd Industrial Silence verkocht de groep in haar eigen land afgelopen herfst meer dan 50.000 stuks en uit dit succes put ze nu het nodige zelfvertrouwen om ook de rest van Europa vikinggewijs te lijf te gaan. Zanger Silvert Hoyem en de zijnen zijn romantici in hart en nieren, die hoorbaar beïnvloed zijn door The Doors, Radiohead, Grant Lee Buffalo en The Verve. Hun songs zijn panoramisch opgezet, doordrongen van passie en dramatiek, maar klinken melodieus genoeg om hardnekkig door je hoofd te blijven spoken. 'Strange Colour Blue', 'This Old House' en 'Norwegian Hammerworks Corp.' wijzen er alvast op dat Madrugada geen eendagsvlieg is. De steun van pedalsteel-gitarist Bob Egan (zie: Wilco) en geluidsingenieur John Agnello (zie: Steve Wynn) hebben de heren al. Nu de uwe nog.

De Schotse muurbloempjes van Belle and Sebastian zijn onverwachts tot de helden van alle timide Britten uitgegroeid. Die onverwachte cultstatus heeft hun platenmaatschappij er nu toe geïnspireerd hun eerste drie EP's, verschenen tussen april en oktober 1997, in één verpakking opnieuw uit te brengen. 'Dog on Wheels', compleet met Spaanse trompetten, bevat vroege demo's; 'Lazy Line Painter Jane' geeft zijn titel aan de collectie, maar eigenlijk is vooral de breekbare folkpop van '3...6...9... Seconds of Light' het onthouden waard. Stuart Murdoch ontpopt zich hier als een trefzekere songwriter die de kunst verstaat tegelijk emotioneel en gevat uit de hoek te komen. Of hoe naïef en behoedzaam ook aantrekkelijk kunnen zijn.

Richard Warren speelde ooit bij The Hybrids, bedankte onlangs voor het aanbod de nieuwe bassist van Oasis te worden en heeft daar goed aan gedaan. Vandaag gaat hij namelijk door het leven als Echoboy, een experimentele eenmansband waarin hij eindelijk zijn voorliefde voor lo-fi, filmmuziek, eighties wave, postrock en Krautrock kwijt kan. Op Volume One, zijn tweede (!) cd, is hij niet alleen in de weer met synths en drumcomputers, ook gitaarnoise houdt hem in de ban. 'Model 352' is mechanische techno, 'Constantinople' intrigerende melodicadub en het elegische 'Broken Hearts' een plek waar Joy Division en Aphex Twin elkaar ontmoeten. Misschien dat u er eens met vakantie kunt?

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234