Donderdag 29/10/2020

Contactonderzoek

Huisartsen in open brief: ‘Laat ons de contacttracing doen’

Huisartsen vragen in een open brief de contacttracing verder te mogen uitbouwen. Momenteel verloopt die via callcenters.Beeld Photo News

Huisartsen vragen in een open brief om hen in te schakelen in het verder uitbouwen van de contacttracing. Volgens hen zou de hele procedure zo zeker vier dagen sneller kunnen verlopen.

Het contactonderzoek ligt al langer onder vuur. Twee maanden nadat de contacttracing volgens Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) “volledig operationeel” ging zijn, kampt ze nog steeds met ‘kinderziektes’.

Nu het virus opnieuw opflakkert, is het geduld bij de experten op. Volgens infectioloog Erika Vlieghe, voorzitter van de exitgroep GEES, vragen de speurders te weinig informatie op en stroomt de informatie niet goed door van bij Sciensano en het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.

Nu doen dus ook enkele huisartsen hun duit in het zakje. “In de Elektronisch Medisch Dossiers (EMD’s) van de huisartsen zitten reeds digitale rapporteringen verwerkt, ook naar Sciensano. Hierdoor zou alles minstens 4 dagen sneller verlopen. En bij Covid-19 is snelheid van groot belang”, klinkt het. De brief werd ondertekend door Dr. Harrie Dewitte, Dr. Rob Smeets, Prof. Em. Frank Buntinx, Prof. Dr. Bert Vaes, Prof. Michiel Thomeer, en Prof Dr. Bert Aertgeerts. 

Hieronder kunt u de open brief integraal lezen.

Waarom niet investeren in de huisartsen, in de plaats van Netflix kijkende callcenters?

Reeds op 3 maart vaardigde het European Center for Disease Control de dwingende richtlijn uit om contacttracing uit te bouwen. Testen, contactopsporing en isolatie: het zijn de drie hoekstenen waarmee de aanpak van een epidemie staat of valt. Vijf maanden en 10.000 doden later, loopt contactopsporing langs geen kanten. Waarom investeert de overheid niet duurzaam door huisartsen in te schakelen in de contacttracing? Hiervoor zijn veel argumenten.

Uit een bevraging bij alle huisartsen (140) van Genk, As, Opglabbeek, Zutendaal en Lanaken bleek dat 40 procent van hen spontaan dacht om zelf aan contacttracing te doen.

Er is een groot verschil tussen wanneer een patiënt een telefoontje ontvangt van een “call-center” dan van haar/zijn huisarts. Zelfs ik zou de neiging hebben om de telefoon toe te gooien. Patiënten vertrouwen hun huisarts en delen ook vertrouwelijke informatie mee. De huisarts kan ook gemakkelijk toelating vragen om relevante informatie te gebruiken, en kan dat noteren in het Elektronisch Medisch Dossier (EMD), wat veel problemen met de privacywetgeving kan neutraliseren. Huisartsen kennen meestal ook het sociaal weefsel van de wijken waar ze werken. Het is op die manier veel gemakkelijker om clusters op te sporen.

Er zijn 60 eerstelijnszones in Vlaanderen en Brussel. Per contactracer was er een budget voorzien van iets meer dan 7.000 euro per maand. Er was een totaal bedrag van 100 miljoen euro voorzien. Voor dat bedrag kan men een duurzame ondersteuning voorzien voor de eerste lijn, bijvoorbeeld a rato van het aantal patiënten, specifieke kenmerken van de bevolking, verstedelijking... enzovoort. 

Per eerstelijnszone moet er minstens één arts met wat epidemiologische vaardigheden vergoed worden om alles te coördineren. Voor meer georganiseerde huisartspraktijken met een eigen secretariaat en verpleging zou een vergoeding kunnen afgesproken worden. Voor een alleen werkende huisarts is er bijkomend personeel nodig. Dat personeel kan zowel aangeworven worden via Vlaanderen of via de lokale besturen. Wij hebben een zeer goede ervaring met de samenwerking met het stadsbestuur van Genk tijdens de Covid-19-epidemie. En dat is in de meeste steden en gemeenten zo geweest. Alle centrumsteden hebben een of andere vorm van “wijkmanagers” of wijkwerkers. Dat zijn mensen die de buurt zeer goed kennen, ook het vertrouwen van de mensen hebben. Die mensen zouden tijdelijk als opdracht kunnen hebben om samen met de huisartsen clusters op te sporen. De coördinatie zou moeten gebeuren door een huisarts. Die zou kunnen functioneren vanuit de wachtposten of vanuit lokalen van de huisartsenkring. Hiervoor moet ook een vergoeding voorzien worden.

Vertrekkende vanuit onze ervaring in de provincie Limburg is er meestal reeds een zeer goede samenwerking tussen de ziekenhuizen en de huisartsenkringen.

Ook digitaal is er reeds een zeer goed functionerende infrastructuur. Alle huisartsen werken met een Elektronisch Medisch Dossier. De digitale uitwisseling tussen labo (testen) en huisarts en tussen huisarts en ziekenhuis gebeurt nu al volledig automatisch. Zelfs het systeem van vergoeding via derde betaler is volledig operationeel. In de EMD’s van de huisartsen zitten reeds digitale rapporteringen verwerkt, ook naar Sciensano. Hierdoor zou alles minstens 4 dagen sneller verlopen. En bij Covid-19 is snelheid van groot belang.

En ten slotte heeft het Academisch Centrum voor Huisartsen van de KULeuven, onder leiding van professor Bert Vaes, een operationeel systeem voor automatische en systematische rapportering uitgewerkt voor de meest gebruikte EMD’s. Dat zou starten op 1 juli 2020.

Door te vertrekken van de huisartsen bij contacttracing en clusteropsporing vertrekt men zeer dicht bij de patiënt en bouwt men een fijnmazig en betrouwbaar netwerk uit, niet alleen om de epidemie te bekampen, maar later ook om een grootschalige vaccinatie te realiseren.

Dr. Harrie Dewitte, coordinator CoronaConsult Genk, Dr. Rob Smeets, voorzitter huisartsenkring Prometheus, Prof. Em. Frank Buntinx, Maasmechelen, ACHG, Univ Maastricht, Prof. Dr. Bert Vaes, ACHG, Prof. Michiel Thomeer, Longarts ZOL en UHasselt en Prof Dr. Bert Aertgeerts, Diensthoofd Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde KULeuven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234