Zaterdag 20/07/2019

SOS AVOCADO

Hypes en droogte bedreigen ons nieuwe favoriete voedsel

Beeld THINKSTOCK

Geniet van je quinoaslaatje, guacamole en speltboterham nu het nog kan, want wie weet verdwijnen ze straks van ons menu. Veel voedsel wordt bedreigd door hypes en droogte. Lokale productie biedt wellicht een oplossing. "Wat mais en aardappelen een paar honderd jaar geleden waren, is quinoa nu."

Gezond eten, iedereen wil het. Maar hoe doe je dat? Jezelf volsteken met gojibessen en andere superfoods? À la Pascal Naessens koolhydraten weren? Of terug naar de roots met een oer-Belgisch dieet van seizoengroente en nose-to-tailvlees? En hoe blijven we gezond in de toekomst? Moeten we en masse veganistisch worden om de groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voeden? Tegen 2050 zijn we met 9 miljard. Verontrustend, zeker als je weet dat de helft van de landbouwgrond onbruikbaar kan worden door de klimaatverandering. Het recent verschenen boek The End of Plenty - de titel zegt het al - pleit voor een ander dieet: vervuilend vlees en zuivel verruilen voor groente, fruit en granen. Maar ook in groenteland zijn er problemen. Verschillende soorten zijn zelfs bedreigd.

Zijn er echt bedreigde soorten?

Ons dieet is de afgelopen jaren ferm veranderd. We eten fusion, kopen exotische ingrediënten bij de buurtsupermarkt en serveren dagelijks gerechten van over de hele wereld. Niemand kijkt nog op van een quinoaslaatje, een broodje falafel met humus, een latte met amandelmelk of taco's met guacamole.

Maar die exoten zouden best wel eens van ons menu kunnen verdwijnen. Grootste boosdoeners zijn watertekorten en de exploderende vraag. Onder de slachtoffers: quinoa, avocado's, kikkererwten, amandelnoten, chocolade, koffie, spelt. Wat wij nu nog als evidente supermarktwaar beschouwen, zou over een tijdje wel eens schaars en onbetaalbaar kunnen worden.

Beeld UNKNOWN

Hoe komt dat?

Voor een stuk door de voedselhypes. De huidige vraag overtreft de bestaande productie, waardoor de prijzen stijgen. Een mooi voorbeeld daarvan is quinoa. (Kenners zeggen trouwens kíenwa, niet kienówa.) In 2013 riepen de Verenigde Naties het internationale jaar van de quinoa uit. De insteek: het supervoedsel als dé oplossing voor armoede en ondervoeding. Quinoa heeft immers een hoge voedingswaarde. Het is rijk aan aminozuren, proteïnen, vitaminen en mineralen en het bevordert de spijsvertering. Bovendien is het gemakkelijk te telen, zelfs op plaatsen waar niets anders wil groeien.

Maar die opzet draaide helemaal anders uit. Toen het Westen quinoa ontdekte, explodeerde de vraag en dus ook de prijzen. Tot wel 15 euro per kilo (winkelprijs). Leuk voor de boeren die meer geld kregen voor hun oogst. Maar de voedzame zaadjes (quinoa is geen graan, maar een zaad) werden zó duur dat de lokale Zuid-Amerikaanse bevolking het zich niet meer kon permitteren. En dat terwijl het hun basisvoedsel is. De eerste quinoa werd 5.000 jaar geleden geteeld in de Andes, een heilig iets voor de Inca's.

Een ander essentieel probleem is de klimaatopwarming. Door de hogere temperaturen in Zuid-Amerika, Azië en Afrika staat de koffieproductie op de tocht. De arabicaboon gedijt minder goed in die warmte, dus stappen veel boeren over naar het enige andere koffieras: robusta. Dat is een kwalitatief mindere soort. Alle koffiefanatici mogen zich dus zorgen beginnen maken. Een probleem dat daarmee samenhangt, is water. Of liever gezegd: het gebrek eraan. Veel gebieden worden geteisterd door grote droogte. Dat zette bijvoorbeeld de avocado-oogsten in Californië op de helling. Daar heerste deze zomer de ergste droogte sinds 1.200 jaar.

Hoezo is water een probleem?

Zeventig procent van al het zoet water op aarde wordt gebruikt als irrigatie voor gewassen en drinkwater voor vee. Droge periodes hebben meteen effect op de voedselproductie. De Californische avocado-oogst krijgt door de aanhoudende droogte zware klappen. En ook in Chili en Mexico, traditioneel grote avocadoproducenten, zijn er vergelijkbare problemen. Hetzelfde geldt voor kikkererwten. Door de droogte is de wereldwijde productie van kikkererwten 40 tot 50 procent teruggevallen.

Het Water Footprint Network deed een onderzoek naar gewassen en hun waterverbruik. Voor een kilo tomaten heb je 200 liter water nodig, voor avocado's is dat 1.350 liter, voor amandels 3.100, voor kikkererwten 4.200 en voor linzen 4.900. Al is dat nog altijd beter dan rundvlees, dat 15.000 liter water nodig voor een kilo. Opvallend: een kilo chocolade vraagt 17.000 liter water.

Tot nu toe legde de overheid de boeren nog geen restricties op qua waterconsumptie. Maar de druk om te stoppen met waterintensieve gewassen zoals amandelen is wel groot.

Beeld UNKNOWN

Wat zijn de alternatieven?

Lokale productie. De voordelen zijn er in overvloed. Al is het natuurlijk niet mogelijk voor alle bedreigde gewassen. Quinoa is wel een goed voorbeeld. Dat wordt sinds kort verbouwd op Belgische velden en het slaat aan bij boer en burger.

"De teelt van quinoa kost minder water en vraagt minder bestrijdingsmiddelen dan bijvoorbeeld tarwe", weet Eddy Montignies van Land, Farm and Men, een Waalse organisatie die nieuwe gewassen promoot bij Belgische boeren. Denk bijvoorbeeld ook aan boekweit, haver en cameline, een soort lijnzaad. Omdat ook op transportkosten bespaard kan worden, is de Belgische quinoa een stuk goedkoper dan die uit Zuid-Amerika. Intussen heeft de Belgische quinoa er al twee oogsten opzitten en het gaat in stijgende lijn. In 2014, het eerste jaar, was er 13 hectare. Dit jaar al 28.

De quinoa die hier verbouwd wordt, is wel een andere variëteit dan die uit Zuid-Amerika. Het ras is geschikt voor het Noord-Europese weer dat natter en kouder is. De smaak is hetzelfde, maar de zaadjes zijn kleiner.

Montignies: "Veel boeren zijn moeilijk te overhalen. Ze kennen het gewas niet en vinden dat het oogt als onkruid. Maar eens ze ermee beginnen, zijn ze snel overtuigd. Het is minder werk en het brengt meer op. We vergeten dat wel eens, maar mais en aardappelen komen oorspronkelijk ook uit Amerika. Een paar honderd jaar geleden werden die hier voor het eerst verbouwd."

Is dat het enige alternatief?

De bestaande soorten verbeteren, zoals dat in landbouwwetenschappelijke termen heet. Dat betekent dat in een laboratorium een gewas zó ontwikkeld wordt dat die meer positieve eigenschappen heeft. Denk aan resistentie tegen ziektes, minder waterbehoeftig of grotere graankorrels. Tarwe staat daarin al heel ver, het hippe spelt nog (zogoed als) nergens. "Momenteel zijn er in België al enkele veredelaars bezig met spelt, maar graanverbetering is een proces van vele jaren en bovendien een grote investering", zegt Greet Riebbels van ILVO, een onderzoekinstituut voor landbouw en visserij.

Momenteel brengt een hectare spelt maar half zoveel kilo op als een hectare tarwe, wat de hoge prijs in de hand werkt. Doordat de vraag zo hoog is en de opbrengst zo laag, is dit hippe oergraan - ferm in zwang bij gezondheidsfanaten - de afgelopen twee jaar al verviervoudigd in prijs. Als ze een speltvariëteit kunnen maken met grotere korrels, wordt dat (deels) gecorrigeerd.

Beeld UNKNOWN

Biedt de wetenschap nog andere pistes?

Boeren gebruiken een deel van hun oogst als zaaigoed voor volgend jaar. Dat is natuurlijk opbrengst die ze niet kunnen verkopen. En sommige soorten leveren weinig zaaigoed, zoals avocado's. Die hebben maar één pit per vrucht. Daarvoor heeft de wetenschap in vitro, een kweektechniek waarbij nieuwe planten gemaakt worden van kleine stukjes blad, bast of boomwortel. Dat gebeurt in laboratoria, in glazen potjes en op een voedingsbodem van de juiste voedingsstoffen en hormonen.

Bio-ingenieur en professor Danny Geelen van de Universiteit Gent vertelt dat die techniek inderdaad wordt toegepast op avocadobomen: "Nu de vraag naar avocado's zo hard groeit, is de beste oplossing om zo snel mogelijk zo veel mogelijk bomen planten. Het probleem is dat in elke vrucht maar één pit zit. En aan een boom hangen niet zo veel vruchten. Door de bomen te vermeerderen met in vitro kunnen we van één boom per jaar wel een miljoen planten maken."

Deze optie heeft, net als de verbetering, ook tegenstanders. Die menen dat de veredeling te ver zou zijn doorgeschoten. En dat de voedingswaarde in oerrassen hoger zou zijn, dan van veredelde rassen. Of dat ook klopt, is wetenschappelijk nog niet bewezen. Geelen: "Als consument heb je hierin eigenlijk ook weinig keus. Als een boer beslist om een verbeterd gewas aan te planten, kun je daar niet veel aan doen. Wist je bijvoorbeeld dat Heinz een tomaat ontwikkelde speciaal voor hun ketchup? Die heeft een constante roodheid en smaak."

Welke rol spelen bedrijven eigenlijk?

Lang niet alle bedrijven zijn bewust bezig met de uitstervende soorten. Vorig jaar brak er wel een relletje uit. Toen kondigde de Amerikaanse restaurantketen Chipotle, die ook in Frankrijk en Duitsland zit, aan wellicht hun gevierde guacamole te moeten schrappen door het avocadotekort. Het regende (verontwaardigde) reacties, maar voorlopig heeft de keten nog geen dag zonder gezeten.

De Belgische keten Exki pakte het grondiger aan. Toen de quinoaprijzen exorbitant stegen, haalde de gezonde keten hun quinoaslaatje van de kaart. Tot grote teleurstelling van de consument. Maar Exki hield zijn been stijf en wilde niet meedoen aan de opgefokte prijzen waar de Peruanen hun eigen quinoa niet meer konden eten.

Intussen staat hun populaire slaatje terug in de rekken. Dit keer met quinoa van eigen bodem. Ze waren een van de eerste afnemers van de Belgische quinoa en ook een van de grootste.

Beeld UNKNOWN

En wat met de biodiversiteit van voedsel?

Wij denken meestal dat een tomaat een tomaat is en een wortel een wortel. Maar dat is zeker niet zo. Van elke groentesoort zijn er talloze varianten. Sinds de industrialisering van de landbouw worden er steeds minder variëteiten geteeld. Wie verschillende soorten graan, aardappelen, tomaten of appels heeft, moet elk veld op een andere manier bewerken. Veel meer werk dus. Daarom kiezen nagenoeg alle boeren voor één soort. Resultaat: een homogener voedselaanbod. Jammer is dat wel. Vergelijk het met de biodiversiteit in de natuur. Een bos met alleen maar eiken is ook groen en geeft ook zuurstof. Maar het is natuurlijk wel een stuk minder mooi en interessant.

Bovendien kan het gevaarlijk zijn om al je eieren in hetzelfde mandje te leggen. Bij een ziekte gaat je volledige oogst er misschien aan. Het overkwam Ierland in de 19de eeuw. Alle Ieren overleefden op één soort aardappel en toen die ziek werd, stierven een miljoen mensen de hongerdood. Nog een miljoen ontvluchtte het land. Door de huidige klimaatveranderingen zijn dergelijke scenario's opnieuw mogelijk. Diversiteit is daartegen de effectiefste, de gemakkelijkste, de goedkoopste en de duurzaamste oplossing, menen veel landbouwwetenschappers.

Zijn er nu al soorten uitgestorven?

"In vergelijking met de situatie voor 1900, is wereldwijd al 75 procent van de verbouwde gewassen verloren gegaan. En er gaan nog altijd soorten verloren. Alles wat niet meer verbouwd wordt, is gedoemd om te verdwijnen." Dat zegt Richard McCarthy in een interview met BBC. McCarthy is directeur van Slow Food USA, een organisatie die zich inzet voor beter, schoner en eerlijker voedsel.

Vooral oude fruitsoorten krijgen klappen; 86 procent van de Amerikaanse appelvariëteiten kennen we niet meer. Dat geldt ook voor bepaalde perenrassen, kastanjes, bloemkolen en aardbeien. Van bananen is er zelfs maar één soort meer over.

Al is er nog hoop. Onder bioboeren en farm-to-tableconcepten is er veel aandacht voor oude rassen. Ook chef-koks duiken in de landbouwgeschiedenis op zoek naar originele ingrediënten. Denk maar aan alle vergeten groente zoals pastinaak, aardpeer, ramanas en palmkool. Bio-ingenieur Danny Geelen nuanceert: "Mensen zeggen wel dat ze meer diversiteit willen, maar in de praktijk blijkt dat te veel keuze hen vooral stress bezorgt. De verschillende variëteiten van bijvoorbeeld tomaten die nu in de winkel liggen, verschillen drastisch van elkaar. Denk maar aan kerstomaten, trostomaten en vleestomaten. Je zult geen drie soorten wortelen vinden waarvan de ene iets zoeter of iets groter is dan de ander."

Moeten we ons opmaken voor een ander dieet?

Misschien. Het einde van de overdaad is wellicht in zicht. Maar je kunt je afvragen of dat een negatieve evolutie is. Bovendien zijn er al veel voorbereidingen op wat er gaat komen. "De wetenschap is al jaren bezig om variëteiten te ontwikkelen die beter bestand zijn tegen droogte. Daar staan ze al behoorlijk ver mee. We zitten zeker niet te wachten tot het misloopt", zegt Greet Riebbels. "Je moet een plant of gewas ook nooit zomaar afschrijven. Door ze te verbeteren, kun je de juiste eigenschappen naar boven halen."

Al moeten we ook realistisch zijn. Avocado's zullen waarschijnlijk geen alledaagse snack meer zijn, eerder een luxeproduct. Maar helemaal uitsterven, is onwaarschijnlijk. Bovendien zien sommige klimatologen een positieve kant. Zij denken dat het een drijfveer voor mensen kan zijn om iets aan de klimaatopwarming te gaan doen. Waar foto's van afsmeltende gletsjers niet in slagen, lukt misschien wel met een ander menu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden