Maandag 17/01/2022

Hulporganisaties zijn te veel met zichzelf bezig

Onder druk van donateurs werd het eigenbelang belangrijker dan de opdracht. Maar de Syrië-crisis laat geen ruimte voor onderlinge concurrentie en oneigenlijke afwegingen. Dat schrijft Femke Halsema, voorzitter van de Nederlandse Stichting Vluchteling, en oud-voorzitter van GroenLinks. Dit is een gekorte versie van de Van Heuven Goedhartlezing, die Halsema gisteren gaf in het kader van Wereldvluchtelingendag.

OPINIE

'Waarom ga je hier niet weg?' was onze vraag aan de hulpverlener in kamp Al-Zaatari in Jordanië, zo'n 15 kilometer van de Syrische grens. Het was de eerste stop op een rondreis langs de vluchtelingenkampen in Syrië en haar buurlanden. Behalve naar Jordanië, reisden we naar Libanon, Irak, Turkije en uiteindelijk Syrië zelf.

Kamp Al-Zaatari is een kamp als zovele. Een golvend landschap van witte, soms half vergane UNHCR-tenten, strak in het gelid en dicht op elkaar. Stoffige, onverharde paden ertussen, overal rondhangende mensen, verwaarloosde en verveelde kinderen. In het kamp is het niet veel slechter en niet veel beter dan in al die andere kampen die duizenden vluchtelingen herbergen. Vanaf het moment dat dit kamp openging in juli 2012, is het aantal vluchtelingen razendsnel gegroeid tot minstens het dubbele van de 60.000 mensen waarvoor Zaatari nog geen jaar geleden gebouwd is.

In Zaatari-kamp werken zo'n 25 hulporganisaties. Dat aantal veroorzaakt grote problemen in de coördinatie van de hulpverlening. Sommige zaken zijn er teveel. Er wordt bijvoorbeeld dubbel geregistreerd door verschillende humanitaire organisaties waardoor er overlap is in de distributie van noodzakelijke levensmiddelen. Andere zaken zijn er te weinig, zoals bijvoorbeeld - en niet bepaald onbelangrijk - water en veiligheid.

De hulpverlener die wij vroegen waarom hij niet wegging, was niet zo tevreden met de bijdrage van zijn organisatie aan het leven in het kamp. Waarom liet hij het werk dan niet aan anderen over, hielden wij aan. Zijn antwoord was even duidelijk, als ontluisterend: "We all want a piece of the pie."

Bovenmenselijke moed
In dit antwoord ligt de kwetsbaarheid van, en de kritiek op de noodhulp besloten. Zoals altijd in humanitaire crises zijn er de verhalen van bovenmenselijke moed en opoffering van hulpverleners. Zo spraken we met een Syrische arts uit Aleppo, Dr. Hassan. Zijn kliniek kwam in de frontlinie terecht en werd volledig verwoest. Dr. Hassan zag strijders sterven, maar ook kinderen bezwijken door een gebrek aan medicijnen. Uiteindelijk vluchtte hij met zijn gezin naar Turkije. Vanuit de grensregio reist Dr. Hassan regelmatig heen en weer naar Aleppo, om zijn collega's te voorzien van dekens, medicijnen en diesel om de generatoren in de klinieken aan de praat te houden. "Er is zelfs geen jodium in Aleppo", zegt Hassan, "als wij het niet zouden brengen."

Er zijn ook veel voorbeelden van uitstekend functionerende organisaties. Artsen zonder Grenzen beheert een aantal klinieken in Syrië. The International Rescue Committee (IRC) verleent medische hulp aan 500.000 mensen in Noord-Syrië vanuit 14 veldhospitalen en 180 mobiele klinieken. Ook verzorgt IRC water en sanitaire voorzieningen voor 40.000 Syriërs in de grenskampen. En het Internationale Rode Kruis voorzag onder andere ruim 600.000 mensen van voedsel in de eerste drie maanden van van dit jaar.

Dit brengt een noodzakelijke relativering aan bij de verontwaardiging van een aantal oorlogsjournalisten dat er in Syrië geen hulpverlener te bekennen is.

Tegelijkertijd heeft de verontwaardiging grond. Buiten Syrië maar vooral in het land zelf schiet de hulp dramatisch tekort. De hulp aan de slachtoffers is vanaf het begin gehinderd geweest door internationale politieke tegenstellingen. Het grootste politieke obstakel is dat VN-organisaties zoals UNHCR en Unicef en een grote hulporganisatie als het Rode Kruis zich houden aan het soevereiniteitsbeginsel van staten. Zij trekken slechts de grens over om hulp te bieden als de overheid toestemming geeft. Dat leidt tot de waanzinnige situatie dat bijvoorbeeld de UNHCR niet alleen eerst toestemming vraagt aan de regering van Assad maar ook alleen via Damascus het land in reist. Assad geeft daarbij vaker niet dan wel toestemming.

Sommige organisaties, zoals Artsen Zonder Grenzen en de International Rescue Committee, trekken wel illegaal de grens over maar hebben alleen toegang via een klein aantal grensovergangen en de hulp die zij kunnen bieden is beperkt. Tegelijkertijd is dit grote obstakel relatief gemakkelijk weg te ruimen, als de Veiligheidsraad bereid zou zijn om een bindende resolutie aan te nemen waarmee zogenaamde crossborderhulp wordt geaccepteerd. Probleem is dat China en Rusland dit tot dusver blokkeren.

Mij lijkt dat Nederland en de Europese Unie nu al hun macht en overredingskracht opnieuw moeten richten op een resolutie die crossborderhulp mogelijk maakt. Het is een grove schande dat de inmiddels miljoenen burgerslachtoffers een politieke speelbal zijn.

Falen van de hulp
Kritiek op humanitaire organisaties is gemakkelijk gegeven. Zeker als de noden groot zijn dan liggen de voorbeelden van honger, leed en onveiligheid voor het oprapen en wijst de beschuldigende vinger snel naar de noodhulp. Hulpverleners wijzen op hun beurt naar de ingewikkelde politieke omgeving waarin zij hun werk moeten doen, de onveilige omstandigheden en de afwezigheid van publieke betrokkenheid en geld. Dat is allemaal waar.

Toch mag er ook kritisch worden gekeken naar het functioneren van humanitaire organisaties.

In al zijn botte eerlijkheid was de reactie van de hulpverlener waarmee ik begon misschien uitzonderlijk, de onderlinge competitie en concurrentie waarvan hij getuigt met zijn uitspraak 'we all want a piece of the pie', is dat niet.

Noodhulp wordt vooral gegeven door private of semiprivate organisaties, en VN-instellingen op een moeilijke markt met schaarse middelen. Zeker in oorlogssituaties zoals in Syrië, als de bereidheid van staten en publiek om geld te geven klein is, zijn organisaties geneigd met elkaar te concurreren om een zo groot mogelijke taartpunt.

Achterdocht
Nu is er weinig mis met concurrentie als dit leidt tot verbetering van de kwaliteit van de geboden hulp. Alleen functioneert de markt van noodhulp weinig optimaal. Kritische klanten, lastige consumenten, die dreigen over te stappen naar de concurrent als de hulp niet deugt zul je in de vluchtelingenkampen in Jordanië of in mobiele medische klinieken in Noord-Syrië niet vinden. De slachtoffers danken god dat iemand te hulp schiet en missen de macht en de fut om zich teweer te stellen. De lastige klanten die er wel zijn, de grote en kleine particuliere donateurs en de donorlanden, zitten op grote afstand en kunnen zelf niet nagaan of de hulp terechtkomt waar zij hopen, en of deze werkelijk effectief is. Dat maakt de noodzaak voor noodhulporganisaties om zich te verantwoorden groot.

Dit leidt vooral tot grote bureaucratische verantwoordingsprocedures die tijdrovend en kostbaar zijn en om afnemende bereidheid om financiële risico's te lopen.

Dat is discutabel want hulp in een gewelddadig conflict als in Syrië kan onmogelijk voor de volle honderd procent worden verantwoord en tegelijkertijd is samenwerking nodig met Syrische organisaties die niet bekend zijn met onze bureaucratie.

Achterdocht leidt er ook toe dat humanitaire organisaties zich toeleggen op zichtbare hulp: makkelijk uit te leggen en te fotograferen distributie van goederen, medische hulp of onderwijs voor jonge kinderen. Ook hiermee is op zichzelf weinig mis: tenten, dekens, medicijnen en onderwijs zijn in grote vluchtelingenkampen broodnodig. Erg is het wel als andere, minstens even noodzakelijke maar voor donateurs minder verleidelijke hulp niet meer of onvoldoende wordt gegeven. De stadsvluchtelingen die opvang vinden bij bekenden of familie, of met vele gezinnen in half afgebouwde huizen of garageboxen wonen, maken 70 procent uit van alle Syrische vluchtelingen: maar enkele organisaties houden zich met hen bezig.

In vluchtelingenkamp Al-Zaatari in Jordanië, waar alle humanitaire organisaties wel zijn neergestreken, zag ik de gebreken van de noodhulp uitgestald. Concurrentie om de internationale geldstromen zeker te stellen, de keuze voor zichtbare hulp om donateurs thuis zo veel mogelijk te behagen, en bureaucratisering om al het werk en de goede bedoelingen dagelijks vast te leggen en uit te kunnen dragen (om de kritiek als het ware voor te blijven). Ofwel, organisaties die in onderlinge competitie het eigenbelang - onbedoeld en waarschijnlijk vaak ook ongemerkt - belangrijker gaan vinden dan de opdracht waarvoor ze staan: hulp bieden aan mensen die verdrukt, opgejaagd en gewond zijn.

In het licht van de ernst, de omvang en de waarschijnlijke duur van de Syriëcrisis - de grootste humanitaire crisis in de geschiedenis van UNHCR volgens de Hoge Commissaris Antonio Guterres - is er geen ruimte voor onderlinge concurrentie en oneigenlijke afwegingen. Er zal hard en zo efficiënt mogelijk moeten worden samengewerkt. Om dat mogelijk te maken moet er ook in alle openheid worden gediscussieerd over de tekortkomingen

In Syrië lijden gewone burgers onder politieke avonturiers die niet terugdeinzen voor een moord meer of minder. Zoals zo veel mensen in Europa en ook in het Midden-Oosten die begaan zijn met democratie en recht, kunnen wij niet wachten om hen hulp te bieden: met geld, met menskracht en - vooral - door ons werk naar allerbeste kunnen te doen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234