Zondag 23/02/2020

Reportage

"I can't breathe", maal 10.000

Beeld © ELIZABETH SHAFIROFF / REUTERS / PETE MAROVICH / EPA

"Ik krijg geen lucht." Het zijn de nu al beruchte laatste woorden van de zwarte Eric Garner, nadat een blanke politieagent hem in een verstikkende houdgreep had genomen. 'I can't breathe!', scanderen duizenden demonstranten aan de voet van het Capitool, in het hart van de Amerikaanse hoofdstad.

Met de bus, het vliegtuig en de trein zijn ze naar Washington gekomen. De touringcars staan langs de National Mall. Woede heeft de demonstranten naar hier gedreven. Ze begrijpen niet hoe twee plaatselijke grand jury's konden beslissen dat er geen proces komt tegen de blanke politiemannen die in de zomer twee ongewapende zwarte mannen doodden. Niet alleen gaat de agent vrijuit die Garner in de wurggreep nam, ook de agent die in Ferguson de achttienjarige Michael Brown doodschoot, wordt niet vervolgd.

Daarom is er deze zaterdag de Mars op Washington. Als protest tegen wat de demonstranten zien als de blijvende achterstelling van Amerika's zwarte bevolking. De demonstratie herinnert aan de historische mars uit 1963, toen Martin Luther King zijn beroemde 'I Have A Dream'-toespraak hield, waarin hij opriep een einde te maken aan het racisme. Toen waren er 300.000 betogers. Dat aantal is nu veel kleiner, maar de emoties zijn er niet minder om.

Op het podium met op de achtergrond de koepel van het Congres, verzamelen zich de verwanten van alle zwarte mannen en jongens die het laatste half jaar door toedoen van de politie om het leven zijn gekomen. De familieleden van Garner en Brown, maar ook de moeder van de twaalfjarige Tamir Rice uit Cleveland, die werd doodgeschoten omdat een politieagent zijn speelgoedwapen voor echt aanzag, de vader van John Crawford III, een 22-jarige man die in een Walmart-winkel in Ohio werd doodgeschoten omdat hij een luchtbuks in de hand had, de partner van Akai Gurley, een zwarte man van 28 die per ongeluk in een New Yorks trappenhuis werd doodgeschoten door een patrouillerende agent.

Het podium is bijna te klein om al dat verdriet rondom dominee Al Sharpton te herbergen en te dragen. Er wordt volop gediscussieerd over de incidenten. Maar hier op deze plek, in het zonnige maar kille Washington, wordt het drama dat zich de afgelopen maanden op Amerika's straten heeft afgespeeld, zichtbaar en voelbaar. Dit is de 'Hall of Shame', zegt een bittere vader Crawford. Podium van de Schande.

Alle deelnemers aan de mars hameren op het Amerikaanse tekort: wat zij zien als blijvende achterstelling van zwarten. Ze marcheren rond het middaguur van Freedom Plaza, vlak bij het Witte Huis, in de richting van het Capitool, over Pennsylvania Avenue. Het is toevallig hetzelfde traject dat de lijkwagen met de kist van John F. Kennedy aflegde in november 1963. Een jaar later werd onder leiding van zijn opvolger Lyndon B. Johnson de historische wet aangenomen die zwarten gelijke burgerrechten gaf en officieel een einde maakte aan rassenscheiding. Er is sindsdien veel veranderd en verbeterd, maar misstanden blijven er. Het werk is niet af.

Dianne Richmond, een 59-jarige verpleegkundige, loopt met een bord met foto's van haar zoon en drie kleinzonen. Zij kan deze middag model staan voor De Zwarte Moeder. Ze laat de foto's zien omdat ze zich altijd zorgen maakt over hen. Een kleinzoon van tien is autistisch. "Als de politie hem aanhoudt, reageert hij niet. Of maakt gekke geluiden. Schiet de politie dan?" Zij is hier met haar zoon. Hij is afgestudeerd van de militaire academie van West Point. Een sterke vent. Toch is ze zelfs altijd voor hem bang. "Wat als de politie hem voor een ander aanziet?"

Beeld © ELIZABETH SHAFIROFF / REUTERS / PETE MAROVICH / EPA

Rosa Parks

Richmond, een goedlachse, elegante dame in een lange jas en met cowboyhoed, groeide op in Alabama, in het zuiden van de Verenigde Staten, waar de rassensegregatie het sterkst was. Ze werd twee weken geboren nadat de Montgomery Bus Boycott was begonnen door toedoen van Rosa Parks, die weigerde haar stoel af te staan aan een blanke. Het was de roerige tijd van de protestmarsen, van Martin Luther King en van de bomaanslag in 1963 op een kerk in Birmingham, Alabama, waarbij vier meisjes werden gedood. Een van de slachtoffers was Denise McNair - Richmond woonde vlak bij haar. Deze tragedie gaf de stoot tot het aannemen van de burgerrechtenwet, een jaar later.

Toch moet Richmond zoveel jaren later weer de straat op voor een nieuwe Mars op Washington. Maakt dat haar niet wanhopig? "Na Rosa Parks dachten we dat het beter ging. Maar het geweld stopt niet. Wij slikten dat. De jongeren van nu, zij die geboren zijn in de jaren tachtig, pikken het niet meer. De strijd zal doorgaan."

Dat laatste is ieders overtuiging hier. "Het begon voor we geboren werden, maar het moet afgelopen zijn voor we overlijden", roept Congreslid Al Green op het podium. Sharpton vindt dat de nationale politiek moet ingrijpen en met wetgeving moet komen. Schietincidenten met de politie mogen niet worden overgelaten aan grand jury's en aanklagers. Er moeten daarvoor speciale aanklagers komen. Sharpton was vol verwachting toen op de plek achter hem, op het bordes van het Capitool, een zwarte man zijn hand op de Bijbel legde en president werd. Maar er is meer nodig, zo blijkt. Het Congres beseft dat: het overweegt hoorzittingen te houden over de dood van Garner en Brown.

Speelgoed

Op het podium neemt de vader van Michael Brown het woord. Spreek voor je zoon, zegt een vrouw in de menigte zachtjes. Garners moeder zweert te zullen terugkomen naar Washington tot er iets verandert. De moeder van Tamir Rice zeg met zwakke stem dat mensen haar vragen waarom ze haar zonen met een speelgoedpistool liet spelen. "Maar jongetjes houden toch van dat speelgoed?" Ze heeft een nieuwe slogan als variatie op 'Handen omhoog, niet schieten', de leus die volgde op de dood van Brown, omdat hij volgens de demonstranten zijn handen omhoogstak als teken van overgave en toch werd doodgeschoten. De leus van moeder Rice: 'Schiet alstublieft niet, ik wil ook groot worden.'

Ook vader Crawford zal zijn zoon niet meer ouder zien worden. Het laatste wat hij zegt tegen de menigte is: "Vergeet mijn zoons naam niet. JOHN CRAWFORD III.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234