Dinsdag 29/11/2022

Ian Curtis: de ultieme outsider werd een merknaam

Anton Corbijns langverwachte biopic over de frontman van Joy Division ging donderdagavond in première in Cannes. De film is het nieuwste voorbeeld van de buitengewone fascinatie die er voor het korte leven van Ian Curtis gegroeid is.

Door Andy Gill

Manchester l Control: The Ian Curtis Film van fotograaf Anton Corbijn komt er precies 27 jaar na de dood van de Joy Divisionfrontman.

Voor het scenario baseerde Corbijn zich op Touching from a Distance, het relaas van weduwe Deborah Curtis van hun beider leven, en de coproductie is in handen van Curtis' voormalige labelbaas Tony Wilson. Het resultaat mag er dan ook zijn: Control is wellicht de meest begrijpbare poging tot hier toe om inzicht te verschaffen in het getormenteerde leven van een getalenteerde jongeman die een icoon voor zoveel generaties fans is geworden.

Naast ettelijke biografieën en een haast bodemloze put van websites en internetfora is dit de tweede keer in enkele jaren dat Curtis en Joy Division in een film figureren. Al is deze Control ietwat somberder dan Michael Winterbottoms 24 Hour Party People, een biopic over Tony Wilson en een lichtmoedige wildzang doorheen twee decennia van Manchesters bruisende muziekscene.

In die film werd Curtis geportretteerd als een serieuze, haast angstaanjagende persoon, in contrast met de anders zo geamuseerde toon van de film. Maar Corbijn nam Control op in grimmig zwart-wit. Een poging om zowel de sfeer van de muziek en het gevoel van vervreemding in Curtis' teksten, als de troosteloze Noord-Engelse achtergrond van eind jaren zeventig te vatten. Een periode waarin Playstation, internet en de postmoderniteit nog uitgevonden moesten worden, en de strenge naoorlogse sfeer van gootsteendrama's uit de jaren zestig de boventoon voerde.

In de postpunkjaren maakte Joy Division deel uit van een opkomende golf van muziek die als industrial rock geboekstaafd staat. Samen met stichtende lichten als Throbbing Gristle, Cabaret Voltaire en de Amerikaanse band Pere Ubu deelden ze een aantal waarden: een attitude die esthetiek boven commercieel succes verkoos en een geloof dat hun muziek het grimme postindustriële braakland moest vertegenwoordigen waarin hij gecreëerd werd. Net zoals The Beach Boys de zon- en surfcultuur van Californië in glorieuze, zinderende melodieën goten, importeerden industrialbands het lawaai en de disharmonie van machines in hun donkere, broedende stukken.

De industrialbands waren de eerste groepen die primitieve drumcomputers gebruikten. Ze deden dat niet alleen om hun soms abstracte composities een maatgevend, onvermoeibaar ritme te geven. In navolging van Kraftwerk was het ook een impliciete veroordeling van het robotiserende effect van fabrieksarbeid. Ook visueel schuwden ze kleuren, kwestie van niet te vloeken met het grauwe karakter van hun omgeving en hun eigen houding. Al moet het gezegd: financiële overwegingen speelden geen onbelangrijke rol in die sobere keuze.

De dure, veelkleurige lichtshows van de heavy metal, glam- en progrockers werden eveneens vervangen door een strakke witte belichting, met zwart-witte filmcollages als achtergronden en hier en daar een stroboscoop.

Dat laatste kon een probleem zijn voor Joy Division, tenminste als de lichtman hun instructies om die vooral niet te gebruiken negeerde. Ian Curtis leed aan epilepsie, en de felle lichtflitsen waren vaak voldoende voor een nieuwe aanval. Zijn ziekte, die tijdens de laatste maanden van zijn leven steeds erger werd, was zonder twijfel een van de oorzaken van Curtis' terminale depressie. Al waren er ook andere factoren: zorgen over zijn huwelijk dat op springen stond, een schuldgevoel over de affaire die hij er met een Belgische fan - Annick Honoré - op nahield, de groeiende last van verantwoordelijkheden als tekstschrijver en zanger van de band, onrust of hij de aankomende eerste tour door Amerika - die de dag nadat zijn lichaam gevonden werd van start had moeten gaan - zou kunnen volhouden en een algeheler pessimisme waarvan zijn dystopisch wereldbeeld doordrongen was.

Hij deed zijn best om zijn depressie te verbergen. De enkele keren dat ik hem ontmoette, toonde hij zich een vrolijke, geëngageerde en welbespraakte man, die discussieerde over literatuur en films met de vurigheid van een autodidact. Vrij van enig intellectueel snobisme of rocksterarrogantie.

Op het podium daarentegen was hij een volledig ander wezen, getransformeerd in een starende waanzinnige, de ogen wijd open en met wild molenwiekende armen. Zijn tranceachtige danspassen met spastische trekken waren het evenbeeld van zijn epileptische aanvallen. Het was een boeiend spektakel, dat in niets op andere performers leek. Naast de ongecontroleerde omwentelingen van Curtis leken de podiumkunsten van extreme showmannen als Iggy Pop of Lux Interior van The Cramps zorgvuldig geplande oefeningen.

Volgens zijn voormalige bandcollega's kon hij ook naast het podium zonder waarschuwing in een woedeaanval uitbarsten, niet zelden een voorteken van een nieuwe aanval. Tegenwoordig zouden die duizelingwekkende gemoedswisselingen als een bipolaire aandoening geklasseerd worden, maar toen werden ze meestal bekeken als gescheiden episodes van hyperactiviteit en melancholie, eerder dan één enkel syndroom. Niet dat het veel uitgemaakt had in het geval van iemand die erop gebrand was een stressvol leven te leiden, dat, zo hadden dokters gezegd, controle over zijn ziekte haast onmogelijk maakte. De aanvallen namen dan ook toe, zowel in frequentie als in intensiteit.

Naarmate de Amerikaanse tournee naderde, ging zijn toestand snel achteruit. Begin april speelde de band twee shows op één avond in Londense clubs, en tijdens beide optredens kreeg Curtis aanvallen. Drie dagen later probeerde hij zelfmoord te plegen met een overdosis barbituraten. Hij werd naar een psychiatrisch ziekenhuis overgebracht, waar zijn maag werd leeggepompt. Het is amper te geloven, maar drie dagen later probeerde hij opnieuw op te treden in Bury. Hij was echter te ziek om op het podium te komen en er brak een relletje uit toen fans met geweld protesteerden tegen de stand-in.

Curtis zat backstage, het hoofd in de handen, verscheurd door een misplaatst schuldgevoel. De last van de verantwoordelijkheid was nog nooit zo verpletterend geweest. Verschillende shows werden daarop geannuleerd, uit schrik voor een herhaling van de eerdere rellen. De volgende weken verbleef Curtis bij Tony Wilson, gitarist Bernard Sumner en uiteindelijk zijn ouders. Hij wou vermijden naar huis te moeten gaan, zijn vrouw had de eerste stappen voor een echtscheiding gezet.

Op zaterdag 17 mei 1980 keerde hij dan toch terug naar Macclesfield, waar hij ruzie maakte met zijn vrouw. Hij vroeg haar om de nacht bij haar ouders door te brengen. Hij keek naar Werner Herzogs Stroszek, een sombere film over een Duitser die naar Amerika verhuist en verwoest wordt door de ervaring. De uiteindelijke zelfmoord gebeurt off screen, terwijl de wereld onverschillig voortdraait. Vervolgens luisterde Curtis naar Iggy Pops The Addict en hing hij zichzelf op in de keuken.

Zijn dood was een schokgolf in zijn vriendenkring en de muziekwereld. Een paar weken later haalde het tragisch mooie 'Love Will Tear Us Apart' als eerste Joy Divisionnummer de top twintig in Groot-Brittannië, deels voortgestuwd door de macabere romantiek van een plotse dood. Ook vroegere artiesten als Otis Redding, Jimi Hendrix en Jim Reeves hebben hun grootste verkoopsuccessen in de wake van hun voortijdig overlijden gescoord.

Maar het geval van Joy Division was toch anders. Ian Curtis en zijn collega's waren nog geen bekendheden: ten tijde van Curtis' zelfmoord had de band enkel een cultstatus. Het valt dan ook te betwisten of de band zo'n reputatie zou hebben opgebouwd als Curtis' tragedie zich nooit voltrokken had. Korte tijd na zijn dood kwam Closer uit, het tweede album van de band, verpakt in een sombere hoes die, zo realiseerde ontwerper Peter Saville zich later, op een grafsteen leek. Muzikaal was de plaat nog donkerder dan hun debuut Unknown Pleasures, met teksten die er niet om logen. Regels als "an abyss that laughs at creation" en "existence, well what does it matter?" uit 'Heart and Soul' getuigden niet bepaald van een rustig gemoed. "This is a crisis I knew had to come/Destroying the balance I'd kept" uit 'Passover' lijkt zelfs zijn aankomende zelfmoord te suggereren. In tegenstelling tot zijn voorganger haalde het album de top tien in de platenverkoop.

Daaropvolgende compilaties hielden de herinnering aan de band levendig, terwijl de bleke toon van hun muziek en Curtis' wereldbeeld de hoekstenen werden van de gothcultuur, een muziekscene gebaseerd op donkere fantasieën. Sindsdien is goth een levensstijl geworden.

Naarmate de jaren vorderden, groeide de postume reputatie van de band. Een belangrijke factor was James O'Barrs gothcomic The Crow, die tjokvol referenties aan Joy Division zat. Nadat acteur Brandon Lee, zoon van Bruce Lee, per ongeluk neergeschoten werd op de set van de gelijknamige film, groeide de mystiek exponentieel. Bands zoals Marilyn Manson en Nine Inch Nails, die Joy Divisions 'Dead Souls' coverden voor de soundtrack van de film, werden vaandeldragers in een gemeenschap van malcontenten en buitenstaanders, voor wie Curtis een tragisch icoon was geworden.

Dat proces is niet alleen door de aard van zijn werk vergemakkelijkt, maar ook door de schaarste ervan: dat Joy Division zo weinig platen had uitgebracht, betekende ook dat de band nooit de terugval in zijn carrière moest meemaken. De bandleden hebben nooit de horde van de 'moeilijke derde plaat' moeten nemen, en hun reputatie bleef bevroren op het hoogtepunt.

Net zoals bij Jim Morrison en Scott Walker verschafte Curtis' sombere bariton een zeker sérieux aan de band, ver weg van de goedkope sensaties van de pop. Die 'neen' tegen populariteit zou later ook de grunge inspireren.

In de eenentwintigste eeuw ligt alles voor het grijpen, zelfs een nalatenschap die schijnbaar zo oncommercieel als die van Ian Curtis is. Joy Division is een merk geworden, een ontwikkeling die Curtis misselijk zou hebben gemaakt. Enkele dagen geleden nog maakte de New Balance, een fabrikant van sportkledij, bekend dat ze twee trainingoutfits op basis van de band zouden produceren. Hoe lang voor een speelgoedfabrikant met de Ian Curtispop op de proppen komt, inclusief zangfunctie en schokkende ledematen? Nooit? Ik zou er mijn geld niet op durven in te zetten.

© The Independent

Het valt te betwisten of de band zo'n reputatie zou hebben opgebouwd als Curtis' tragedie zich nooit voltrokken had

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234