Vrijdag 27/05/2022

'I Love Art': het regent reacties

Filosoof Frank Vande Veire schreef een ophefmakend pamflet over de kunstwereld: 'I Love Art, You Love Art, We All Love Art, This is Love' (DM 2/8). Daarin noemde hij man en paard: Jan Hoet, Thierry De Cordier, Wim Delvoye en Jan Fabre. Dat leverde hem fikse kritiek op van de geviseerden (DM 4/8), kritiek die hij opnieuw beantwoordde (DM 7/8). Ondertussen blijft het reacties regenen uit alle hoeken van de kunstwereld. Een bloemlezing.

HHH Plezier. Dat is het eerste wat ik voelde bij het lezen van het pamflet van Frank Vande Veire in de krant van 2/8. Hier worden nagels met koppen geslagen, vingers op wonden gelegd, hier wordt op lange tenen getrapt. De manier waarop zowat alles wat in het wereldje van de hedendaagse kunst mank loopt te kijk wordt gezet is zonder meer schitterend, en velen zullen met mij gedacht hebben dat hier te lezen staat wat je zelf ook denkt, maar dan nog beter (en fraaier) verwoord.

Los van de amusementswaarde heeft de tekst blijkbaar ook het vermogen een polemiek op gang te brengen. Dat is prima en hard nodig in een situatie waarin de meeste kunstenaars om het hardst zwijgen met de ambitie om zo vlug mogelijk in het telefoonklappertje van de curator te komen, goed voor de carrière en de subsidies.

Dat Vande Veire met zijn tekst een gevoelig punt raakt, mag blijken uit enige reacties in de krant van 4/8. De manier waarop men hier de man probeert te spelen is niet anders dan zielig te noemen. Er wordt geen enkel inhoudelijk tegenargument gegeven, en wie de moeite neemt om het pamflet en de reacties van Wim Delvoye, Thierry De Cordier en Jan Hoet (beminnelijk als steeds) daarop naast elkaar te leggen, zal het niet moeilijk hebben om enig verschil in niveau te vinden.

Dat het voor mij als beeldend kunstenaar slecht zou zijn om me hierover uit te spreken is niet zo erg, want ik had toch al geen carrière. Ik heb me namelijk laten vertellen dat kunst wordt geboren uit een noodzaak het leven te verklaren. Nu blijkt dat kunst een vak is waarbij je carrière kunt maken. Ik zal dan ook wel gedateerd zijn...

J. Gossé / Vremde

HHH

Vandeveires pamflet over de kunstwereld interpreteer ik als een invitatie tot repliek. Een uitnodiging tot 'spreken' eigenlijk, meer dan een vorm van tegenspraak, want laat ik meteen alle twijfel wegnemen: ik ben het volkomen met hem eens.

Met open vizier in deze arena treden is belangrijk. Mijn grote nadeel in dit debat is dat ik weinig gewicht in de schaal te leggen heb: artistiek renommee is niet mijn deel en mijn enige status binnen het kunstgebeuren is het directeurschap van een kleine academie, iets (i.e. zowel de functie als het instituut) waar in het Grote Kunstcircuit maar al te vaak schamper over wordt gedaan. Mijn enige weerwerk daartegen is dat ik zonder leedwezen de brieven mag klasseren waarin menig 'succesvol' kunstenaar naar enkele (vastbenoemde) leraarsuren hengelt, een job nota bene die hij/zij op vernissages niet nadrukkelijk genoeg kan verloochenen.

Het zou mij dus niet verbazen als deze reactie verdwijnt achter de ronkende commentaren van achtbaarder personen, als daar zijn: kunstenaars met naam, directeurs van Grote Instituten, curators van hier tot Milwaukee en niet het minst natuurlijk de door Vande Veire bij naam genoemde coryfeeën, zoals in de krant van 4/8. Het zij zo. Frank Vande Veire heeft het over het "zielige zwijgen der kunstenaars". Ik voeg bij deze mijn stem toe aan het koor van hen die niet langer willen zwijgen, of beter: die niet langer beschouwd willen worden als degenen die zwijgen.

Open vizier zei ik. Welja, iedereen mag weten dat ik zonet de laatste hand heb gelegd aan een lijvig dossier ten behoeve van de selectiecommissie voor de Provinciale Prijs die ik wil winnen om er "bij te horen". 'Zijn is gezien worden' geldt in de beeldende kunst meer dan waar ook. Het heeft geen zin jarenlang werk op te stapelen in een duister atelier, en het punt waarop ik dweepte met D'Annunzio's personage, dat zijn gedichten enkel 'prijsgaf' door ze op ontoegankelijke plaatsen in graniet te laten beitelen, ben ik al een tijdje gepasseerd.

Ik wil evenmin ontkennen dat ik naar de gunsten, of toch op z'n minst naar de belangstelling van het gild der curators en tentoonstellingsmakers heb gevist, en dat de respons daarop lauw tot afwijzend was. Een gemakkelijk argument om mij tot 'frustraat' te verklaren, een zijlijnfiguur, meer nog: een outsider in het artistieke establishment, een loser. Het zij zo. Maar noem me geen zwijger.

Welaan dan: waarin schuilt Vande Veires grote gelijk? In het feit dat hij het hedendaagse kunstgebeuren ontmaskert als de meest geslaagde vorm van globalisatie en multinationaal frictionless capitalism. Nergens ter wereld vind je een activiteit die zovelen en met zulke enorme kapitalen in eenzelfde kaste verenigt. Van Vancouver tot Sydney, over Kassel en Venetië schaart men zich achter het idool (in de betekenis van idolatrie) dat kunst heet. Eigenlijk een beetje zoals men zich wereldwijd achter het idool mode schaart, en niet toevallig blijken dat vaak dezelfde mensen te zijn. Met reden, want de meest bejubelde kunstenaars (én curators) van vandaag lijken wel heel erg op fashionistas, en evenzo claimen de meest besproken modeontwerpers de titel van kunstenaar. De eertijds als wijsheid ervaren spreuk, namelijk 'Mode is wat men vandaag mooi vindt en morgen niet meer, en kunst datgene wat men vandaag niet mooi vindt maar morgen wel', is, jawel, uit de mode. Kunst is wat ín is.

Het hoeft niemand te verwonderen dat onder dat predikaat de kunstenaar nog slechts tot het Circuit kan behoren als zijn product 'hip' is, en hoe hipper het kunstwerk, hoe hoger de score in de hitparade van de actuele kunst. 'Hip' is het kunstwerk met de ultieme gimmick, de absolute aandachtstrekker, en net zoals in de andere sectoren waar met gimmicks lof wordt geoogst (en grof geld wordt verdiend) kan dat alle kanten uit: hoogtechnologische glitter, neoromantische retro, scatologische humor, noem maar op, alle middelen heiligen het doel: díé kunstenaar te zijn die de media bedoelen wanneer zij het hebben over de vips en de jetset. De ultieme natte droom van een artiest? Te kunnen zeggen "woont en werkt in Parijs en New York", langs de neus weg, alsof het zelfs geen verdienste is... Kunst wordt allengs het synoniem van lifestyle.

Frank Vande Veire zoekt uiteraard problemen wanneer hij in zijn betoog man en paard noemt. Zijn voorbeelden heeft hij overigens geheel terecht uitgekozen, maar natuurlijk kan de opsomming veel verder gaan. Overal zie je hoe de gimmick het wint van de rest. Beter gezegd: hoe de goed gemanagede gimmick het wint van de andere flauwe grap. De Britten zijn daar momenteel het handigst in, de Belgen hebben hun 'surrealistische achtergrond' mee: daarmee wordt niet alleen een drol maar zelfs een scheet in een fles flink wat aanzien verschaft.

Ik herhaal dat ik ook niet vies ben van mijn 15 minutes of fame, maar als ik iets mag zeggen, dan toch graag dit: als dit zo verder gaat en de kunst(enaar) zich, samen met de entourage van 'kunstbelanghebbers en -liefhebbers' blijft scheuken aan de glamour van de nv art-as-the-global-village, dan moet men er zich op termijn niet over verbazen dat de lijn van het ultraliberale gedachtegoed consequent tot het artistieke terrein wordt doorgetrokken: het artistieke establishment zal dan mogen ophouden de kurken te laten knallen op kosten van de belastingbetaler. Links en vooral rechts duiken stemmen op om cultuursubsidies te herschikken of, zoals in Amerika, gewoon af te schaffen. Er valt tegenwoordig zoveel geld te verdienen met gebakken lucht dat de roep om 'kunst als kunde', de neo-ambachtelijke reflex, steeds luider wordt en in feite het pleit al heeft gewonnen.

Ik maak het in mijn praktijk als 'opvoeder' dagelijks mee dat ik mij moet verantwoorden voor de klucht van een ander, en tot hier toe was ik zelfs bereid mijn brede arsenaal aan argumenten telkens weer aan te dragen om een mens ervan te overtuigen dat het de moeite loont om de hedendaagse kunst met een open geest te benaderen. Ik ben tot het besef gekomen dat ik dat niet zozeer doe uit consideratie met de kunst dan wel uit een bekommernis omtrent het behoud van een open geest. Want het alternatief dat zich aandient voor de strapatsen van de actuele kunst is zo mogelijk nog erger dan de kwaal: het is ranzig, bekrompen, en al evenmin van sektarisme en eigenbelang gespeend. Dat kan de bedoeling niet zijn, en bedenkingen als die van Frank Vande Veire mogen geenszins door dat kamp worden gerecupereerd. Het is vanuit dit standpunt en met deze uitdrukkelijke nuance dat ik heb gesproken en opensta voor verder debat. Ugh!

William Ploegaert, beeldend kunstenaar en directeur van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten / Deinze

HHH

Frank Vande Veire is niet mild voor de kunstwereld in zijn pamflet. Hij hekelt de knieval van kunstenaars en curators voor de massacultuur, terwijl hij misschien heimelijk gehoopt had dat de kunstgemeenschap een niche zou vormen die vrij zou blijven van de economische realiteit.

Met verstomming lacht hij naar de zwijgende kunstenaar. Toch is het niet dat zwijgen maar zijn spreken dat zich terugplooit over de scheur tussen de kunstwereld en zichzelf.

Zou het geheim van de kunstenaar aan het licht komen als hij zou spreken? Misschien heeft de kunstenaar geen geheim, maar als dat zo is, dan heeft de kunstcriticus geen object meer.

De crisis in de kunst die Frank Vande Veire aan het licht brengt, verdonkeremaant de crisis van de kunstkritiek zelf. De kloof die sinds de moderniteit geslagen is tussen subject en object werpt het moderne subject terug op zichzelf.

Het subject dient sinds Kant zijn eigen beperkingen en mogelijkheidsvoorwaarden in rekening brengen en het object ist ein Unbekanntes. Deze filosoof laat zich echter niet vallen in een bad van intellectuele lafheid en postmoderne luiheid.

De reacties in De Morgen waren een gemiste kans (DM 4/8). Het was pijlen schieten op de man en niet op de zaak. Misschien staat Vandeveires theorie niet zover van de kunst die hij beschrijft: zijn theorie is de kunst van het woord.

S. Gorlé / Gent

HHH

Eindelijk eens iemand die het aandurft te woelen in het brakke water van het (hedendaagse) kunstmoeras. Toch enkele bedenkingen.

De kardinale discussie gaat mijns inziens over de vraag naar authenticiteit. Wat is momenteel nog waarachtige, authentieke kunst? Die vraag wordt ook nu niet beantwoord.

Het is een feit dat steeds dezelfde kunstenaars het mooie weer maken. Het is zelfs verontrustend dat we het vaak platvloerse discours van Wim Delvoye, Panamarenko, Jan Fabre et cetera gedwee slikken. Kunstenaars als Luc Tuymans, Raoul De Keyser, Thierry De Cordier worden gefêteerd, terwijl een heleboel waardevolle kunstenaars nooit het daglicht zien. De hamvraag is: wie zijn die kunstenaars? Is de tijd rijp voor een soort plastische tegenbeweging?

Het sektarisme viert trouwens ook in de kunstwereld hoogtij. Schilders als Mario De Brabandere, Raf Buedts en Ignace De Vos worden gekoesterd door een kleine schare liefhebbers, maar dat maakt hen nog niet authentiek. En wat is de positie van de oudere garde (Rik Poot, Koenraad Tinel, Octave Landuyt...)? Zij hebben nog iets te zeggen, maar worden stilletjes monddood gemaakt.

Je kunt je ook afvragen of 'ambachtelijker' vormen van kunst, zoals grafiek, nog een rol spelen. Dat soort kunst creëert een eigen circuit, met eigen wetten en normen. Maar de vraag of deze grafici een rol spelen binnen de hedendaagse kunst wordt niet gesteld.

Het is evident dat de functie van kunst in deze wazige tijden onduidelijk is. De revolte die eigen was aan figuren als Schwitters, Malevich en Duchamp lijkt voltooid verleden tijd. Kunst is grotendeels conformistisch geworden, te veel decor, kermis en toerisme. Het storende, subversieve karakter van kunst is platgewalst door welvaart, kapitalisme en neoliberalisme. Kunstenaars zijn kunstjesmakers geworden, highbrow duivenmelkers die de markt afschuimen. Vakmanschap is bijkomstig of overbodig.

Frank Vande Veire vindt ten slotte dat kunst niet mag/kan/moet ontroeren. Dat is een simplificatie, vind ik. Naast het weerbarstige, bevreemdende, onaangename karakter van kunst is er ook het ontroerende, emotionele aspect. Als we niet meer ontroerd kunnen worden door kunst, is er iets fundamenteel fout. Ontroering, niet als bedwelming, maar als verwondering. Ook al is dit oersentimenteel, het is wel puur menselijk.

Want dat is toch nog het grootste euvel van veel hedendaagse kunst: het koele, afstandelijke en lege karakter dat tot niets noopt, tot niets aanzet en ook niets betekent. Er rest alleen nog wat hol gebazel en narcistisch gebral. Wil de echte creatieve voorhoede nu opstaan?

D. Dobbelaere, recensent / Gent

HHH

In zijn pamflet stelt Frank Vande Veire dat de 'kritiek' van de kunst geen kritisch onderzoek en analyse van de samenleving behelst. Het betreft slechts een houding waarmee men zijn scepsis laat blijken tegenover alle uitgesproken meningen, theorieën, wereldbeelden, programma's, enzovoort. De postconceptuele kunst is volgens Vande Veire niet langer kritisch, ze laat zich slechts ironisch uit over de werkelijkheid. Sterker zelfs, op basis van ironie wordt alles gelegitimeerd: kunstenaars, curators en critici geven zich over aan "schaamteloze retoriek, effectbejag, lukraak geciteer, gekoketteer met het afstotelijke, het banale en met slechte smaak".

Hoe provocerend dit pamflet voor de kunstwereld ook mag zijn, Frank Vande Veire gaat mijns inziens niet ver genoeg omdat hij zijn kritiek beperkt tot de scene van de kunst. De ironie heeft zich niet slechts van de kunst maar van de samenleving in haar geheel meester gemaakt. De kunst is de laatste decennia van kamp veranderd. De 'avant-garde' heeft zich tegen zichzelf gekeerd omdat de kunst zich verplaatst heeft van haar marginale kritische positie naar de meest uitgesproken conformistische positie: de kunst van vandaag is verworden tot de kers op de taart van een goed draaiende evenementenshow voor een hongerige en georkestreerde consumentenmassa.

Vande Veire gaat in zijn aanklacht niet ver genoeg omdat hij suggereert dat de kunstwereld zelf verantwoordelijk is voor deze malaise. Delvoye, Fabre, Hoet, De Cordier en de hele reutemeteut mogen dan best van de hansworstachtigen zijn, samen met hen zijn wij op het einde van de twintigste eeuw allemaal in een hansworstachtige wereld beland waar de kritische houding helemaal geaccapareerd is. Omdat we allemaal kritisch geworden zijn, moet niemand nog in het bijzonder kritisch zijn, niet de kunst, niet de media, niet de literatuur, niet het onderwijs, en vooral niet de politiek. We zijn het nu met zijn allen eens dat we met zijn allen even alert, bewust van onszelf en de goede samenleving, in de wereld aanwezig zijn. Een kritisch woord van mij is hetzelfde kritische woord van om het even wie anders. Daarom hebben wij de avant-garde van de kunst niet meer nodig, daarom kunnen wij nu allemaal samen genieten van datgene wat wij allemaal samen 'schoon' moeten vinden in de kunst. En daarom hebben wij er zelfs genoeg aan als slechts één curator voor ons aangeeft waar wij zo nodig van moeten genieten.

Terecht is het meest ergerniswekkende dat het kunstenaarsvolk in ruim politieke zin volstrekt onmondig en laks blijkt te zijn. De kunstenaar is zijn eigen taal verloren. Maar wellicht heeft Vande Veire hier toch niet exclusief de kunstenaarswereld als zodanig willen viseren. Daardoor zou hij ongewild aan de kunstenaars een geprivilegieerde positie verlenen. Ongetwijfeld heeft de kunst zich in de afgelopen twintigste eeuw gelegitimeerd vanuit haar kritische maatschappelijke positie ten opzichte van 'het beeld' van de moderne werkelijkheid. Desondanks komt deze kritische houding niet slechts de kunst toe.

Kortom, het is op een of andere manier erg gesteld met de plaats van de kritiek in onze hedendaagse, gelukzalige wereld.

P. De Roo / Gent

HHH 'I Love Art': waar blijven de argumenten? Van de kunstenaars wordt hier bedoeld. Maar is het wel de taak van de kunstenaars om argumenten aan te dragen? Er is toch hun kunst. Is dat dan geen afdoende argument? Zoals Thierry De Cordier zegt: "Ik wandel zoals dagelijks het atelier binnen, bekijk al die zwijgzame dingen. Zwijgzaam? Ze schreeuwen, godverdomme."

Wie vraagt aan Claus of Luuk Gruwez om hun kunst te argumenteren? Zonet las ik het boekje Die Flucht ohne Ende (1927) van de Oostenrijks-joodse schrijver Joseph Roth. Het gaat over de zwerftocht van Oberleutnant Tunda na de ondergang van de Oostenrijkse monarchie (bij het einde van de Eerste Wereldoorlog) en de Russische Revolutie. Zelden een boekje gelezen dat zo hedendaags is. Na een jarenlange afwezigheid in Siberië volgt een gesprek tussen Tunda en zijn broer, een geëerde kapelmeester, over kunst. "Kunst is iets heiligs. Wie haar dient, oefent een soort priesterschap uit", zegt de conservatieve kapelmeester. "Ik begrijp niet hoe je nog van Europese cultuur kunt spreken. Waar is zij? In de kleren van de dames misschien?", antwoordt Tunda.

Het enige zekere omtrent kunst is de onzekerheid. "Ik kom niet aan spreken toe. Ik zwijg." (Thierry De Cordier)

J. De Vos, leraar Kunsthumaniora Sint-Lucas / Gent

HHH

Geleerde woorden kunnen er uit mijn pen niet vloeien, dat talent heb ik niet gekregen. Daarom is het waarschijnlijk ook zo stil vanuit de hoek van de ambachtslui. Het is hen niet gegeven om hun gedachten stijlvol neer te schrijven. Dat wil echter niet zeggen dat ze die niet zouden hebben of niet hardop durven te zeggen. Tenslotte moeten die woorden nog in de spotlights raken, zodat filosofen, critici en andere geïnteresseerden ze kunnen opmerken. Hún talent is juist wel het kunstig behandelen van het Woord. Ziehier mijn nederige poging.

Vrienden en familieleden vragen mij dikwijls: "Is dat nu kunst, Ann? Of moet ik dat nu mooi vinden?" Dan probeer ik het als volgt uit te leggen. Wanneer het bekijken van een beeldend werk, muziekstuk of dans je raakt, ontspant of doet nadenken. Wanneer het in staat is je vanbinnen te beroeren, ook na de honderdste keer. Het geeft je moed om verder te leven, het is een stevige vitaminekuur. Dan kunnen we spreken van een uitzonderlijk beeldend werk. Die hele ervaring is een zeer persoonlijk gegeven. Als jij dat kunstig vindt, is dat in orde. Niemand kan iemand opleggen wat hij moet ervaren. Net zo min kan men van 'hoge' of 'lage' kunst spreken. Wat een pretentie van de 'elite', hoogheidswaanzin waarmee ze hun wil willen opdringen aan de meerderheid.

Welk beeldend werk Kunst is geworden, kunnen we pas zeggen over dingen die in het verleden werden gecreëerd. Omdat dat werk voor zoveel mensen een vitaminekuur is geweest, hebben ze het met zijn allen goed geconserveerd. Ze hebben het gekoesterd en beschermd. Van alle dingen die nu worden gemaakt kan niemand zeggen dat het Kunst is. Een professionele kunstkenner kan echter wel oordelen of een creatief werk aan een basisvereiste van vakmanschap beantwoordt. Tijdens die beoordeling mag hij zich door geen geldgewin of andere ballast laten beïnvloeden. Alleen het pure mag in rekening genomen worden.

Pas later, als weer heel veel mensen dit (nu hedendaagse) werkstuk hebben behoed voor de tand des tijds, zal blijken welk werk we de eretitel van kunstwerk kunnen geven. Al de rest van het creatieve werk is een extra belasting voor onze wereld, extra milieuverontreiniging. Dus, creatieveling: wees zuinig op uw exploten. Wees creatief in dienst van het groter geheel maar dwing ons niet altijd om ernaar te luisteren of te kijken.

Het wordt hoog tijd dat museumdirecteurs en curators van festivals met hedendaags creatief werk zich gaan herbronnen, hun elitaire aura afleggen en veel meer verschillende werkstukken binnenlaten in hun heiligdommen.

Stop met sommige zogezegde kunstenaars (die eigenlijk nu nog ambachtslieden zijn) exuberante bedragen te betalen. Geef de 'eerlijke' ambachtsman een voorname plaats in onze maatschappij en laat ook hem loon naar werk verdienen.

Ik weet het, er zal minder gespeculeerd kunnen worden met hedendaagse werken. Maar de hele 'kunst'handel moet zich eveneens herbronnen. Zolang grof geldgewin de bovenhand blijft halen in onze wereld is ze gedoemd om kapot te gaan. Terwijl dit hele creatieve milieu een voorbeeld zou kunnen zijn van welke richting het uit moet gaan met onze wereldgemeenschap, verkiest het ook zijn kortetermijnvisie aan te houden en te kiezen voor macht, persoonlijke roem en geld.

A. Jorissen / Boortmeerbeek

De Morgen blijft de discussie naar aanleiding van 'I Love Art, You Love Art, We All Love Art, This is Love' op de voet volgen. Alle reacties publiceren is echter niet haalbaar. Het Initiatief Beeldende Kunst (IBK) toonde zich bereid om uw bedenkingen, commentaren en oprispingen integraal op hun website te plaatsen (www.ibknet.be). Daar vindt u trouwens ook het integrale essay van Vande Veire, evenals in het julinummer van Yang. Reacties blijven welkom bij ons, maar kunnen ook gestuurd worden naar het IBK (johan@ibknet.be of per post naar Bijlokekaai 7d, 9000 Gent.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234