Zaterdag 08/08/2020

'Humor is altijd een beetje slechte smaak'

Op de dag der flauwe plezanten, poetsenbakkers en rotte vissen zal wellicht weer eens blijken dat humor niet altijd gepaard gaat met goede smaak. Voor haar doctoraatswerk Goede humor, slechte smaak speurde Giselinde Kuipers naar de sociale achtergrond van humor. Volgens de resultaten zou het verschil tussen het minzame lachje van een professor bij een briljante opmerking en de bulderlach die bij moppen tappende metselaars weerklinkt, niet uit de lucht gegrepen zijn. En morgen zouden vooral mannen iets creatiefs doen met vis.

Brussel / Amsterdam / Eigen berichtgeving

Barbara Debusschere

'Zou u ook zoveel van mijn dochter houden als ik geen cent bezat?", vraagt de miljonair aan de verloofde van zijn enige dochter.

"Natuurlijk!", antwoordt de verloofde. "Dan moet je maar opdonderen", zegt de miljonair. "Ik heb geen behoefte aan idioten in mijn familie."

De een vindt deze grap onbeschrijfelijk flauw, terwijl iemand anders zich er een breuk mee lacht. Hoe dat komt, wat dat verschil in gevoel voor humor bepaalt, vormt de kern van Goede humor, slechte smaak, het doctoraatsproefschrift van Giselinde Kuipers, verbonden aan de afdeling politieke en sociaal-culturele wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Kuipers: "Als je verschillende mensen eenzelfde mop voorlegt, lopen de reacties altijd erg uiteen. De een is er weg van en gaat die mop spontaan aan het eigen moppenarsenaal toevoegen, terwijl de ander alleen maar geïrriteerd is door die grap." Om die verschillende reacties te verklaren, interviewde Kuipers onder andere vierendertig rasechte moppentappers. Kuipers: "Opvallend is dat het dan altijd om mannen gaat. Je kent ze wel, dat joviale type dat echt een publiek aan het lachen wil maken en op feestjes altijd een hele batterij moppen op de gasten afvuurt. Omdat ik natuurlijk zelf ook een bepaald soort humor verkies, was het niet altijd even makkelijk om als interviewer te blijven lachen. Als ik iets echt niet grappig vond, moest ik toch een plooi in mijn gezicht behouden. Dat hoorde nu eenmaal bij mijn taak als onderzoekster, maar het is ook iets dat in het dagelijkse leven erg veel gebeurt."

Na de onderonsjes met de moppentappers stelde Kuipers een lijst op met moppen die ze voor een beoordeling aan een representatieve groep Nederlanders voorlegde. Een dertigtal van de respondenten werd daarna nog eens geïnterviewd over wat ze echt grappig vinden en wat niet, over wie ze een goede humorist vinden en wie niet. Ook over humoristische tv-programma's werden alle deelnemers bevraagd.

Uit dat alles kon Kuipers opmaken dat er een enorm verschil is tussen het gevoel voor humor van mannen en van vrouwen. Dat bevestigt waarom er maar weinig vrouwelijke moppentappers pur sang en vrouwelijke komieken zijn. "Mannen gebruiken humor veel duidelijker als een strategie. Door echt opvallend iemand te imiteren of door gewoon een mop te vertellen willen zij een publiek behagen, ook al is dat publiek daar niet altijd mee gediend. Humor is bij mannen ook competitief. Wanneer een goede moppentapper in een groep terechtkomt waarin nog een paar collega's zitten, dan ontstaat een 'wie is hier de leukste'-strijd. Practical jokes die met 1 april gepaard gaan, zijn dan ook erg vaak een mannenbezigheid."

Vrouwen kunnen er ook wat van, maar uit Kuipers' onderzoek kwam naar voor dat die competitiegeest hen vreemd is en dat zij in plaats van moppen veeleer grapjes over zichzelf maken. Ook tussen jong en oud is een gradueel verschil op te merken. Ouderen vinden de moppen van de jeugd van tegenwoordig vaak te ver gaan, te grof. Kuipers: "Door die verschillen te bekijken, kan ik een vergroving van de humor vaststellen, maar dat is wel de aard van het beestje. Humor moet altijd normen doorbreken, iets naar beneden halen. Alleen zie je dat jongeren daar tegenwoordig erg ver in gaan en heel harde humor verkopen, zeker als het seks of buitenlanders betreft."

Belgen zijn in die zin ietsje minder buitenlander dan anderen, want de vele belgenmoppen die bij onze noorderburen floreren, associëren de meeste Nederlanders niet met harde, beledigende humor die een verdoken vorm van haat kan zijn. "Misschien horen jullie dit ook niet graag, maar belgenmoppen zien we hier als schattig en onschuldig. Ze horen niet thuis in het rijtje moppen over joden en Turken, waar een 'pas-op!'-etiket aan kleeft. Kinderen mogen een belgenmop vertellen, maar het liefst geen cynische jodenmop. Dat is het verschil. Belgenmoppen hebben vaak ook iets surrealistisch." Een voorbeeld: "Op het politiebureau staan drie verdachten wegens een overval op een juwelierszaak, een Duitser, een Nederlander en een Belg. De juwelier komt binnen om de verdachte te identificeren. Stapt de Belg uit de rij verdachten naar voren en zegt: 'Ja dat is 'm!'"

Mensen van een andere origine reageren meestal gekwetst op de 'buitenlandermoppen', hoewel Kuipers ook een Turkse man sprak die altijd zelf van wal steekt met een grove makakkenmop, zodat hij meteen het gras van voor potentiële racistische lachbekken kan wegmaaien.

Het verschil in gevoel voor humor tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden, noemt Kuipers het opvallendst. "Dat verschil is zo overduidelijk dat je gerust kunt stellen dat de André Van Duijn-fanaten de lager opgeleiden zijn, en dat de Freek De Jonge-liefhebbers steevast de mensen met een hogere opleiding zijn", zegt Kuipers.

"Hoger opgeleiden hebben het ook meestal niet voor moppen. Ze vinden dat een beetje vervelend en zeggen dat ze moppen ook nooit kunnen onthouden. Een gevoel voor humor omschrijven zij dan ook veeleer als snel, gevat en ad rem zijn in een conversatie. Daar hebben zij bewondering voor. De lager opgeleiden zien humor veel meer als de kunst om het gezellig te maken, voor hen is het meer sociaal bepaald, wat de populariteit van moppen vertellen bij deze groep meteen verklaart. Voor deze mensen maakt het veel minder uit of je iets zelf bedacht hebt", vertelt Kuipers.

Nederlanders hebben niet de naam een degelijk gevoel voor humor te bezitten, maar volgens Kuipers is er de laatste jaren wel een en ander veranderd. "Humor is lang iets geweest wat niet netjes stond, en wat, hoe verfijnd een opmerking ook was, getuigde van slechte smaak, van een gebrek aan sérieux. Vandaar de titel van het doctoraat. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Een goed gevoel voor humor is een statussymbool geworden. Wie er echt een feeling voor heeft en niet steeds de bal misslaat, heeft een troef in handen."

Goede humor, slechte smaak wordt vanaf mei uitgegeven door uitgeverij Boom.

Een goed gevoel voor humor is statussymbool geworden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234