Zondag 18/08/2019

Pedofilie

Hulplijn wil ook partners van pedofielen aanspreken

Beeld ANP XTRA

Stop it Now!, de hulplijn voor mensen met pedofiele gevoelens, bereikt zijn doel: dagelijks neemt minstens één iemand contact op. In een nieuwe campagne spreekt het initiatief nu ook (ex)-partners aan van pedofielen of pedoseksuelen.

"We zaten samen op school en in het vijfde jaar werden we een koppel. (...) We waren jaren samen en toen ontdekte ik die beelden van onze kinderen op zijn computer. Ik kon dat niet geloven. Zo'n lieve man."

Zo klinkt een stukje van een spotje van Stop It Now! dat vanaf maandag op de radio komt. Het richt zich specifiek op partners en ex-partners van mensen die op kinderen vallen. Zo willen de initiatiefnemers deze mensen uit hun isolement halen.

"We zijn in mei vorig jaar gestart met de hulplijn, en sindsdien neemt er minstens één iemand per dag met ons contact op", zegt criminologe Minne De Boeck, verbonden aan het Universitair Forensisch Centrum van het UZA, dat het project mee trekt. "Sinds de start zijn er 48 mensen doorverwezen naar gespecialiseerde hulp, mensen die anders wellicht die stap niet hadden gezet."

Ruim de helft belde of mailde omdat ze bezorgd waren over zichzelf. Iets meer dan de helft van hen worstelde met pedofiele gevoelens of een aantrekking tot kinderen en prille tieners. Een op de drie bekeek beelden van kindermisbruik, soms omdat hij een pedofiele voorkeur had, maar minstens even vaak om andere redenen, zoals een uit de hand gelopen pornoverslaving, ongepaste nieuwsgierigheid, de neiging tot antisociaal gedrag. Een op de tien belde omdat hij al feiten had gepleegd. Bijna altijd waren deze laatsten hiervoor al veroordeeld. 

Daarnaast was ruim een op de vijf van de mensen die de hulplijn contacteren bezorgd over iemand in hun naaste omgeving of over iemand die ze als professional begeleiden. "Een klein aantal andere vragen zijn eerder informatief of maatschappelijk van aard", zegt De Boeck.

Opmerkelijk: van de in totaal 375 contacten, kwamen er slechts vijftien van (ex-)partners. "Dat waren meestal geschrokken vrouwen die contact opnamen omdat de politie was binnengevallen nadat hun partner beelden van kindermisbruik had bekeken", zegt De Boeck. "Hun leven stond plots op zijn kop. Wij bieden dan een eerste vorm van ondersteuning."

Maar vijftien is dus opmerkelijk weinig.

"We weten dat partners ook vaak nood hebben aan ondersteuning. Zo nemen in Nederland veel meer vrouwen contact op met Stop it Now!. We vermoeden dat we hen hier nog niet goed bereiken, vandaar de focus op hen in de nieuwe campagne."

Eén hoop

De Boeck benadrukt dat er wel een verschil is tussen partners van pedofielen en partners van daders van pedoseksueel misbruik. "De overgrote meerderheid van de pedofielen begaat nooit misdaden, terwijl een groot deel van de misbruikers geen pedofielen zijn. Maar de samenleving lijkt dat vaak op één hoop te gooien."

De vrouwen die samen zijn met een man die pedofiel is maar geen feiten pleegde, wil Stop it Now! op het hart drukken dat er daderpreventie bestaat en dat pedofiele gevoelens zeker niet automatisch betekenen dat iemand ook werkelijk een kind zal misbruiken.

Wie samen is met iemand die naar beelden van kindermisbruik kijkt, kan zich laten helpen. "Die mannen koppelen die beelden vaak volledig los van de realiteit en zullen in de werkelijke wereld nooit een kind aanraken. Als partner moet je dat weten", zegt De Boeck.

En wie met incest in het gezin wordt geconfronteerd, zal worden doorverwezen naar een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, waar experts de begeleiding van het gezin in handen nemen zonder meteen justitie in te schakelen.

Hoe groot dat partnerstigma is bewijst recent onderzoek van criminologe Dominique Scappini (UGent). Na een lange speurtocht vond ze zes vrouwen bereid om te praten over hun ervaringen. "In feite zijn deze vrouwen ook slachtoffers. Maar ze worden door hun omgeving min of meer gelijkgeschakeld met die dader", vertelt ze.

Miranda getuigt bijvoorbeeld: "Ik ging in mijn dorp een koffie drinken op een terras, samen met mijn zus. Een tafel verder hoorden we: 'Psst, dat is die, de Michelle Martin van (de naam van de gemeente). Ik stond recht en ben weggegaan."

Je moet geen misdaad hebben begaan om heel zwaar te worden 
gestigmatiseerd door de goegemeente, zo analyseert Scappini. "Bij de meeste vrouwen is er ook sprake van zelfstigmatisering. Ook al hadden zij niets kunnen vermijden, toch voelen ze zich schuldig en vinden ze dat ze iets hadden moeten zien of doen."

Zo vertelt Simonne, wier ex-man onder andere hun kleindochtertje misbruikte: "Ik voel nog altijd schuld en schaamte. Het kind ging boven met hem spelletjes spelen op de computer. Ik dacht dat alles oké was, daar. Ik ben er erg depressief over geweest en heb zoveel gehuild. Ik wist het echt niet."

Er is veel schaamte en deze vrouwen vrezen veroordelende blikken van anderen. 

"Ik durf niet meer buitenkomen", zegt Miranda. "Ik werk in een naburig dorp en doe daar mijn boodschappen, zodat ik hier niet moet winkelen. Bij de bakker, waar ik al jaren ga, zei een vrouw: 'Ben je niet beschaamd hier te komen?'"

"Ik heb me erg afgezonderd", getuigt Simonne. "Ik deed zelfs geen boodschappen meer. Een vriendin heeft me het huis uit moeten sleuren. Die eerste wandeling vergeet ik nooit. De zon scheen heel fel, maar toch had ik een jas aan zodat ik mijn kap kon opzetten."

"De impact op het zelfbeeld is zwaar en dehumaniserend", zegt de onderzoekster. "Enkel door hun relatie met de dader nemen velen aan dat die vrouw mee in het complot zat. We weten dat dat meestal niet zo is, maar het idee leeft heel sterk en de omgeving projecteert dat op deze vrouwen. Ik vermoed dat we een zondebok nodig hebben. Terwijl de dader in de cel zit, blijven zij werken, leven en wonen op dezelfde plek. Het lijkt wel alsof ze dan als bliksemafleider dienen voor de volkswoede."

Opgejaagd wild

Dat elke Belg Michelle Martin kent en er een mening over heeft, helpt ook niet. "Net zoals Dutroux geen typische kindermisbruiker is, is Martin zeker niet de typische vrouw van een pedoseksueel", voegt De Boeck er nog aan toe. "Maar uit onwetendheid schakelen we de partners of ex-partners van pedofielen en kindermisbruikers gelijk met wat we denken te kennen uit de media."

Zeker wanneer de feiten bekend zijn en de partners in kleine gemeentes wonen, voelen deze vrouwen zich opgejaagd wild en moeten ze soms de kinderen naar een andere school sturen omdat ze al te zeer gepest worden om hun vader. Eén vrouw in het onderzoek bleef uit financiële noodzaak nog een tijdje wonen bij haar van kindermisbruik verdachte partner. Ook dat maakte het oordeel van de buitenwereld nog harder.

Scappini vindt ook dat de media zich moeten bezinnen: "Wanneer je in een dorp woont en kranten en tv te veel details breed uitsmeren, weet het hele dorp al snel dat jij 'de vrouw van' bent. Dat soort berichtgeving duwt de familie van daders in een isolement."

Ook de relatie met politie en hulpverleners ligt moeilijk. "Een inval door de politie op verdenking van kindermisbruik is an sich al een schok", zegt Scappini. Maar voor daders is het vaak ook een opluchting, terwijl partners volledig uit de lucht komen gevallen."

Problematisch vindt de onderzoekster dat die partners in bepaalde politiezones vervolgens wantrouwig worden bekeken. "De politie was erg onvriendelijk en venijnig. Ze suggereerde dat ik medeplichtig was", zegt Griet.

Scappini: "Sommige politiezones zijn intussen al meer gericht op hulp voor deze vrouwen. Maar uit mijn onderzoek blijkt dat het ook geregeld nog niet goed zit en men in bepaalde zones nog erg subjectief handelt. Er zou daarom een vast protocol moeten komen, zodat agenten weten hoe ze best omgaan met partners van daders. Voor slachtoffers is dat er, maar voor hen niet, terwijl zij indirect ook slachtoffer zijn."

Ook blijkt dat politie de partners niet systematisch genoeg doorverwijst naar hulpverlening, hoewel je dat als vrouw (of man) zeker kunt gebruiken. "'Iedereen krijgt hulp. De dader, het slachtoffer. Maar wij niet, we kunnen er met niemand over praten en dat kwetst ons'", zo vat Scappini de ervaringen van de partners samen. Of zoals Marie zegt: "Mijn partner was na de feiten opgenomen in de psychiatrie waar hij werd geholpen, maar ik werd overal buiten gehouden en was de boeman."

Eén vrouw in het onderzoek die de moed vond om zelf bij een Centrum Algemeen Welzijnswerk aan te kloppen voor een gesprek samen met haar man, werd geweigerd toen de psycholoog hoorde waarover het ging. Andere literatuur suggereert dat 95 procent van de psychologen niet bereid zijn om mensen met pedofiele gevoelens te begeleiden. "Als je weet hoe snel het stigma ook op de partners wordt geprojecteerd, zou het kunnen dat ook zij op een drempel stoten wanneer ze psychologische hulp zoeken", zegt Scappini.

Nochtans, zo benadrukken experts, fungeren partners ook als buffer tegen misbruik. Bij pedofielen die nog nooit zijn overgegaan tot pedoseksuele daden, is zich eenzaam voelen een van de belangrijke risicofactoren die kunnen leiden tot het stellen van daden. En bij pedoseksuelen in het algemeen geldt dat zich eenzaam voelen de kans op hervallen vergroot.

De Boeck: "Familie, naasten en geliefden van pedofielen of pedoseksuelen stigmatiseren en zo in de put duwen, zoals blijkbaar veel gebeurt, is met andere woorden het domste dat we kunnen doen."

Mensen die willen praten over hun seksuele gevoelens tegenover kinderen, of bezorgd zijn over hun partner of iemand in hun omgeving, kunnen bellen naar de hulplijn van Stop it Now!: 0800/200.50 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden