Zaterdag 18/01/2020

Identiteit schrijf je in het meervoud

Wie de natuurlijkheid van de identiteit benadrukt, maakt van de verscheidenheid een monocultuur

Jos Geysels houdt niet van het Vlaams-nationalistisch discours

Jos Geysels is minister van Staat. Voor De Gedachte schrijft hij om de twee weken een opiniestuk.

@4 DROP 2 OPINIE:'Ceterum censeo Belgica delenda est." Deze parafrase naar de uitsmijter ("Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden") waarmee Marcus Porcius Cato in de Romeinse Senaat zijn tussenkomsten beëindigde, gebruikte Bart De Wever als titel voor zijn bijdrage in de bundel Quo Vadis Belgica die verleden jaar onder redactie van Carl Devos verscheen. Zijn parafrase was geen grapje en zijn stelling heel duidelijk: "Naast het Vlaams Belang is er de N-VA die het streven naar een Vlaamse lidstaat van Europa als kernthema heeft."

Duidelijkheid is iets wat Bart De Wever kenmerkt. Ook al relativeert hij sommige uitspraken achteraf als een grapje of verontschuldigt hij zich voor te krasse uitspraken. Duidelijkheid maakt van iemand die het separatisme als doelstelling heeft nog geen extreem rechtse creatuur. Het is niet omdat je samen met iemand op een foto staat (zoals De Wever met Le Pen) dat je zijn gedachten deelt.

Maar voor Bart De Wever, hij herhaalde het vrijdagavond in het Canvas-programma De keien van de Wetstraat, blijft de congruentie tussen volk en staat, het samenvallen tussen natie en staat, essentieel. In die congruentie staan woorden als 'identiteit' en 'eigenheid' centraal.

Ik behoor niet bij degenen die hun wereldburgerschap bedreigd zien als het woord identiteit valt. Ik krijg wel een lichte huivering als de Vlaamse identiteit weer eens van stal wordt gehaald om een extra 'homogeen bevoegdheidspakket' uit de communautaire brand te slepen.

En dat is juist wat Bart De Wever en Geert Bourgeois wel doen. In zijn opiniestuk (DM 6/9) beweert deze laatste dat er 'zonder identiteit geen toekomst is'. Identiteit is immers 'het antwoord op de mondialisering'.

'Identiteit' en dat ander woord, 'eigenheid', waren in de jaren negentig de trefwoorden waarmee de Vlaamse regeringen hun communautair verhaal ondersteunden. Rond dit verhaal werd getracht (onder andere via het project 'Europa - Vlaanderen 2OO2') een consensus te creëren om de Vlaamse deelstaat een grotere autonomie te geven. Wie dit verhaal niet aanvaardde, viel buiten de consensus en werd als een 'lauwe Vlaming' gecatalogeerd. Ook al trachtte hij behoorlijk Nederlands te spreken.

De laatste jaren zijn deze begrippen in het communautaire debat wat op de achtergrond geschoven of geherformuleerd in frasen als 'de verschillende publieke opinies in Wallonië en Vlaanderen'. Wat nu overheerst is een "communautair discours", aldus historica Sophie De Schaepdrijver, "dat zichzelf presenteert als een zakelijk contract met de burger: een rationele keuze voor goed bestuur en heldere geldhuishouding".

Nochtans zijn 'identiteit' en 'eigenheid' nooit helemaal verdwenen. Het zijn immers deze begrippen die het verschil maken tussen Vlaanderen en Wallonië, tussen Nederlandssprekenden en Franstaligen en de Vlamingen onderling een cementlaag moeten geven die hun gemeenschapsgevoel moet stutten. Of het nu gaat over de gezondheidszorgen of over het verkeer, de culturele verschillen tussen beide gemeenschappen zijn blijkbaar zo groot dat een splitsing de enige oplossing is. In deze manier van denken worden eigenheid en identiteit de voornaamste argumenten voor een verdere staatshervorming. Tegelijkertijd vormen ze een homogene Vlaamse gemeenschap. Eén identiteit, één front. En daar zit hét probleem.

Natuurlijk bestaan er identiteiten. Maar het zijn lappendekens, het is patchwork. Wij hebben verschillende identiteiten en behoren tot verschillende gemeenschappen. Met veel mensen in Vlaanderen deel ik een bepaalde achtergrond (zoals taal of godsdienst) maar met niemand deel ik al mijn achtergronden. Daarom wordt identiteit beter in het meervoud geschreven. In die betekenis bestaat dé Vlaamse identiteit niet en is dé Vlaamse gemeenschap een 'imaginaire' gemeenschap. Dé identiteit is geen essentie maar een constructie. Toch wordt deze constructie door nationalisten gebruikt om de publieke opinie te mobiliseren, de botsing met andere culturen te benadrukken en het criterium om staatsgrenzen te trekken of te verleggen.

Wie echter de natuurlijkheid van de identiteit benadrukt, maakt van de verscheidenheid een monocultuur, herleidt individuen tot loutere illustraties van een collectieve identiteit. Het individu is dan slechts man of vrouw, Hutu of Tutsi, Kroaat of Serviër, moslim of ongelovige. Identiteit wordt dan geen uiting van culturele diversiteit maar van exclusiviteit, het individu is dan geen uniek exemplaar maar slechts een drager van vastgelegde kenmerken en eigenschappen. Identiteit wordt een enkelvoudig begrip gebaseerd op etnisch-culturele criteria waarmee het verleden wordt verklaard en de toekomst voorspeld.

"De identiteit is de toekomst", schrijft Geert Bourgeois. Hij vergist zich. Opkomen voor culturele diversiteit, het beschermen van talen en culturen is terecht. Maar een cultureel identiteitsbegrip gebruiken om lands- en staatsgrenzen te trekken is kortzichtig. Zelfbeschikkingsrecht, zelfbestuur, autonomie: het blijven waardevolle begrippen, maar ze krijgen een een totaal andere betekenis in een samenleving waar de mensen veel minder grondgebonden leven en werken, waar milieuvervuiling taal- en landsgrenzen overschrijdt en een crisis op de hypotheekmarkt in de VS de dag daarop de aandelenkoersen in Brussel beïnvloedt. Nieuwe tijden veronderstellen een andere visie. Nieuwe uitdagingen, zoals de mondalisering, vragen nieuwe oplossingen, ook institutionele.

Toch gaat "de communautarisering van het blikveld alsmaar door", schrijft Sophie De Schaepdrijver. Het is dit blikveld dat mij zo benauwt, de politieke vocabulaire die gehanteerd wordt. Dat expliciet binden van de regionale economische ontwikkeling aan een identiteit die de regio een interne cohesie moet geven. Ik voel mij thuis in een ander verhaal. Een verhaal met woorden als democratie en kwaliteit, burgerschap en solidariteit. Zo kunnen we misschien, zoals Stefan Hertmans ooit schreef, de identiteit ontwikkelen die een gemeenschap nodig heeft, namelijk een gemeenschap die over de kwaliteit van de dingen praat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234