Donderdag 05/12/2019

Hun hebben

Hun hebben? Dat had hem niet zien aankomen

Hans Bennis: ''Hun hebben' zou je taalkundig als een verbetering kunnen zien.' Beeld Aurélie Geurts

Na zijn pleidooi om de spellingsregels af te schaffen, dropt Hans Bennis, nieuwbakken directeur van de Taalunie, opnieuw een bommetje. Want, zo stelt hij: 'hun hebben' is taalkundig beter dan 'zij hebben'. Zoals in: 'Hun hebben pijn aan de oren.' 

“Altijd weer beginnen mensen over de gevreesde opkomst van 'hun hebben'”, zo vertelt Hans Bennis, hoofd van de Nederlandse Taalunie, in de Volkskrant. “Terwijl je dat taalkundig als een verbetering zou kunnen zien. Het verschil tussen zij, hen en hun is een naamvalsverschil. Maar naamval is niet langer een functioneel onderdeel van onze taal. Toch is voor de meesten 'hun hebben' nog de ultieme gruwel.”

Lees het zelf maar eens hardop. 'Hun hebben weekend. Hun lezen de krant.' De taalconstructie met 'hun' als onderwerp mag bij ons bizar klinken, boven de Moerdijk gaat ze al vlot over de tongen. Het is een vorm van 'verdoken prestige', duidt Johan De Caluwe, professor Nederlandse taalkunde (UGent). “Dat wil zeggen: je hoort iets wat van de norm afwijkt, maar je vindt het wel iets hebben. Je voelt er sympathie voor, omdat het een vorm is die gebruikt wordt door mensen met aanzien. In dit geval kunnen het spelers van het Nederlandse elftal zijn die mee voor de verspreiding hebben gezorgd. En zo raakt het steeds meer opgepikt.”

Puur taalkundig valt er iets voor te zeggen, stellen experts nog. Een taalsysteem met 'hun' als onderwerp heeft zo zijn voordelen. Zo weet je al onmiddellijk, van bij het begin van de zin, dat het over mensen gaat. Om maar een voorbeeld te geven: met 'hun liggen nog op bed' weet vader meteen dat moeder het over de kinderen heeft. Met 'ze liggen nog op bed' kan moeder het evengoed over de onderbroeken hebben.

Nou, hartstikke leuk

'Hun hebben': velen krijgen er jeuk van, krijgen het amper over de lippen, laat staan uit hun pen. Kan dit echt tot in Vlaanderen doordringen? “Ik sluit het niet uit, maar het zal niet snel gebeuren”, poneert Wim Vandenbussche, professor neerlandistiek en sociolinguïstiek (VUB). “Vlamingen zien 'hun' als een bezittelijk voornaamwoord, niet als persoonlijk voornaamwoord. We associëren het met een totaal andere functie. Dat maakt de weerstand zo groot. Vergeet ook niet dat Vlamingen nogal een traditie hebben van taalverzorging, van vasthouden aan de normen.”

Daar zijn we inderdaad gevoelig voor, beaamt professor De Caluwe. “Ik zie het niet gebeuren dat Vlamingen dit zullen pikken. Als een woord of zinsconstructie typisch Hollands aanvoelt, dan nemen Vlamingen die niet over. Op dat vlak zijn we nogal op onze identiteit gesteld. Daarom hebben we ook nooit de Hollandse uitspraak overgenomen. Ook woorden als 'nou' of 'hartstikke' maken hier geen schijn van kans: te Hollands.”

Al glippen er nu en dan woorden door de mazen van het net. Vroeger waren Vlaamse kermissen hooguit “plezant”. Pas in de jaren 60 kwam daar plots “leuk” bij, overgewaaid vanuit – jawel – Nederland. Vandaag is het woord zo in zwang dat het op geen enkel moment een Hollands belletje doet rinkelen.

Dat had hem niet zien aankomen

Taal verandert voortdurend, stellen experts. Hadden we het vroeger nog over 'u is' en 'u heeft', dan zijn dat vandaag 'u bent' en 'u hebt'. Of iets de norm wordt, is moeilijk te voorspellen. Het hangt er maar vanaf of de samenleving het aanvaardt. “Wel is het perfect normaal dat er taalvariatie is”, stipt Wim Vandenbusssche aan. “Sommigen zien dat als taalverloedering, als iets typisch voor jongeren. Dat is onzin. Taalvariatie heeft altijd bestaan.”

'Hun hebben', het klinkt Kevin Absillis, professor neerlandistiek aan de UAntwerpen, “typisch Noord-Nederlands in de oren”. Maar de stuipen krijgt hij er niet van. “Ik vind dit soort wendingen net fascinerend. Het is frappant hoe taalvariatie telkens weer stof doet opwaaien. Vanuit strikt wetenschappelijk oogpunt is het nochtans niet zo bizar, en al helemaal niet choquerend.”

Opmerkelijk: precies datgene waar we ons zo hard aan storen, doen we zelf ook. Denk aan een zin als: 'Dat had (h)em niet zien aankomen.' Professor De Caluwe: “Ook hier gebruiken we een objectvorm als onderwerp: (h)em in plaats van hij. Wielercommentator José De Cauwer doet dit heel vaak. Ook hoogopgeleiden gebruiken het in hun spreektaal. Wordt het zo vaak opgepikt, dan kan het op termijn ook informele standaardtaal worden.”

O-ow. Komen we dan toch al een stap dichter bij die “ultieme gruwel”, bij die “hun hebben gelijk”? Hans Bennis, gezeten op de troon van de Taalunie, blijft er gerust in. “Er is niemand die de taal om zeep wil helpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234