Dinsdag 28/06/2022

Identikit

Tyler Farrar is Mark Cavendish niet: de inwoner van Gent vloekt niet en aan de meet maakt hij alleen beleefde handgebaren. Farrar en Cavendish: Amerikaan en Brit, tegenpool en tegenstander. Zondag hebben ze een eerste uiterst belangrijke afspraak op de Houba De Strooperlaan in Brussel.

Tyler Farrar

De challenger in de Tour 2010

Uitgangspunt voor deze Tour: Mark Cavendish is duidelijk niet dezelfde coureur als een jaar geleden, toen hij om de haverklap won.

Tyler Farrar: “Akkoord. Mark domineerde vorig seizoen van bij het begin, nu niet. Maar hij blijft een bedreiging, een van de beste sprinters in de wereld. Mark is speciaal: hij houdt van big statements, maar maakt die ook waar. Het wordt voor ons allemaal een open Tour. Niemand steekt bij de sprinters boven de concurrentie uit.

“We hebben ook weinig tegen elkaar gesprint. Petacchi was net als ik in de Giro, maar werd ziek na een week. Hushovd, Cavendish en Freire ben ik gewoon nauwelijks tegen gekomen. Dat heeft één positief gevolg: er is nog geen vast stramien. Niemand heeft vaak gewonnen, niemand is vaak geklopt. Het nadeel is dat je niet weet hoe de concurrentie sprint. Je kan niet anticiperen op hun manoeuvres.”

Wat dat betreft: de Tour van vorig jaar leerde dat in het wiel zitten van Cavendish geen goeie strategie is. Niemand die er nog over gaat.

“Dat is ook onze gedachtegang: wij willen nu zelf de sprint dicteren, niet alleen volgen. Vorig jaar kon dat niet, ons team was daarvoor niet sterk genoeg. Nu kan het wel. We hebben bij Garmin een gebalanceerd team: goed voor de bergen, maar ook echt sterk voor een sprint: Julian Dean, Robbie Hunter en David Millar in de lead-out en Martijn Maaskant en Johan Van Summeren om te achtervolgen. De exacte volgorde zal afhangen van de specifieke aanloop naar de finale.

“Maar noem ons niet het nieuwe Columbia, wij rijden niet in functie van een sprint. Alleen het peloton terugbrengen, daarvoor komen we nog een paar mannetjes tekort.”

Cavendish telt in deze Tour negen etappes voor de sprinters. Akkoord?

“Daar ga ik mee akkoord. Negen kansen op een sprint, geen negen sprints. In de overgangsritten zal er altijd wel een etappe zijn waarin een groepje wegblijft. Ik reken toch op vijf, zes echte sprints.”

En de rit naar Arenberg hoort daarbij?

“Het is een rit waar ik goed hoop te zijn. Ik ken het terrein. Niet integraal, maar wel de harde, zware stroken. Het wordt chaotisch: iedereen zal vooraan willen zitten: gasten zoals ik om te winnen, en de namen voor het algemeen klassement om geen tijd te verliezen. Stel je voor dat er iemand valt en de weg blokkeert: dan kan je dus als klassementsrijder perfect drie minuten verliezen.”

2010 kan voor jou het 2008 van Cavendish worden: Scheldeprijs, en dan twee Giro-etappes als opstapje naar vier keer ritwinst in de Tour.

“Ja, dat klopt. (lacht) I hope so. Vorig jaar was mijn eerste Tour: zonder echte druk, maar met veel vragen. Ik had weinig zelfvertrouwen, omdat alles nieuw was. ‘Hoe zal het zijn over drie weken? Hoe anders is het sprinten?’ Voortdurend vragen. Nu weet ik dat allemaal. Jammer genoeg, soms. Ik weet dat ik een rit kan winnen, als ik in topvorm ben.”

Thor Hushovd noemt jou een favoriet voor de groene trui. Is dat een ambitie?

“Het groen zit in mijn achterhoofd, maar het is niet mijn grote ambitie. Je zal me niet zien bij de tussensprinten, tenzij onze ploegleider alsnog van idee zou veranderen. Dat kan altijd. (lacht) Prioriteit is een etappe winnen, maar als ik na tien dagen dicht bij de groene trui sta, dan beginnen we er wel aan te denken.

“Ik wil een rit winnen. Vorig jaar was ik er dichtbij, maar het was telkens net niet. Ik heb nu ritten gewonnen in de Giro en de Vuelta. Hopelijk komt de Tour daar bij.”

Wat opvalt: jij bent de enige sprinter die dit seizoen overeind bleef.

“Ik heb gelukt gehad. Vorig jaar had ik een zware val: ik ontwrichtte mijn schouder, zo miste ik alle klassiekers. Maar vallen of niet vallen: het heeft uitsluitend te maken met geluk. Iedereen in een professioneel peloton kan met een fiets rijden. Het probleem is dat je met 60 kilometer per uur niet veel tijd hebt om iemand die in de weg rijdt te ontwijken.

“Die val in de Ronde van Zwitserland, dat is verschrikkelijk. Het leek erop alsof Cavendish daar van zijn lijn afweek. Zonder slechte bedoelingen, denk ik. Het was een val die slachtoffers maakte. Ik had geluk dat ik er niet bij was.”

Boonen viel wel en mist zo deze Tour. Betekent dat een concurrent minder, of verandert het de dynamiek van de sprint?

“Het zal definitely de dynamiek van de sprint veranderen. QuickStep zal niemand mee op kop zetten in een achtervolging. En daarbij telt echt wel: hoe meer, hoe beter. Dus voor ons is het jammer. En voor Tom net zo goed. Geloof me, ik meen dat. Iedereen wil winnen, maar niet omdat je tegenstander net gekwetst is.”

Jouw maat Wouter Weylandt zou hem vervangen, maar stond niet op de shortlist van QuickStep.

“Ik voelde me slecht toen ik het hoorde. Ik sprak Wouter dit weekend nog. Ik vroeg: ‘ga je of ga je niet’. Hij was echt enthousiast. ‘ja, ik denk het wel.’ En dan bleek het niet te kunnen. Dat was jammer.”

Zou het kunnen dat de vrienden Weylandt en Farrar volgend jaar samen rijden?

“Ik weet het niet. Hij is einde contract, en hij is een hele goede renner. Het zou kunnen. De wielerkalender is groot genoeg voor twee sprinters in één ploeg. We hebben er wel eens over gesproken, om te lachen eigenlijk. Hij is een van mijn beste vrienden, maar natuurlijk blijft hij zijn eigen ambities hebben: in de Giro heeft hij ook een rit gewonnen, toch?”

Tyler Farrar is een halve Belg: inwoner van Gent en gefascineerd door het rijke Vlaamsche wielerleven. Jij zou weten wie Cyrille Van Hauwaert is.

“Euh, ik ken de naam. En de foto’s: die met de banden om de schouders. Great. Ik volg de geschiedenis van het Vlaamse wielrennen. Ik ben naar het Ronde van Vlaanderen-museum in Oudenaarde geweest, naar het wielermuseum in Roeselare. Heel grappig om te zien. Mijn Belgische vrienden namen me de eerste keer mee, daarna ben ik blijven gaan.”

“Toen ik zeventien was kwamen we met de Amerikaanse juniorploeg vaak naar België, naar Izegem bij opleider Noël Dejonckheere. Zo is het begonnen. Die jaren waren echt fun. Ik was jong, voor het eerst echt in het buitenland. We waren een bende kinderen die een avontuur beleefden. Twintig man in één huis. Met de bekende wilde verhalen: iemand van onze groep liep ooit naakt met een OJ Simpsonmasker door de straat. Een weddenschap. Je kan je wel voorstellen dat Izegem daar nog over praat.”

Nu rijd je zelf klassiekers.

“Ja. De klassiekers waren dit jaar echt een doel. Ik ben tevreden: Scheldeprijs gewonnen, derde in Omloop, vijfde in de Ronde. Heel goed.

“Vooral de Scheldeprijs was speciaal. ’s Winters heb ik mijn wish-list opgesteld. Maar tegelijkertijd was ik realist: ik had maar twee kansen: de Scheldeprijs en Gent-Wevelgem. De enige twee die op een sprint kunnen eindigen.

“Nu, met het nieuwe parcours werd in sprint in Wevelgem plotseling ook minder evident, dus er bleef maar eentje over.”

Sprinter is geen evident beroep voor jou. Je pa had een verschrikkelijk ongeval op de fiets.

“In 2008 werd hij aangereden door een auto die een rechtdoor ging in een bocht. Mijn pa is nu verlamd, vanaf de borst. Hij volgt mijn carrière wel van heel heel dicht bij, stuurt me geluks-sms’en, maar verder gaat het niet.

“Hij begrijpt dat vallen bij het wielrennen hoort. Terwijl zijn ongeval net niks te maken had met wielrennen. Hij pendelde met de fiets. Het was simpel: de verkeerde tijd op de verkeerde plaats.

“Een freak accident, maar je kan zoiets je leven niet laten dicteren. Ik heb er nooit aan gedacht om mijn job te laten schieten.

Hoe gaat het nu met hem?

“Beter. Pa rijdt nu met een handfiets, hij werkt ook weer.”

Je hebt de liefde voor de fiets van hem opgepikt.

“Ja, mijn beide ouders hielden van fietsen. Niet op competitief niveau, gewoon voor het plezier. Ik ging met hen mee en dacht: ‘laat ik hier maar verder in gaan’.”

Er is nochtans een anekdote die jouw natuurlijke aanleg in vraag stelt: op je tiende kwam je ma je oppikken aan de enige berg in woonplaats Wenatchee, om je dan met de auto naar boven te brengen.

“(lacht) Maar dat is dus geen schande. Die berg, een naam is er niet, heeft een stijgingspercentage van 12 procent. Met stukken van 20 procent. Op mijn tiende lukte dat niet. Maar eenmaal sterk genoeg, ergens rond mijn twaalfde, deed ik het helemaal alleen. Het resultaat zie je straks wel in de bergen.”

Tyler Farrar

Amerikaan

geboren op 2 juni 1984, Wenatchee

Overwinningen: Vattenfall Cyclassics

(2009), 3de etappe Tirreno-Adriatico (2009), 11de etappe Vuelta (2009), Scheldeprijs (2010), 2de en 10de etappe Giro (2010)

Ploeg: Garmin-Transitions

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234