Zaterdag 27/02/2021

'Hun blik, het misprijzen, alsof we de duivel zijn'

'U moet deze plek verlaten.' Er is geen zin die de Rom-zigeuners beter kennen dan deze. Maar hoe ze vorige zomer in Landen werden verjaagd, dat hadden deze families nog niet meegemaakt. De decibels van dj Jos hebben ook letterlijk wonden geslagen. 'Er kwam bloed uit de oren van onze baby's.'

Miljaarde. Djuuu. Het graanstoppelveld zindert in de middagzon. Links voorin is er gezoem rond een stapel vuilnis- en pmd-zakken. Diepe, nog verse bandsporen getuigen van recent bezoek én recent vertrek. 'Ze' zijn ons ontglipt. Nog een luide godver, uit pure frustratie. Zijn we geflikt? Hier hoorden dertig caravans te staan, van Rom-zigeuners. Na dagen bellen, aandringen en onderhandelen was onze contactpersoon bij de Roms nochtans formeel: "Ze zijn in België aangekomen en zullen een paar dagen in Bekkevoort, bij Diest, op een akker staan."

'Ze', dat zijn de zigeuners die vorig jaar uit Landen door de burgemeester werden weggejaagd, onder de dreunende beats van dj Jos. 'De zigeuners voelen zich opgejaagd wild' stond midden juli 2014 in vele kranten. Het hele land toonde zich geschokt over de misplaatste branie van - zowaar - een sp.a-burgemeester. Toch kwamen de Landen-zigeuners daarna nog veel ongastvrijheid tegen.

Het werd een calvarietocht, maandenlang, want ze waren nergens welkom. Deze zomer, na een tijdelijk verblijf in Bretagne, keerden ze terug naar België, naar het Hageland. Ons Rom-contact gaf telefonisch coördinaten door: een straatnaam en een breedtegraad voor de gps. Maar zodra we aankwamen, noppes. Geen Roms in Bekkevoort. Ze waren er kort, maar muisden ervanonder.

Weggejaagd werden ze niet, zo blijkt even later. De zigeuners besloten zelf om te vertrekken, zegt korpschef Liboton van de politie Diest. "Er was iemand ziek of zo. De groep heeft zich opgesplitst. Een deel trekt richting Brussel, naar een ziekenhuis, en een ander deel richting Beauraing voor een evangelische missie."

Missiepost Beauraing

We kiezen voor Beauraing, in de Ardennen, niet ver van Dinant. Ooit was het stadje het podium voor de maagd Maria - ze 'verscheen' er begin vorige eeuw - nu is het een missiepost voor rondtrekkende evangelische zigeuners. Onze frustratie is weggeëbd en maakt plaats voor verbetenheid; de zoektocht is jacht geworden, jacht op weggejaagden.

Een vroege ochtend, de mist sliert over de Ardense bodem. Op drie kilometer voorbij Beauraing, op een soort tussenplateau in de heuvels, hebben we de zigeuners de nacht voordien gevonden, na het schaduwen van twee zigeunercaravans onderweg naar hier. Acht uur later, bij daglicht, stap ik het terrein op. Het gras voelt en ruikt vochtig-warm. In het midden van het veld rijst de mobiele kerk op: een gigantische witte partytent. Rond de tent staan in wijde bogen chique caravans, hun schotelantennes als nimbussen op het dak.

Drie jongemannen, twintigers, vragen "wat mevrouw hier zoekt". Hun voertaal met de buitenwereld is Frans, onder elkaar hakkelen ze een droedeltaal. "De mensen uit Landen? Ja, die staan hier." De jongens wijzen naar een plek achter aan het terrein. De mijnheer is al wakker, klinkt het, en we mogen hem storen. Maar eerst nog even dat vraagje: of mevrouw ook een wagen heeft. Ja dus. Of ik hem wil verkopen. Nee dus. Dat ze er mooi veel geld voor willen geven.

Ineens draait een politiecombi het terrein op, het raampje van de bestuurder gaat naar beneden.

"Verloopt alles naar wens?"

"Zeker mijnheer", zeggen ze.

"Heeft de brandweer gisteren water aangevoerd?"

"Jazeker, mijnheer de agent, dank u wel."

"En niet te heet op het terrein?"

De jongens halen de schouders op. "Daar kunnen we hoe dan ook niets aan veranderen", lachen de agenten en ze wijzen naar de tent. "Wat gebeurt daar, een feestje?" De jongens schudden van 'nee' en worden heel ernstig. "Daar praten en zingen we tot God." Als de agent wil komen, is hij welkom.

"Jules Modest", stelt de man zich voor. Dat is even schrikken. Uitgerekend met hem onderhield ik de voorbije dagen een druk gsm-verkeer over de Landen-zigeuners. Net hij wordt hier als Landen-zigeuner aangewezen. Jules Modest wordt le parrain - de peetvader - genoemd, hij is hét gezag binnen de groep Belgische zigeuners. Hij praat autoritair. Ik vraag om uitleg. Waarom liet hij me de omweg maken via Bekkevoort?

"Ik heb geen tijd vandaag, ik moet werken, zaken doen", antwoordt hij. Na een half uur onderhandelen gaat zijn caravandeur open. Ik betreed het kraaknette huis op wielen. Een dikke plasticfolie spant over de eet- tevens salontafel, en over de bloemetjesstoffen bank. 'Echtgenote Modest', leunend op een wandelstok, reikt vriendelijk een plastic beker met water aan. Water van de brandweer.

Blamage

Jules is parrain van de bekende Belgische Rom-zigeunerfamilie Modest en hun aanverwante families. Hij wordt ook in politieke kringen ernstig genomen. Dit voorjaar getuigde hij in de commissie Huisvesting van het Brussels Parlement over de problemen van het rondtrekkende volk.

"Nous voyageurs", zo noemt hij zijn volk. "Vooral in de zomer hoor je over ons spreken. We verplaatsen ons drie maanden lang met families, wagens en caravans, we bezoeken onze familieleden in alle uithoeken van het land, houden vakantie en doen zaken onderweg. Zodra het winter wordt, keren we terug naar een halfvaste plek.

"Een honderdtal familieleden blijft rondtrekken omdat er voor hen geen voorzieningen zijn. Er zijn te weinig terreinen in dit land. In het parlement heb ik gevraagd om hier en daar een aangekleed residentieel terrein te creëren, zoals in Wilrijk of Mortsel."

Jules Modest heeft een vast terrein in Haren, bij Brussel, het is zijn eigendom. Hij woont er samen met vijf gezinnen, kinderen en kleinkinderen.

Landen. Het woord valt. Kan hij zeggen waar ik gedupeerden van vorige zomer vind? "Vreselijk, die blamage. Mijn broer Facile was erbij." Waar is Facile? Jules, onverstoord: "Het was een dieptepunt in de Belgische geschiedenis om zo vernederd te worden, zo letterlijk weggeblazen, met luidsprekers, lawaai, muziek. Alsof we een minderwaardig volk zijn. Hebben we nog niet genoeg moeten doorstaan? Landen bracht een diep trauma in herinnering van vele decennia geleden. Dat het net een socialistische burgemeester was die zei 'foutez-moi le camp'. Dat camp hakt erin."

Wat bedoelt hij? Jules wuift weg. "En het verbetert er niet op. Ik maakte het de voorbije weken zelf mee. We trokken richting kust op familiebezoek en werden dagenlang op de hielen gezeten door de politie. Mooie uitstap. Twee dagen Oostende, met politie in de buurt. Dan één dagje Knokke-Heist, mét politie, weer weggejaagd. Op naar Beernem voor twee nachten. Politie. 'U moet deze plek verlaten': er is geen zinnetje dat we beter kennen dan dat. In Oostkamp vonden we drie dagen rust op een oud voetbalveld, mét stromend water en toiletten. Daarna ging het naar Edingen bij Brussel, waar de politie ons weer schaduwde.

(windt zich op) "Is dit 2015 of 1943? Kent u het verhaal? Hoe onze familieleden op camions werden geladen met bestemming Mechelen, Dossin-kazerne? Hoe ze later op de trein werden gezet richting Auschwitz? 325 leden van onze families, onder wie Modest, Boudin en nog een paar anderen, kwamen er om. In één en dezelfde dag: aankomen, gaskamers in, verbrand worden. (schudt het hoofd). Ik ben er op bezoek geweest, mevrouw. Afgrijselijk, ik slaag er niet in om die emoties te beschrijven."

Jules Modest hapt naar adem, en staat dan op. Of we de caravan willen verlaten. Sanitaire pauze.

Op naar de caravan ernaast: van Kalinka, een dochter van Jules. Ze zet koffie voor mama Antonia en jongere zus Lolita. Het kroost van Jules en Antonia (negen kinderen in totaal) zorgde voor 52 kleinkinderen. Antonia: "En 35 achterkleinkinderen, al ben ik van dat getal niet zo zeker, het is lang geleden dat ik ze nog heb geteld. Begrijpt u nu dat we bezig zijn met elkaar bezoeken? We hebben naast eigen nakomelingen ook veel dierbare neven, nichten, ooms en tantes. Daar vul je makkelijk drie maanden mee."

Mama Antonia voelt een pijnscheut. Haar gezicht vertrekt. Artrose blijkbaar, en ze kreeg al vier wisselstukken: driemaal heup, eenmaal knie. De tol van het vochtige halfbuitenleven? Ze protesteert. Nee, de leeftijd, én het is een familiekwaal.

"Weet je wat écht pijn doet? Onder dwang moeten vertrekken. Het constant verhuizen zijn we gewend, daar kiezen we voor. Wij zijn de mensen van de vier windstreken, verhuizen maakt ons gelukkig zolang we de vrije keuze hebben."

Wat vinden rondtrekkende zigeuners de beste plek? De drie vrouwen lachen luid. "Hier", zegt Kalinka en ze wrijft over de binnenzijde van haar caravan. "On est bien partout. Maar stop ons in een huis en we voelen ons zoals in een ziekenhuis. Ziek."

Lolita, de iets jongere 'dochter Modest', voegt eraan toe: "Vanuit onze caravan kijken we naar het wisselende landschap. Hier ademen we de vrije lucht in. In een huis- of ziekenhuiskamer is de lucht onvrij, bedompt."

Kalinka: "We kunnen moeilijk om met onvrijheid, met dwang, met 'je moet'. Dat heeft te maken met dat verjaagd worden de hele tijd. We kweekten assertiviteit en een iets dikkere huid."

Kweekten ze ook geen houding aan die anderen om de tuin leidt? Mensen die hen écht willen ontmoeten en willen begrijpen, krijgen moeilijk toegang.

Kalinka: "Iedereen is toch vriendelijk tegen u, iedereen voelt zich ook goed hier. Omgekeerd is het anders. De blikken die wij soms zien, de minachting. Alsof we de duivel zijn."

Lolita: "Ik voel vaak schaamte, terwijl wij het zijn die geschonden worden. Vertel eens, Kalinka, wat jij laatst meemaakte in Leuven."

Valse aanklacht

Kalinka haalt diep adem. "Mijn man voelde zich twee weken geleden niet lekker. Hij had pijn in de hartstreek. In een Leuvens ziekenhuis werd hij onderzocht en aan een machine gelegd. Ik zat naast hem, twee dagen lang. Ik week niet van zijn zijde, behalve om in de cafetaria om een kopje koffie te gaan.

"Op een middag komt een agent de kamer binnen. Hij vraagt mijn papieren, mijn naam en wil weten of ik met de auto kan rijden. Hij neemt me mee naar het bureau, waar ik word gefouilleerd. Pas dan hoor ik dat een week eerder juwelen werden gestolen in het ziekenhuis, twee etages lager.

"Ik zeg: 'Mijnheer, wij zijn er pas sinds eergisteren'. Geen reactie. Onze familie had intussen een advocaat gebeld. Na een telefoontje van hem mocht ik beschikken. Het was een vergissing. Toch moest ik teruglopen, drie kilometer. De vernedering..." (stokt)

Lolita: "Mijn zus heeft nachten niet geslapen, het is een trauma. Het verbetert niet met de jaren, integendeel. Laatst werd geroepen naar ons op straat, in het Duits. 'Zigeuner, scheisse Zigeuner'. Dat roept bij ons nogal gedachten op, maar dat heeft mijn vader u al verteld. (ze schudt met het hoofd) Gelukkig is er onder ons zo'n grote verbondenheid."

Hun bloed, hun godsdienst en ook hun taal verbindt. Na een tijdje bij hen zijn valt die zonderlinge woordenstroom op waarin ze met elkaar praten. Het is één klankenomelet, het Romani. Een mix van Roemeens, Hongaars, Indisch, Frans, Duits, zelfs Nederlands.

Antonia: "Elke Rom heeft in het land waar hij passeerde iets uit die taal meegepikt en vervolgens in het Romani gemengd. Ik denk dat de zigeunertaal de meest levendige is. Het Romani verandert de hele tijd, zoals alles bij ons zich verplaatst en niet ophoudt met bewegen."

Kookpunt bereikt

Ik vraag wanneer ze ooit ergens voor altijd zullen zijn, of is dat wanneer ze sterven, in de grond? Antonia: "Wij belanden in een kist, inderdaad, bij ons geen crematie."

Of ze daar dan tussen die vier wanden eindelijk gevangen zijn?

"Welnee. Het lichaam rot, onze ziel trekt richting God. (wijst naar boven) In de lucht zijn we weer onderweg, naar onze schepper."

Modest zit buiten, voor de caravan van de vrouwen, onder een tent, met drie mannen rondom hem. Ze voeren een felle discussie, in het Romani, met veel gebaren. Jules: "Ik hoor dat jullie het over schaamte hebben. Pijnlijk, hè. België is ons land, ons koninkrijk, het is ook ons landschap, onze immense tuin, het zijn onze mooie pleinen en onze prachtige open ruimtes. Wij zigeuners werken hier, huwen hier, hebben hier kinderen en voeden hier op. En toch worden we soms schaamteloos achtervolgd. Hoe bekijken jullie ons toch?"

Ik denk kort na, vraag of dit de reden is waarom ik moeilijk antwoorden krijg. Is het misschien ingeschapen wantrouwen? Hij schudt van nee. "Wij zeggen u toch alles?"

Tenzij over Landen.

Een ongemakkelijke stilte valt, tot Jules een telefoon opdiept, een nummer intikt, iets blaft, kort luistert en weer dichtlegt. "Ik moet werken", zegt hij en staat op, geeft een hand.

Dat telefoontje? "O ja, mijn broer. Hij staat in Brussel, achter de tuin van de koning. Voorbij de Van Praetbrug. Bonne chance."

Een half etmaal later. Voorbij de Van Praetbrug, achter de Brusselse jachthaven, verdeeld over een graskant, een brede middenberm en een strook langs de tuin van koning Filip staan zo'n dertig caravans. Onder hen ook de mensen van Landen? Een zigeuner wijst. Ook deze Modest staat achteraan. Facile hangt half uit zijn caravan - het onderdeurtje is nog dicht. Hij is gehuld in een marcelleke en een trainingsbroek, een gouden amulet bengelt over het grijze borsthaar, een sigaret zit tussen de met veel goud beringde vingers.

"Jules belde u", begin ik. "Oui", zegt hij. "Maar ik heb weinig tijd." Het is dertig graden buiten en ook binnen is het kookpunt nu bereikt. Ik ga in een tuinstoel zitten, oververhit, vraag een glas water. Laat dit duidelijk zijn: nu ik het opgejaagd wild uit Landen heb gevonden, laat ik me niet meer wegjagen. Facile haalt de schouders op.

"Bon, allee, een paar minuten dan. Ja, wij waren in Landen vorig jaar. Ik ben soms nog en colère als ik erover nadenk. Daarom praat ik er niet graag over. Mijn broer weet dat." Waar ze naartoe trokken na de uitdrijving weet hij niet meer zeker. Hij blaast. "Op den duur hou je dat niet meer bij. Ik denk dat we na Landen zo'n dertig plekken aandeden, misschien meer. Ik herinner me Overpelt, Lommel, Kessel-Lo, Diepenbeek, Charleroi, Tielt-Winge, Bekkevoort. Soms voor 24 uur, soms voor een paar dagen, het langste verblijf was in Tielt-Winge en Bekkevoort. Ongelooflijk sympathieke burgemeesters hebben ze daar, en een korpschef in Diest om u tegen te zeggen.

"Landen was het ergste wat mijn familie ooit meemaakte. Eerst gejend door de politie, dan die krijsende burgemeester die niet wilde overleggen met ons, dan die keiharde muziek 's morgens. Dat lawaai heeft letterlijk schade toegebracht. Oké, buiten stonden een paar kinderen te dansen, maar binnen in de caravans lagen onze baby's te trillen van de decibels. Bij sommigen kwam er bloed uit de oren. U gelooft me niet? Neem het van mij aan, die baby's hebben gebloed. We moesten zelfs naar de dokter gaan.

"In Landen zijn oude wonden opengereten. 'Landen' is als woord onze taal binnengeslopen. Als we op een plaats aankomen en we zien de politie naderen zeggen we in het Romani 'hopelijk geen Landen'. Landen staat voor 'het ergste'. En vergeten doen we het niet. Vergeven evenmin, trouwens niemand bood ons excuses aan."

De tuin van dj Jos

Ook niet de dj, probeer ik? De voorbije weken tijdens mijn zoektocht had ik dj Jos aan de lijn. De zaak-Landen laat hem niet los. Dj Jos die ook boer Jos is, en dezer dagen de oogst binnenhaalt, vertelde dat hij tussen alle zomerdrukte door op een plan broedt, iets mét de zigeuners. Meer wilde Jos niet kwijt.

Facile wil dat wel: "Dj Jos is geen slechte man, het was zijn fout niet dat we werden verjaagd. Jos wil nu een stuk land vrijmaken en ons daar uitnodigen. We trekken de volgende dagen naar Beauraing, maar daarna gaan we misschien bij hem langs, in zijn grote tuin in Landen."

Dj Jos beaamt, een dag later. "Klopt, ik wil aantonen dat je met een goede organisatie en goede afspraken mensen op een fatsoenlijke manier een mooie tijdelijke plek kunt geven, zonder dat er een dj aan te pas moet komen. Tenzij misschien de laatste avond, om een feestje te bouwen, voor ze weer naar hun volgende plek gaan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234