Dinsdag 19/01/2021

'Humor drijft mijn leven aan'

De wervelende familiesaga Het lot van de familie Meijer betekent de internationale doorbraak van de Zwitser Charles Lewinsky (1946), in eigen land al lang bekend als dramaturg, regisseur en schrijver van onder meer draaiboeken, romans en Fascht e Familie, de populairste komische televisiereeks ooit in Zwitserland. Door Joseph Pearce

Charles Lewinsky bezit een prachtige, trefzekere stijl en een sprankelende verbeelding. Zijn levensechte personages laten je nooit los, humor en spanning duelleren op elke bladzijde. In deze Joodse Buddenbrooks laat Lewinsky ook op een verbluffend knappe wijze zien wat Joden in Zwitserland sinds het eind van de negentiende eeuw is overkomen en hoe hun lot verbonden is geweest met het lot van hun geloofsgenoten in Europa. Een onvergetelijke leeservaring.

Hoewel dit niet uw eerste boek met een uitgesproken Joods onderwerp is, beweert u dat u allesbehalve een Berufsjude bent. Ik ben enkel nieuwsgierig, schrijft u. Waar ging dan uw nieuwsgierigheid deze keer naar uit?

"Ik vind dat een schrijver alleen mag schrijven over dingen die hij goed kent. Ik kom uit een orthodox-joods gezin, ik ken die traditie door en door. Een deel van mijn voorzaten komt uit de Elzas, een ander deel uit oostelijk Europa. Enerzijds was ik benieuwd hoe ik die verschillende stemmen op papier kon overbrengen, anderzijds wilde ik mezelf testen. Ik had nog nooit een dik boek geschreven. Was ik in staat om een groot project tot een goed einde te brengen?"

U hebt een prachtig boek geschreven. Hoelang heeft het geduurd voor u tevreden was met het resultaat?

"Met het schrijven ben ik vier jaar bezig geweest. Gelukkig hoefde ik geen onderzoek naar Joodse gebruiken te doen, die kende ik. Ik houd er niet van om eerst drie jaar alles over het onderwerp te lezen en op te schrijven. Natuurlijk had het boek in mijn hoofd liggen rijpen. Ik moet toegeven dat ik een rare gewoonte heb. Een idee ligt soms jaren te sudderen, tot ze mij met een klap van een hamer op mijn kop slaat. Dan moet ik alles prompt laten vallen en dat idee meteen uitwerken. Ik moet er wel aan toevoegen: ik geloof niet in kunst."

Pardon?

"Ik vind mezelf geen kunstenaar. Schrijven is een ambacht. De lezer zal wel oordelen of je boek artistieke waarde heeft. Het product mag dan kunst zijn, maar zelf beweren dat het zo is, is vreselijk aanmatigend."

Hoe hebt u dan als vakman uw boek willen schrijven?

"Als je een boek van Hemingway openslaat, heb je na twee zinnen door dat die stijl van hem is. Ieder boek van Hemingway heeft de Hemingwaystijl. Ik wil dat niet. Ik vind dat ieder verhaal om zijn eigen taal en stijl roept. Die stem horen is een, die stem begrijpen is iets anders. Eigenlijk is de keuze van het vertellerstandpunt voor mij de belangrijkste keuze. Voor dit boek heb ik voor een alwetende verteller gekozen. Geen makkelijke beslissing, want het gevolg is dat je jezelf verplicht om iedere zin te vervaardigen zoals een beeldhouwer een beeld vervaardigt. Ieder klopje met de beitel is cruciaal. Lezers die dus naar een unieke Lewinskystijl zoeken, zullen bedrogen uitkomen."

Maar hebben de lezers niet gelijk als ze beweren dat ieder Lewinskyboek boordevol humor zit?

"Touché. Humor drijft mijn leven voor een groot deel aan. Zoals u weet heb ik veel komische stukken geschreven, vooral voor de televisie. Maar ik heb ook ernstige werken geproduceerd, en het is niet omdat ik serieuze boeken schrijf, dat ik ook een serieus persoon moet zijn."

Is uw humor typisch Joodse humor?

"Absoluut niet. Joodse humor bestaat niet. Of liever: ze bestaat niet meer. Volgens mij is Joodse humor tijdens de verlichting ontstaan en is ze verdwenen toen Hitler aan de macht kwam. Zolang de Joden geen uitzicht op verbetering van hun lot hadden, bezaten ze geen humor. Daar zaten ze, op de onderste trede van de maatschappelijke ladder. Ongeliefd, gediscrimineerd, zonder mogelijkheid om op die ladder omhoog te klimmen. Maar in de achttiende eeuw kregen ze voor het eerst een kans om zich op te werken. Verandering creëert humor.

"Emancipatie dwingt hen om de hele wereld en niet alleen de wereld van het getto te omarmen. Tegenstellingen produceren humor. Vandaag is er nog alleen Joodse humor in Amerika, want daar beweegt er nog van alles. In Europa is Joodse humor dood, daar heeft de Shoah voor gezorgd."

Waar komt úw humor dan vandaan?

"Van mijn middelbare school. Ik was de dikke jongen met de bril die altijd werd gepest. Humor was zelfverdediging. Ik was er een kraan in. En misschien heeft dat talent wel Joodse wortels, want Joden munten uit in intellectueel jiujitsu. Ze hebben al die Heilige Boeken bestudeerd en hebben geleerd om voortdurend duels met argumenten aan te gaan. Het woordgevecht is het enige domein waar een Jood altijd aan het langste eind trekt."

Aangezien uw boek zich tijdens die Joodse emancipatie afspeelt, neem ik aan dat de humor dus van Joodse aard is. De zelfironie misschien?

"Ik geloof niet dat zelfironie typisch Joods is. Joodse zelfironie zou zijn ontstaan omdat Joden liever eerst met zichzelf wilden spotten voor iemand anders het voor hen deed. Nonsens. Ik geloof dat Joodse humor het directe gevolg is van een religieuze opvoeding. In die opvoeding werden Joden van jongs af uitgedaagd om de moeilijkste denkoefeningen tot een goed einde te brengen. Maar als je voortdurend uitgedaagd wordt, heb je ook zin om de banaalste dingen op een filosofische manier te bekijken. Uiteraard kun je zoiets niet met zwaarwichtige argumenten, dat zou belachelijk zijn. Dus probeer je op een lichtvoetige manier greep te krijgen op die alledaagse werkelijkheid. Een luchtig intellectueel spel waar Joden erg goed in zijn omdat ze al onderlegd zijn in veel serieuzere onderwerpen."

Uw boek is een familiegeschiedenis. Het is altijd lachen geblazen met familieverwikkelingen. Heeft uw ervaring met het schrijven van een komische televisieserie u daarbij geholpen?

"Alles wat je schrijft, helpt je om een betere schrijver te worden. Hoe meer je schrijft, hoe beter je in je vak wordt. Daarom houd ik van het Engelse woord writer. Door het schrijven van thrillers schreef ik betere situatiekomedies. En het schrijven van situatiekomedies hielp me bij het schrijven van serieuze romans."

De Engelsen hebben een mooie uitdrukking. I love my family, but I don't like them. Bent u niet tot hetzelfde inzicht in uw boek gekomen?

"De sitcomtheorie stelt dat alle personages zichtbaar op de set moeten zijn. Je moet dus een reden hebben om een personage op de set te laten staan. In een familie is dat precies hetzelfde. Waarom voer je iemand op? Wie voer je samen op? Zodra personages samenzijn, ontstaat er ofwel komedie ofwel tragedie. En tragedie is komedie met een andere uitkomst, net zoals komedie tragedie is met een andere uitkomst. Tijdens mijn seminaries voor jonge auteurs krijgen ze altijd dezelfde opdracht. Herschrijf Romeo and Juliet zodat het een komedie wordt. Tot hun verbazing constateren ze dat ze alleen het einde moeten herschrijven. Laat de geliefden in leven en het stuk wordt getransformeerd. Een happy end in plaats van een tragisch einde. Neem de tocht van Zalman Kamionker naar Galicië tijdens de Grote Oorlog. Hoewel hij tijdens zijn reis de Joden vreselijk ziet lijden, slaagt hij erin om zijn zoon Ruben te redden. Een potentiële tragedie eindigt met een happy end. Het tragische verhaal wordt een heroïsch verhaal."

Waarom heet uw boek eigenlijk Melnitz en niet Das Schicksal der Familie Meijer?

"Toen ik acht was, vertelde mijn oma mij een verhaal. Ze woonde in de jaren dertig in Leipzig, Hitler was al kanselier. Op een dag arriveren bij haar huis twee limousines. In de eerste zat een man; zijn secretaris, tikkend op een tikmachine, zat in de tweede. 'Ik heet Melnitz', zei de man. 'Ik ben een oom van u, en een belangrijke filmproducent uit Hollywood. Ik raad u aan Duitsland zo snel mogelijk te verlaten, want het wordt hier alleen maar erger.' Hij nam afscheid en reed weg. Voor een achtjarig kind een wonderlijk verhaal. Later dacht ik dat het een van die legendes was waarvan iedere familie er minstens een heeft. Weer jaren later was ik in de memoires van de actrice Lilli Palmer aan het lezen, toen ik op de naam Melnitz stootte, het hoofd van United Artists in Europa. De man had dus werkelijk bestaan. Toen kreeg ik het idee voor een komisch boek. Melnitz zou een man zijn die op verschillende momenten in de geschiedenis opduikt, de mensen waarschuwt voor catastrofes en op die manier redding brengt. Vreemd genoeg slaagde ik er nooit in om het idee uit te werken. Maar toen ik aan de familie Meijer begon, tikte Melnitz mij op mijn schouder en eiste hij een plaats op in het boek. Hij voegde er ook aan toe dat hij dood was en bovendien geen komische maar een tragische figuur was. Ik heb naar hem geluisterd, en tot mijn verbazing werd hij hoe langer hoe belangrijker. Eigenlijk gaat het boek over hem. Dus kreeg het boek zijn naam. Maar omdat mijn buitenlandse uitgevers vonden dat een boek met die titel niet zou aanslaan, ging ik ermee akkoord om Melnitz te ruilen voor een meer commerciële titel."

Waar staat Melnitz dan allemaal voor?

"Melnitz had een praktisch nut. Kijk, er is altijd een probleem met Joodse personages in een boek. Joden lijden namelijk aan de ziekte van het geheugen. Ze hebben te veel tragische geschiedenis en te veel tragische herinneringen, en er zijn te weinig Joden om dat allemaal te helpen dragen. De geschiedenis weegt op hen. Dankzij Melnitz kon ik die geschiedenis op zijn schouders leggen, zodat de andere personages vrij konden ademen en niet getekend hoefden te worden door de geschiedenis. Zij mochten vrijelijk in het heden leven, terwijl Melnitz ondertussen hun juk draagt."

Melnitz zelf is niet gelukkig met zijn taak. Joden hebben een talent voor martelaarschap, zegt hij.

"Melnitz gaf me de gelegenheid om het christelijke verhaal van de Wandelende Jood om te draaien. Bij de christenen moet de Jood voor eeuwig dwalen omdat hij kwaad heeft gedaan, namelijk Jezus aan het kruis helpen spijkeren. Bij mij is Melnitz ook een Wandelende Jood, maar híj kan niet sterven zolang mensen hém kwaad blijven doen. Het tragische is dat hij niet kan vergeten welke misdaden er door de eeuwen heen tegen hem zijn gepleegd."

Laat u daarom bij de andere personages enkel het alledaagse antisemitisme zien?

"Iedereen weet wat er tijdens de Shoah is gebeurd, waarom moet ik dat herhalen? In mijn boek wilde ik laten zien hoe Joden dag in dag uit pesterijen en discriminatie dienden te verdragen. Antisemitisme als Chinese marteling, druppel voor druppel. Joden moesten er mee leren leven, en dat deden ze dan ook."

Heeft dat 'banale' antisemitisme echt geen effect op hun leven gehad?

"Het enige effect is dat Joden beseften dat ze dubbel zo hard hun best moesten doen om geaccepteerd te worden. Twee keer zo beleefd zijn, twee keer zo eerlijk zijn, want als ze dat niet waren, werden ze onmiddellijk uitgespuwd. Daarom wilden ze ook in hun werk en hun beroep uitblinken en de beste zijn. Jammer genoeg beseften ze te weinig dat ze daardoor dan weer jaloezie opwekten."

Sommigen probeerden desondanks te ontsnappen aan die verstikkende noodzaak om altijd braaf en altijd nederig te zijn.

"Als een Jood uit zijn milieu wilde uitbreken, brak hij vaak radicaal met zijn verleden. Karl Marx was de kleinzoon van een rabbi. Als je afscheid neemt van al je regels, moet je er nieuwe maken, en dan is alles mogelijk. Neem Dr. Jakob Stein. Ik heb hem niet uitgevonden, hij heeft echt bestaan. Een Jood die zijn jodendom laat vallen en een kruistocht tegen zijn oud-geloofsgenoten begint. 'De mens moet weten en niet geloven', zegt Stein. Hij wordt rabiaat anti-joods. En hij heeft echt een boterham met ham op Jom Kippoer gegeten!"

Waarom vaart u zo hard uit tegen het Zwitserse antisemitisme?

"Ik houd van mijn land, het is een fantastisch land. Maar het zegt van zichzelf ook dat het fantastisch is. Het is het meest democratische land ter wereld, het meest open land, het meest verdraagzame land. Ik zou graag hebben dat die theorie de werkelijkheid weerspiegelt, en dat is niet zo. In 1984 schreef ik Hitler auf dem Rütli, een boek waarin ik me voorstelde wat er gebeurd zou zijn als Zwitserland door nazi-Duitsland was ingenomen. Ik schreef dat boek omdat ik verontwaardigd was over de manier waarop mijn land zich zijn geschiedenis tijdens de Tweede Wereldoorlog herinnerde. Blijkbaar had Zwitserland zich perfect gedragen. In mijn boek laat ik zien dat Zwitserland een schoothondje van Hitler was. Ik werd beschimpt en bedreigd. Men is u in de gaskamer vergeten, schreeuwde iemand door de telefoon."

Hebt u het Zwitserse antisemitisme aan den lijve ondervonden?

"Hoewel ik met succes mijn examen voor het gymnasium had afgelegd, kreeg ik van het kanton Zürich het bericht dat ik niet naar het gymnasium mocht. Er waren lessen op zaterdag, en aangezien ik als gelovige Jood geen lessen op zaterdag mocht bijwonen, mocht ik ook de school niet binnen. Als ik een meisje was geweest, zou er niets aan de hand zijn geweest, want het meisjesgymnasium was een stadsschool, en van een stadsschool mochten gelovige Joden op zaterdag wegblijven. Wat moest ik doen? Ik kon niet naar een privéschool, want mijn ouders waren niet rijk. Wat volgde, was een typisch Zwitserse oplossing. De stad Zürich betaalde me een stipendium waarmee ik mijn dagelijkse treinreis naar een school in Lüzern kon bekostigen. Voor het eerst besefte ik dat ik de wedstrijd voortaan van de reservebank moest bekijken. Misschien ben ik daardoor net een schrijver geworden, wie weet?"

Bent u verontrust door het succes van de heer Blocher en zijn Schweizerische Volkspartei? Zijn de vreemdelingen van vandaag de Joden van vroeger?

"Natuurlijk. Hetzelfde mechanisme wordt op gang gebracht. De Blocher van nu en de antisemiet van toen doen beiden een beroep op de onderbuikgevoelens van de burger."

In Zwitserland vinden voortdurend referendums plaats. Is dat geen ultieme vorm van democratie?

"In 1994 schreef ik Der A-Quotient. Theorie und Praxis des Lebens mit Arschlöchern. Hoe te leven met klootzakken. Mijn stelling was dat het simpele argument altijd het goede argument verslaat. En wat gebeurt er in een referendum? Complexe problemen worden gereduceerd tot simplistische vragen. Wie dus de meeste propaganda maakt, wint het referendum. Blocher is steenrijk. Zijn partij heeft bij de recente verkiezingen meer geld uitgegeven dan alle andere partijen samen. In Zwitserland hoef je trouwens niet aan te geven waar je geld vandaan komt."

Mag je de SVP van Blocher vergelijken met het fascistische Nationaal Front van de jaren dertig en veertig?

"Nee, Blocher is veel geslepener dan de antisemieten ooit geweest zijn. Zwitsers zijn over het algemeen trouwens erg sluw. Herinnert u zich Janki Meijer, de slachter? Na een referendum aan het eind van de negentiende eeuw werd het Joden verboden nog ritueel te slachten. Nee, de Zwitsers hadden heus niets tegen Joden, ze hielden alleen zoveel van dieren. Blocher past dezelfde tactiek toe. De SVP zal nooit zeggen dat ze buitenlanders haat. Op haar spandoeken staat: wij moeten iets doen tegen de misdaad. Welk rechtschapen mens kan het daar oneens mee zijn?"

Charles Lewinsky

Het lot van de familie Meijer

Oorspronkelijke titel: Melnitz

Vertaald door Elly Schippers

Signature, Utrecht, 669 p., 25 euro.

Vandaag is er nog alleen Joodse humor in Amerika, want daar beweegt er nog van alles. In Europa is Joodse humor dood, daar heeft de Shoah voor gezorgd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234