Maandag 06/07/2020

NGO's

"Hulporganisaties stoppen seksueel misbruik massaal in de doofpot"

Vrouwen dragen maïsmeel naar een voedselverdeelpunt voor vluchtelingen in Juba, Zuid-Soedan.Beeld BELGA

Vrouwelijke werknemers van internationale hulporganisaties zijn vaak slachtoffer van seksueel misbruik door collega's. Het probleem wordt door de organisaties zelf op grote schaal genegeerd of onder de mat geveegd. Dat bericht The Guardian op basis van getuigenissen die de krant kon verzamelen.

Cijfers over aanrandingen en seksueel geweld in de sector zijn niet voorhanden. Incidenten blijven vaak ongemeld. Maar volgens vele werknemers van humanitaire organisaties is seksuele intimidatie een groeiend kwaad, dat moet aangepakt worden door de top.

The Guardian verzamelde getuigenissen van vrouwen die werken of gewerkt hebben voor diverse hulporganisaties, van grote internationale ngo's en VN-organisaties tot kleinere goede doelen. De algemene teneur is dat de organisaties er niet in slagen hun werknemers te beschermen, en dat slachtoffers die misbruik melden vaak als herrieschoppers bestempeld worden.

Zo is er de Amerikaanse Sarah Pierce (fictieve naam), die dit jaar ontslagen werd door het Carter Center, gevestigd in Atlanta. Nadat ze in Zuid-Soedan aangerand werd door een collega van een lokale ngo, zegt ze geen steun te hebben gekregen van haar organisatie. "Niemand heeft me gevraagd of ik in orde was, of ik medische bijstand nodig had. Toen ik het probleem bleef aankaarten en bleek dat de organisatie niet in het basisrecht van bescherming kon voorzien, werd ik ontslagen."

Het Carter Center ontkent dat het Pierce niet steunde. Volgens het bestuur kreeg de vrouw medische zorg aangeboden en werd ze aangemoedigd psychologische bijstand te zoeken. Commentaar op de reden voor haar ontslag wil men echter niet geven, onder het mom van vertrouwelijkheid.

Feministische probleemschopper

Een vooraanstaande bron binnen het in New York gevestigde International Rescue Committee (IRC), geleid door voormalig Brits minister van Buitenlandse Zaken David Miliband, kaart het inadequate beleid rond seksueel geweld binnen de organisatie aan. "Ik heb gezien hoe de organisatie reageerde op alle soorten seksueel misbruik, inclusief verkrachting, en ik durf zeggen: als ik tijdens het werk verkracht werd, zou ik het niet melden."

Wie dat wel deed, werd bestempeld als een feministische probleemschopper, zo luidt het. "Aan het roer staat een sterke mannenclub, en onze jobs hangen vaak af van onze reputatie. Het is ironisch dat we in de publieke opinie gezien worden als helden, omdat we ons in oorlogs- en conflictgebieden begeven. Maar een groter risico voor ons, vrouwen, vormen de mannen rondom ons."

Volgens een woordvoerder van het IRC heeft de organisatie wel degelijk een beleid om wangedrag te registreren en aan te pakken. "We nemen alle beschuldigingen zeer ernstig", klinkt het. "We hanteren een intensieve opvolgprocedure. Elk personeelslid wordt ingelicht hoe een kwestie kan aangekaart worden."

Dat seksuele misdrijven binnen hulporganisaties een groot probleem zijn, lijkt vast te staan. Het Headington Institute (HI) in Californië, dat hulpverleners psychologisch bijstaat, is recent een onderzoek gestart om in te schatten op welke schaal het misbruik plaatsvindt. "Niemand heeft hier een goed zicht op", klinkt het. "Dit is massaal ondergerapporteerd, om diverse redenen."

Volgens Alicia Jones van het HI is het aannemelijk dat één procent of meer van de hulpverleners - zo'n vijf- tot tienduizend mensen - tijdens zijn humanitaire loopbaan met het probleem te maken krijgt. "Man of vrouw, dit is iets waar iedereen angst voor heeft", zegt ze.

Het International Women's Rights Project, gevestigd in Canada, heeft de voorbije weken een enquête gehouden rond seksueel geweld en aanrandingen binnen humanitaire organisaties. Meer dan duizend mensen, voornamelijk vrouwen, traden uit de schaduw.

Megan Nobert deed dat eerder dit jaar al. In een opgemerkt opiniestuk in The Guardian vertelde ze hoe ze in een VN-basis in Zuid-Soedan verkracht was door een collega-hulpverlener. Nadien werd ze persoonlijk gecontacteerd door een schare van hulpverleensters die het slachtoffer waren geworden van seksuele intimidatie.

Volgens Nobert zijn de meesten bang om het misbruik te melden, uit angst voor de gevolgen of bij gebrek aan steun binnen hun organisatie. "Er zijn CEO's, regionale directeurs en managers die letterlijk gezegd hebben: 'Leer er maar mee omgaan. Dit is iets waar je je aan zou moeten verwachten.' De humanitaire sector is nog altijd een machowereld. Wat we nodig hebben, is erkenning dat seksueel geweld in onze sector een probleem is. Dat is de eerste stap om het stigma te doorbreken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234